De Verhuizende Tak

Het hing al weken in de lucht. Het gonsde van de geruchten. Baasje heeft genoeg van ons. Baasje wil ons kwijt.
Ik stelde de takjes gerust. Nee nee, ik wil jullie niet kwijt, niet allemaal. Maar jullie gaan maar niet dood, ik zorg te goed voor jullie, en nu zijn jullie met te veel.
De takjes luisterden aandachtig en knikten ten teken dat ze het begrepen. Nu zijn ze nog klein, maar als 20 kleine takjes groot worden is een kooi van 120x40x60 toch een beetje benauwd. Voor het gemak verzweeg ik maar dat ik ook geen zin heb om om de haverklap naar het park te gaan om voedsel te halen voor die veelvraten.
Het gevolg laat zich raden. De takjes blonken ineens uit in mooi zitten, pootjes geven, kopjes geven, et cetera. Als ik me voor de tv hardop afvroeg of het wielrennen al begonnen was, zaten ze al op de afstandbediening om het juiste kanaal op te zoeken. Diverse malen bleek de afwas al gedaan te zijn, en op zondagochtend brachten ze koffie op bed. Ideaal. Maar ik was onverbiddelijk, er moesten enkele takjes verhuizen.

Zou de diergaarde interesse hebben? Nee, dat hadden ze niet. Ik kreeg ten minste geen reactie op mijn aanbod. De reptielen-en-aanverwanten-winkel dan, ja die had er wel oren naar. Mooi. Ik zou binnenkort langskomen, maak alvast een kooi in orde.
Hoe bepaal je welke tak weg moet en welke mag blijven? Lastig. Er waren 2 kneusjes bij: eentje met een gedraaide staart, en eentje met slechts vijf en een kwart poot. Bij allebei zal dat het gevolg zijn geweest van een niet vlekkeloos verlopen vervelling. Die 2 mochten in elk geval blijven.
Het liefst zou ik zelf zoveel mogelijk vrouwtjes houden. Bij een aantal kon het geslacht al worden vastgesteld. Maar ik zou de dierenwinkel moeilijk met alleen maar mannetjes kunnen opzadelen. Die zouden elkaar de tent uitvechten als ze eenmaal volwassen zijn. Geen goed idee. Eerlijk verdelen dan maar.

De takjes lieten zich vrij makkelijk meelokken met behulp van een druivenblad en een braamtak. Als ze maar te vreten kunnen krijgen. Als een Takkenvanger van Hamelen lokte ik ze mee naar de dierenwinkel. De eigenaar was in zijn nopjes. Fraaie beesten. Ik had juist die dag nogal haast en maakte me al snel uit de voeten. Bij thuiskomst bedacht ik dat ik niets over de verzorging had verteld. Een paar dagen later was ik er weer in de buurt en nam ik een kijkje, dit tot grote hilariteit van 'de winkel'. ('De Winkel' is: de eigenaar en drie, vier, vijf man die daar ook altijd zitten, als ware die plek een soort tweede huis voor hen, wie weet zelfs eerste huis.) Ze moesten lachen om mijn bezorgdheid, die inderdaad volledig onterecht was. De takjes hadden een prachtkooi gekregen, met licht en donker, met grond en water, met voedsel en klautermogelijkheden. Ik hoefde me geen zorgen te maken. Ik hield mijn neus tegen het glas om te kijken waar ze zich precies hadden verstopt. Daar kwamen ze al tevoorschijn. We zitten hier goed, baasje. Ze zwaaiden en gaven me een knipoog.

lutek Zaterdag 28 Mei 2011 at 4:26 pm | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags: , ,

Team

Een pubquiz is nog geen popquiz. In een popquiz weet ik de meeste antwoorden niet, terwijl ik in een pubquiz wel alle antwoorden weet van die ene ronde popquiz die er altijd inzit. Helaas weet ik de antwoorden van alle andere vragen dan weer niet. Ik zou mezelf moeten uitbesteden per ronde. Maar om nu voor één ronde een hele avond een pubquiz bij te wonen.

In De Ooievaar woonde ik een halve pubquiz bij, echt iets voor mij. Ik had geen team. Ook had ik geen stoel. Op wat ik wel had werd ik door middel van wenken bediend door de barman. Aan de bar zat nog meer uitschot, mensen zonder team en zonder stoel, de verschoppelingen van de avond, door het lot verbonden. We hoorden de quizvragen maar deden niet mee. Gezamelijk wisten we nog behoorlijk wat antwoorden. Dat wil zeggen, 2 mensen wisten erg veel, 3 anderen zaten er goedkeurend knikkend omheen. Ik was een van die 3. Toen de popronde zich aandiende verschoof het zwaartepunt mijn kant op. Iemand vroeg me of ik de volgende week ook aanwezig zou zijn. Ik zou een waardevolle aanwinst kunnen betekenen. Ik vond het best en knikte goedkeurend.
Na de popronde kwam er nog een laatste ronde algemene vragen. De interesse in mijn volgendeweekse aanwezigheid verslapte snel. Ach, er was anders ook wel iemand anders in het uitschotteam die iets van popmuziek wist. Ik vond het best en knikte goedkeurend.

De avond ging snel, het wachten op de laatste metro duurde lang, ik kreeg er slaap van. De metro kwam, ik stapte in en dommelde in. Even later hoorde ik een stem die meldde dat station Zuidplein in aantocht was. Deuren gingen open en deuren gingen dicht. Ik vond het best en knikte goedkeurend.
Oh shit! Ik had uit moeten stappen. Niet best. Gelukkig is station Slinge niet ver van station Zuidplein. Ik had geen team en geen stoel. In het donker liep ik een station terug en dacht aan alle mensen die in een team zaten. Opeens hoorde ik iets ritselen in het struikgewas. De wind? Een struikrover? Een verliefd stelletje? Het was een egeltje. Een egeltje dat misschien zonder teamgenoot de weg kwijt was. Even drong ik aan: Loop maar over mijn arm, ga maar op mijn hand zitten. Het egeltje rolde zich een klein beetje op. Ik aaide de insecteneter van vier letters over zijn stekels en hield mezelf voor dat mijn affectie over zou komen. Toen liep het weg en ik ook.

lutek Donderdag 26 Mei 2011 at 10:17 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Ariel Pink

Omdat ik 8 uur voor aanvang van het concert van Ariel Pink opeens het voorgevoel kreeg dat het concert wel eens zou kunnen uitverkopen, vroeg ik Hannie om op de valreep een kaartje voor me te kopen. Ze werkt bij Rotown om de hoek. Even was ze confuus over de naam van de band. "Wat zegt u, 'Ariel Pink'? Ik wil een concertkaartje, geen wasmiddel." Mogelijk was bij andere mensen ook verwarring over de naam ontstaan want het concert verkocht niet uit.
Bij binnenkomst zag ik wat bekende muzikanten (Harry Merry, Mark Lotterman) hier en daar rondlopen. Om precies te zijn liep Harry hier en Mark daar, doch dat kon in een oogwenk veranderen, dat heb je met die lui. DJ Elle Bandita draaide ondertussen een plaat van Planningtorock om in de stemming te komen. Eigenlijk was iedere niet helemaal sporende Rotterdamse muzikant aanwezig in Rotown. Een goed voorteken voor het concert.

Af en toe doet meneer Ariel Pink een beetje vreemd, en dan doel ik niet op de liedjes die hij schrijft. Nee, soms gaat hij tijdens een optreden een half uurtje op het podium liggen terwijl zijn band gewoon doorspeelt, nummer na nummer. Je houdt je hart vast. Vanavond - zo stond bij de ingang te lezen - mochten fotopasloze bezoekers geen foto's nemen. De eerste helft van het optreden deed ook niemand dat uit Ariel-Pink-is-een-beetje-vreemd-angst dat hij anders misschien weg zou lopen of in de gordijnen zou klimmen. Maar naarmate de avond vorderde werd alles en iedereen wat losser (op de drummer en de bassist na: die gingen alleen maar strakker spelen - hoewel... het kan ook zijn dat hun strakke spel meer begon op te vallen tussen de geitenbrij van de anderen door; ik laat alle mogelijkheden open) en zag ik kans wat bewijsmateriaal bij elkaar te sprokkelen. Helaas niet het moment dat A.P. per ongeluk de bodem onder een bierflesje vandaan sloeg. En ook niet het moment dat hij de jeuk tussen zijn tenen nogal uitgebreid te lijf ging. Nee, de hoogtepunten van de avond heb ik niet vast kunnen leggen. Misschien waren die er ook eigenlijk niet genoeg.

Het optreden was in elk geval een van hun betere, zo ving ik op toen ik even meeliep naar de buitenplaats achter met de tourmanager die kennelijk eerder op de dag iets te roken had gehad. Bij nader inzien had de band eerder op de dag ook iets te roken gehad, met name de gitarist. Hij meende opeens door Rotown buitengesloten te zijn. Lichte paniek leek zich van hem meester te maken maar nadat hij een minuutje als een mime-artiest de ramen had staan af te tasten, vond hij de glazen deur gelukkig weer (die gewoon open stond). Opluchting alom.

lutek Donderdag 26 Mei 2011 at 12:03 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Bestemming Apeldoorn

Ondanks een kennelijk, gezien de treinkaartjesprijs, ontmoedigingsbeleid van de NS om mensen met Apeldoorn in aanraking te laten komen, bleken er toch, letterlijk, wagonladingenvol belangstellenden te zijn om er naar af te reizen. En niet geheel onterecht, Apeldoorn is best een leuke stad... dorp... gehucht. Goed, er gebeurt eigenlijk nooit wat en de meeste straten zouden zonder dat het iemand opvalt vervangen kunnen worden door bordkartonnen façades, maar als je eenmaal op het grote plein zit en je bedienen laat door een authentieke Apeldoorner in zijn natuurlijke habitat en element, is het er aangenaam toeven, zeker wanneer in gezelschap van een lokale gids.

Maar nu eerst de korte inhoud van het hieraan voorafgaande.

In een late metro keek ik onzeker op de klok en berekende hoeveel vertraging de niet-aansluitende trein zou moeten hebben om in een aansluitende trein te veranderen. Mijn gereken werd bemoeilijkt door een Portugese dame die een liedje neuriede. Een liedje neuriede? Jeremia hoofdstuk 14 tot en met 24 kwam voorbij! Ze leek wel een wandelende klaagmuur. De metrorit duurde me al te lang, maar met deze buurvrouw leek het nog veel langer te duren. Ze bracht me in een stemming die aansloot bij mijn verwachting geen aansluiting te vinden op het station. Maar ik had geluk, de trein was 3 minuten te laat. Ik nam plaats op de laatste lege stoel in de internationale trein van Rotterdam naar Apeldoorn. Er werd om mij heen Engels, Italiaans, Duits en Spaans gepraat. Al deze sprekers verlieten in Utrecht de trein maar ook na Utrecht moest ik mijn woordenboek bij de hand houden. Terwijl de zus van Herman Finkers aankondigde dat we Amersfoort naderde, ving ik het volgende gesprek op:
-Hééden, zijn wij daar geweest?
-Nee, Heerlen.
-Hééden? Was dat vorig jaar, met Élie?
-Met Alie, nee dat was in Heerden.
-Hééden?
-Ja.
Als ik uit het raam keek zag ik soms een reetje grazen, als ik niet uit het raam keek zag ik iemand zijn agenda bladzij na bladzij volschrijven met een opsomming van woorden en toekenning van cijfers: marathon 4, zwaanshals 1, grasveld 2. Ik kon hier geen enkel systeem in ontdekken, mogelijk was hij uitgenodigd om binnenkort aan een onbegrijpelijk televisiespelletje deel te nemen. Ik besloot uit het raam te kijken in de hoop nog meer reetjes te zien grazen.

De gids wachtte me op voor het station en had voor aansluitend vervoer gezorgd naar de binnenste binnenstad van Apeldoorn. Tussen het instappen en het uitstappen zat, in tijd gemeten, ongeveer 20 minuten, in afstand gemeten ongeveer 60 meter. Zo lokaal was de gids dus ook weer niet.
Op het grote plein was een Ierse pub gevestigd met een voorliefde voor het vertonen van cricketwedstrijden op groot scherm. De muziek was voornamelijk Australisch. De pints waren gelukkig wel van Ierse makelij.
Het werd een Ierse avond in gezelschap van de niet zo lokale gids. We wisselden wetenswaardigheden uit aangaande leven en werken. De toestand in de wereld lieten wij verstandigerwijs voor wat die was. Je moet daar niet te veel aan willen tornen, die toestand. Als je zo af en toe voor je zelf wat dingen op een rijtje kan zetten is dat al prijzenswaardig genoeg. De gesprekken en de Ierse pints en de avond en de temperatuur deden wat gesprekken, Ierse pints, avonden en temperaturen altijd doen: de ongrijpbaarheid der dingen aantonen. Maar van helaasheid was geen sprake. We lachten wat af en we lachten wat toe.
Of ik Apeldoorn nu in al zijn facetten heb gezien durf ik niet te zeggen. Maar ontkennen zal ik het ook niet.

lutek Zondag 22 Mei 2011 at 9:47 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

10 Jaar 'Famous'

Een bevriende firma bestond 10 jaar en besloot dit heuglijke feit te vieren. Een erg goed idee. De viering bestond uit een wijnproeverij, vervolgens zouden gasten en gastheren (m/v) zich onder professionele begeleiding bekwaam tonen in de bereiding van een maaltijd, en tot slot zou het hele gezelschap zich wagen aan het nuttigen hiervan. Dat laatste deel was denkelijk in het leven geroepen om er voor te zorgen dat de deelnemers bij het tweede deel niet al te onzorgvuldig te werk zouden gaan. Iemand van de organisatie had mij uitgenodigd. Of dit een erg goed idee was durfde ik niet van te voren te bedenken. Ik bekeek de uitnodiging diverse malen zorgzuldig maar de strekking werd me niet direct duidelijk. Vooral de volgorde baarde me zorgen: eerst een wijnproeverij en daarna eten koken. Hoe verstandig is dat?
De avond tevoren besloot ik vast wat veldwerk te verrichten. Dit verliep vrij succesvol, vond ik zelf, en de volgende ochtend had ik me nauwelijks verslapen.

Des avonds vervoegde ik mij bij het gezelschap dat zich had verzameld in een kookstudio in de Spaanse Polder, genaamd 'Het Smaakcollege'. Er hing een wat onwennige spanning. Het proeven van de wijn zou een ieder vast goed afgaan, maar er waren maar weinig mensen die wel eens een keuken van binnen hadden gezien. Wacht eens, misschien was dat wel de functie van het wijnproeven, om de zenuwen wat onder controle te brengen.
De heren van de proeverij hielden ons een scala aan wijnen voor die niet geheel toevallig alle door henzelf werden geïmporteerd. Sommige waren smakelijk, een enkele wat minder. Maar het was niet alleen de smaak waar we naar op zoek waren, het was ook de kleur en vooral de geur. Heel belangrijk was hierbij het zogenaamde 'walsen', het ronddraaien van de wijn in het glas zodat er lucht in de wijn komt en de geur beter is op te snuiven. En nu maar determineren. Iemand van ons riep op goed geluk 'appel' op het juiste moment en een ander zat eens aardig in de richting toen hij een 'framboos' ten tafel bracht, maar over het algemeen zaten we er behoorlijk naast met ons reukorgaan. Dat gaf allemaal niks, zo leerden we, het gaat om het oefenen. Goed dan, we oefenden nog een paar glazen verder. Het begon al erg gezellig te worden.
Bij het achtste glas vroeg ik waar die emmers eigenlijk voor dienden die her en der waren neergezet. Die bleken om de wijn in uit te spugen, zo verduidelijkte de spreker. Ik keek hem wat glazig aan. Ach ja... natuurlijk...

Eens kijken of het vaste voedsel ons beter af zou gaan. Ik was in 'groep hoofdgerecht' ingedeeld. Onze niet geringe taak bestond eruit wat vlees met sarsaparillablaadjes en andere bestanddelen aan een prikkertje te monteren. De actie zelf had niet bijster veel om het lijf maar werd ietwat bemoeilijkt door de voorgeschreven klederdracht. Vooral de plastic handschoentjes hadden niet misstaan in een slechte pornofilm. Het wachten was nu tot iedereen klaar was. In de tussenliggende tijd werden tal van smakelijke zaken opgedist bij de toog. Het werd almaar gezelliger.
Toen de eerste gang geserveerd kon worden, togen wij allen naar de dis. Omdat we nog helemaal in de sfeer van het wijnproeven waren, begon iedereen als een volleerd connaisseur met zijn soepbord te walsen, dit tot ongenoegen van het bedienend personeel. Excuses, het was een automatisme. We beloofden de wijn van ons af te zetten. Ik zette de fles witte wijn van mij af, mijn overbuurman deed hetzelfde met de fles rode.
Ook het gerecht waar ik zelf debet aan was geweest kwam tot mijn niet geringe verbazing ten tafel en op één na waren alle prikkertjes er inmiddels uit verwijderd. Het werd vrij snel duidelijk waar die ene zich had verstopt. Het werd gezelliger en gezelliger.

Voor wie nog een stukje onbenutte buik overhad was er koffie toe. Dat ging er in als koek maar een koekje hoefden we niet meer. De zwaartekracht had ons al aardig te pakken. Iedereen was het erover eens dat we dit over 10 jaar nog eens moesten doen. We pakten de agenda's en prikten meteen een datum. Uit een ooghoek zag ik de hoofdkok angstige grimassen maken. Ook hij noteerde de datum alvast in zijn agenda.

lutek Woensdag 18 Mei 2011 at 11:54 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , ,

Statement

Een paar meter van me vandaan zit een jongen met een winterwit jasje. Het is een mooi jasje en de rest van zijn kleding is ook mooi, schoon, nieuw, netjes, modieus. Hij lijkt kort geleden gekapt te zijn. Hij heeft een gave huid en heldere ogen. Misschien is hij op weg naar een avond uit, misschien is hij van zins opzettelijk indruk te gaan maken. Ik weet het niet maar als ik zou moeten gokken dan zou ik gokken dat hij iemand is die waardering heeft voor uiterlijk vertoon maar alleen als dat in overeenstemming is met innerlijk vertoon. Hij accepteert geen bullshit tenzij afkomstig van Stier Herman.

Hij staat op, draait zich om en loopt weg. Op de achterkant van zijn jas staat in grote zwarte letters het woord "FASHION" scheef gekalkt, allerminst mooi, schoon, nieuw of netjes. Een schril contract met de rest van de aankleding. Ik kijk nog eens goed en twijfel of die letters er op zijn geschreven met een viltstift of dat dit jasje zo met opschrift in de winkel heeft gehangen. Het wordt me niet duidelijk en voor het me duidelijk wordt is hij al uit beeld.

lutek Zaterdag 14 Mei 2011 at 11:39 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Koninginnedag 2011

Het komt niet zo vaak meer voor dat ik een volle koninginnedag in de stad verkeer. Ooit, enkele turven hoog, was ik om half 8 's morgens al klaarwakker, klaar om uit bed te springen met verwachtingsvolle hartkloppingen. Correctie: half 7, want de jongens van de naastgelegen straat hadden de gewoonte om zo vroeg als maar mogelijk was de buurt wakker te maken door in de wijk rond te fietsen met aan hun fiets vastgebonden lege blikjes. Ik had er in die tijd nog geen idee van dat je, als je dat wilde, 's morgens opnieuw zou kunnen inslapen. (Later heb ik dat allemaal goedgemaakt.)

Eigenlijk, bedenk ik me nu, bestond de dag na het uit bed springen uit niet veel meer dan naar de speeltuin aan het eind van de straat gaan omdat daar iets was georganiseerd (ik weet niet meer wat) en eventueel wat kraampjes afstruinen (geen idee meer waarnaar ik op zoek was) maar in mijn gedachten was de koninginnedag goed gevuld.
Naar de stad ging ik nog niet. Toen ik daar eindelijk groot genoeg voor was, had ik een krantenwijk als stoorzender van de middag. Net op de tijd dat die ene punkband waar iedereen het over had op ging treden, moest ik snel naar Zuid fietsen om de NRC-lezers niet in de steek te laten. Klote-NRC. Daarna weer terug naar de stad? Ja, dat deed ik één keer maar toen bleek iedereen al weg te zijn. In een café hangen deed ik nog niet.

De laatste 10 jaar ben ik meestal wel de stad in geweest, maar was ik vaak na een uurtje weer thuis. Dit jaar was het weer uitstekend en besloten Hannie en ik samen een rondje te maken. Het werd een kort maar lang rondje. Als we op de Binnenweg begonnen zouden zijn, hadden we wellicht de Bowie-coverband bij Le Vagabond kunnen zien. We begonnen echter op de Blaak. Daar zagen we Marktkoopman K. die goede zaken deed met tweedehands platen. Tot mijn genoegen waren dat vooral de platen (een auto vol) die ik hem een paar weken geleden had overhandigd. Het komt mij goed uit: aan één pensioenfonds heb ik niet genoeg.
Bij Plan C was een terras waar je, als je er eenmaal zat, maar moeilijk weg kon komen. De voornaamste reden was dat er nauwelijks bedienend personeel rondliep. Diverse tafeltjes rondom ons werden bezet en enige tijd later weer verlaten. Vertwijfelde gasten op zoek naar dorstlessend materiaal stonden met lege handen. Maar een zon dat er was!
We spraken over vakanties die geweest waren en die nooit meer terugkomen, we spraken over voordat we elkaar kenden en over daarna, en we spraken over de rommel die te koop is op deze dag en die je bij thuiskomst in de prullenbak gooit.

Op het terras van De Ridder genoten we van een zo mogelijk nog fijnere zon. Die zon hakt er in in combinatie met alcoholinname. Pas dus op. Omgekeerd geldt hetzelfde, de alcohol hakt er in in combinatie met zoninname. Een erg zwijgzame buurman, net buiten het terras, zette zich neder in een twee treden tellend trapportiek. Even later was hij een trede naar beneden gegleden. Weer even later gebruikte hij de onderste trede als hoofdkussen. Gelukkig snurkte hij niet. Hij trok veel bekijks van passanten. Ze lachten, wezen vingers en sommige kon je horen zeggen dat het heel slecht is om dronken in de volle zon te liggen. Niemand kwam op het idee hem wakker te maken. Na een uurtje heb ik hem maar wakker gemaakt. Toen ik me over hem boog zag ik zijn fietssleutel naast hem liggen. Ik zei hem dat hij wat mij betrof mocht blijven liggen waar hij lag maar dat het me een goed idee leek die sleutel dan in elk geval wel ergens veilig op te bergen. Dat vond hij zelf ook wel een goed idee. Hij keek om zich heen en vond een geschikte plek: in het slot van de fiets! Zo, dat was mooi opgelost. Hij draaide zich om en sliep nog even verder.
Wij hadden inmiddels voldoende kleur opgedaan voor een hele week, en genoeg koninginnedagmeningen gehoord voor een heel jaar, en besloten weer verder te trekken. Huiswaarts.

lutek Donderdag 12 Mei 2011 at 11:53 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Dag van de Vrijheid

Juist lees ik een populair wetenschappelijk artikel van Michael Brooks: 'Free Will' en ben verheugd weer een dozijn aanwijzingen aan te treffen die er op duiden dat de mens geen vrije wil bezit. Ik ben vooral aangenaam verrast met een terloopse vermelding van een voorbeeld dat ik zelf altijd en tot vervelens toe uit de kast haal: "Psychologists have repeatedly shown that our ideas of 'rational' decision making are often self-delusion. In one of the most-cited papers in psychology, for example, Richard Nisbett and Timothy Wilson showed that we are unable to explain even why we choose to buy one particular pair of socks over another."
Niettemin blijven we, terecht, de vrijheid vieren tot we er bij neervallen. Op 5 mei doen we dat met muziek en zon en gras en een toespraak van de burgemeester. Dat neervallen besloot ik dit jaar op 5 mei letterlijk te nemen. Als het toch iets is waar ik uit zal komen, werk ik daar maar het liefst zo snel mogelijk naartoe. Ik plofte neer in het gras en kwam niet meer van mijn plaats.

Die plaats was een beste plek. Lastig was het wel dat de muziek niet om aan te horen was. Vrije wil botste met de drang om op te staan en een rondje te lopen. Ook kreeg de vrije wil het aan de stok met een sterk opkomende dorst. Gelukkig kwam mej. G. Gezelschap me precies op dat moment gezelschap houden zodat ik kon blijven liggen waar ik lag en mezelf niet van mijn vrijheid hoefde te beroven.

Ondertussen nam de muziek alle vrijheid om voorspelbaar politiek correct te zijn. Ach, het kan erger. De laatste jaren is het populair om je er borstkloppend op voor te staan juist niet politiek correct zijn. Een tamelijk stupide modeverschijnsel. Deze borstkloppers willen daarmee denkelijk de wereld laten zien hoe vrij ze zichzelf achten, daarmee het tegenovergestelde aantonend.
Ik zag iemand die onder begeleiding, mogelijk door zijn moeder, met de grootst mogelijke geestelijke inspanning de vrijheid nam over de behuizing van de lengtewijs over het veld gelegde bekabeling te lopen. Iemand anders oefende de vrijheid uit om als travestiet in een rolstoel het grasveld om te ploegen. En ondertussen was op het kleine podium een lokaal duo zo vrij om uit alle macht zo vals mogelijk op een mondharmonica te blazen.

Op het hoofdpodium werd een volgende band aangekondigd. De presentator vroeg mensen in het publiek of ze wel eens in Oostenrijk waren geweest. Hier en daar lieten groepjes publiek zich juichend horen. "Goed zo", concludeerde de presentator, "dan zullen jullie de volgende band zeker kunnen waarderen. Geef ze een te gek applaus." De muzikanten beklommen het podium en groetten het publiek. "Hello, we are from Switzerland."
Ik verdiepte me in een aangewaaid programmakrantje. Pas na 12 bladzijden zag ik dat het geen programmakrantje was maar een reclamefolder voor een heel andere evenement. Een evenement dat zou uitdraaien op een wild feest, als ik de organisatie mocht geloven. Ergens in de kantlijn werden alvast wat tips gegeven om de day-after-kater tegen te gaan. Het schoot me te binnen hoe ik het best de actuele day-after-kater tegen kon gaan. Ik stond op, groette mej. Gezelschap, liet de vrijheid voor wat het was en verliet het festivalterrein.

lutek Zondag 08 Mei 2011 at 9:28 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Inwisselbare Dagen

De maandagochtend van een vrije week kan je het best beginnen met het doen van uitgestelde boodschappen. De zaterdag of zondag waarop dat gewoonlijk gebeurt was boodschaploos ingevuld (omdat die vrije week er nu eenmaal aankwam), maar uitstel van executie is geen afstel, de boodschappen moeten gedaan worden. Zinloze verschuiving.
Toch niet helemaal zinloos: op maandagochtend is de supermarkt griezelig stil, Je kan als je wilt je boodschappenkarretje een kwart slag draaien en zwierend en zwaaiend door de gangpaden zwalken, je zou er geen mens mee hinderen. Ik wilde dit niet en had de grootste moeite mijn karretje ervan te overtuigen dit ook niet te willen maar theoretisch had het gekund. Ik had in geen tijd afgerekend. Zo snel zelfs dat ik kans had gezien enkele belangwekkende artikelen niet aan te schaffen. Wat dat betreft verschilt de maandagochtend niet van de zaterdag- of zondagmiddag.

Niet alleen de supermarkt was verlaten, het hele winkelcentrum was dat ook. Een reden om niet buitenom te lopen maar binnendoor de kortere weg te nemen. 9 uur in de ochtend. Geen mens. Voetstappengalm. Winkels worden schoongemaakt, alarmsignalen weerklinken hier en daar, mogelijk gevolg van een door een schoonmaker verkeerd ingetoetste code. Iemand is met een kassa bezig. Verderop drinken twee mensen koffie en praten zich het weekend bij. Een nieuwe week rekt zich uit en veegt de slaap uit de ogen.

In het middenplein van het winkelcentrum (wat sinds jaar en dag zodanig is volgebouwd dat van een plein nauwelijks meer sprake is) staan een tiental tafels en twee, drie keer zoveel stoelen, op één na alle leeg. Eén man zit daar, een kopje koffie voor zich, hij kijkt wat voor zich uit naar het niets. Hij kijkt misschien uit naar gezelschap dat nooit aanschuift. Hij kijkt misschien naar de ongrijpbare tijd, naar de onzichtbare draaiing van de aarde. Misschien voert hij gesprekken met oude vrienden, vrienden die nog slapen of die niet meer wakker worden. Misschien bestelt hij straks een tweede kopje, hoewel hij niet eens trek heeft in een tweede kopje.
Misschien wacht hij op de man van de lift die ik even later tegenkom, in de lift. "Stuur je hem zo terug?" Hij stapt uit op de 3e om zijn brievenbus te bezichtigen. De man van de lift kom ik vaak om half 6 tegen, dan met een belachelijk klein zakje vuilnis. Hij heeft de hele dag om de lift te gebruiken maar doet dat het liefst om half 6, juist als mensen terugkomen van hun werk en geen zin hebben om op de lift te wachten. "Stuur je hem zo terug?" De vuilnis moet naar de begane grond. Ik heb de neiging de lift naar de 12e te sturen maar druk toch maar op knop 1.
Nu zie ik de man van de lift eens op een andere tijd, niet om half 6 maar om 9 uur. Hij hoopt op aanspraak. Hij hoopt op post. Post die nooit op dit uur bezorgd wordt. Post die trouwens sowieso niet op maandag bezorgd wordt (reclameboodschappen van TNT ten spijt). Ik kan hem zeggen dat er iemand op hem zit te wachten, op het middenplein van het winkelcentrum. Maar ik doe het niet.

lutek Vrijdag 06 Mei 2011 at 11:07 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Mega-lente

De lente leek enkele weken geleden al begonnen te zijn, althans volgens de kalender en volgens het weer, maar de lente begint pas echt als je een lentewandeling kunt maken op het natuureiland Goeree-Overflakkee. Dit eiland ligt zo'n 30 km onder Rotterdam - geografisch wel te verstaan, niet onder de grond - en beschikt over zogenaamde 'slikken', ook wel 'zompen', naar het geluid dat je kaplaarzen maken als je elke stap 30 centimeter wegzakt. Blijven lopen is het devies. Ik was er al eens eerder geweest maar haalde het niet in mijn hoofd het zompgebied in mijn eentje te betreden. Voor je het weet keer je nooit weerom, voor altijd eenzaam ronddolend op de eeuwige jachtvelden, op de hielen gezeten door tal van wilde dieren. Het stikt er van de vlinders en kikkers en kluten.

Gelukkig was er een gids ter plaatste in de vorm van Mevrouw Zomersproet en haar twee dochters. Het zompen kon een aanvang nemen. Fototoestel mee en fotograferen maar. De dieren waren van te voren kennelijk van onze komst op de hoogte gebracht en zaten keurig klaar op de hun toegewezen positie. Ze zaten alleen niet erg stil. De natuur, dat beweegt maar en beweegt maar, je wordt er duizelig van.
Het was goed te merken dat het de laatste weken niet veel had geregend. Van zompen was eigenlijk nauwelijks sprake. De dames waren gewapend met schepnetjes en emmertjes om bij goede vangst de vijver thuis te bevoorraden en eventueel, bij nog betere vangst, het avondeten bij elkaar te sprokkelen. Dit kwam goed van pas: in enkele vennetjes krioelde het van de jonge stekelbaarsjes. Plotseling een gil: "Kijk nou, een megastekelbaars!" Ik had minstens iets ter grootte van een meerval verwacht maar het was een visje van ongeveer 3 centimeter. Ik was duidelijk nog niet erg thuis in de wereld van de stekelbaarzen.

Met het determineren van de verschillende diersoorten die we tegenkwamen werden we soms geholpen door de dieren zelf. Dat was wel zo gemakkelijk. Een koekoek doet van koekoek, een kluut doet van kluut, en een Schotse hooglander doet van Schotse hooglander. Het maakte die hele natuur wat toegankelijker, wat beter te behappen.
Eén van de Dames Schepnet liet weten dat ze op megakikkerjacht ging. Ik vroeg me af of dit een megajacht op gewone kikkers betrof of een gewone jacht op megakikkers. Het wachten was op resultaat. Ondertussen maakte ik jacht op een libelle. De libelles waren deze dag groter dan de kikkers, je kon ze met recht megalibelles noemen, maar ze lieten zich allerminst gemakkelijk vangen. Toen ik er eindelijk eentje duidelijk had gemaakt dat het mij slechts om het maken van een foto ging, was ze zo aardig om een halve seconde op één en dezelfde plek te blijven zitten. Ik voelde mijn schoenen onder mij wegzompen maar nam dat voor lief en maakte een mooie foto.

Uit een ooghoek zag ik hoe Dame Schepnet een snoekduik maakte om de megakikkervangst van de dag te maken. Helaas was er naast haar zojuist een kudde dorstige Schotse hooglanders neergestreken. Hier was haar schepnet niet op berekend. De neus van zo'n beest past er nog net in, maar daar houdt het wel zo'n beetje mee op. Voordat we zouden opgepeuzeld worden door de natuur zochten we een veilig heenkomen. De lente duurt nog mega-lang, we komen later nog wel eens terug.

lutek Maandag 02 Mei 2011 at 10:59 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,