Jopie

Geen zinnig woord schiet me te binnen. Misschien moet ik in onzinnige woorden denken? "Het is goed geweest. Het is beter zo. Ze heeft geen pijn meer. Er was tijd genoeg om afscheid te nemen." Nee, er staat echt geen zinnig woord bij.

Ze is dood. Een leven lang moeder, het stond zo mooi op de kaart. Zoon en dochter zijn nu wees. Het verschil tussen twee of één ouder is één. Het verschil tussen één of geen ouder is veel groter. Niet in een cijfer uit te drukken.

Ik zag haar de laatste jaren nog maar zelden, en ik probeer me te herinneren wanneer ik haar een keer niet heb zien lachen. (Dat moet toch wel een keer gebeurd zijn, of niet?) Ze hield niet van ingewikkelde dingen. Of misschien waren er wel geen ingewikkelde dingen. Ze hield van het leven, ze hield van haar man en haar kinderen, daar is ook niks ingewikkelds aan. Wat is er dan te huilen? Ze verbeet de pijn en grapte dat we maar gewoon doorgaan zolang het nog kan. Als wij het maar naar ons zin hadden, haar kinderen, iedereen die op bezoek was, daar ging het om.

Dag, Jopie. Er schiet me geen zinnig woord te binnen. Maar je begrijpt wel wat ik bedoel.

lutek Vrijdag 29 Oktober 2010 at 08:26 am | | default | Geen reacties

Fantasieloze Vakantie

We hadden vroeger een tante die geen tante was. Maar wij noemden haar tante. Die tante zag altijd bruin, alsof ze net terug van vakantie was. Soms was dat ook zo maar meestal niet. Meestal had ze haar gezicht ondergesmeerd met bruine verf. Smeerseltjes, weet ik hoe dat heet. Van mijn part was het hopjesvla, maar erg natuurlijk zag het er niet uit. Ze rook ook naar vakantie. Maar dat kunnen ook die smeerseltjes geweest zijn. Ze rook niet naar hopjesvla, dat zou ik herkend hebben.

Ze kwam een paar keer per jaar op visitie. Als ze op visite kwam wanneer ze net wèl op vakantie was geweest had ze vaak iets voor ons meegenomen. Een asbakje, of iets van houtsnijwerk voor aan de muur. Echt handwerk, zei ze dan, dat maken die mensen zelf. Met open mond en mateloze bewondering bekeken wij de afbeelding. Je kon een figuur herkennen, halfnaakt, exotisch. En iets wat leek op een tropische boom. Misschien stelde het iets heel anders voor, maar in onze fantasie had tante drie weken bij de inboorlingen verbleven, en probeerden wij haar te plaatsen in die afbeelding. Zou ze hun taal ook spreken?

Ze had geen fototoestel dus ze kon geen foto's laten zien. Ze had misschien nog een folder in de tas, maar die konden we niet lezen. Het enige waar wij het mee moesten doen was een souvenir. En dat was ruim voldoende. Hier en daar was het hout niet zo mooi afgewerkt, maar - zo redeneerden wij - dat kwam natuurlijk omdat die mensen daar niet zulke goede beitels en messen hadden. Ze moesten zich maar een beetje behelpen. We droomden weg naar onontdekte continenten en werden pas weer wakker toen om 3 uur de soep op tafel kwam, want die tante kwam altijd op een zondag langs.

Later bleek dat ze ieder jaar gewoon een paar weken naar Spanje ging en daar hele dagen op het strand lag te bakken om haar marktwaarde te peilen. Maar dat maakte niet uit. Dit speelde in een tijd dat Spanje nog aan de andere kant van de aardbol lag - Spanje was nog helemaal niet ontdekt, mensen kwamen niet verder dan België of Duitsland. Inmiddels haal je je neus op voor Spanje. Echter, het kleiner worden van de wereld is nooit ten koste gegaan van de fantasie die een houtsnijwerken afbeelding opriep en oproept van iets wat leek op een figuur naast een boompje.

In schril contrast hiermee las ik laatst een artikel op internet over een archeologische vondst, zonder foto's. Die waren ook niet nodig, want je kon al lezen hoe de vork in de steel zat. Dat was afdoende. Voor de meeste lezers was dit echter niet afdoende. Om kort te gaan: 9 van de 10 lezers geloofden de tekst van het artikel niet omdat er geen foto's bijstonden. Een bizarre 'redenering'. (N.B. Een week later laat een vage video van een weggewaaide ballon in New York mensen massaal beweren dat ze een UFO hebben gezien.)

Met bovenstaande geestelijke bagage in het achterhoofd presenteer ik niet zonder trots het verslag van een volstrekt fantasieloze vakantie (want volop foto's!!) in Peru van Hannie en mij, in juni/juli van dit jaar. ...Klik de link... PERU2010

lutek Dinsdag 26 Oktober 2010 at 8:03 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Tiny but Finey

TinyMusic (TM) deed haar naam eer aan. Laatst in de bieb waren er zeker 60 mensen, ditmaal de helft. In een knusse huiskamer bijeen. Goed gecamoufleerd. Die huiskamer dan, niet die mensen. De huiskamer was namelijk gelegen op de eerste verdieping van een verder behoorlijk verlaten voormalige kazerne op een behoorlijk verlaten terrein. Vooraf riep ik visioenen op van een verlaten kazerne. Hoe ziet zoiets er precies uit? Vallen de muren onder het dak vandaan? Spelen oud-strijders op volle-maan-dagen beroemde executies na? Zou organisator Maurice ons zijn verzameling niet ontplofte V2's tonen die onder het gebouw verborgen lag? (Nee jongens en meisjes, er kan niets gebeuren, maar hou als je moet niesen voor de zekerheid je hand voor je mond.)

Al wist ik dat ik goed liep, vanaf station Poortugaal met de metro mee, pas toen ik op 5 meter van de deur stond wist ik zeker dat ik aan het juiste adres was, al zag ik nergens een adres. "Verdwalen is onmogelijk", twitterde TM vooraf aan het publiek. Toch zag onze Eva kans om ongewild de omgeving te verkennen voordat ze een uur te laat arriveerde. Ze werd als een verloren schaap binnengehaald. Och arme. We hadden al bijna de politie gebeld, ware het niet dat die waarschinlijk net zo hard zouden verdwalen. Ze was inmiddels tot de conclusie gekomen dat Poortugaal geen plek is waar je dood gevonden wilt worden. Nu heb je wel weer het geluk dat als je hier doodgaat er bijzonder weinig kans is dat je ooit nog gevonden zou worden. In die optiek heft het probleem zichzelf op.

"Het stond nog aangegeven waar het was, bij het hek", zei Maurice. Dat was waar. Maar geheel in stijl met de aard van TM was de bewegwijzering ongeveer zo groot als een postzegel. Eva waande zich terug in de 3e klas tijdens een dropping in de bossen rond Nunspeet. Ze dacht aan haar eigen tuin, waar 2 edities geleden een TM was gehouden. Een tuin zo groot dat de grens tussen Rotterdam en Barendrecht er ergens halverwege doorheen loopt. Als je je fiets uit de schuur haalt, moet je eerst je paspoort laten zien. Maar goed, ze was er. Wat had ze gemist? Nou, een prachtig optreden van Jack Ackerman, spreek uit: Ekkermen. Als ik als gitarist die achternaam had, zou ik die ook liever niet op zijn Nederlands uitspreken.

Direct bij de eerste noot die Jack speelde moest ik denken aan Tanzania. Dat kwam omdat ik naast de boekenkast zat waar een reisboek stond over Tanzania, op ooghoogte. Maar dit is niet de plek om te uigebreid in te gaan op reizen door Tanzania, zelfs niet op ooghoogte. Jack was in goede vorm, hij klonk alsof hij zich vandaag hooguit een keer of drie had geprobeerd romantisch van het leven te beroven. Max. Maar waarom zou je, als je zo gitaar speelt als Jack? De ruimte tussen het 2e en 3e couplet wordt door de meeste singer-songwriters als opvullertje gezien. Zo niet door Jack. In zijn handen werden dit mooi gesmeden Jugendstil-bruggen, dragende constructies, wezenlijk onderdeel van het geheel. De teksten waren mooi en poëtisch, al wist ik na het 3e nummer niet meer zo goed waar ze precies over gingen. Dat deed er ook niet toe, zolang hij het maar wist.

Jack Ackerman had nog wel een uur door kunnen spelen, maar had hij dat gedaan, dan was de voorraad Olm-bier vast nooit opgekomen. Je moet je prioriteiten stellen. Sorry, Jack, maar het lichaam wil ook wat. TM-medewekster J. had een handvol charmes in de strijd gegooid om een sponsor te vinden. Als ze ál haar charmes had gebruikt zouden we volgende week gratis in Ahoy' hebben kunnen zitten, maar dat wil je niet als je TinyMusic heet. De firma Olm wilde TM graag sponsoren. Het voordeel van Olm-pils boven andere pilsen is dat Olm drinkbaar is en de andere niet. Zelden heb ik een groep mensen zo in hun gesponsorde nopjes gezien als op deze avond.

Gastvrouw Esther rende ondertussen op en neer naar de kombuis (of hoe heet dat in een kazerne) om iedereen verder nog te voorzien van lekkernijen: warme chocomel, zelfgestookte appelsap (er staat nog 60 liter in de kelder) en cake. We werden in alle mogelijke watten gelegd. Dit was het moment dat Eva arriveerde en meteen aan een warme chocomel-infuus werd gelegd. Na een kwartiertje kreeg ze weer wat kleur. Ik kreeg nog wat anakdotes te horen over de firma Olm en genoot met volle teugen. Het was bijna jammer dat de pauze ten einde liep. Nog even snel naar de latrine en dan weer plek zoeken in de knusse huiskamer. Ik had de 'best seat in the house': een schommelstoel. Boekenkast in mijn rug, houtkachel bij mijn voeten, schapenwollen kleed onder mijn kont, Biff Smith merkte op dat alleen de Surabaya-Johnny-pijp nog ontbrak om het plaatje compleet te maken.

Biff Smith komt uit Schotland en is zanger van The Starlets. Toen in 1978 de jonge Biff mocht opblijven om de wedstrijd Schotland-Nederland te zien, gezeten naast de potkachel in waarschijnlijk net zo'n pullover als hij nu aanhad, had hij zwaar onder invloed van Peter Pan gedacht dat Schotland tegen Neverland speelde. Geen wonder dat je club dan verliest. Inmiddels is hij graag op bezoek in Nederland en zong hier zelfs een liedje over. Hij sprak ook een aardig woordje Nederlands, met prachtig Schots accent. Het is moeilijk om Biff Smith te plaatsen, maar zo tussen de boekenkast en de houtkachel in kwam hij heel goed tot zijn recht. Biff neemt zijn publiek graag mee op reis, maar met de kosten van het openbaar vervoer van tegenwoordig heeft hij bedacht dat je een stuk goedkoper uitbent als je je publiek meevoert door middel van gitaarspel en toverwoorden. Zo zaten we met 30 man pardoes bij zijn zus op de thee, ergens hoog in Schotland. Zijn zus had hier allerminst op gerekend, met haar 3 kinderen, en paniek maakte zich van haar meester. Gelukkig voor haar waren we 5 minuten later weer verdwenen en muzikaal getransporteerd naar een andere uithoek van Schotland.

In een moment van rust maakte iemand goed getimed een flesje Olm open. Dat bracht iedereen weer terug naar Poortugaal. Biff zette net het laatste nummer in, de uitsmijter van de avond: Tender Looks. Een schitterend nieuw nummer dat zeker op de 4e CD van The Starlets te vinden zal zijn. Iedereen was lovend over de avond en de optredens, maar de meningen liepen uiteen aangaande de exacte titel van het laatste nummer. Iemand die wel een knuffel kon gebruiken dacht aan 'Tender Hugs', terwijl iemand anders, die kennelijk een beetje trek had gekregen, eerder dacht aan 'Tenderloin'.

Er is een theorie (en die heeft nog een naam ook, maar die weet ik niet) die zegt dat het niet de mensen zijn die gebeurtenissen laten plaatsvinden, maar dat de geschiedenis mensen gebruikt om zichzelf te creëren. Analoog hieraan zou je kunnen stellen dat de entiteit 'TinyMusic' er voor zorgt dat zij zichzelf in stand houdt. Als je er een paar keer bij bent geweest ga je - terwijl je dat eerst toch echt niet van plan was - vanzelf denken dat het wel aardig zou zijn om TM een volgende keer eens bij jezelf thuis te houden. Een merkwaardig fenomeen. In December staat er een huiskamer in Rotterdam-Noord ter beschikking. Komt allen, in tiny getale. Ik heb me reeds ingeschreven.

lutek Zaterdag 23 Oktober 2010 at 4:47 pm | | default | Twee reacties
Gebruikte Tags: , ,

Blog 500: Bos en Strand / Rood en Wit

Om het verschijnen van het 500e blog te vieren had ik al mijn vrienden uitgenodigd: een rode en een witte, voor nog geen 10 euro was ik klaar. Echter, een belangwekkend telefoontje wijzigde dit voornemen. Had ik misschien zin in een boswandeling? Ik observeerde de buitenlucht. Deze was van zulk een zomerse kwaliteit - ongetwijfeld de laatste keer deze herfst - dat ik vrijwel onmiddellijk zwichtte voor het voorstel. Ik hoefde geen picknickmand mede te nemen. Wel wapende ik me met Flücks overzichtelijke en vrijwel complete gids 'Welke Paddestoel Is Dat?' uit de Fontaine-Natuurreeks. Geen boswandelaar kan zonder. Op de voorkant prijkt een volwassen vliegenzwam. Ik bedacht me dat, hoewel deze paddestoel de eerste is waarmee ik ooit kennismaakte (via licht vers op kleuterschool, inclusief kabouter), ik deze soort nimmer in het wild heb mogen aanschouwen.

Aangekomen in de metropool H., halverwege Goeree-Overflakkee, de tomtom hardop bedankend, ik aaide het ding zelf even over zijn bolletje, want ook al heeft de metropool H. slecht 10 straten, je zou het adres echt niet zonder hulpmiddelen hebben kunnen vinden, of je zou het een voorbijganger moeten vragen en hopen dat het iemand is die behalve Goerees ook Nederlands spreekt, parkeerde ik de auto en belde aan. Vergeefs. Dat wil zeggen: ik had net zo goed niet hoeven bellen want de deur ging al open voordat ik de bel had aangeraakt. Ook dat gebeurt in de metropool H.

Ik werd hartelijk begroet door een dame die ik ooit eens Mevrouw Van Lente heb genoemd maar die eigenlijk gewoon Mevrouw Zomersproet heet. Kinderen werden van de bank geplukt en in de auto geladen, een mand met proviand tussen hen in, gas geven - en flink ook anders is die mand natuurlijk al leeg voordat we halverwege zijn. Iedereen had een fototoestel bij zich, het zou een mooie natuurbeleving worden.

"Mam, eigenlijk wil ik helemaal niet naar het bos, ik ben er vorige week al geweest." Mam pareerde dit vakkundig met een welgemikt "We gaan nu naar een ander stuk, waar je nog niet geweest bent". Een gewaagde uitspraak. Volgens mij was het bos waar we naar op weg waren niet groter dan een voetbalveld.

Door enthousiasme overmand maakte Mevrouw Zomersproet een fout door op het bos voort te borduren: "We zullen zien of we die ene boom weer kunnen vinden." Even was het stil in de auto, maar zonder om te kijken hoorde ik iemand schrikken op de achterbank. "Nee ma, je gaat niet weer in een boom klimmen, hoor! Ik schaam me verrot. En dan ga je die foto's ook nog op hyves zetten zeker." Gelukkig wist ik dat iedereen zich wel eens voor een mam schaamt, ongeacht haar klimcapaciteiten.

Opeens ging het gesprek over paddestoelen, wat grappig was omdat ik nog met geen woord had gerept over de aanwezige handboekheid in binnenzak. Ze hadden er veel gezien vorige week en de omstandigheden waren er naar om ditmaal weer een groot aantal fotomodellen te treffen. Ze konden niet begrijpen dat ik de vliegenzwam nog nooit van dichtbij had gezien. Deswege namen wij ons voor, zonder andere aanwezige soorten van macrofungi ook maar enigszins te negeren, onze blik vooral te richten op de vliegenzwam. Er werd alvast wat geoefend met fotograferen, merkte ik. De dames Achterbank brachten onder grote hilariteit mijn kale kruin diverse malen fraai in beeld. "Mam, is dat je nieuwe vriend?" , "Nee joh, doe niet zo gek, het is gewoon een vriend."

Op steenworpafstand van de parkeerplaats struikelden we links en rechts al over tal van paddestoelen, van die witte op steeltjes, van die bolle die zo leuk ontploffen, van die orange sluimjurken. Ik bladerde me reeds in het zweet voordat we goed en wel aan de wandeling begonnen waren. Determineren ho maar. Het was lukraak pagina's opslaan. In de hoop en op de gok. Maar geen vliegenzwam. Ja, één kleine, waarschijnlijk. Er waren echter geen witte stipjes te zien. Zekerheid bleef vooralsnog uit. Even verderop zag ik een boleetachtige, een bruine, en hurkte er bij neer. Eens kijken of ik die mooi op de foto kon zetten. De dames Achterbank bulderden het uit. Het was een hondendrol.

Wij vervolgden onze weg, genoten van de zon, en kwamen zowaar een boom tegen: de boom. Om Mevrouw Zomersproet en kroost direct te verlossen van ongemakkelijke stiltes en heen en weer gedrentel, besloot ik er zelf direct maar in te klimmen, wat vrij aardig lukte. Je had een geweldig uitzicht, je kon de hele omgeving zien, dat wil zeggen: alle bomen die er 5 meter vandaan omheen stonden. Erg hoog was het alleszins niet. Toen iedereen de boom voldoende geknuffeld had liepen we terug naar de auto. Het was eigenlijk nog wel vroeg, te vroeg om alweer naar huis te gaan. Op het eiland is alles dichtbij, we gingen meteen even door naar het strand.

Van bos naar zee. Van paddestoelen, pony's en libelles naar meeuwen, kwallen en krokodillen. Onze fototoestellen hadden moeite om ons bij te houden. Eén der dames Achterbank schreef de naam van haar vriend/niet-vriend in het natte zand. Het was eb; straks zou het vloed zijn. Aan symboliek geen gebrek.

Als er geen walvissen aanspoelen moet je genoegen nemen met een mossel. Bekijk die eens goed. Je kunt er de mooiste foto's van maken. En aan het resultaat kun je later niet eens afzien dat ze eigenlijk geposeerd waren. Aan symboliek geen gebrek.

De meeuwen waren verdomde lui, sorry, maar het moet gezegd worden. God, wat kunnen die beesten dom op en neer dobberen, te beroerd om een poot uit te steken. En je dan aanstaren met die enge Jude Law-ogen. Ik had zin om er eentje met een kwal te bekogelen, maar de kwal was bij nader inzien te fotogeniek om te verplaatsen. Wel bleken de meeuwen een beetje wakker te worden als je ze voerde met chips. Welke soort het was weet ik niet precies, van de chips dan. Ik eet zelf nooit chips. De dames zaten in tweestrijd; het laten fliederen en fladderen der meeuwen was een leuk gezicht, maar het ging wel ten koste van hun eigen knabbelvoorraad. Keuzes keuzes keuzes. Aan symboliek geen gebrek.

Genoeg bos en strand voor één middag. Als op een eiland de avond valt, dan valt die hard, en je ziet hem nooit van te voren aankomen. Maak je tijdig uit de voeten. Inmiddels was ik geloof ik goedgekeurd door de dames Achterbank maar wist niet precies waarvoor. Beter had de middag niet kunnen verlopen. Mevrouw Zomersproet zette er de hakken in en in geen tijd waren we weer terug in de metropool H. Toen ik mijn spullen pakte zag ik tot mijn stomme verbazing de geliefde vliegenzwam gewoon op tafel staan. Het was dan wel onderdeel van een vroegtijdig kerststukje, ik kruiste hem toch maar aan in het handboek. Rood en wit, een mooie combinatie.

lutek Woensdag 20 Oktober 2010 at 7:50 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Kuipjesbroek

Laatst zei ik mijn moeder dat ze volgens mij de ziekenhuisverhalenleeftijd heeft bereikt. Dat zei ik tussen 2 ziekenhuisverhalen door. Het is een leeftijd die sommige mensen al voor hun twintigste bereiken, anderen bereiken die nooit. Met je echte leeftijd heeft het niets te maken. Het is net zoiets als een ouwe lul, dat kun je ook al zijn op je twintigste, heeft niks met leeftijd te maken, of geslacht. Een ouwe lul hoop ik nooit te worden, maar de ziekenhuisverhalenleeftijd komt soms akelig dichtbij.

Ik mocht weer op bezoek in Ikazia. Ik keek er al dagen naar uit. De dokter vertelde dat het moeilijk is te zeggen hoe veel behandelingen ik nog nodig heb. Soms is één keer voldoende, maar de meneer die hier net was, was er al voor de zevende keer. De moed zonk me in de schoenen, die ik inmiddels keurig in de hoek van de kamer had gezet, naast de ladenkast met materialen. Ik las de opschriften van de laden: kattenklauwtjes, hamer, bijtel, knabbeltang, eentandsklem. Ik begon te vermoeden dat het geen fijne middag zou worden. Dat werd het ook niet.

Als je moest kiezen waar iemand je zou behandelen met een soort van nietpistool, dan ben ik vrij zeker dat er bepaalde plekken zijn die als laatste of als allerlaatste genoemd worden. En dat is niet zonder reden. Het pistool ging 4 maal af. Ik werd wit, en ik werd koud en ik voelde in één tel alle poriën van mijn lichaam opengaan. In een delirium van pijn zag ik opeens mijn buurman in de wachtkamer zitten, en dacht... Hoe kom je in godkolerehemelsnaam aan zo'n broek, man!? Dat is toch niet normaal? Dat is een broek uit een stripverhaal! Een kuipjesbroek. Een broek als twee vergroeide Affligem-glazen. Een Siamese Affligem-broek. Hoe kan het bestaan? Je verzint het niet. Welke winkel verkoopt zoiets? Obelix, die droeg zo'n ding. Kom nou toch op, die dingen bestaan toch niet echt? Teringjantje!

Toen ik de gang in liep - ik weet zo gauw niet welke vervoeging van het werkwoord 'lopen' ik moet gebruiken, de juiste moet nog worden uitgevonden - keek ik nog even om naar de wachtkamer. Hij zat er niet meer, de man met de kuipjesbroek. Hij zal vast nog veel meer ziekenhuisverhalen hebben dan ik.

lutek Maandag 18 Oktober 2010 at 9:43 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Crass

Als The Sex Pistols de goaltjesdief van het veld is, en The Dead Kennedys de aanvoerder, dan is Crass de scheidsrechter. Maar omdat ik een vreselijke hekel aan voetbal heb, laat ik deze belachelijke vergelijking voor wat het is en ga over tot de orde van de dag. De orde van de dag, een mooie lentedag in Mei, was dat ik zag aangekondigd dat Crass zou spelen in Amsterdam. Of eigenlijk alleen de zanger van Crass die de oude nummers nog 1x van stal zou halen. Direct kocht ik vorige week een kaartje. Ik had lang getwijfeld. Zou het een opa-vertelt-avond worden? Of om in stijl te blijven, opa-schreeuwt-na-al-die-jaren-nog-behoorlijk-hard-in-de-microfoon.

Fight war, not wars!

De oprichter van de band woont ergens buiten London in een hutje op de heide (al bijna 40 jaar, dus ook al vóórdat hij Crass oprichtte) en bleef liever zijn zelfverbouwde groenten verbouwen. De andere leden hadden ook geen interesse. Zanger Steve liet zich echter niet uit het veld slaan - sorry, dat was echt de laatste voetbalreferentie - en graaide een band bij elkaar om mee te touren.

Punk is dead!

Ik was benieuwd of ik de teksten nog altijd letterlijk uit mijn hoofd kende. Teksten? Het waren paginalange sociaal-politieke pamfletten, eindeloze verhandelingen in dundruk. Als de uitklaphoes niet had bestaan, had die moeten worden uitgevonden om alle woorden op af te kunnen drukken. Geen seconde rust, geen instrumentale stukjes, liefst geen refreinen, Crass had in een half uur meer te zeggen dan iedere andere band in 10 jaar. En het gíng ook allemaal ergens over. Geen andere band heeft me zo beïnvloed als Crass (al kun je natuurlijk net zo goed zeggen dat ik al dacht wat ik dacht en in hun teksten bevestiging vond).

In all your decadence people die!

Jawel, ik kende de teksten nog, zo niet letterlijk dan toch wel woordelijk, en ik was niet de enige. Het publiek was Crass-minded. Geen pretpunkidioterie. Mooi zo. Het tempo zat er vanaf het begin goed in. 30 nummers in een uurtje. De basgitaar was na het eerste nummer al ontstemd (waar de bassist pas bij het laatste nummer achterkwam) maar wat deed het ertoe? Tot mijn verrassing was er ook een zangeres mee. Handig voor Steve die dan om de paar nummers even op adem kon komen. Bekende kreten werden massaal door het publiek meegebruld. "Do they owe us a living?" - "Course they fucking do!!" Een inkoppertje. Oops - dat was echt echt echt de laatste referentie.

In de trein terug legde ik iemand van 23 uit naar wat voor concert ik was geweest. Opa vertelt.

lutek Maandag 18 Oktober 2010 at 12:47 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Body Worlds

Het beste moment om de opgezette lijken van de tentoonstelling 'Body Worlds (The Cycle of Life)' te gaan bekijken is wanneer je het idee hebt dat je er zelf niet zo tof uitziet. Bijvoorbeeld na een avond zwaar stappen, of wanneer je net van de dokter hebt gehoord dat het maar zo-zo met je gaat. Je kijkt je ogen uit en voelt je direct een stuk beter. Je kikkert er helemaal van op. Als je ook nog eens met iemand gaat die je 20 jaar niet heeft gezien maar je nog steeds herkent, dan kan de dag eigenlijk al niet meer stuk. Peet en ik kochten een kaartje.

Toen de bedenker van deze tentoonstelling Dr. Gunther von Hagens nog geen Dr. was en in korte broek zijn knie eens bezeerde, kwam aan het licht dat hij aan hemofilie leed. Zijn interesse was gewekt en jaren later ging hij mensen opzetten. Had hij als klein jongetje moeite gehad om zijn klasgenootjes bij te houden tijdens een sportweekend in de gezonde buitenlucht, had hij wellicht een beroemd wielrenner geworden. Als de kleine Gunther iets in zijn hoofd haalde, was hij niet te stoppen. Ter illustratie: zijn vader was ooit kok bij de SS, en het favoriete voedsel van zoonlief is pizza. (Misschien toch niet zo'n sterk voorbeeld, maar ach.)

Dr. Gunther zet dus mensen op. Dit ter educatie en niet om te shockeren. Peet en ik waren het met hem eens, we kregen geen freakshow te zien maar een zeer onderhoudende biologieles. Het hele lichaam werd belicht, letterlijk. Het menselijk lichaam werd gefileerd, letterlijk. De ruimte was d.m.v. schotten verdeeld in een kamer of acht. We schuifelden langs de lichaamsdelen, waarbij ik onwillekeurig moest denken aan het Museum van Dr. Spitzner, wat ik 30 jaar geleden heb mogen bewonderen. Dat was pas een freakshow.

In de derde kamer ging het mis, een meneer werd onwel. Onwillekeurig moest ik denken aan een optreden van Jim Rose waarin ook diverse lichaamsdelen het moesten ontgelden, met dat verschil dat die lichaamsdelen nog in leven waren. Er vielen toen 25 mensen flauw in Nighttown. Het Rode Kruis had uit voorzorg al een stand neergezet. Verderop in kamer 6 lazerde iemand nog een bloeddrukmeter van een tafeltje maar verder bleef het rustig en beschaafd.

Vlak voor de uitgang lag wat informatie over het doneren van je eigen lichaam. Wij waren dat al niet van plan, maar zeker gezien de opstelling - vóór de uitgang - leek het ons sowieso beter om niet nu direct de betreffende formulieren in te vullen, wilden we nog heelhuids naar buiten geraken.

Na afloop kochten we geen snuisterijen. Wel gingen we nog ergens een hapje eten, carpaccio uiteraard. We zijn veel wijzer geworden. Onduidelijk blijft echter waarom de gevilde lijken alle hun navel hadden behouden. Iets uit de kleine Gunthers jeugd?

lutek Woensdag 13 Oktober 2010 at 10:49 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

TinyMusic in de Bieb

Het gebeurt niet vaak dat je in een donkere gemeentebibliotheek uit het raam staat te staren. Als de kans zich aandient moet je die nemen. Ik sta thuis vaak genoeg uit het raam te staren; niet dat ik dan echt naar iets kijk; pas als iemand vraagt waar ik naar kijk, zie ik wat er zich in mijn gezichtsveld afspeelt. "Oh, ik geloof dat er iemand door rood reed", of: "Ach niets, er reed een metro voorbij."

Maar voor het raam in de gemeentebieb kun je geen metro voorbij zien rijden en er reed geloof ik ook niemand door rood. Ik zag de skyline van de Coolsingel en een klok die 19:50 aangaf. Zodadelijk zou 'TinyMusic in de Bieb' van start gaan. Ik liep wat rond en ging zitten naast een mevrouw met een hoedje. Door overmatig gebruik van toeval bleek zij een collega van mijn broer. Zij droeg het hoedje niet alleen met flair maar ook met functie, want snel bleek dat zij 'de mevrouw met het hoedje' was. Dat ging als volgt: Er kwam iemand met zekere tred en voorbedachte rade aangelopen en zei: "Ik moest vragen naar de mevrouw met het hoedje, dat bent u." Er ontstond een gesprek over de aardrijkskunde van het gebouw en over één bepaalde deur in het bijzonder. Maar omdat het al bijna tijd was voor het eerste optreden van de avond lette ik niet goed op hoe het gesprek zich verder ontwikkelde en richtte mijn aandacht daarentegen op het podium alwaar The Candides zich reeds hadden genesteld.

The Candides klonken als een klok. Een klok uit de jaren '50 dan wel, ietwat stoffig, en afhankelijk van al dan niet recente opwindeling soms wat te snel of te langzaam. Dat deerde mij in het geheel niet. Ik kocht direct na afloop dan ook hun gehele oeuvre, bestaande uit 1 CD-single.

Overigens waren beide leden van de band ook dragers van een hoed elk. Waarom geen van hen werd aangezien voor 'de mevrouw met het hoedje' is nog onopgelost, hoewel ik de mannelijke helft van de band als excuus het voordeel van zijn geslacht geef.

Het fenomeen TinyMusic is zodanig van aard dat het niet zo veel uitmaakt of de muziek de mooiste muziek is die je ook hebt gehoord. De aanwezigen, de sfeer, de setting, alles maakt het de avond waard. Niet erg dus dat er na de pauze nog een optreden kwam. Andy White woont afwisselend in Ierland en Australië. Beide landen zijn helaas niet ver genoeg om hem te beletten ook wel eens naar Nederland te komen. Zijn devies was: Als je aan name dropping doet, doe het dan ook goed - hij zat aan een gemiddelde van 6,4 per liedje. Verder vertelde hij zo intiem over zijn imaginary friends dat ik even bang was dat hij ze op het podium zou roepen. Ik merkte dat de meeste aanwezigen liever naar Andy White luisterden dan naar The Candides, wat echter geen enkel goed gesprek in de weg stond. En zo hoort het ook. Zelfs al gaan die gesprekken soms over het opvoeden van tweelingen en het bestrijden van vreselijk enge ziektes. De gemiddelde leeftijd van TinyMusic-bezoekers ligt nu eenmaal iets hoger dan van bezoekers bij een hip bandje in Rotown.

De volgende editie van TinyMusic is in een voormalige kazerne te Portugaal. Gepaste (leger)kleding wordt op prijs gesteld.

lutek Zondag 10 Oktober 2010 at 10:20 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Bowie in Le Vagabond

Het nadeel van een coverband zijn is dat je een coverband blijft. Maar dat is alleen maar een nadeel als je eigenlijk iets anders wilt zijn dan een coverband. Het voordeel van een coverband zijn is dat je geen nummers hoeft te schrijven, en dat veelal het publiek je meehelpt met de uitvoering door halfdronken met de nummers mee te blèren (de refreinen dan toch).

Het nadeel van een Bowie-coverband zijn is dat Bowie-nummers staan als een huis en je dus van goeden huize moet komen om indruk te maken. Het voordeel van een Bowie-coverband zijn is dat het geheel niet uitmaakt hoe je je uitdost omdat de meester zelf in de loop der jaren ieder pak al eens uit de kast heeft getrokken. Je kunt de plank simpelweg niet misslaan.

'Echo-Bowie' is naar eigen zeggen de beste Bowie-coverband van Nederland. Ik sluit me aan bij die mening, al was het maar omdat ik geen andere Bowie-coverband ken. Zij speelden in Le Vagabond. Ik zat er, niet te ver van de Grimbergen-van-het-vat vandaan, aan de punt van de bar waar het barwater zich verzamelt, regelmatig met viltjes het vocht wegdeppend. Na enige tijd hield ik daarmee op en liet alles maar nat worden. Toen ik ontdekte dat het geen water was maar bier, ging ik er weer mee door, jammer genoeg te laat om zowel portemonnee als inhoud voor een verdrinkingsdood te behoeden. Klokslag 9 minuten over half 10 begon de band te spelen. Ze hadden zich gestoken in de smalle-stropdasjes-outfit en ze speelden duidelijk niet voor het eerst.

Bowie-nummers herken je meestal bij de eerste seconde, ze lijken op geen enkel ander nummer. Het was meteen feest. Iemand achter me wilde weten wat mijn favoriete Bowie-nummer was. Lastig. The Bewlay Brothers misschien, of Sense of Doubt? Ik mocht er 3 noemen. Dat maakte het vraagstuk alleen maar ingewikkelder. Als je er 1 mag noemen kun je er 1 naast zitten, bij 3 is dat verdrievoudigd. Het omslagpunt is zo'n beetje bij 30 nummers, schat ik in, maar zover kon ik deze avond niet rekenen. Daar was het ook veel te druk voor.

Hey, daar was De Kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat, hallo-hoe-is-het-wat-drink-je-gezellig-goeie-band-wat-is-het-warm-hier-ja-dat-klopt-zeg-ken-je-die-en-die-ik-zal-je-voorstellen-... Het werd kortom alleen maar gezelliger.

Ik veerde op. The Width of a Circle is natuurlijk het beste nummer! Ik zag zo gauw niet wie het me gevraagd had, daarom vertelde ik het maar aan mijn buurman rechts. Die knikte heel begrijpend, geloof ik. Wild is the Wind, zei Eva in mijn linkeroor. Zeker, dat is ook een prachtnummer. Oh, je bedoelt dat ze dat nu gaan spelen? Ze gingen het inderdaad spelen.

In een ander oor - hoeveel oren had ik vanavond eigenlijk? - werd me gevraagd 'of ik er al uit was'. Jazeker was ik er uit... dacht ik... misschien... The Man Who Sold the World, vanzelfsprekend. Juist op dat moment zette de band Ashes to Ashes in en begon ik weer te twijfelen. Op de wisselkruk voor mij zat iemand die niet meer kon staan. Zitten lukte trouwens ook niet zo goed meer, maar met steun van de tapkast zette hij de zwaartekracht een beetje naar zijn hand. Met niet geringe inspanning wist hij me ook nog een sigaret te vragen. Ten minste, het klonk alsof hij het over een 'graswolkoekjestrommel' had, maar hij wees daarbij zodanig naar het natte pakje voor me dat ik hem toch in één keer begreep. Het werd zowaar nog gezelliger.

Het laatste nummer duurde een nummer of drie, zoals dat meestal gaat. De warmte joeg iedereen direct daarna naar buiten. Daar hoorde ik pas echt hoe die-en-die heette. Aangenaam. En tot ziens. Eenieder moest de volgende dag weer vroeg op. Ik was het bijna vergeten maar dat gold ook voor mijzelf. In de metro neuriede ik een extra lange versie van Moonage Daydream.

lutek Dinsdag 05 Oktober 2010 at 11:14 pm | | default | Vijf reacties
Gebruikte Tags: ,

"Talking about music is like dancing about architecture" (Laurie Anderson)

Het Nederlands Architectuur-instituut is geen groot organisator van popconcerten. Denk je erover een concert te bezoeken, denk je niet meteen aan het NAi. Einsteinbarbie dacht daar anders over en besloot een concert te geven in het NAi. Of eigenlijk waren ze op uitnodiging van de cursus 'LifeStraw® waterfilters'. Deze hield een presentatie en veiling van kunstobjecten in het NAi en vroeg Einsteinbarbie muzikale luister bij te zetten. De veiling was bedoeld om geld op te halen voor Pakistan of voor Afghanistan, één van de twee. Ik weet niet precies meer welke.

Caja en ik waren niet te beroerd om een goed doel te steunen maar de kunstobjecten bleken helaas iets te prijzenswaardig. Gelukkig zou de geïmproviseerde baromzet ook naar het goede doel te gaan, dus dronken wij ons een kraakhelder geweten. De helderheid van het geweten was omgekeerd evenredig met de helderheid van de gesprekken. Je moet wat overhebben voor het goede doel van Pakistan of van Tzatzikistan of wat was het ook alweer?

Er liepen inmiddels al heel wat kunstliefhebbers in het rond, maar ze vielen in het niet bij de hoeveelheid netwerkers. Allemachtig, wat was men aan het netwerken. Als dat maar goed kwam met de veiling later in het weekend.

Einsteinbarbie nam het podium te voet en de instrumenten ter hand. De hoge ruimte zorgde voor een enorme galm en een geweldige akoestiek. Werkelijk bewonderenswaardig hoe goed je alle gesprekken van 100 mensen gewoon kon blijven volgen terwijl er een band stond te spelen. Petje af. Ik vroeg Caja een keer of ze nog iets wilde drinken en onmiddellijk stond de hele zaal instemmend naar me te knikken.

Einsteinbarbie had nieuw repertoire en een nieuwe gitarist. Zangeres Stella pakte haar draadloze microfoon en paradeerde als een grande dame door de zaal om de netwerkers bij de lurven te pakken. De netwerkers begrepen niet zo goed wat de bedoeling was van het optreden, zodat ze tegen haar bedoeling in met een handvol visitekaartjes naar het podium terugkeerde. Zangeres Michelle-met-de-blote-voeten zong een nummer dat zo betoverde dat ze er van ging zweven, hiermee aantonend dat schoenen soms simpelweg overbodig zijn.

Halverwege de eerste set werd er van hogerhand een vervroegde pauze ingelast. Jammer, we kwamen net op gang. Halverwege de pauze werd van hogerhand besloten dat er geen tweede set kwam. Het Nederlands Architectuur-instituut is geen groot organisator van popconcerten.

Soms denk ik wel eens dat als een stelletje samen een band ontdekt die band een beetje van dat stelletje is. En dat het, als het stelletje uit elkaar gaat, niet meer dan redelijk is dat die band dat dan ook doet. Einsteinbarbie gaat nog lang niet uit elkaar, maar dit optreden werd wel genadeloos kortgesloten. Onze goede inzet ten spijt - en hopelijk hebben ze er iets aan in Radetzkystan of waar dan ook - bleef het een kortgeloten avond, een avond met een anticlimax.

lutek Zaterdag 02 Oktober 2010 at 10:31 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,