Mensen Die Koffie Drinken

"Mensen die koffie drinken met melk en suiker, dat zijn altijd de gezelligste mensen. Wist je dat?"

Ik wist het niet, maar ik ging er over nadenken. Ik weet nooit zo 1,2,3 wie mèt en wie zonder drinkt. Sterker nog, ook 4,5,6 weet ik het niet, en als ik koffie inschenk voor bezoek moet ik het ook altijd opnieuw vragen, ook bij de tweede ronde. Maar wacht... van sommige mensen weet ik niet zeker of ze mèt drinken, doch van sommige anderen weet ik wèl zeker dat ze zónder drinken. Zou het één makkelijker te onthouden zijn dan het andere? Ik wijdde uit over koffie puur en koffie minder puur. Houd je eigenlijk wel van de smaak van koffie als je met melk en suiker drinkt? Ik had ooit een tante die, principieel als zij was, pertinent weigerde de equalizer van haar platenspeler te benutten bij het beluisteren van de een of de andere symfonie, ook al vond ze die eigenlijk niet zo mooi. Niet zo mooi als die had kunnen zijn als ze bijvoorbeeld - ik noem maar een zijstraat - de blazers wat op de achtergrond zou hebben gedraaid. Nee, driewerf nee, betoogde ze, te vuur en te zwaard, een symfonie moet je beluisteren zoals die hoort te zijn. Oom frutselde wat aan de zoom van zijn pantalon. Dat vind je dan mooi, of dat vind je niet mooi, maar je mag er niet zomaar je eigen symfonie van maken. Iets met heiligschennis volgde geloof ik, ik weet het niet meer precies. Vinnig zette ze de koffie op tafel, schonk zichzelf de eerste bak in, met melk en suiker. Zo, lekker bakkie!, brulde ze door de huiskamer. Niemand durfde haar tegen te spreken. Even was het stil. Toen schraapte toch iemand de moed bij elkaar om op te merken dat koffie met melk en suiker misschien eigenlijk ook niet helemaal puur is. Doodse stilte. En de stilte duurde maar. Tante gooide haar lekker bakkie achter in haar keel en kwakte het kopje op tafel. Een krakeling viel van een schoteltje. Dat is iets heel anders!

"Maar als ik aan de mensen op mijn werk denk, dan is het weer precies andersom."

lutek Maandag 29 Maart 2010 at 11:11 pm | | default | Geen reacties

Roffelplof

Jazz is niet arrogant genoeg. Terwijl juist jazz zich er bij uitstek, meer dan de meeste andere soorten muziek, voor leent om gespeeld te worden met wat goed gedoseerde arrogantie, soms. Niet de hele tijd, en niet van één persoon, maar op bepaalde liefst onverwachte momenten. Een impuls. Een knal, een klap. Een uithaal. Een andere weg dan de weg die in was geslagen. Let's fuck shit up! Zien wat er gebeurt.
Helaas. Jazz kijkt braaf om zich heen... mag ik?... sorry dat ik het vraag... vinden jullie het goed als ik eventjes de leiding neem?... ik beloof geen gekke dingen te doen...
Heb ik iedereen nu aangekeken? Is iedereen er van op de hoogte? Mooi, dan ga ik nu iets spontaans doen.


Er was zodoende weinig verrassends aan het optreden in Dizzy. Niettemin had ik een puike avond. Mieters. Ik had de eerste helft van de avond getreuzeld, maar toen ik eindelijk de deur binnenliep was ik net op tijd voor de pauze tussen de eerste en de tweede set. Als altijd in Dizzy begeef je je tussen mensen uit alle delen van de wereld. Een Noor stond met een Zuid-Afrikaan te praten. Een Keniaan maakte een dansje met een Braziliaan. Iedereen was er.
Nou ja, iedereen?... er hadden nog wel wat mensen bijgekund. Pierre van der Linden, de drummer van Focus zat achter het drumstel, die verdient iets meer aandacht dan een willekeurig andere drummer. De Keniaan groette me en deed alsof wij elkaar kenden, wat niet zo was. Hij meende me hier vorige week al gezien te hebben. Ik vertelde dat ik hier laatst wel was, maar dan al zeker twee maanden geleden. Hij dacht na en besloot dat hij me toch eerder gezien had, hij wist het bijna zeker. Ik besloot dat het zeer wel mogelijk was dat wij elkaar eerder hadden ontmoet maar dat hij dan waarschijnlijk iets mankeerde aan zijn kortetermijngeheugen en ik iets aan mijn langetermijngeheugen. Zo, dat was ook weer opgelost. Snel nu maar iets bestellen.


Jeugdvriend Jan begroette me en introduceerde me aan Pierre. Het is bijna niet voor te stellen maar het gesprek ging al heel snel over muziek. Jan was vol lof over Pierres drumkunsten. Drummen komt niet uit de spierballen, een goede drummer weet dat. Ik vulde aan dat inderdaad de kunst van het weglaten in de muziek een niet te onderschatten gave is. Jan borduurde verder. Precies, het gaat erom de suggestie wekken, dan bespaar je je de helft van de slagen. Voorbeelden uit de muziekgeschiedenis passeerden de revue. Het was jammer dat ook het publiek vanavond de kunst van het weglaten beoefende.
De pianist vervoegde zich bij ons. Jij speelde 5 en ik 7.
Ja, dat klopt, maar hij zat in een 11.
Juist, en toen ging Pierre opeens weg.

Pierre lachte schaapachtig in wolfskleren. Pierre gaat kennelijk wel vaker opeens even weg, muzikaal gezien. Op een drafje gaat hij er dan vandoor en probeer hem dan maar eens bij te houden.
Ik dacht dat ik misschien meer van het gesprek zou snappen als ik een Leffe Dubbel tot de orde zou roepen. Dat bleek niet zo te zijn, maar niettemin had ik intussen toch maar mooi van een Leffe Dubbel kunnen genieten.

De tweede set begon. De spontaniteit die ik in jazz hoop te vinden sprankelde wederom niet van het podium af. Toch was er genoeg te horen en te zien. Spelen kunnen die gasten wel, daar kan je niks van zeggen. Bomans in gedachten hebbend, verzuchtte ik: Had ik maar één zo'n drumstok.




lutek Zondag 28 Maart 2010 at 10:44 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Het Gras, Het Park, De Stad

Onbegrijpelijk, dat Harry Mulisch ooit een fatsoenlijke tekst heeft geschreven. Ik neurie wat voor me uit, het is de eerste lentedag van het jaar.

Het gras, het gras, waarop wij lagen
Heeft zich al lang, allang weer opgericht...


Ik moet al vaak genoeg mijn wereldbeeld bijstellen. Als nu ook vadertje Mulisch nog eens meer dan behoorlijke liedteksten uit zijn iets te ruime mouwen gaat schudden, waar is dan het einde?

Een jongeman spreekt me aan. Excuse me sir, do you live here?
Ik kijk even schichtig om me heen maar herstel me direct. Here... errr... you mean, right here in the park?
Hij bedoelde niet in het park. Hier, in Rotterdam. Voor iemand die verder weg woont van 'hier' is de aanduiding nauwkeurig genoeg. Voor iemand die in Rotterdam woont zou 'hier' te algemeen zijn. Een interessant verschil waarover ik geen tijd heb verder na te denken. Natuurlijk bedoelt hij of ik in Rotterdam woon. Ik bevestig dit, born and raised. Hij wil me wat vragen stellen, als dat mag. Dat mag vanzelfsprekend.
Door de manier waarop hij zich introduceerde vermoedde ik al dat het om meer dan persoonlijke interesse ging, maar ik ben licht verbaasd als 1,2,3 een camera wordt opgesteld, de stand van de zon wordt bekeken en er iemand om mij heen loopt om de beste positie van het geluid vast te stellen. Dit is meer dan ik had vermoed.


Ik word gevraagd het een en ander te vertellen over Rotterdam, over Het Park, over natuur/cultuur, over muziek en musea, over de stad, andere steden, over toerisme en wat een toerist in Rotterdam zou moeten doen. Op die laatste vraag heb ik zo snel geen antwoord en verwijs de denkbeeldige toerist liever door naar een lang weekend Amsterdam. Toch, ja, toch schiet mij iets te binnen, wat is er speciaal aan Rotterdam... de architectuur, die is wereldberoemd. Zelf heb ik er niks mee, maar als iemand dat wel is zal hij zich kunnen laven aan de gelukte en minder gelukte hoogstandjes van de Rotterdamse skyline en baseline.
De jongeman en zijn assistente kijken elkaar even kort aan, ik zie een wenkbrauw onwillekeurg een gat in de lucht springen. Ik haal de oorlog er nog maar eens bij ("Don't mention the war") en verzin ter plekke dat de architectonische uitspattingen hier ter stede wellicht hun oorspong vinden in de alles vernietigende wederopbouw in welke toestand deze stad zich al 60 jaar bevindt. Kom aan, ik haal de Euromast er zelfs bij, die staat ten slottte vlak naast me - subtiel gehint door het flitsend camerawerk voor mij - en geef wat feiten en jaartallen ten beste. Het kan niet op.

Na 8 minuten en 40 seconden, zo lees ik op de tijdsmeter van de geluidsapparatuur, is het voldoende. Meer dan voldoende. Dit hadden ze niet durven hopen. Wat een verhaal. Ze stellen zich nu pas voor als uitwisselingsstudenten van Portsmouth Uni of Architecture, en ik heb naar alle waarschijnlijkheid exact gezegd waar ze op hoopten. Als het interview in scene gezet zou zijn, was het niet beter geweest dan dit. Ze zijn zeer in hun nopjes, en ik daarmee ook.

Het park, het park...
Even bekijk ik Het Park met nieuwe ogen.




lutek Donderdag 25 Maart 2010 at 09:24 am | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags: , ,

Boksen

Ik heb gebokst vandaag. Eerst werd ik knock out geslagen, toen sloeg ik de ander knock out. Het duurde maar een paar minuten maar ik had daarna overal spierpijn. Caja heeft een wii spelcomputer gekocht en zoals iedereen vast weet, kun je daar tal van sporten mee bedrijven in een vertrouwde huiselijke omgeving.
En op een behoorlijk realistische manier. Zo realistisch dat ik na afloop van de bokswedstrijd mijn excuses aanbood. Sorry dat ik je zo vol op je gezicht heb geslagen. Dat zou ik in het echt nooit doen, hoor. Zeker niet met je bril nog op.


Daarna ben ik verslagen met bowlen, golfen en boogschieten. Bowlen had ik ooit eerder gedaan, bij Molvriend Arco thuis. Hij vroeg mij toen of ik kon beoordelen hoe realistisch het spel was. Ik antwoordde door twee maal achter elkaar precies mijn echte gemiddelde te scoren. Ik zat zo in het spel dat ik enkele malen bijna de afstandbediening door het tv-scherm heen gooide. Reden voor Arco om snel over te schakelen naar schansspringen.
Ik heb een virtuele Lutek gemaakt. Als ik niet speel zal ik toch af en toe, als publiek bijvoorbeeld, in beeld verschijnen wanneer andere mensen op die spelcomputer spelen. Ik ben te herkennen aan het rode shirt.




lutek Maandag 22 Maart 2010 at 12:49 am | | default | Drie reacties
Gebruikte Tags:

De Week van de Telefoon (5)

(een kantoor-feuilleton in 5 delen)

Het telefoonweekje komt ten einde. Zal ik na vandaag nooit meer telefoon krijgen? Vast wel. Als het zo zou werken zou ik onmiddellijk 5 keer achter elkaar schrijven over nooit de jackpot winnen.
Vandaag stond de tijd soms een beetje stil maar de telefoon zeker niet. En als die toch even stil stond verschoof ik hem snel een stukje. Net zolang tot hij weer....

tringgggg

-Goedemiddag
-Goedemiddag meneer, mag ik degene spreken die bij u in het bedrijf het meest betrokken is bij beslissingen over de aankoop van zware drugs?
-Sorry, mevrouw, wij zitten niet in de zware drugs. Dat mag niet.
-Dat mag niet?
-Nee, dat is verboden. Wist u dat niet?
-Nee...ehhh... wat is er dan verboden aan zware trucks?
-Oh, trucks. Sorry. Dat mag wel.
-Ja.
-Ja.
-Mag ik die persoon spreken?
-Wie?
-Degene die bij u in het bedrijf het meest betrokken is bij beslissingen over de aankoop van zware trucks?
-Die kopen wij niet. Wij vervoeren niet, wij doen vervoeren. Dat klinkt heel gek, ik weet het, ik heb er zelf ook een hekel aan als mensen zeggen "Ik doe koffie drinken" in plaats van "Ik drink koffie", maar in dit geval is het gebruik van 'doen' correct. Wij doen vervoeren, zo staat het al 100 jaar omschreven in de cursus expediteur van de Jan Backx haven- en vervoersschool.
-Dus u heeft geen...
-Nee. Wel heb ik een collega met een verbazingwekkend grote auto, ik weet niet of u daar iets aan heeft, maar een truck zou ik het niet willen noemen.
-Dan gaat het over.
-Waar gaat het over?
-Ehhh... als u geen zware trucks heeft.
-Nee, helaas. Zal ik voor de zekerheid nog even aan mijn collega's vragen of er wel iemand geïnteresseerd is in zware drugs (hoewel dat eigenlijk niet mag) ?
-Als u denkt...
-Ogenblikje, alstublieft.


-Nee, geen liefhebbers van zware drugs bij ons.
-Helaas.
-Ja, erg jammer.
-Goedemiddag, meneer
-Dag, mevrouw.

Het duurde lang voor het 5 uur was, maar dat is uiteindelijk toch gelukt.




lutek Vrijdag 19 Maart 2010 at 9:55 pm | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags:

De Week van de Telefoon (4)

(een kantoor-feuilleton in 5 delen)

Ik schrijf over telefoon deze week, maar eigenlijk schrijf ik erg veel over wachten en wachtmuziek. Kennelijk kan het een niet zonder het ander. Maar naar verhouding hebben we in Nederland weinig te klagen. Ik hoor wel eens van mijn Amerikaanse collega's dat het geen uitzondering is om een half uur aan de lijn te moeten hangen om iemand te spreken te krijgen als ze een rederij bellen. Het heeft te maken met de belabberde service van bepaalde rederijen, rederijen die niet verder kijken dan de geboekte container. De container is geboekt, het geld is dus al 'in the pocket', er hoeft vanaf dan geen service meer verleend te worden.
Het is niet ondenkbaar dat onder die omstandigheden een aanbieder van een keuze-wachtmuziek-menu goede zaken zou doen. Een gat in de markt (als het al niet bestaat). Goed, ik moet dan een half uur wachten voor ik iemand kan spreken bij deze kutrederij, maar in ieder geval kan ik mijn eigen muziek kiezen, en dat kan niet bij die andere kutrederij. Dat zal ongeveer de insteek zijn.

Wilt u pop/rock horen, toets 01
Gaat u liever voor disco/house, toets 02
Dommelt u graag in op de klanken van jazz/fusion, toets 03
Zwijmelt u het liefst weg bij licht klassiek, toets 04
....
Volhardt u er in de grote symphonieën als eeuwig te beschouwen, toets 15
Hebt u toch al geen hersens meer dus kan het net zo goed trash metal zijn, toets 16
Probeert u de wachttijd weg te Zennen met minimal music, toets 17
....
Is avantgarde/piepknor helemaal uw ding, toets 33
Bent u in de noise/no wave, toets 34


Ik stel me zo'n soort menu voor. Niet onaardig, met die kanttekening dat wanneer je de nummering niet uit je hoofd kent, je mogelijk lang moet wachten tot er iets van je gading bijzit.


Het kantoor waar ik werk heeft geen wachtmuziek op de telefoon. Het is stil voor de wachtenden. Dat is uit de tijd, dat is niet iedereen meer gewend. Soms zet ik iemand in de wacht die snel daarop ophangt en meteen terugbelt. "Er ging iets fout!", zegt hij zwaar gepikeerd. Eufemistisch bedoelt hij te zeggen dat hij van de lijn werd afgeknikkerd. Als ik zeg dat we geen wachtmuziek hebben, klinkt verbazing in zijn zwijgen.
Wat is er mis met stilte? Is het voor sommige mensen beangstigend? Hebben we te veel en te vaak in liften gestaan en in supermarkten gelopen. Misschien helpt een keuzemenu.

Toets 1 voor stilte.




lutek Donderdag 18 Maart 2010 at 10:33 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

De Week van de Telefoon (3)

(een kantoor-feuilleton in 5 delen)

Er zijn weinig dingen vervelender dan wachtmuziek. Ik bedoel hier niet de radio, hoewel die ook vervelend kan zijn. Ik bedoel ook niet een bandje van een uur met liftmuziek. Nee, er zijn stukjes muziek in de handel die speciaal gecomponeerd zijn voor de wachtende kantoorpik. Sommige van die muziekjes zijn aangekocht door wel honderden verschillende firma's in binnen- en buitenland. Je loopt dan kans het zomaar 10 keer in een uur te horen. Zo'n stukje muziek heeft geen begin of eind, het duurt in feite maar een seconde of 15 en begint dan weer opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Naadloos opnieuw. Alsof het onderdeel is van een veel groter geheel. Een magistrale compositie die de gehele wachtende wereld ver overschreidt. Het hypnotiseert, het trekt je leeg, het zombificeert.


Het kan ook anders. Soms hoor je zo’n leuk nummer als wachtmuziek dat je meteen wilt weten hoe het heet en wie het zingt. Snel typ je dan wat flarden opgevangen tekst in de zoekmachine op internet, maar - dat zul je altijd zien - dan komt net de persoon die je wilde spreken aan de lijn. Dubbel vervelend. Want enerzijds is het een beetje gek om die persoon een paar seconden te laten wachten, anderzijds weet je dat als je nu je zoekopdracht niet afmaakt je straks vergeten bent wat de tekst was van het nummer dat je wilde opzoeken. Even hang je in niemandsland en voel je hoe tegelijkertijd uit je geheugen verdwijnt wat je wilde vragen en wat je wilde typen. Weg. Verdwenen. Foetsie.
Eindelijk begint het gesprek, je handelt het snel af, en maakt ongetwijfeld geen goede indruk maar dat kan je even helemaal niks schelen. De rest van de dag zit je met een nummer in je hoofd waarvan je je niets meer voor de geest kunt halen.

Vandaag stond ik in de wacht bij een bevriende rederij en luisterde aandachtig naar een herbewerking van Bowie’s The man who sold the World… gezongen door een op generlij gebied uitblinkend huppelzangeresje… het gitaarslot was omgebouwd tot saxofoonslot. Ik ben geen saxofoob en ook geen Bowie-fanaat maar dit was werkelijk te afschuwelijk voor woorden. Ik had er geen oren voor. Toen ik na een minuut opnieuw de telefoniste aan de lijn kreeg … sorry meneer, hij spreekt nog… zei ik dat ik bij nader inzien geen container meer wilde boeken. Ze bedankte me en wenste me nog een goedemorgen.




lutek Woensdag 17 Maart 2010 at 7:59 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

De Week van de Telefoon (2)

(een kantoor-feuilleton in 5 delen)

Ik wacht en ik wacht. En ik wacht nog eens even. Als ik uitgewacht ben, moet ik weer wachten. Ik wil iemand spreken die spreekt. Email op het werk heeft misschien nadelen, maar die wegen niet op tegen de voordelen. Een van de grootste voordelen van het gebruik van email boven telefoon is dat je nooit in de wacht komt te staan.
Als je belt naar iemand, hoe dringend ook, heb je ongeveer 50% kans dat je die persoon onmiddellijk te spreken krijgt. Ik weet eigenlijk niet precies waarop ik dat getal baseer. Ik zeg maar wat, je hangt aan de telefoon, en je gedachten vliegen dan wel eens alle kanten op. Het is een schatting, uiteraard, maar terwijl ik er over nadenk, zie ik het getal al meteen kleiner worden. Veel bedrijven hebben namelijk een telefoniste m/v (zo goed als altijd een v/v) en je moet de telefoniste-tijd natuurlijk ook als wachttijd rekenen, ook al is die meestal maar kort. In de gevallen waarin je het soms beter kunt vinden met de telefoniste dan met de persoon die je zo dringend moest spreken geldt geen uitzondering. Nee, behalve wanneer je louter en alleen belt om een afspraakje met die telefoniste zelf te maken moet telefoniste-tijd ook tot wachttijd worden gerekend.


Het kan wel eens een behoorlijke tijd aanlopen, de wachtstand. Je gedachten zijn eerst nog bij het werk, je kijkt even een dossier door, je kijkt er nog een paar door, je legt wat mappen op volgorde, je bekijkt snel wat emailtjes die net binnenkomen, klikketiklik, pomperdepom, zo dat is ook weer gedaan. Je controleert de sportuitslagen van gisteren op internet. Zozo, je club heeft gelijk gespeeld, we gaan vooruit. Een collega begint een verhaal op te hangen tegen een andere collega. Wat hij nu toch meemaakte zojuist in de pauze. Je lacht mee en er schiet je zelf ook een verhaal te binnen, een mop eigenlijk, want zoals je het vertelt is het niet helemaal in het echt gebeurd, maar dat geeft niet want de anderen waren er toch niet bij. Je hebt de aandacht gevat, gezichten kijken verwachtingsvol jouw kant op. En net op het moment dat je bij de clou bent aangekomen, hoor je opeens: "Jansen".
Even is het dan stil. Je hebt geen flauw benul waarom je Jansen zo dringend had willen spreken. Gesprekken van collega's komen weer langzaam op gang. Je slaat je dossier open maar het is niet het goede dossier. Om tijd te rekken, doe je nog even of je iets wilt zeggen, maar je weet niet hoe je de zin zou moeten beginnen. "Ja luister, ik heb nog een telefoontje", bromt Jansen in de hoorn, "bel me anders straks maar weer."

Twee minuten later weet je weer waarom je Jansen zo nodig moest hebben. Je wilt nu van alles doen, behalve Jansen bellen. Toch moet het, want het is dringend. Opnieuw sta je tien minuten in de wacht.




lutek Dinsdag 16 Maart 2010 at 7:27 pm | | default | Geen reacties

De Week van de Telefoon (1)

(een kantoor-feuilleton in 5 delen)

Deze week is het niet zo druk op kantoor. Vakantietijd? Einde van de winter? Algehele malaise? Al sla je me dood, ik weet het niet. Weinig emails, weinig telefoontjes. Maar juist omdat de telefoon niet de hele dag gaat, ben ik de hele dag met de telefoon bezig. Want net op het moment dat ik denk: Ik ga even iets anders doen, dan gaat de telefoon. En als dat een paar keer achter elkaar gebeurt, dan voel ik aan mijn Pavlov-water, dan gaat het weer gebeuren. Soms gaat er vijf minuten geen telefoon, wat best lang is, en toch weet ik dan: als ik nu iets anders ga doen, dan belt er net iemand. Of ook denk ik dan: Als ik na het vorige telefoontje niet vijf minuten had gewacht, maar direct met iets anders was begonnen, dan was ik er nu al mee klaar geweest, en waarschijnlijk denk ik ditzelfde opnieuw over nog eens vijf minuten. Dilemma, dilemma.

Wat ik zou kunnen doen is zelf wat telefoontjes plegen. Er zijn altijd wel mensen die ik nog moet bellen. En er zijn genoeg collega's die eventuele bellers te woord kunnen staan wanneer ik aan de lijn zit. Sterker nog, de meeste gesprekken zijn ook voor die collega's. Het is dat ik er geen geduld voor heb de telefoon langer dan één keer over te laten gaan. Belt iemand ons kantoor, krijgt die negen van de tien keer mij aan de lijn.
Maar ik schrijf liever een email aan iemand die ik nog iets moet laten weten, dan dat ik bel. Het gaat sneller, en het staat zwart op wit. Of blauw op licht-groen, of rood op geel, al naar gelang je persoonlijke scherminstellingen.

Als ik mijn werk op orde heb, heeft niemand er bezwaar tegen dat ik een boek zou lezen. Toch doe ik dat niet. Ik kijk wel wat op internet, maar een boek lezen kun je beter niet doen als je ieder moment een onverwacht telefoontje verwacht. Dat lijdt af.


Ik heb een email geschreven waar ik nog antwoord op verwacht. De tijd begint te dringen. Ik heb het antword nu binnen een kwartier nodig anders ontstaat er wachttijd op de terminal. Tijd is geld, stilstand is achteruitgang, de vis wordt duur betaald, en meer van die dingen, vul maar in. Ik besluit dan toch maar te bellen. De persoon die ik wil spreken blijkt vandaag helemaal niet aanwezig te zijn. Vreemd, vanmorgen kreeg ik nog wel een reactie van hem, per email. Die reactie was van een collega die verzuimd had zich als zodanig kenbaar te maken, zo blijkt nu. Het is in sommige bedrijven mode om een hele afdeling als één organisme te zien, met allerlei tentakels, maar zonder vaste namen. Emailadressen zijn niet langer van één persoon. De gedachte (of erger: filosofie) is dat je als klant altijd geholpen wordt, door wie dan ook. De praktijk echter, is dat je door niemand geholpen wordt omdat iedereen denkt dat een ander het wel doet.

Een ander modeverschijnsel bestaat uit het tegenovergestelde:
-Goedemiddag, met Lutek, OceanAir, mag ik svp een tarief voor een 40ft naar Ningbo?
-Wie is uw verkoper?
-Sorry?
-Uw contactpersoon, op de afdeling verkoop.
-Ehhh, dat weet ik niet. Heb ik die?
Ik hoor gezucht aan de andere kant. Met moeite wordt ik doorverbonden. Op de afdeling aangekomen, wordt ik nog 2 keer doorverbonden voordat iemand in de computer opzoekt wie mijn verkoper is. Ocean Forwarding, Oceannet, Airocean, Oceania, Oceanzus, Oceanzo... maar ik sta er niet bij. Probleem.
Het opzoeken van een tarief kost meestal een seconde of vier, en voor een bekende bestemming als Ningbo weet de verkoper het vaak ook gewoon uit zijn hoofd.
-Ohhhh, het is één woord, OceanAir.
-Ja, het is één woord.
-Ik zie al wie je contactpersoon is.
-Mooi
-Maar die is er niet vanmiddag.
-Heeft u geen tarief voor me? Ningbo, vast niet zo moeilijk.
-Ik zal de vraag aan hem doorspelen. Morgen is hij er weer.
Ik hang op en bel de concurrent.




lutek Maandag 15 Maart 2010 at 9:50 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

De Andere Ier

De Ierse pub is een begrip in Rotterdam. De pub heeft een naam maar eigenlijk hoef je die niet te noemen. Als je het over De Ierse Pub hebt, weet iedereen wat je bedoelt. Maar De Ierse pub is niet de enige Ierse pub in Rotterdam. Eigenlijk zou je het dus moeten hebben over Een Ierse pub. De andere Ierse pub heet O'Shea's en is gelegen aan de Lijnbaan. Het was al jaren geleden dat ik er een bezoek had gebracht. Hoog tijd dus.

Op het podiumpje stonden twee mensen te spelen en te zingen. Net iets meer dan een achtergrondorkestje. Het was niet druk in de pub, er waren diverse vrije krukken. Uit logistiek oogpunt koos ik er een in het midden van de bar, de kortste weg naar een versnapering. Ik bestelde een pint Kilkenney en keek wat om me heen. Jaren geleden was deze pub een concurrent van de andere pub, maar zo zag het er nu niet meer uit. Maar in de andere Ierse pub kun je niet echt een normaal gesprek voeren, hier wel. Een pluspunt dus.

Op het podiumpje werd een langzaam nummertje ingezet. Een dame zong, een heer speelde gitaar. De dame haalde uit, met haar stem. De heer deed iets dergelijks met de snaren. Ze kwamen gezamelijk tot een hoogtepunt waarna een bescheiden applaus hun deel was. Een special guest werd aangekondigd, all the way from Russia. Dat de special guest all the way from Russia kwam, kon je goed zien aan zijn overhemd. Dat was diep in zijn spijkerbroek geschoven. Hij pakte een gitaar en zette het intro in van Knocking on heaven's door. Hij stond een beetje gebogen over de gitaar, misschien zat zijn overhemd iets te strak in zijn spijkerbroek en kon hij niet meer goed overeind staan. Iemand zou het hem eens moeten zeggen. De dame zong minder gepassioneerd dan bij het vorige nummer. Ze danste wat theatraal en onbeholpen en leek zichzelf daarmee te willen overtuigen dat ze het echt wel een goed nummer vond.
Een snel nummer volgde. De dame straalde, danste in de maat, en zong nu met veel meer overtuiging. Het klonk een stuk beter zo. Toch mijmerde ik weg. Niemand was in de stad deze avond, niemand die ik kende. Wat dan meestal gebeurt is dat ik niet simpelweg van de muziek of de omgeving zit te genieten, maar dat ik alles om me heen probeer te duiden, een plaats te geven, te benoemen. Dat lukt bijna nooit, omdat je nu eenmaal zelden iets zeker kunt weten. Het hoeft ook niet, het is niet nodig. Afleiding openbaart zich dan in een gesprek met buurman en buurvrouw.

Ondertussen zette de barman een nieuwe pint neer en oude muziek op. De live muziek had even pauze genomen. Sympathy for the devil klonk uit de speakers. Dat stemde mij zeer vrolijk, want dan kon de live muziek het niet maken om het straks ook nog eens te spelen. Het had in hun reportoire gepast, maar van sommige nummers moet je nu eenmaal afblijven. Buurman en buurvrouw bestellen iets drinkbaars, een grote en een kleine. Geweldig om te zien hoe de barman, net als alle andere barmannen van de wereld, de maat van een grote en een kleine met handgebaren aanduidt. De grote is een halve meter, de kleine een centimeter of vier. Schonken ze maar echt zulke grote pints.
Komende woensdag is het St.Patrick's Day. De/Een Ierse Pub zal uitpuilen. Ik verwacht dat het gezelliger is in de deze andere Ierse pub.






lutek Zondag 14 Maart 2010 at 11:18 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Hoogland/Bennink in 4 Delen

VPRO Radio 6 Jazz op de achtergrond te houden is een kunststukje op zich. Bennink roffelt, Hoogland rafelt, het manifesteert zich boem de huiskamer in - krannnggggg! gebeurt er wel 4 minuten in 120 seconden. Je hebt geen tijd om te... wat het ook was wat je wilde doen.

Plots klapt het hongerig publiek, verbaast daarmee zichzelf ook, lijkt het. Het ging heel snel, een kleine speelruimte was voldoende. Dan opnieuw is er speelruimte. Langzamer nu, maar met meer toontjes en riedeltjes en tokkeltjes dan daarnet. Dit moet deel 2 zijn.
Een korte stilte. Nu slaat het publiek de plank mis, het valt te vroeg in. Dit is nog steeds deel 2. Wedden dat ze straks tussen deel 2 en 3 te laat zullen klappen. Of helemaal niet.

ting tikkeding boem-roffel-plof pats

stilte

zie je wel

ik dacht het al

Is dit nu deel 3 of deel 4, ik weet het eigenlijk zelf niet meer. De piano krijgt er van langs. De piano neemt de leiding. De piano gaat er vandoor. Sleurt dan Han Bennink mee, ik zie hem voor me, want ik heb hem wel eens live gezien. Zie door de luidspreker hoe hij hand over hand, desnoods met voet op snaredrum boem-boem-roffel-ploft omdat dat net iets beter uitkomt dan wanneer hij niet zijn voet daar neer zou zetten. De piano krijgt er van langs. HB gaat een eindje om, het drumstel is niet groot genoeg, andere delen van het Bimhuis doen het ook uitstekend als drumstel.

Het publiek lacht. Zouden de heren van instrument gewisseld zijn? Kadans kadans-dans, het klinkt als een klok, het klonkt als een klik. Het klangelt en triangelt. Oscar-Jan heeft de piano gemold, nou ... niet gemold maar ontstemd (zo meldt Vera V ons na afloop), hij dacht dat de piano ook een drumstel was. En geef hem eens ongelijk.

De luidspreker zwijgt. ik heb hem het zwijgen opgelegd. Zo klinkt het ook wel mooi. Anders, wel. Stiller. Radio 6 Jazz nu pas echt op de achtergrond.






lutek Zondag 14 Maart 2010 at 12:35 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Ontdooien

De dames zijn niet van ijs. Ze leken dat lang te zijn. De hele winter lang. Nu ontdooien ze. Dat gaat langzaam. Dat duurt nog wel een tijd. Maar langzaam zie je dat ze niet van ijs zijn. Ze zijn van steen.


Dit is geen analogie, geen metafoor, geen vergelijking. Het is een wandeling in Het Park. Twee maanden geleden was er bijna geen dame te zien, nu zijn ze goeddeels onbedekt.
Vorige week moest wegens dorpse verordening, ergens in een plaatsje aan de buitenrand van de middle of nowhere (New Jersey), een sneeuwpoppenmaker zijn creatie, geïnspireerd op de Venus van Milo, een BH aandoen. De sneeuwpop zou volgens omwonenden aanstootgevend zijn.
De ijzige, stenen dames in Het Park werden al eens getooid in jas of hoed, maar een BH heb ik ze nog niet aan zien hebben.


Ik zag een familie nijlganzen over het ijs schuiven, Nijlganzen zijn van alle parkbewoners altijd het eerst met jongen. Ik ben ornitologisch onvoldoende onderlegd om verdere belangwekkende mededelingen te doen. Ik heb geen vroege vondsten gedaan, ik zag nog geen zwaluwen. Ik zag alleen de dames, ook al waren ze van steen.




lutek Vrijdag 12 Maart 2010 at 9:19 pm | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags: ,

Katzenjammer-jammer

In WATT is altijd wat te doen. Toch ben ik nog maar weinig in WATT geweest. Drie keer, geloof ik. Dat is niet vaak, de zaal bestaat al een jaar of twee. Hoog tijd om weer eens een bezoek te brengen. Caja had het voorstel om Katzenjammer te gaan zien. Een goed idee. Ik heb ze een half jaar geleden al eens niet gezien, toen in Rotown.*

(* Goed, goed, ik weet het: als ik ze niet gezien heb, heb ik ze niet in Rotown gezien, en net zo goed niet in Dizzy, en niet in Ahoy, en niet in Paradiso, en ook niet in de huiskamer hier. Ik bedoel te zeggen dat de band in Rotown speelde, en dat ik ze daar toen niet gezien heb, want ik was op dat moment niet in Rotown.)

Katzenjammer komt uit Noorwegen en nog niet veel mensen kennen ze. Des te leuker dat ze nu opnieuw in Nederland waren. Behalve Caja zou ook De Fluisterende Dame meegaan. De Fluisterende Dame is ook een zeer voorzichtige dame, maar ze fluistert meer dan dat ze voorzichtig is, zodoende heet ze niet De Voorzichtige Dame. Voorzichtig informeerde ze op fluistertoon of we van te voren toegangskaartjes moesten kopen. Dat was natuurlijk niet nodig, ben je mal? Op een maandagavond zeker? Nee hoor, dat verkoopt nooit uit. Hoeveel mensen gaan er in de kleine zaal, een stuk of 300? Kwart over 8 à half 9 is ruim op tijd.


Wij hadden echter buiten de waard gerekend. En als we alleen buiten de waard hadden gerekend, dan was het nog tot daar aan toe. De waard kocht één kaartje voor zichzelf, en nog eentje voor de waardin, maar dan had je het wel gehad. We hadden echter ook buiten Juffrouw Neuzel van de opleiding CKV gerekend. Laat Juffrouw Neuzel nu uitgerekend deze avond haar 50 niet-welwillende kinderen naar een concert van Katzenjammer meesleuren. En ze kwamen nog allemaal opdagen ook! Hoe krijgt ze het voor elkaar!
50 kinderen die niet van deze muziek houden, vanavond eigenlijk iets anders hadden willen doen, een verslagje moeten schrijven waar ze al tijdens het derde nummer aan beginnen, bij het vijfde nummer mee klaar zijn, en bij het zesde nummer bij toerbeurt Juffrouw Neuzel aan de praat gaan houden zodat de anderen er alvast tussenuit kunnen glippen. En wij stonden in de kou voor de deur, zonder kaartjes.

Caja vloekte binnensmonds, ik vloekte buitensmonds, en De Fluisterende Dame zei ook iets maar dat kon ik niet verstaan. We hingen nog wat doelloos rond voor de deur. Keken doelloos in Pathé of er nog een leuke film draaide, maakten nog een pitsstop in een kroegje, maar toen was het welletjes. Vanavond geen Katzenjammer. Jammer.




lutek Dinsdag 09 Maart 2010 at 11:40 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

PHPD

Moeder komt onverwachts op bezoek. "Zijn jullie thuis?", vraagt ze als we de deur opendoen. Ja, wij zijn thuis, kom binnen. Ik wil al koffie zetten, maar ze heeft liever thee. Ze heeft de hele dag al koffie gedronken. ze is naar kennissen geweest, voor een verjaardag van de jongste, die was er trouwens zelf ook, de jongste, ze had gedacht dat die er niet was, omdat die ergens anders zou zijn, en de anderen waren er ook, haar broer en haar zus, die studeren, eentje zit er in Delft en de ander zit een half jaar in Japan, die is zo knap, die studeert, ja wat ze studeert moet je niet vragen, dat is zo ingewikkeld, dat dat allemaal past in zo'n klein koppie, onvoorstelbaar, maar de jongste die tobt een beetje met de gezondheid, dat heeft ze altijd al gehad, dat weet ik nog van vroeger toen...


Als de koffie is uitgeprutteld en de thee door de ruimte fluit, haalt ze een envelop tevoorschijn. Oh ja voor ik het vergeet, deze postzegels, die heb je misschien nog niet, ik heb de kerstkaarten opgeruimd, daar zaten ook een paar buitenlandse zegels bij, ik denk die neem ik mee, je kunt alles wel laten staan, maar je moet het toch een keertje opruimen, voor je het weet is het weer kerstmis.
Ze beschrijft nog snel even welke bussen en trams ze heeft genomen op heenweg zowel als terugweg. Dan trekt ze haar jas uit en gaat zitten. Ze zit tegenover het terrarium.
Jullie hebben die takken hè, weet je wat zij hebben, een slang! Zo'n beest is dat. Ze houdt haar handen een eindje van elkaar, kijkt van de ene naar de andere hand en weer terug. Maar ja, hij lag omgekruld dus ik weet niet precies hoe groot die eigenlijk was.


We informeren naar haar bezoek aan huisarts en specialist. Ze vertelt over medicijnen, bijwerkingen van medicijnen, en medicijnen tegen bijwerking van andere medicijnen. Het is nu drie jaar geleden. Nog twee jaar en ze zal genezen zijn verklaard. Ook moet ze binnenkort naar de oogarts. Dan begint ze te lachen. Wij kijken haar geamuseerd maar ook verwachtingsvol aan.
Ja kijk, ik kom nu op een leeftijd dat ik ook last krijg van PHPD, hahahahaha. Hannie en ik kijken elkaar aan. We weten zo gauw niet wat dat is. Moeder ziet onze blikken en krijgt nu helemaal de slappe lach. Ze straalt en zegt: Je weet niet wat dat is hè, PHPD? ... Pijntje Hier, Pijntje Daar.
Ze schatert het uit. Wij lachen mee, daar had ze ons mooi bij de neus. Dan veert ze plotseling op. Oei, die bus haal ik nu nooit meer natuurlijk. Ik zie dat ze nog een kwartier de tijd heeft, en de bushalte is op twee minuten lopen. Als ze doorloopt kan ze nog net de vorige bus voorbij zien rijden. Ze trekt haar jas aan, controleert twee keer hardop of ze alles bij zich heeft, en vliegt naar buiten.




lutek Maandag 08 Maart 2010 at 7:42 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

De Beuk Erin

Mevrouw Tip heeft, hoe kan het ook anders, altijd goeie muziektips. Tips waarvan je denkt.... Hé, wat een goeie tip, erop af, snel, schaf een kaartje aan, voor het te laat is. Dit keer bestond de goeie tip uit de medeling dat het Beukorkest een optreden zou geven in Eindhoven. Dat het concert in Eindhoven plaatsvond, daar kon Mevrouw Tip natuurlijk niets aan doen, dat kon je haar niet kwalijk nemen. Ze had moeilijk kunnen tippen dat het Beukorkest in Rotown zou staan. Dat zou je haar wel degelijk kwalijk hebben kunnen nemen, zij het slechts ten dele, want ze had je daarmee dan weer wel een reis naar Eindhoven bespaard. Maar aangezien het instrumentarium van het Beukorkest niet eens op het podium van Rotown zou hebben kunnen passen, laat staan samen met de muzikanten zelf, had men noodgedwongen moeten uitwijken naar Muziekcentrum Frits Philips te Eindhoven. Ik ben 17 jaar geleden voor het laatst naar een concert in Eindhoven geweest en moest mij oriënteren per internet. Bij raadpleging ener website bleek het concert onderdeel te zijn van een festival. Bij raadpleging ener telefoniste bleek dat het gehele festival zich zou afspelen in één gebouw. De telefonische blijk was schijn: de Effenaar zit niet in hetzelfde gebouw als Frits Philips.
Caja en ik waaiden de trein in en regenden er anderhalf uur later weer uit. Daar wij beiden vonden dat we in goed gezelschap verkeerden deerde ons dit nauwelijks.




We verfristen ons hier, warmden ons daar, lieten ons weer elders een polsbandje aanmeten, genoten in de ene zaal van muziekgezelschap Lunapark, de andere zaal van het Beukorkest, en in de Effenaar van de Tindersticks. Maar wacht... dat is een iets te korte versie van de genoten notenbalken. Zo soepeltjes ging het allemaal allerminst.
Lunapark opende de avond. Ik weet niets van Lunapark, het klonk wel aardig, daar houdt mijn commentaar mee op. Goed goed, ware ik een muziekrecensent, zou ik gezegd hebben dat de helft van de band probeerde Steve Reich te immiteren terwijl de andere helft het op Chris Hinze gemunt had. Maar ware ik dat, zou ik me meer verdiept hebben in de band voordat ik er iets over had kunnen zeggen.
En ware ik muziekrecensent had ik al veel eerder in de zaal gezeten waar het Beukorkest een optreden gaf. Aangezien ik dat niet ben, en Caja ook niet, waren wij twee van de ruim tweehonderd mensen die niet naar binnen mochten. De zaal was vol.

De zaal was vol!? Ware wij in Rotterdam, Den Haag of Amsterdam zou de menigte zich een weg hebben gebaand langs de polsbandjesdames, in Eindhoven echter won de teleurstelling het van de woede. Het publiek bleef kalm. Terwijl een assistent naar een kantoortje liep om klachtenformulieren te halen - ondanks de onbegrijpelijk slechte organisatie was dat toch een meer dan aardige geste - bleek er nog ruimte te zijn voor een stuk of twintig mensen. Wij besloten dat wij twee van de twintig mensen waren en mochten naar binnen. Bij de deur fluisterde een andere polsbandjesdame dat het al begonnen was en dat we stilletjes naar het rechter zijbalkon moesten lopen. Waarom ze fluisterde zal ons nooit duidelijk worden, het kabaal binnenszaals was reeds van een metertje of achthonderd goed waarneembaar. We hadden dan tien minuten gemist, we konden toch nog een uurtje meemaken. Op het podium waren meer mensen in de weer dan in de zaal. Allemaal deden ze iets, en vaak ook tegelijkertijd. Het gaf een poeha van jewelste. Het was een drukte van belang. Een enervering die zijn weerga niet evenaarde. Kortom, het was een belevenis. Het ging niet om goede of slechte muziek, goede of slechte smaak, het was een evenement. Jeugdheld Jaap Blonk stond achter de microfoon, en soms ook liep hij door de zaal, brullend door een toeter. Fenomeen Gary Lucas plingplongde schijnbaar achteloos door de eb en vloed van klanken. Kyteman toeterde podium en zaal gelijk tot ongekende hoogten. De harde kern van Stuurbaard Bakkebaard - alle vier de leden dus - fungeerde als ruggegraat en rots in de branding. Een strijkje streek neer op gezette zowel als ongezette tijden, dwars door alles heen. Het plukte, het kraakte, het schreeuwde, het rammelde, het deinde, het ontstond, het verdween weer, het was me daar een kermis, het was me daar een Villa Volta, het was me daar...!




Daarna zagen wij nog een stukje Tindersticks. Ja, was ook wel mooi.
In de trein naar huis deinden we na op de klanken, we beukten na op de kedeng-kedeng van de rails, we wiegden bijkans in slaap, en we ...
Ware ik een muziekrecensent geweest had ik misschien gezegd... ik weet niet wat ik gezegd zou hebben. Ik had dan zo doelloos op de muziek hebben moeten letten, terwijl het daar helemaal niet om ging. Het ging om... om... ik weet het niet. We waren blij de georganiseerde chaos te hebben mogen aanschouwen, de gedirigeerde anarchie van het Beukorkest.




lutek Zondag 07 Maart 2010 at 02:44 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Kussen

Het belang van kussen is niet te onderschatten, maar het belang van een kussen ook niet. Kussen is heel aangenaam en kussens zijn heel nuttig, en ik verenig graag het nuttige met het aangename. Als je me het mes op de keel zou zetten, zou ik waarschijnlijk het aangename boven het nuttige verkiezen, maar zonder mes zie ik de twee zaken het liefst verenigd.
Toch zet ik het aangename even in de ijskast (of koelkast, zoals sommige mensen zeggen) en werp ik mij op het nuttige. Want wat wil het geval? De kussens die al jaren trouw dienst deden, altijd voor ons klaar lagen, nooit te beroerd om naar wens een stukje in te schikken, die kussen voldeden niet meer. Nee, echt, het was geen doen, ze waren zo plat als een dubbeltje en zo slap als een vaatdoek. Vodden waren het. Hannie en ik bespraken de zaak, (uiteraard buiten gehoorsafstand). Ze moesten worden verruild. Het zou vast hun kussenhartjes breken, maar er zat niets anders op.
Hannie voegde de daad bij het woord - ik kon het niet - en kocht twee nieuwe kussens in de nieuwe-kussens-winkel op het Zuidplein. De frisse, fleurige verpakking waarin de juist gedane aankoop zat, werden meteen de jasjes voor de oude exemplaren, voordat ik ze beneden in de flat, met een boogje, in de vuilcontainer mikte. Natuurlijk, ik voelde mij een verrader, een Judas, vooral door juist gebruik te maken van die frisse, fruitige verpakking. In de lift terug naar boven neuriede ik 'Tears on my pillow'. In mineur.


De nieuwe kussens bollen vrolijk een stukje boven de dekens uit, alsof ze ons aanmoedigen. 'Kom maar, baasje en bazinnetje, leg je hoofdje maar te rusten op ons'. Ze doen goede dienst. Dat is nu twee weken geleden. Hannie ritste na één nacht haar kussen al open en graaide een handvol kapok eruit. Ze kon anders niet slapen. Veel te bol, veel te stevig, ze rolde er van af! Ik hield echter vol en theoretiseerde dat de inhoud vanzelf na een tijdje wat zal inzakken. Je moet het even de tijd geven.
Ik begin me nu, toen ik vanmorgen voor de vierde keer op de grond wakker werd, toch zorgen te maken over dat inzakken. Zijn kussens niet meer zoals vroeger? Hebben wij te maken met een nieuwe generatie kussens, ontwikkeld met de modernste technologie? Zijn het remove-to-fit-kussens (ik zeg ook maar wat), iets wat misschien al jaren bestaat maar waarvan ik niet op de hoogte ben? Ik heb al twee weken geen fatsoenlijke nachtrust meer gehad. Hoe lang houdt een mens dit vol? Het lijkt onvermijdelijk dat ik mijn theorie overboord moet zetten. Ik zal er nog één nachtje over te slapen.




lutek Maandag 01 Maart 2010 at 10:25 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,