Met Wie!?

De computer op kantoor waar ik achter zit (of vóór, dat weet ik nooit) heeft zijn laatste adem uitgeblazen. Dit zeg ik alsof die computer een levend ding is. Dat is het niet, maar het vergoeilijkt mogelijk deels waarom ik 'hem' soms uitscheld. Mogelijk ook niet. Het doet er nu niet meer toe, het is dood.
Door recente inpandse verhuizing is de opstelling van werkplekken nog niet geheel op orde; reden waarom ik vrij makkelijk en snel een vervangende computer kreeg.


Wel was deze computer eigenlijk al jaren door een collega in gebruik geweest. De daarmee samenhangende identiteitsaanduiding wordt niet aangepast omdat er binnenkort toch iets zal veranderen op computergebied. Ik weet niet wat maar wacht in spanning af. Ik verkeer nu dus in een overbruggingsperiode... en ga voorlopig door het leven als Marianne.
Het is niet heel erg om als Marianne door het leven te gaan, maar het levert soms wat verwarring op. Vanmorgen stuurde ik een mailtje dat begon met 'liefje', een vrij logische aanhef want ik stuurde het mailtje naar liefje. Zij dacht echter dat er plots een Marianne verliefd op haar was geworden en belde me op in lichte staat van opwinding. "Je raadt nooit wat me nu overkomt..."


Vanmiddag stuurde ik een offerte naar een klant. Ik groette met mijn eigen naam, en benadrukte dat ik Lutek was en dat als de klant wilde reageren hij dat graag op 'dit' emailadres kon doen. De klant wilde inderdaad reageren en deed dat.
"Beste Marianne, dank je wel voor je offerte, wil je me nog laten weten tot wanneer deze geldig is, of anders aan Lutek vragen of hij dit door wil geven? vrgr"
Ik heb vergeten terug te schrijven, schiet me nu te binnen. Dat komt omdat ik direct daarna een mail kreeg van de man van Marianne: "Schatje, hou je nog een beetje van me? Kusjes"
Ik schreef terug dat dat natúúúúúúúrlijk het geval was, en voor altijd nog wel, maar groette wel met mijn eigen naam. Ik ga ook weer niet valsspelen. Dat mag niet.
Voorlopig ga ik dus door het leven als Marianne. Buiten het werk blijf ik gewoon Lutek.




lutek Dinsdag 29 December 2009 at 11:26 pm | | default | Geen reacties

We Spreken Af Dat We Afspreken

Nog vóór de zomer zouden Molvriend A. en Molvriendin S. een keer met Hannie en mij gaan bowlen. Tot vorige week is er 8 keer een afspraak gemaakt waarvan de eerste 7 niet doorgingen. Driemaal is scheepsrecht, achtmaal is bowlrecht. We gingen bowlen.

(editor's note)
Molvriendin Sanne maakt nogal bezwaar tegen de betiteling die ik haar heb gegeven. Ze is helemaal niet zo'n grote fan van het programma "Wie is de Mol?" als ik de lezer wil laten geloven. Inderdaad, doordat Molvriend Arco wèl een groot fan is, heb ik haar voor het gemak ook maar zo genoemd. Maar ik had haar net zo goed Achtbaangestoorde S. kunnen noemen, of San de Pretparkacrobaat, of desnoods Sanne de Molvriendvriendin. Laten we het dan vanaf nu maar houden op ... ehh... Sanne van de Fristies.


Bowlen is leuk, maar niet meer zo heel leuk wanneer je elke week bowlt. Sinds mei van dit jaar bowl ik niet meer wekelijks. Als je eens per 6 maanden een balletje gooit is het heel leuk. We ploegden ons door kniehoge sneeuw naar de nieuwe bowling nabij het Feyenoordstadion. Het zou vast wel druk zijn, zo op zondagmiddag. Dachten we. We bleken bijna de enige vier gasten te zijn deze dag. De rest van Nederland was onderweg gestrand in de sneeuw of helemaal de deur niet uitgegaan. Om warm te worden, bestelden we iets te drinken. Palm, tap, fristie, thee. De aanloop van de baan was kurkdroog, als je wilde glijden zou je je knieën breken. Geen goed idee. Niet getreurd, we pasten ons aan aan de omstandigheden. Je bowlt of je bowlt niet.
Sanne van de Fristies gooide in de eerste game een goeie honderd. Arco Molfan deed dat ook. Hannie deed het ietsje beter, en ik gooide bijna 200. Dat was een beetje jammer. Jammer, omdat je er altijd van uitgaat dat de eerste game alleen maar is om in te gooien. Als je direct al 200 gooit, weet je wat er daarna gebeurt: iedereen gooit beter in de volgende game, behalve jij. "Tom Poes, verzin een list." Maar hoe? Eerst even een nieuw rondje drankjes. Palm, tap, fristie, thee.

De anderen openden de tweede game met strikes en spares, ik gooide een split. Oei. "Wat nu, Grote Smurf?" Geen nood. Vervolgens gooide ik 6 strikes achter elkaar, een spare, en nog 4 strikes. 256 punten in totaal. Ik mocht meteen niet meer meedoen. Was ik helemaal van de pot gerukt!?
De man van het baanonderhoud knikte goedkeurend en vroeg of ik soms net zo makkelijk 320 punten kon gooien. "Nee," zei ik, "dat lukt me meestal niet, voornaamste reden is dat het spel een maximum score kent van 300 punten." Hij knikte goedkeurend. Ach, hij werkte hier nog maar een half jaar, wist hij veel. Sanne van de Fristies bestelde uit pure frustratie 2 fristies tegelijk. Arco Molfan deed een 'When Harry Met Sally' en bestelde nu ook een Palm.
Ik wist dat ik mijn hoogtepunt gehad had, bestelde een Duvel, en sloeg 2 worpen over om een sigaretje te gaan roken.


(editor's note)
Dit blogje bestaat eigenlijk alleen maar omdat Sanne het Fristiebeest me bleef verzoeken het te schrijven. Normaliter doe ik niet aan verzoekjes, tot groot verdriet van mateloos teleurgestelde schoonouders, maar omdat ik in dit geval (zogenaamd) tussen neus en lippen door meteen even kan melden dat ik 256 heb gebowld, maak ik graag een uitzondering. De verzoekjes en instrukties gingen overigens nog verder: of ik die en die foto zou kunnen plaatsen, en niet die met die buik of dat gekke gezicht. Ik weet niet zeker of ik het allemaal goed begrepen heb, maar hieronder is een mooie foto van het gelukkig paar Mol-Fristi te zien.


Zie die verliefde blik in hun ogen. Zie ook het lijden en de wetenschap dat ik andermaal onverslaanbaar bleek (als je voor het gemak de derde en vierde game even buiten beschouwing laat). Zie vooral ook de werking van respectievelijk de Fristie en de Palm, welke vooral niet onderschat mogen worden. En zie ten slotte de weerkaatsing van de sneeuw buiten, inmiddels al op schouderhoogte.
Jawel, het werd hoog tijd om ons uit de voeten te maken voordat we voor altijd zouden zitten ingesloten in de sneeuw. Dan zouden we, anders dan elke week bowlen, een hele week hebben moeten blijven bowlen. We spreken af - net als een half jaar geleden - dat we binnenkort weer afspreken. Misschien dat we dan de eerste 7 afspraken op één dag kunnen plannen. Dat spaart een hoop tijd.




lutek Donderdag 24 December 2009 at 10:12 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

De Wandelende Takkenwinkel 2

Met de boodschappenkar op weg, over straat, maak ik een rondje boodschappen. K'tik-k'tik-k'tik, de wieltjes geven het tempo weer. Het is al bijna donker en er hangt sneeuw in de lucht, dat heb je in de winter, en ik voel de behoefte sneller te gaan lopen. Tikketikke-tikketikke-tikketikke. Toch loop ik niet sneller dan zoëven; de tegels zijn hier anders, zodat de wieltjes een ander geluid maken.
Voor de beestjes is het ook winter. Ze zitten thuis lekker in hun terrarium, omgedoopt in "grand hotel l'ataque", ik wist zo gauw niks beters. Maar ook in het hotel is het winter. Twee dagen geleden bleek het warmtematje onder het hotel niet warm te zijn; gevolg van een niet goed functionerende stekkerdoos. De takjes kregen koude pootjes. Goed dat ik het tijdig merkte. Stel je voor! Er zijn er al zoveel van ons heengegaan. Nu zijn er nog maar twee bejaarde vrouwtjes en één jong mannetje.
Vanmorgen sprong de warmtelamp. Alles komt tegelijk. Net in het park zag ik dat de braamblaadjes ook nog eens dungezaaid raken. Ja, de beestjes hebben net zo hard winter als de grote mensen. Brrrrrr.

Ik passeer een dierenwinkel voor honden, katten en kleine knaagdieren. Zijn er ook grote knaagdieren, vraag ik mij af. Ik ga naar binnen. De verkoopster weet niet wat een warmtelamp is. Ze zoekt in het assortiment maar ik merk dat ze niet weet waarop ze de koopwaar moet beoordelen. Ik maak voorzichtig aanstalten om te vertrekken. Soms is het zo fijn om te zien dat iemand moeite doet om je te helpen, dat het vervelend is het gebaar niet te accepteren, ook al weet je al lang dat er geen hulp te verwachten valt.
Verderop in de straat passeer ik een groenteboer. Ik stop, kijk om, loop terug... zouden ze hier...?
De groenteboer kijkt nors... "een warmtelamp"... hij kauwt op iets terwijl hij niets in zijn mond heeft en betast achteloos een ananas. Eén euro, zie ik.
"Waarom zou ik die hebben dan?"
"Ja, ik weet niet, misschien om ... eh... de ananas op temperatuur te houden?"
Hij kijkt om. "Ze zijn één euro de stuk."
Ik knik. "Mooi..." Het is even stil. We zwijgen. Dan groet ik hem en loop naar buiten. Tikketik-tikketik-tikketik.


Tegenover de groenteboer zit een kapperszaak. Ook hier loop ik naar binnen.
"Goedemiddag... avond al." De kapper kijkt geschokt. "Oh meneer, we gaan eigenlijk al sluiten."
De kapper ziet witjes, hij zou zelf wel een warmtelamp kunnen gebruiken. Maar nee, hij heeft er geen. Hij kijkt bedenkelijk, tovert rimpels tevoorschijn waar ik het idee heb dat ze - bij hem althans - niet zouden mogen zitten. Ik zie hem het woord spellen... "warmtelamp"...
"Tja, ik dacht... misschien... om haar te drogen..."
"Haar?" Hij kijkt alsof hij nog nooit van haar gehoord heeft.
"... sneller, te laten drogen."
"Sneller?" Hij ziet er uit als een freak maar weet mij me als een freak te laten voelen. Schuldbewust verlaat ik de zaak.
Ke-tikketak, ke-tikketak, ke-tikketak. De straat heeft een taal en de wieltjes spreken die uit. Ik voel dat ik warm word, ondanks de tegenslag tot nu toe.

Natuurlijk, de wandelende takkenwinkel, die zit toch zeker hier om de hoek? Ik heb het goed, de winkel is hier inderdaad. De verkoper ('de uit-de-hand-gelopen-hobbyist' van twee en een halve maand geleden) ziet er niet uit als een verkoper, de klanten kopen niets en zien er ook niet uit als klanten, maar er is wel een warmtelamp te verkrijgen. En ook nog een blok humus. De takken zullen staan te springen als ik straks hun hotel weer naar behoren kan verwarmen.
Tevreden loop ik naar huis. Takketak-takketak-takketak...




lutek Woensdag 23 December 2009 at 01:34 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Sports Bar

De Ierse Pub is niet alleen een pub maar ook een 'sports bar'. Of de beruchte '100 Pint Challenge' als sport kan worden beschouwd, durf ik niet te zeggen maar los daarvan heeft de pub ook te pas en te onpas televisies aanstaan waarop sportwedstrijden worden vertoond. Op zaterdagmiddag verzamelen zich liefhebbers om onder het genot van een hapje en een drankje en nog een drankje en nog een drankje te genieten van hun helden op het voetbal- of rugbyveld. Golf staat ook regelmatig op, en ik heb er zelfs eens mixed martial arts gezien.
Op zaterdagmiddag is er keus uit Engelse sport, Ierse sport, Amerikaanse sport, Eurosportsport, Eurosport II sport en als alle kanalen tegelijk zouden uitvallen is er altijd nog sport op dvd. Je komt niets tekort, behalve ogen.

In de bar zelf hangen twee breedbeelden, vier gewone televisies en een groot scherm waarop geprojecteerd kan worden. In de rokersruimte hangen slechts 3 televisies. Dat maakt het wat overzichtelijker voor de sportliefhebber. En voor mij ook. Niet dat ik geen sportliefhebber ben, maar omdat de voetbaluitzendingen de andere uitzendingen overheersen vind ik dat ik niet helemaal tot de doelgroep behoor.


De wedstrijd is al even bezig als ik plaatsneem op de laatste vrije kruk. Ik geniet van een pint en kijk om me heen. Zowat iedereen zit in de wedstrijd en er klinken heel wat oehs en aahs door de ruimte. De commentatorstem beleeft de wedstrijd hartstochtelijk mee. Welke wedstrijd is het eigenlijk? Er zijn er meerdere tegelijk bezig. Op het ene scherm zie ik een rugbywedstrijd, op twee andere schermen staat voetbal op. Ik probeer te ontdekken welke wedstrijd wordt becommentariseerd. Dat valt nog helemaal niet mee. Het stadion juicht. Ging het om een mooie pass op toestel 1 of was het de bijna geslaagde try van toestel 2. Ik heb het moment gemist. Even wachten tot er weer gejuicht wordt. Dat laat niet lang op zich wachten. Een prachtvoorzet op toestel 3... niemand in het stadion juicht. Het zal dan wel niet toestel 3 zijn waarvan het geluid aanstaat. Maar wacht, ik hoor de stem over ene Jones, en die speelt wel degelijk op toestel 3. Even later zie ik op toestel 2 ook een speler die Jones heet. Het zal dan wel toestel 2 zijn... maar daar kijkt bijna niemand naar. Dan hoor ik de stem praten over Manchester, weer een hint. Wie speelt er eigenlijk? Op toestel 1 speelt Man United, op toestel 3 speelt Man City. Dat verzin je toch niet! Waar ben ik nu toch naar aan het luisteren?

Ik blijf even kijken naar het rugby. Iedereen is weer kind op het veld. In gedachten hoor ik de klas scanderen: "hoop-ie hoop-ie hoop-ie!" De rugbyspelers zijn altijd een beetje kind gebleven. Ik vind het mooi om naar te kijken. Iemands kop zit half onder het bloed, half onder de modder maar hij besteedt er geen aandacht aan. Spelen! Ik kijk even naar het voetbal. Daar ligt iemand op de grond te kermen en te jammeren. Een paar anderen klagen bij de scheidsrechter. Voetballers zijn volwassenen die zich gedragen als kleine kinderen, dat is heel iets anders dan 'kind blijven'.
Ojee, op toestel 1 is ook iemand die Jones heet. Het wordt me te ingewikkeld. Ik weet nog steeds niet waar ik naar luister. Ik weet eigenlijk ook niet zo goed waar ik naar kijk en ga heen.




lutek Zondag 20 December 2009 at 10:54 pm | | default | Geen reacties

Sinterkerst 2

Alsof Sinterklaas en Kerst nog niet genoeg is, is er ook nog Sinterkerst. Ik mocht dat dit jaar voor de 2e keer meemaken. Het voordeel van Sinterkerst is dat het leuker is dan Sinterklaas en Kerst samen. Ik weet niet zeker of dat in het algemeen van toepassing is op samentrekkingen. Zou een reis per trein en per vliegtuig te combineren zijn? Een vliegende trein? En zou dat sneller, comfortabeler en veiliger zijn dan de afzonderlijke delen? Ik weet het niet. Maar Sinterkerst is leuker dan Sinterklaas en Kerst samen, dat weet ik wel.
Hoofdmoot van de dag is het Sinterkerstspel, het recept is even eenvoudig verzonnen als moeilijk uitvoerbaar. Net als pokeren of pesten volstaat een handvol regels, maar het spel zelf kan even ingewikkeld gemaakt worden als je zelf wilt. Alle genodigden hebben cadeau's meegenomen, het is zaak aan het eind van de dag niet je eigen cadeau's mee terug naar huis te nemen. Als je dat doet, heb je of het spel niet begrepen, of erg veel ongeluk, of je hebt iets meegenomen wat werkelijk niemand anders mee naar huis wilde nemen. Een dobbelsteen bepaalt of een cadeau naar links of rechts wordt gegeven, wordt uitgepakt, aangepakt of afgepakt, of nog weer iets anders. De regels zijn zo simpel dat er minstens 487 keer gevraagd wordt 'wat of ik nu ook alweer moet doen, ik heb 2 gegooid', of iets van gelijke strekking.


Het dobbelen neemt een aanvang. De cadeau's wisselen rap van eigenaar. Hilariteit als iemand een cadeau wordt ontnomen waarop hij of zij de zinnen heeft gezet, nog grotere hilariteit als iemand een cadeau krijgt toebedeeld waar hij of zij ècht niet op zit te wachten (en dat luidkeels wereldkundig maakt). En zeg nu zelf, wat moet iemand met de verzamelde werken van the Pet Shop Boys, waarop het stof nog dikker is dan de cd-doosjes? Iemand anders wil een ongebruikte keukenmachine kwijt, maar dat is nog niet zo makkelijk. Goed, de dobbelsteen werkt niet echt mee, maar het feit dat de doos zó vettig is dat het aan je handen blijft kleven speelt ook zeer zeker een grote rol.


Zelf zit ik opgescheept met mijn eigen cadeau, dat is niet de bedoeling. Ik gooi een 5, wat inhoudt dat ik het mag ruilen met iemand anders. Plotseling beweert geen der aanwezigen meer in het bezit te zijn van de zeer in trek zijnde luxe badschuimset. Iemand spreekt niet de waarheid, maar wie? De set is inmiddels zo vaak van eigenaar veranderd dat het even duurt voordat duidelijk wordt waar het zich bevindt. En ook zo vaak van eigenaar veranderd dat het schuim al behoorlijk tegen de verpakking aandrukt, de doos staat al bol. Het is te hopen dat de uiteindelijk definitieve eigenaar de set thuis een weekje tot rust laat komen alvorens in gebruik te nemen, anders zal er sprake zijn van een badhuis in plaats van een badkamer.


De doos chocola is ook bijzonder in trek. Zelf ben ik daar gedurende het spel 3 of 4 maal eigenaar van, al is dat geen enkele maal van lange duur. Maar lange duur of niet, het valt me op dat de doos iedere keer een stuk lichter aanvoelt dan de keer daarvoor. Mensen spelen vals waar je bijstaat, maar ja, probeer ze maar eens te betrappen.
Meer en meer cadeau's krijgen vaste eigenaren, afhankelijk van de dobbelsteen, een beetje inzicht, en hier en daar wat samenzweerderij. Alles is toegestaan. Als er alleen nog een oud bakje (?), een roestig schaaltje (?) en een set servetringen (een cadeau dat al jarenlang de ronde doet en telkens weer opnieuw wordt meegenomen) te verdelen zijn, neemt de interesse snel af. Mensen die nog een cadeau tegoed hebben, beweren reeds voorzien te zijn. Anderen doneren hun aardse bezittingen spontaan aan de buurman of -vrouw. "Nee nee, ik heb thuis al een foeilelijke en veel te korte sjaal met glitters, en ik heb het eigenlijk altijd warm genoeg, neem jij hem maar, echt."


Niet iedereen heeft precies gekregen waar hij of zij op had gehoopt, maar dat geeft niet. Volgend jaar kun je je cadeau's weer meenemen en er iemand anders een plezier mee doen. Volgend jaar is er weer een Sinterkerst, volgens insiders beleeft het dan al zo'n beetje zijn 2e lustrum. Een ieder kijkt er nu al naar uit.




lutek Dinsdag 15 December 2009 at 12:12 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

TNS NIPO

Waren alle onderzoeksbureau's maar zoals het NIPO. Begrijpelijke vragen. Overzichelijke keuzes. Ondubbelzinnige uitleg. Antwoorden die kloppen met de vragen.
Maar ook het NIPO is helaas niet meer wat het geweest is. NIPO heet nu TNS NIPO, en het is bekend... hoe meer letters in de naam, hoe onduidelijker de bedrijfsvoering. Wat weer ten koste gaat van het werk in uitvoering. Met andere woorden, de vragenlijsten wringen tegenwoordig wel eens.

Sinds jaar en dag vul ik vragenlijstjes in voor TNS NIPO. Je vult die in, stuurt ze op, en ontvangt cadeaubonnen voor de moeite. Andere onderzoeksbureau's zijn zonder uitzondering niet in staat gebleken ook maar 1 (één) enkele vragenlijst op te stellen die helder, volledig en ondubbelzinnig was. Aan andere onderzoeksbureau's verleen ik geen medewerking meer.
Ik wil zo graag de vragen goed beantwoorden. Ik vind het jammer als het antwoord dat ik geven wil niet tussen de antwoorden staat. Dan is de vragenlijst onvoldoende getest. Een vragenlijst moet op alles (nou ja, op veel) zijn voorbereid. Anders is de uitslag aanvechtbaar.


Soms ook kloppen de vragen wel, maar is de samensteller toch niet op alle antwoorden voorbereid. Wat te doen als ik op vrijdag een lijst krijg toegestuurd, de maandag daaropvolgend een reminder, ik de lijst dan open en lees dat ik de vragen pas mag invullen ná woensdag? Zorgvuldig lees ik de bescheiden nog eens door. Het gaat hier om een controle van de postbezorging. Kort gezegd: "Heeft u deze folder ontvangen, en op welke dag?"
Waarom krijg ik een reminder (in het Nederlands heet dat een herinnering) als ik het nog niet mag invullen?
Het wordt vreemder als ik donderdag de lijst wil invullen, maar dan blijkt dat ik niet aan een bepaalde voorwaarde voldoe. Ik heb het betreffende poststuk namelijk nog niet ontvangen en mag de lijst daarom nog steeds niet invullen.
Het poststuk wordt niet bezorgd, die vrijdag niet en ook niet zaterdag. Het poststuk betrof een uitnodiging van een winkel om met korting te komen winkelen op de vrijdag die inmiddels voorbij is. Zaterdag open ik de vragenlijst opnieuw en wil invullen: 'is niet bezorgd'. Er verschijnt een melding dat ik de lijst niet meer hoef in te vullen omdat ik nu te laat ben. Ik ontvang geen cadeaubon.
Waren alle onderzoeksbureau's maar zoals het NIPO... was.




lutek Maandag 14 December 2009 at 10:23 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

De Boem-Boem-Winkel

Ik was zojuist bij de AH geweest. Met een volle kar aan mijn linkerhand en 2 tassen aan mijn rechterschouder liep ik terug over het Zuidplein. Als ik de boodschappen eerst thuis zou brengen, heb ik mijn handen vrij om nog een andere winkel in te gaan. Maar ik hou niet van omlopen. Eens kijken... tegenover het Kruidvat... oh jee, ik was er al bijna voorbij. Hier is het.
De kledingrekken stonden zo dicht op elkaar dat ik er met mijn dikke winterjas nauwelijks tussendoor kon lopen, laat staan met de kar en de tassen. Wie A zegt, hoeft van mij geen B te zeggen, maar ikzelf deed dat deze keer wel. Met een waslijst aan verexcuseringen reed ik diverse mensen omver die me allang hadden zien aankomen en toch express in de weg bleven staan. Bij nader inzien kan dat zijn geweest omdat deze mensen tot op het laatste moment niet konden geloven dat een kalende/grijze meneer (die nochtans vaak 8 jaar jonger wordt geschat dan zijn biologische leeftijd) met een kar, 2 tassen, en een dikke winterjas daadwerkelijk de Boem-Boem-Winkel wilde binnenlopen. Maar dat was toch echt wat ik wilde.
Ik overzag de situatie en gokte correct dat de aankoop die ik wilde doen niet op de begande grond te verkrijgen zou zijn. Pal voor de roltrap stonden 3 vriendinnen totaal geen aanstalten te maken om naar boven te gaan. Ik wurmde me er doorheen - sorry sorry - met kar en alles. In het gedrang werd één van de drie opeens naar boven gerold terwijl ze dit niet wilde. Ze keek alsof ze van haar leven nog niet op een roltrap had gestaan, wat vreemd was, want ze zag er uit alsof ze nog nooit van haar leven een trap opgelopen had.
Helemaal aan de achterwand hingen de gezochte artikelen. Mooi. Heel mooi. Fraai ook. Maar gottogod, welke maat zou ik moeten kopen?
Ik overwoog een klant aan te spreken om advies over het maatwerk. Dan moest ik wel iemand vinden die ongeveer in de maat paste die ik zocht. Terwijl ik de eerste de beste klant in de buurt bekeek, wist ik dat ik een fout maakte. Een meneer met kar en winterjas van mijn leeftijd die in de Boem-Boem-Winkel een beetje naar mooie meiden zit te kijken... Ik verwachtte ieder moment te worden aangesproken door de meneer van de beveiliging. De beveiliging was, naast mij, de enige andere meneer van het mannelijk geslacht in de hele winkel. Misschien had hij wel iets beters te doen dan mij in de gaten houden.
Een dame van tegen de vijftig beduimelde een kledingstuk dat iets was tussen een slipje en een rokje. Rood, met een witte pluizenrand. Ze twijfelde. "Ja," zei ik langs mijn neus weg. "het is weer kerst." Ze hing het terug en zocht in een ander rek verder. Ik zocht iets uit wat ik zelf mooi vond. Als je toch al twijfelt of iemand anders iets mooi zal vinden, kun je maar het best je eigen idee laten meespelen. Zo val je hooguit een halve buil.
Om af te rekenen moest ik naar beneden. Er was geen roltrap naar beneden dus moest ik kar en tassen een stukje in de lucht tillen en hopen dat ik mijn evenwicht niet zou verliezen. Het lukte, maar het was best warm in de winkel en ik had mijn winterjas dichtgelaten. Nu dat ik de zware kar had getild voelde ik een paar zweetdruppels op mijn voorhoofd verschijnen. Van achter de kassa werd ik wantrouwend aangekeken door een meneer van het vrouwelijk geslacht. Hij bestudeerde de aanschaf en hij bestudeerde mij. Ik overwoog nog een grap te maken... "Ik pas het thuis wel even, ik woon hier toch vlakbij"... maar ik besloot het maar niet te zeggen. Ik rekende af en verliet de Boem-Boem-Winkel.




lutek Zondag 13 December 2009 at 8:49 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

ôôôôôôôôhhhh

In de maand December is het zaak met een minumum aan kleerscheuren de feestelijkheden door te komen. Dat valt niet altijd mee. Er zijn opvallend veel verjaardagen, je ontkomt maar met moeite aan Sinterklaas, en als je in het zicht van de finish bent, word je plots bedolven onder een minimum van twee kerstdagen, bijna direct gevolgd door oud, oud en nieuw, en nieuw. In die volgorde. Het is hard werken in de maand December. En dit is nog maar de grote lijn. Er is meer.


Zo heeft tegenwoordig iedere gemeente, deelgemeente, dorp en gehucht het zg. 'ontsteken van de kerstboom' in het cultureel maatschappelijk programma opgenomen. Het is iets waar mijn moeder van smult... een tentje, een kerstboom, en héél veel buren, glühwein, kaarsjes en lichtjes. Het zou moeten sneeuwen om het af te maken.
In een straat in Capelle was geen moeder en geen sneeuw, maar wel een tent, een boom en heel veel glühwein. Ik was nog nooit getuige geweest van het 'ontsteken van de kerstboom', in mijn naïviteit hoopte ik dat het ding in lichterlaaien werd gezet maar dat bleek niet zo te zijn. Caja en ik traden aan. Hoewel ik niet bij haar in de straat woon, beloofde ze me dat ik méér mensen zou kennen dan zij. Om 7 uur stapten we de deur uit want het zou om 7 uur beginnen. Anders dan bij een concert in de Exit, of heel vroeger in de Bunker, beginnen buurtfestiviteiten precies op het aangekondigde uur, liefst nog eerder. De tent was al goed vol, en bijna hadden we het ontsteken nog gemist.
Iemand met een microfoon stond in de tent achter een plant verscholen en mompelde dat we allemaal naar de boom moesten lopen. De stem leek op die van 'Pigs in Space', in die zin dat je niet wist waar de stem eigenlijk vandaan kwam. Zo kwam het dat mijn aandacht meer lag bij het ontdekken van de oorsprong van de stem dan bij de boodschap die de stem voor ons had. Ik stond nog om me heen te kijken toen de buurtbewonders langzaam in beweging kwamen en mij bijna onder de voet reden met een stuk of wat rollators. Caja trok me mee de tent uit.


Tien seconden later stonden we bij de boom. Voordat echter de rollators allemaal de tent uit waren, het trottoir op, de hoek om, en dan nóg 15 meter verder waren gelopen, was de kerst al bijna voorbij. Eindelijk was iedereen zover. De ceremoniemeester kondigde aan dat we met z'n allen af moesten tellen van 5 naar 0. Hij gaf zelf direct het goede voorbeeld. 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1, 0....
De kerstboom floepte aan, dat wil zeggen: de lichtjes floepten aan, het was een mooi gezicht. Goed, je moet geen Eifeltoren verwachten, maar het heeft iets aangenaams. Het klopt. Het hoort zo.
Wij weer naar de tent. Natuurlijk waren we als eersten terug bij de bar. Wat moest je nu verder, nu het hoogtepunt van de avond al zo snel heeft plaatsgevonden? We bestelden glühwein, rode wijn, witte wijn en warme chocolademelk. Het was er allemaal. Caja was per abuis enkele bekenden tegen het lijf gelopen. De rode wijn was halverwege het ingeschonken glas op. Er stond nog een fles in de buurt. Dat had wel een ander label, maar kom, rood is rood. Hopla. Alstublieft. Dank u wel. Tegen het lijf gelopene 1 bestelde geen bier. Tegen het lijf gelopene 2 vroeg of hij ziek was. Nee, dat was hij niet, maar het biertje dat hij even tevoren had besteld bleek 3 maanden over de datum. Bij teruggave kreeg hij er eentje van 6 maanden over de datum. Hij schakelde over naar andere drankjes. Er was genoeg.
Ook was er allerlei eetbaars. Nasi, sate, erwtensoep, stokbrood. Het kon niet op. Het kon trouwens echt niet op, maar als organisatie wil je natuurlijk niet opeens zonder zitten halverwege de avond.


Iemand zei dat het lichtjes begon te regenen. Ik schrok me wild. Maar nee, ik had het verkeerd begrepen: het was niet dat de boom langzaam omviel, het regende geen lichtjes, het régende lichtjes. Oef. Gelukkig maar.
Het liep al tegen half tien, veel mensen gingen weg. De ceremoniemeester keek meewarig om zich heen. Had niet iedereen genoten? Jazeker, het was een geslaagd 'ontsteken' geweest, maar het was het laatste jaar dat hij de organisatie in handen had. Hij praatte alleen maar in verleden en vervlogen tijden. Iedereen verzekerde hem dat ze het vandaag nog mooier hadden gevonden dan vorig jaar, ook de mensen die er vorig jaar helemaal niet bij waren geweest, en de mensen die zich vorig jaar niet meer konden herinneren. Hij pinkte een traantje weg en bestelde een glühwein.




lutek Zaterdag 12 December 2009 at 12:12 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Tandarts II + III

Een vervolgafspraak gevolgd door een vervolgafspraak. Het lijkt alsof, wanneer je eenmaal bij een tandarts naar binnen loopt, je er niet meer wegkomt. Oorspronkelijk zou ik niet zo snel opnieuw op bezoek gaan maar de tandarts belde vorige week... ze hadden nog een gaatje !
En nog één, deze week !
(grappen zijn hier overbodig)

Ik werd hartelijk ontvangen door een collega van de collega van de vorige keer. (In die termen sprak deze collega namelijk de hele tijd.) "Collega Jansen beweert dus dat u paradontitodeledokus heeft. Hmmmm... ik wil hem graag geloven..." ...het bleef een tijdje stil... "maar ik denk dat u het niet heeft."
De para-behandeling die mij reeds in tweevoud in het vooruitzicht was gesteld werd daarom gewijzigd in een 'gewone' afspraak met de mondhygiëniste, in tweevoud. Dat was dat, dat was voor de toekomst. Nu mocht ik gaan liggen, wat ik al deed. Oh, ik mocht nog iets verder gaan liggen. De stoel bleek een hoek van meer dan 90 graden te kunnen maken. Misschien was dat echt nodig, of misschien wilde hij gewoon de mogelijkheden van zo'n moderne stoel tonen. Het had geen tijd om indruk op me te maken, hij ging al aan het werk.
De man was niet minder dan vakkundig. Nimmer heb ik na een behandeling zo weinig verschil gevoeld aan mijn gebit als voor de behandeling. Doorgaans heb je, al in het gunstigste geval, het idee dat je iemand anders' gebit hebt meegekregen, en zijn je kaken bont en blauw. Niets van dat alles, deze keer, zij het dat ik pas 5 uur later echt kon vergelijken omdat de verdoving nogal heftig was geweest.
Diezelfde avond werd ik verkouden. Wat was hier aan de hand? Gewoonlijk word je zo verkouden: Je voelt iets aan je neus, dan wordt je hoofd wat warm en duizelig, je gaat meer en meer niezen en snuiten, en als afsluiter krijg je het aan je keel. Als de eerste verschijnselen verdwenen zijn, heb je tot slot nog enkele dagen een dikke keel.
Ditmaal had ik een uur achterover gelegen in een moderne tandartsstoel, mijn keel was vol met gruis gelopen, en mijn lichaam zal gedacht hebben dat ik verkouden moest worden. De volgorde was precies andersom dan normaal. Werkelijk een zeer merkwaardige geschiedenis.

- - -

Heden mocht ik nogmaals aantreden. Als ik van te voren mijn tanden niet zou hebben gepoetst was ik op tijd geweest. De baliedame keek me streng aan. Je weet hoe mensen je soms zo streng en verwijtend van over hun bril aan kunnen kijken. Nou, deze baliedame had niet eens een bril, zó streng keek ze me aan. Haar rechterhand, die toevallig nu aan haar linkerhand stond, keek me verontschuldigend aan. Genoeg om me mijn mond open te durven laten doen. "Ik heb het precies kwart vóór," zei ik. Nu zette de baliedame wèl haar bril op! Ik deinsde achteruit. "U bent te laat!" Het was duidelijk dat ze geen tegenspraak duldde. Gelukkig was de mondhygiëniste nog bezig met de vorige patiënt. Ik mocht wachten.
Had ik maar langer mogen wachten, of was ik maar echt goed te laat geweest, 30 minuten in plaats van 30 seconden.


De nieuwe vorm van reinigen is zoutstralen. Dat is niet fijn. Ik kreeg een soort scheikundebril op, eentje zonder onderkant.
Dit zal ik herhalen, de beschermingsbril had geen onderkant! Dat betekent dus dat wanneer de straal niet tegen mijn tong aankwam (mijn keel liep vol), niet tegen mijn lippen aankwam (mijn gezicht is nu als tartaar) en ook niet mijn neus werd ingespoten (inderdaad, ademhalen was kennelijk niet langer prioriteit) zo via de binnenkant van de bril in mijn ogen terechtkwam.
Daarna werd een groot uitgevallen diamandslijper tussen mijn tanden gestoken en goed heen en weer geragd. "Alle vlees is als gras", ging het door mij heen, terwijl de slijper tot vier maal toe in mijn tandvlees hakte. Toen de slijper eindelijk een keer vastliep stak ik mijn hand op ten teken dat ik er genoeg van had. Ze ging dan maar 'met de hand' verder. De vleeshaak boorde zich diep tussen mijn tanden. Daar waar geen plaats was, werd plaats gemaakt. Ik vroeg me af of ze niet beter maar meteen een nijptang kon pakken als ze mijn gebit wilde lichten.
Zo was ze al een half uurtje gezellig bezig toen ze plots uit het niets opmerkte dat het toch wel heel erg meeviel met dat tandsteen van me. Ik was met stomheid geslagen. Er wilde me niets te binnen schieten. Nu... nu ja... nu vraag ik mij af wat ik daar dan in de eerste plaats in die stoel deed, maar vanmiddag niet. De toon waarop ze het zei was ook merkwaardig: Het was alsof ze mij er op aansprak.

- - -

Dilemma.
In één week tijd heb ik zowel de beste als de slechtste behandeling ooit gehad, van respectievelijk een tandarts en een mondhygiëniste. Ik had mondhygiënistes al niet erg hoog zitten, maar deze heeft de sector wel erg veel kwaad gedaan. Wat moet ik doen... de verzekering opzeggen of niet?
Ik ben er nog niet uit.




lutek Maandag 07 December 2009 at 11:19 pm | | default | Drie reacties
Gebruikte Tags:

Heksenhangplek

Omdat Caja een heksje is, doet ze allerlei heksendingen, maar niet als ik in de buurt ben. Ik kan dus eigenlijk maar bar weinig over heksendingen vertellen. Dat is jammer.
Maar wel mocht ik deze week mee naar het heksencafé. Ik was zeer benieuwd. Wat zou ik te weten komen over heksen? Wat voor idee had ik eigenlijk van heksen? Zou de tarot gelegd worden? Moest ik aantreden in stemmig zwart? (Deelder's monumentale "Operatie Stonehenge" kwam mij levendig voor de geest.) Zou ik als inwijdingsritueel in een kikker veranderd worden? En zo ja, wat voor één?
Neen. Niets van dat alles. Het was niets anders dan een gezellig samenzijn. Geen vlieg- en zweefwerk, geen rituelen, geen séances. Het was er knus en gezellig en we hebben fijn gepraat met deze en gene.
Miste is iets? Misschien wel, maar misschien ook klopten mijn verwachtingen gewoonweg niet. Bij binnenkomst zocht ik vergeefs naar een bak vol bezems, zoals paraplu's in een paraplubak. Die was er niet. Iedereen was met de metro of de auto of op de fiets gekomen. Toen begreep ik al dat heksen eigenlijk ook maar gewone mensen waren. Gedurende de avond werden de heksen gewoner en gewoner. Goed, er waren een paar heksen in het zwart, maar de capes en hoeden ontbraken. De meeste anderen waren in hun dagelijkse kloffie. Er zetten zich enkele dames neer die ik zou willen schetsen als type 'gezellige buuf van om de hoek'.
Wat verbond hen allen met elkaar? Ik legde mijn oor te luisteren en hier en daar begon ik vragen te stellen. Er was iemand die schilderde. Er was iemand anders die slangen in zwaarden zou willen veranderen - ik veerde op - maar nog niet precies wist hoe dat moest - ik zat weer neer. Er was iemand die een boek had geschreven over historische heksengebeurtenissen. Er was iemand met helende zalfjes - ik veerde nogmaals op - die bij nader inzien gewoon bij het Kruidvat waren gekocht - opnieuw zat ik neer. Er was iemand die fan was van Psychic TV en van William S. Burroughs. Er was iemand die van de week een mooie lange jas had gekocht, die heerlijk zat maar die je jammergenoeg zo gek op moest tillen als je de trap opliep. Ik hoorde de gezellige buuf niet om een bloedwijn maar om een kopje thee vragen.
Kortom, het waren volstrekt doodgewone mensen. Ik zag nog niet direct was hen verbond, welk doel hen hier samenbracht. Zochten ze iets? Zochten ze hetzelfde, of zochten ze allemaal iets anders? Er werd me verteld dat op andere dagen er wel degelijk een agenda is, dat er eventueel gepraat wordt over rituelen, dat de jaargetijden scherp in de gaten gehouden worden, dat men verteld over uitgevoerde rituelen... maar deze avond was dat niet zo. Het was niet gewoon meer hoe ongewoon gewoon de heksjes eigenlijk waren.


De term 'heksen' is misleidend. Het heeft niets te maken met dingen uit films van 'the Hammer House of Horror'. In feite beleven de belijders een soort natuurgodsdienst, waarbij inderdaad sommige individuen wat scheutig zijn met merkwaardige ideeën of rituelen, maar waarbij het voor de meesten gaat om harmonie te zoeken in lichaam, geest en natuur. Zoals met iedere overtuiging, stroming, godsdienst of dogma geldt ook hier het bekende gezegde: Geloof hen die de waarheid zoeken, wantrouw hen die zeggen die gevonden te hebben. In elk geval zag ik gelukkig niemand die dacht de waarheid gevonden te hebben en (hoewel er misschien een paar waren die meenden dat de waarheid wel degelijk bestaat) was er niemand die een ander ooit zou veroordelen op zijn of haar doen en laten. Een prettig idee.
Rituelen zijn niets anders dan het scheppen van voorwaarden, het creëren van een sfeer, een toestand, hulpmiddelen, vormen. Waar het om gaat is - net als bij de rest van de mensheid - om rust te vinden, houvast. De één probeert dat te vinden op een pillenparty, de ander op de sportclub, een derde gelooft in een hogere macht, en er zijn ook mensen die boven op een berg een potje gaan zitten zwijgen. De heksen doen het met hekserij. Doodnormaal.

De avond was voorbij gevlogen, voor we het wisten was het 12 uur. De klok sloeg de eerste van 12 slagen. We pakten onze spullen bijeen, daar kwam de barman al aangelopen. Met bezem!! Hij veegde iedereen uit zijn café. Het was de enige bezem die ik deze avond heb gezien.




lutek Vrijdag 04 December 2009 at 01:22 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: