Duizelen

Wanneer was ik voor het laatst bij de apotheek? Het interieur is behoorlijk veranderd. De toonbank staat heel anders. Nee wacht, er staat helemaal geen toonbank. Een meneer kijkt me aan van achter een bureau. Hij volgt mijn blik die op zoek is naar de poeders- en pillenwand. Een klant draait zich om. Het is even stil. Dan zegt de meneer van achter zijn bureau: "De apotheek is twee deuren verder, of zoekt u een hypotheek?"

Even later word ik bediend door een hulpvaardige apothekersassisente. Iets te hulpvaardig. In plaats van me de gevraagde benodigdheden te verkopen wil ze eerst weten wat voor een hoest ik precies heb, welke holtes precies zijn volgelopen en of ik misschien nog andere medicijnen gebruik. Ook vertelt ze iets over bijwerkingen van de aankoop. Duizeligheid? Afwisselend licht en zwaar in het hoofd? Wat zou het, als je daar toch al last van hebt? Wie heeft ooit kunnen uitmaken wat het verschil is tussen kwaal en bijwerking?

Buurman links heeft een muziekje opstaan ad 180 beats per minute, buurman rechts breekt een muurtje af ad 20 beats per minute. Ik laat mijn hoofd iets naar beneden glijden, mijn oren verdwijnen onder de waterspiegel, de geluiden verdwijnen niet.

Voor de derde keer begin ik een boek te lezen. Op het zelfde punt. Na één bladzijde leg ik het weer weg. "Ik zou toch maar één dag ziek zijn? Dit hadden we niet afgespoken." Ik lig op de bank en spreek de beestjes toe die door mijn lichaam kruipen. Hoe kan ik ze het best te grazen nemen? En waarom heb ik maar één sok aan?

Als Hannie thuiskomt zet ze een theetje voor me. De honing is bijna op. Ontbijt om 18.30, heet dat nog ontbijt? Bij de Gall & Gall verkopen ze ook medicijnen, word je ook duizelig van. Of het helpt weet ik niet. Als je ziek bent moet er iemand zijn die thee voor je zet. Dat hoort zo. Deze thee komt uit Nepal.

Nepal. Ik doe mijn ogen dicht en kijk om me heen... Hiun Chuli (6434m.), Annapurna South (7219m.), Baraha Shikhar (Fang) (7647m.), Annapurna I (8091m.), Khangsar Kang (Roc Noir) (7485m.), Tare Kang (Glacier Dome) (7069m.), Ganggapurna (7454m.), Annapurna III (7555m.), Gandharwa Chuli (6248m.) en Machhapurchhre (Mt. Fish Tail) (6997m.). Hier heb je niks nodig om het je te laten duizelen.

lutek Woensdag 29 September 2010 at 5:15 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Buik

Er bestaan drankjes waar meer in zit dan alleen drank, iets van niet-vloeibare substantie. Dat kan een grasspriet zijn zoals in Grasovka wodka, of een worm zoals in sommige soorten mezcal, of als de maker iets teveel aan het experimenteren is geslagen kan er ook opeens een spin of een hagedis inzitten. Waar de bedenker van zulke drankjes de ideeën heeft opgedaan weet ik niet. Misschien is het iets van vroeger, van school, iets wat hij letterlijk of figuurlijk heeft meegenomen uit het biologielokaal.

Gezeten aan de Oude Binnenweg hoefde ik niets extra's te bestellen, ik kreeg het vanzelf. In de zon, in de wind, onder de bomen. Tal van takjes en blaadjes verdwenen in het glas Affligem Dubbel voor mij. Ik sloeg me er kranig doorheen. De mezcalworm eet je op, zo wist ik, maar wat doe je precies met die andere voorbeelden? Voor de zekerheid kauwde ik goed en met zorg voordat ik alles doorslikte.

Na een half uur was er nog niemand die ik verwachtte ten tonele verschenen. Ik ging naar het toilet. "Mannen duwen" las ik op de deur. Ik controleerde of vrouwen wellicht trekken maar dat was niet het geval. Vrouwen duwen ook. Bij terugkomst op het terras zag ik een reclamefolder liggen waarop iemand wat notities had gemaakt. Ik las met aandacht:

Ik... ehh... ik ben een fantast / Je bent fantatisch? / Nee, alleen in de letterlijke zin van het woord / Die zin had maar drie woorden / Mooi, anders wordt het zo onoverzichtelijk. Hoe meer er staat, hoe meer er staat / Hoe kan dat nou? / Omdat je meer dingen kunt lezen als er meer te lezen is / Verzin je er dan dingen bij? / Dat gaat helemaal vanzelf / Je bent een fantast / Dat zeg ik

Ik vroeg mij af of de schrijver zichzelf of anderen had beschreven. Hoorde hij of zij stemmen van zichzelf of van terrasgenoten. Misschien was de schrijver gewoon een dichter.

Na een uur was er nog niemand die ik verwachtte ten tonele verschenen. De zon kwam van achter de wolken en ik deed mijn jas uit. De wolken kwamen van achter de zon en ik deed mijn jas weer aan. Waren het de takjes en blaadjes die begonnen te werken, of was het omdat ik nog niet zo veel gegeten had vandaag? Misschien was het omdat ik opeens niemand meer verwachtte ten tonele te verschijnen dat ik een akelig gevoel kreeg in mijn buik.

lutek Maandag 27 September 2010 at 12:23 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

T.R.O.O.N.R.E.D.E.

Bij het zien van oude beelden, jaren '70, zei mijn collega: "Vroeger hadden ze niet zo veel hoeden, niet zo van die gekke. En eigenlijk helemaal niet zo veel. Überhaupt, zeg maar."

Vroeger zaten er niet zo veel vrouwen in de politiek, en mannen staan niet bekend om het dragen van hoeden. Ten minste als je niet te ver terug gaat in de tijd. Doe je dat wel, stuit je weer wel op een zee van hoeden, maar daar zijn geen bewegende beelden van.

Misschien was de oorzaak van weinig (gekke) hoeden wel een heel andere. Ik zei maar wat. Ik dacht maar wat. Het klonk wel plausibel. "Ja", zei mijn collega, "dat zal het zijn. Weinig vrouwen in de politiek."

Ondertussen hadden we al een flink deel van de troonrede gemist. Of gemist, we hadden het niet gehoord. De koningin (overigens vind ik dat iemand die haar aanspreekt met 'koniggin' direct de laan uit moet worden gestuurd - pek en veren, en aan de schandpaal) las iets voor wat niet veel inhoud had. Zonder dat ze het wist (of misschien wel) maakte ze onderwijl per acrostichon een toespeling naar troonsafstand later dit jaar. Terwijl ze, wetend of onwetend, dit acrostichon afwerkte (w.i.l.l.e.m.v.a.n.n.a.s.s.o.v.) verscheen zoonlief in beeld met een gezicht dat nauwelijks verhulde dat hij vond dat hij de uitgesproken rede aanzienlijk meer elan had kunnen geven. 'Slechte voorbereiding, moeder, laat mij dat maar doen', en hij verdiepte zich weer in de vraag of hij zich volgend jaar met hoofddeksel zou tooien, en zo ja welk. Even later dutte hij in zodat hij gelukkig zijn moeder niet in de troonrede heeft kunnen vallen.

Leuk zijn die acrostichons. Uiteraard worden ze achteraf pas leuk. Terwijl je leest wat je leest, lees je er overheen. En dat is niet verwonderlijk omdat je er niet op voorbereid bent. Kies als schrijver (van troonrede of andere proza) een naam uit, verwerk die in een tekst als iedere eerste letter van een zin en klaar ben je - geen lezer die het doorheeft. Sorg er wel voor dat je geen woorden zodanig verbuigt of verbastert dat het de lezer opvalt dat er iets ondeugdelijks met de tekst aan de hand is, dat deze is gefabriceerd. Bas op voor zinnen die omgedraaid zijn, zoals in genoemde troonrede. Lachen zou het me laten als ik de enige was die het opviel dat sommige zinnen kop en staart hadden verwisseld, of zelfs geheel inhoudsloos waren. Of het aan mij lag weet ik niet maar ik zei het nog tegen een paar mensen: 'die zinnen lopen voor geen meter', al had ik natuurlijk op dat moment zelf ook niet door dat er een tekst in een tekst verborgen zat. Champagne voor degene die het wel onmiddellijk doorhad.

Nou, dat was een fraai stukje proza, die vorige alinea, al zeg ik het zelf. Dat zeg ik zelf, want ik weet dat zoiets onleesbaars door geen zinnig mens geappreciëerd kan worden. Geen punten voor het ontdekken dus van het acrostichon. Het was maar een grapje, ter ontspanning onder de troonrede door. (Dat is ook een kromme zinsnede, ik weet het, maar het is een variatie op een bekende tekst van Cor van der Laak, dus dan mag het.)

Samenvattend kan ik zeggen dat er niet alleen een tekst in een tekst verborgen zat in deze tekst die ging over een tekst in een tekst, maar ook dat ik beweer dat volgend jaar de troonrede door zoonlief zal worden uitgesproken. Dan zit moeder in de zaal, met een hoed die haar gezicht geheel kan bedekken, mocht dat nodig zijn, wanneer ze in haar vuistje lacht.

lutek Woensdag 22 September 2010 at 10:46 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Popronde 2010

Een stuk of 30 bands op 20 locaties, keuzes keuzes keuzes. Je kunt nooit alle bands zien die je wilt zien. Zorg er daarom in elk geval voor dat de bands die je wel ziet de moeite waard zijn. En ga niet af op de folderbeschrijvingen.

"Echt kutweer", zegt de barvrouw van Willens & Wetens, "mensen lopen niet heen en weer, ze blijven zitten waar ze zitten." Het is waar: als het nu zou nazomeren, zoals vorig jaar, heb je meer kans dat mensen massaal van de ene naar de andere locatie trekken om zoveel mogelijk stukjes van optredens te zien. "Maar bekijk het van de andere kant", zeg ik, "de mensen die hier al zijn, die blijven zitten. Mag ik trouwens afrekenen, want ik ga zo naar de Vagabond."

"Squash is de meest vermoeiende sport die er is. Jaa-haa. Hebben ze onderzocht." Mijn buurman oogt fris en fruitig. Ik probeer een je-meent-het-gezicht op te zetten, maar ik zet per ongeluk een goh-wat-interessant-vertel-verder-gezicht op. Mijn buurman vertelt verder. "Ik heb net een uur lang gesquashed. Een uur lang! non-stop, ik ben helemaal op, ik kan mijn bier niet eens meer optillen." Halverwege deze mededeling tilt hij zijn glas bier op, en neemt er vervolgens een flinke slok uit.

De eerste band die ik zag, speelde een nummer getiteld '6 billionth soul' en zongen dat ook ongeveer 6 miljard keer. Op een gegeven moment raakte ik alle gevoel voor tijd kwijt. Op nu naar de Vagabond, waar Moonpilot zo gaat spelen, een band waarvan ik verwacht dat ze volgend jaar zomaar ineens in DWDD staan.

Strategisch kundig gestationeerd tussen Grimbergen uit de tap en de band op het podium wacht ik op het eerste nummer. De band heeft haar fanclub meegenomen. Voor de jongste leden van de fanclub is het allang bedtijd geweest, zelfs op vrijdag. Geen goed teken. De zanger kondigt de band aan. Ze komen grotendeels uit Den Haag, maar ook een beetje uit Rotterdam. Welk gedeelte waar precies vandaan komt verklapt hij niet maar zo te horen komt hij zelf uit Den Haag. Ze beginnen met het eerste nummer. Altijd een geruststellend idee, als een band met het eerste nummer begint.

Het podium in Le Vagabond is nauwelijks een podium. Steeds als er iemand van de fanclub naar het toilet gaat moet de bassist een stukje opzij. De band heeft uniforme pakjes aan, ze doen een beetje denken aan Kwik, Kwek en Kwak. En Kwuk, want ze zijn met vier. Maar ook als ze die pakjes niet aan zouden hebben had je duidelijk kunnen merken dat zij de band zijn. Ze hebben een zelfde soort energikiteit, een gezamelijke portie ADHD, gelijkelijk verdeeld. De toetsenist heeft een A, de zanger een D, de drummer een H, en de bassist weer een D. Mooi uitgebalanceerd.

Na afloop vertelt de toetsenist me dat ze deze week een telefoontje van DWDD kregen, of ze in December een dagje kunnen komen optreden.

Ik haast me naar De Schouw alwaar ik precies op tijd naar binnen stap. Precies op tijd om de laatste minuut mee te maken van The Wrong Jeremies. Toch maken ze een blijvende indruk, al is het maar omdat de enige band die ik hierna nog zie de tegenvallende afsluiter in Rotown is. Daar kan Rotown natuurlijk ook niks aan doen. Ik praat met een paar verschillende mensen die namen hebben die makkelijk te onthouden zijn. Ze hebben allemaal dezelfde naam. Ideaal voor mij want ik ben erg slecht in namen. Ik besluit voor de rest van de avond iedereen bij diezelfde naam te noemen, of ze nu zo heten of niet. Deze tactiek zet ik hardnekkig door in Hemingway, ondanks dat de dan aangesprokene zo niet heet en bovendien van een ander geslacht is dan de eerste mensen met die naam. Er zijn al zo weinig zekerheden in het leven, soms moet je zekerheden creëren.

lutek Zondag 19 September 2010 at 12:14 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

"Bruxelles"

of 'Dit Is Geen Museum'

We hebben flink gebrusselleerd in Brussel. "C'était au temps où Bruxelles bruxellait." Er schijnt hier ergens een Brel-centrum te zijn, zullen we dat eens van dichtbij bekijken? Sterker nog, zullen we het van binnen bezien?

We vielen niet van de ene in de andere verbazing, we hoorden of zagen geen onbekende juweeltjes, en er zal geen enkele bezoeker die onbekend is met Brel bij de ballen worden gepakt met deze presentatie uit de nalatenschap van het zwetende fenomeen uit Schaarbeek (of Frans-Polynesië, zoals sommige mensen zeggen). Maar als je toch in de gelegenheid bent is het niet erg om er even naar binnen te gaan.

(oei oei, wat was de volgorde nu precies van de verschillende coupletten van 'Marieke', ik haal het altijd door elkaar)

De expo had de titel "J'aime les Belges" en geeft weer hoe Brel onlosmakelijk met België was verbonden. Verrassing.

Onder een glasplaat lag een single die ik ook in de verzameling heb. "Hey", zei ik tegen Hannie, terwijl ik op de glasplaat tikte, "die single heb ik ook." Gelukkig stond de glasplaat niet in verbinding met een alarm. Verder was er eigenlijk niet zo veel te zien.

Een andere Belg die wereldfaam heeft vergaard, luisterde (toen hij nog leefde) naar de naam Magritte (of René, toen hij nog een klein jongetje was, en niet van die zwarte pakken met bolhoed droeg, en ondanks dat hij op heterdaad was betrapt altijd hardnekkig heeft ontkend dat hij stiekem een pijp had gerookt). Nu is er een heel museum aan hem gewijd, dat komt er van.

Een tentoonstelling van zijn schilderijen is altijd spannend, zeker als er zoveel schilderijen hangen als in Brussel. Je ziet de penseelstreken in alle details, iets wat in een fotoboek nooit zo goed kan worden weergegeven. Ik weet wel dat je dat ook op schilderijen van andere schilders kunt zien maar schilderijen van andere schilders kunnen me meestal niet zo boeien als schilderijen van René Magritte. Om die penseelstreken in alle details beter te kunnen bestuderen, zat ik er met mijn neus bovenop en hield ik mijn ogen schuin van onder op het doek gericht. Mijn gezicht leek wel een portret van Picasso, doch dan ware ik in het verkeerde museum geweest. Ik zei tegen Hannie dat ik er voor zorgde er niet al te dicht bij te komen. "Oh", zei Hannie, terwijl ze op een glasplaat tikte, "dat geeft niks, de meeste hangen achter glas.

Gelukkig stond de glasplaat niet in verbinding met een alarm, maar wel stond er na ongeveer 1,4 seconde een suppoost naast ons. Voorzichtig schuifelden we naar de volgende serie doeken.

Wat kun je na Magritte nog bezoeken behalve een terras waarop naar hartelust bier en broodjes worden geserveerd? Welnu, het Magritte museum is kruip-door-sluip-door in verbinding gesteld met het Museum voor Oude en Moderne Kunst. We hadden nog wat benen over maar in totaal geen vier meer, en kozen daarom uit 2 kanten de moderne variant. Een abuis bordje dacht daar anders over, zodat het modernste wat we gezien hebben een schitterende Francis Bacon was. We passeerden een bezoeker die intensief naar een volkomen wit vlak zat te staren, waarbij hij af en toe opstond om een detail(?) van dichtbij te bekijken(?). Misschien dat hij ook een abuis bordje achterna was gelopen. Ik heb het hem niet gevraagd. Onze benen waren op en nabij het museum begonnen we naar hartelust bier en broodjes te bestellen.

Later kwamen we er achter dat er nóg een Magritte-museum is in Brussel. We zullen terugkeren.

lutek Donderdag 16 September 2010 at 7:57 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Mussels in Brussels

In Brussel is altijd wat te doen. Overal en elke dag wordt wel iets georganiseerd. Op de Grote Markt speelt om de haverklap een big band. Je loopt twee straten verder en staat opeens tussen een optocht van stripfiguren. Verwijder je jezelf uit het centrum staat er wel een mosselproeverij op het programma in het Parc Elisabeth / Elisabeth Park. En niet zo maar een mosselproeverij, nee/non, een mosselproeverij avec/met Grand Jojo (Lange Jojo) & Coco van Babbelghem.

Ik bedoel maar. En we misten op een weekend na 'Het Weekend van het Bier'. Bij het zien van die aankondiging (die was een week na dato nog op een spandoek te lezen) werd ik door verwondering overvallen, zoals wanneer ik zou lezen dat Paradiso aankondigt dat ze een concert gaat organiseren.

Hannie en ik ontvluchtten per metro het straatvertier om op zoek te gaan naar de cursus "hoe bouw ik een ijzerkristalstructuur 165 miljard maal vergroot". Van een afstandje zie je al waar je moet zijn.

Het Atomium, restant van de Wereldtentoonstelling van 1958, restant van een tijdgeest, aandoenlijk futuristisch. Het was 2 jaar na het verschijnen van de SF-klassieker 'Forbidden Planet' en binnen enkele jaren zou al het huishoudelijk werk door robots worden gedaan. Het liep anders.

52 jaar later is de tentoonstelling niet meer te zien, maar, oh dubbelzinnigheid, wel hoe de tentoonstelling er toen uitzag. Voorts werd er veel hedendaags design gepresenteerd. Niet reuze spannend, maar een bezoek zeker waard. Vanzelfsprekend blijft het bouwwerk zelf de onbetwiste hoofdattractie.

(Hannie poseert in het Chinese paviljoen)

Het thema design achtervolgde ons, met name wanneer we terugkeerden naar de hotelkamer. Elke kamer in het hotel was individueel gestyled en designed, de onze door Christine Schubert uit Dresden. Geen zorgen, voor de cultuurbarbaarse toerist had men de kamers ook nog gewoon ouderwets genummerd.

(Hannie speelt de quiz 'wie ontwierp deze kamer?' ; verbind de juiste antwoorden met lijntjes aan elkaar en zie hoe het ontwerp ontstaat van een laat 19e eeuwse hoepelrok)

In Brussel is altijd wat te doen, en eigenlijk is er veel te veel te doen. Noodgedwongen moesten we een bezoek aan het Riolenmuseum, alsook de Abattoirs van Anderlecht laten schieten.

lutek Woensdag 15 September 2010 at 9:42 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Brussels by Night

Ergens in het centrum van Brussel moet een bierwinkel zijn met een paar honderd verschillende soorten flesjes in het assortiment. We gaan niet op zoek. We komen die vast vanzelf wel tegen. We hebben een avond, een hele dag, en nog een ochtend en middag. Zeeën van tijd. We doorkruisen het centrum wel tien keer en komen elke keer weer nieuwe straten tegen.

We doen alles op ons gemak maar niet geheel zonder doel. De grote doelen zijn het Atomium en wat musea, maar die zijn voor overdag. Alles is op loopafstand in Brussel, voor ons althans. We wandelen hier en we wandelen daar en maken onderweg veel foto's. Als Hannie eens dorst heeft pakken we een terrasje. Als ik eens dorst heb pakken we er twee. Ik heb nu eenmaal meer dorst dan Hannie.

(een weekend na het weekend van het bier was er gelukkig nog voldoende bier over)

Op de Grote Markt zien we twee jongens hand in hand lopen. Dat moet je in Rotterdam niet proberen. Iets later op de avond zien we een paar straten verder hele hordes jongens hand in hand lopen, en ook zoenen. Op de dag van ons vertrek houdt ons hotel bovendien nog een Gay Brunch. In ben niet echt op de hoogte van de homobeweging, en zo vaak kom ik ook niet over de grens, maar Brussel lijkt me de homo-hoofdstad van België. Het is maar dat u het weet. Doe er uw voordeel mee.

Als ik niet weet wat ik moet bestellen, bestel ik een Chimay Blue. Die is zonder uitzondering in elk etablissement voorradig. Maar sowieso heeft elke uitbater een rijk assortiment in huis. Bij één restaurant zagen we tien verschillende bieren op de kaart staan. Met voorsprong de uitzondering, want overal elders zijn er 2 of 3 of 4 of 5 maal zoveel voorradig. Soms laat ik de ober voor me kiezen. Ik spreek mijn voorkeur uit voor bruin, dubbel, donker bier en de ober weet er altijd wel eentje te voorschijn te halen waar ik nog nooit van heb gehoord.

Vrijdag noch zaterdag maken we het laat. De inname, maar vooral ook de gelopen kilometers laten dat niet toe. Er is nog tennis op televisie, maar daar krijg ik weinig van mee. Niet tot onze verbazing lopen we op zaterdag opeens tegen de bierwinkel aan die zoveel bieren heeft. We kijken er voor de grap even rond en bewonderen de schappen. Een meneer naast me pakt dit bezoek veel serieuzer aan. Hij filmt de hele winkel van links naar rechts en van boven naar beneden, het betere veldwerk. Verlekkerd loopt hij even laten de winkel uit, zonder aanschaf, maar met belangwekkend beeldmateriaal voor thuis.

Het rijkelijk vloeiend bier zorgt, voor zover wij hebben kunnen waarnemen, nergens voor problemen. Het gevolg van het rijkelijk vloeien is hooguit een verhoogde kans op straatslaperij. In een enkel geval staand (!) maar meestal liggend langs de kant van de weg.

Er zijn veel zwervers in Brussel, heel veel. Dat is niet zo leuk voor de toeristen. Maar ik neem aan dat het voor de zwervers zelf aanzienlijk minder leuk is.

lutek Dinsdag 14 September 2010 at 10:58 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Bruxelles

Zeg je Brussel... dan zeg je Brussel. Dat is niet zo moeilijk. Tenzij je natuurlijk Bruxelles zegt. Dat is bijna hetzelfde als Brussel alleen het accent ligt op een andere lettergreep. (De tweede, om precies te zijn.)

Lopend door Brussel (of Bruxelles) valt je snel op dat de meeste mensen Bruxelles verkiezen te zeggen boven Brussel. Gesteld dat ze dat zeggen natuurlijk, want eigenlijk hebben we het zowat niemand horen uitspreken. Maar ik bedoel dat er meer Walen dan Vlamingen in Brussel lijken te wonen.

Nee, horen zeggen hebben we het bijna niemand. En als we het al hoorden zeggen, dan werd het uitgesproken als Brussels, wat hier weer helemaal niks mee te maken heeft. Toch is de Engelse manier zo gek nog niet, want zo lijkt het of je de stad dan met een meervoud aanduidt.

Aansluitend op het aan- en uitspreken: Het veelvuldig verkondigde idee dat Walen zouden weigeren om Nederlands te spreken berust wellicht op een misverstand. Het klopt dat we door zowat geen enkele ober in het Nederlands werden bediend - van zodra deze merkte dat Hannie en ik de Franse taal niet machtig waren, ging hij niet over op het Nederlands maar op het Engels - maar was dat omdat hij weigerde om Nederlands te spreken? Ik denk het niet. Wij zijn toeristen, hij wil dat we aan zijn tafeltje komen zitten en doet daar zijn best voor. Hij heeft geen enkele reden om geen Nederlands te spreken. Wat meer voor de hand ligt is dat hij op het Engels overgaat simpelweg omdat iedere niet-Waal zeker en vast Engels spreekt en wat hij te zeggen heeft sneller in het Engels is gezegd, dan eerst te moeten uitvinden welke taal de betreffende niet-Waal precies spreekt.

Je raakt er wel van in de war van tijd tot tijd. Je begroet een ober met een zonnig 'bonjour', waarna je kennis van de Franse taal is uitgeput. Terwijl je onderling Nederlands spreekt, vraagt de ober vervolgens in het Engels in welke taal je de menukaart wilt hebben, en voor je het weet bedank je hem met een welgemeend 'gracias'. En eventueel foefel je er ergens nog een 'por favor' tussendoor.

Snel spoel je je geraaskal weg met een fijn Belgisch biertje. Goede wijn behoeft geen krans en Belgisch bier behoeft geen woordenboek.

Tijd voor een quizvraag. Hoe worden de straatnamen in Brussel aangeduid? Nou, zeg eens? In het Frans en in het Nederlands? Fout.

Het goede antwoord is: in het Frans, het Nederlands, en hier en daar ook heeft een straat een extra, fictieve naam van een stripheld gekregen. Strips zijn groot in België. Zo kun je van de Grasmarkt naar de Zandstraat lopen, maar het is natuurlijk veel leuker om te zeggen dat je van de Guust Flater naar de Smurfstraat gaat. Mocht je daarbij het Spanjeplein passeren, vergeet dan vooral niet een paar keer Hoeba-Hoeba te zeggen.

lutek Dinsdag 14 September 2010 at 12:27 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Brussel

Naar Brussel? Wat moet je nou in Brussel?

Wat heeft Brussel wat Parijs of Berlijn of Londen niet heeft? Dat zal ik eens haarfijn uit de doeken doen. Brussel heeft de Drie B's. Die staan voor Bier, Bonbons, Brel en Beeldverhaal. Kijk bovendien niet gek op als je na een weekendje Brussel de tel een beetje kwijt bent. Over bier en bonbons later meer. Bij nader inzien over Brel en beeldverhaal ook later meer. Nu rest helemaal niets, behalve languit op de bank liggen.

(dit is geen foto)

lutek Zondag 12 September 2010 at 9:41 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Zwaar Gelovig, Lichtgeraakt

De rede krijgt nog al eens op zijn donder. Dat vind ik een beetje zielig voor de rede. En ook voor zijn baasje.

Sinds enige tijd kijk ik met plezier - 15 jaar nadat de meeste andere mensen hem ontdekt hebben - naar oude BBC-documentaires van Richard Dawkins. Deze bioloog is o.a. bekend geworden met zijn boek 'The Selfish Gene'. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar in zijn documentaires weet hij in klare en voor iedereen begrijpelijke taal, stapsgewijs, uit te leggen hoe evolutie werkt. En als je uitlegt hoe evolutie werkt, moet je om ook de (vaak zwaar bevooroordeelde) tegenstanders van de rede te bereiken vooral ook uitleggen hoe evolutie niet werkt. Als liefhebber van de rede en logica doet deze uitleg vaak een beetje kinderlijk aan. Kom op, denk ik dan, dit hoef je niet zo te benadrukken, dit snapt toch de grootste imbeciel. Maar die gedachte is verkeerd. Want wat keer op keer blijkt is dat tegenstanders van de rede de meest elementaire uiteenzettingen ondermijnen met volstrekt niet ter zake doende opmerkingen die louter gemaakt worden om de eigen overtuiging kracht bij te zetten (in de veronderstelling - misvatting - dat tegelijk hiermee de andere, redelijke, overtuiging ontkracht wordt).

Dat is het verschil tussen rede en onrede. De rede komt onbevooroordeeld tot een mening en stelt die mening bij wanneer nieuwe gegevens daar aanleiding toe geven. En de rede streeft altijd naar verbetering. De onrede heeft al een mening en is niet geïnteresseerd in 10 of 100 of 1000 argumenten die kunnen aantonen dat die mening zou moeten bijgesteld worden. De onrede streeft naar niets anders dan de instandhouding van de aangemeten mening.

Hier botsen rede en onrede.

In één van de documentaires die ik zag wordt Richard Dawkins in weinig verhullende woorden met de dood bedreigd, ook wordt hij voor arrogant uitgemaakt door iemand die predikt de waarheid te prediken en niets dan de waarheid, en wordt hem hier en daar de toegang ontzegd. Dit vind ik, als liefhebber van de rede, merkwaardig. Als deze mensen zo zeker van hun zaak zijn, wat hebben ze dan te verliezen? Niet hun geloof, niet hun waarheid... toch?

Toen ik een jaar of tien was begon ik mezelf dingen af te vragen, zoals:

-waarom bestaat Sinterklaas niet en God wel?

-hoe kun je een zonde begaan wanneer 'Zonde' nog niet bestaat?

-hoe komt het dat wanneer mensen de bijbel 'hedendaags' uitleggen, ze die zonder uitzondering een uitleg geven die precies in hun eigen straatje past?

-waarom ga je naar de hel als je de duivel hebt gediend? Je zou dan toch door de duivel beloond moeten worden?

-waarom denken mensen die doden in naam van God dat niet-gelovigen niets liever doen dan moorden en stelen?

-waarom moet er zin zijn en wordt geen genoegen genomen met zinloosheid? De nogal vage redenering 'God bestaat, anders zou alles zinloos zijn' kan nooit een argument zijn om er 'dan maar' in te geloven.

-waarom denken mensen die zeggen te handelen in naam van God als zij andere mensen vermoorden, dat God daarbij hulp nodig zou hebben?

Dit waren vragen die bij me opkwamen toen ik nog geloofde. Het duurde toen nog 2 jaar voordat ik het geloof losliet. Toen ik merkte dat andere gelovigen het mij kwalijk namen dat ik me zulke dingen afvroeg, kwam het loslaten in een stroomversnelling.

Ik denk dat er over 50 jaar nog net zoveel mensen in God geloven als nu. En niet alleen in God, ook in kabouters, energiebanen, reïncarnatie, collectief onderbewustzijn, helderzienden, ouija boards, Allah, koffiedik, UFO's, intelligent design, paranormale verschijnselen, graancirkels, en (ik heb geen idee of daar een naam voor bestaat) de angst voor het zeggen van 'lelijke' woorden in het bijzijn van een nog ongeboren kind.

Ik kan alleen maar hopen dat het niet zo is.

web page hit counter

lutek Woensdag 08 September 2010 at 11:58 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Korte Inhoud van het Voorafgaande

Naam in boek, handje schudden, deur weer uit. De familie had het kort gehouden. Het kleine zaaltje was gehuurd en er was geen koffie. De foto op de kist was er een van al 10 jaar geleden.

Op de kaart zag ik dat ze op dezelfde dag geboren was als ik, zij het 13 jaar eerder. Even rekenen. Oud is het niet, zoveel is zeker. Je staat alweer buiten voordat je er verder over na kunt denken.

Het is nog licht. Zullen we nog even bij pa en ma langsgaan, we zijn nu toch in de buurt.

Hoe nu verder? Redt hij het in zijn eentje? Wat vond je van de kist? Morgen wordt het geloof ik weer iets warmer. De formatie is mislukt. Is het huis nog niet verkocht? Heel leuk, die optocht vorige week, ik zal de foto's laten zien. Hoe was de vakantie eigenlijk? Wie wil er nog een koek? Neem er maar een mee voor onderweg.

De tijd vliegt, we gaan weer eens op huis aan. Dag.

lutek Vrijdag 03 September 2010 at 11:22 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: