Rhodos (4)

Omdat ik er van uitging dat de agente van het reisbureau innig contact onderhield met de dame van het authentieke dorpshotelletje, verbaasde het me dat ik de tweede avond andermaal kaas in mijn diner aantrof; ik had namelijk de eerste avond al tegen de eerstgenoemde gezegd dat ik dat niet at. De laatstgenoemde was dit echter niet ter ore gekomen, zo bleek bij navraag, nadat ik het de derde avond nog eens kreeg.
De tweede avond was niet zo erg want omdat de rest van het diner toch niet eetbaar was, zat ik al heel snel vol. Het is verbazingwekkend hoe snel je lichaam kan aangeven dat het genoeg heeft wanneer het eten niet lekker is.
Ik waardeerde de inzet van de dame maar vroeg wel of ze me de rest van de week een bord vlees kon presenteren zonder poespas of liflafjes, zonder voor- of nagerecht. De uitzinnige fooi aan het eind van de week was haar een niet geringe verrassing.

Dat ik haar inzet waardeerde wil niet zeggen dat ik haar kookkunsten waardeerde. Met name de beperkte keus op de ontbijttafel maakte dat ik enkele monstertochten heb gemaakt op niets meer dan een halve bordkartonnen boterham met een koud ei en een glas aangelengde jus d'orange. Iets anders was er niet. Onderweg dan maar een lunch aangeschaft.
De eigengemaakte rosé (die wat kleur betreft die naam niet verdiende) was, in de wetenschap dat ik mijn lichaam er in elk geval niet langer dan 6 dagen mee zou vervuilen, nog het best van alles naar binnen te werken. Maar dit geschiedde, voor de duidelijkheid, dan weer in de middag en avond, niet in de ochtend.

Ondanks dat ik zonder enig plezier in het authentieke dorpshotelletje verkeerde, was het toch hier dat het hoogtepunt van de vakantie plaatsvond.
Iedere avond kwamen er 2 poezen bij mijn tafeltje zitten. Soms ook aan tafel, of op tafel, of op schoot. Dat deed 1 van de 2 althans, de roodbruine. De witzwarte was een hooligan.
De roodbruine hield zich koest, stak soms een bedelend pootje uit, keek het eten van mijn bord, en liet zich graag voeren van de vork, ofwel direct, ofwel nadat ze met een pootje het vlees van de vork had gehaald.
De witzwarte miauwde constant, hard en vals, probeerde soms de andere poes weg te jagen, en als ik haar een vorkje vlees presenteerde sloeg ze niet het vlees van de vork maar mijn hand van de vork, met haar nagels.

Op dag zoveel stond er een stoel toevallig wat scheef naast me en besloot de roodbruine daarop plaats te nemen. Het eetkijken nam een aanvang. Af en toe voerde ik haar. Toen zag ik dat zij iets in haar oog had, en dat zat haar denkelijk niet lekker. Ik legde mijn bestek neer, hield met mijn rechterhand haar kopje vast en kwam met de linker voorzichtig naar haar oog toe.
Dat mocht niet, ik kreeg een voorzichtige tik op mijn vingers. Even later weer een tik, en ze draaide haar kopje om. Ik at verder, maar probeerde het na 5 happen opnieuw.
Na een tijdje begreep ze wat mijn bedoeling was, en bij de zevende poging liet ze me toe te doen wat ik wilde. Ik mocht haar kopje vasthouden, ze zag mijn linkerhand aankomen, ze deed langzaam haar oogjes dicht en bleef stil zitten wachten. Ik verloste haar van wat het ook precies was dat in haar ooghoek zat, en hop, operatie geslaagd. Ze vertrouwde me! Ze had me vertrouwd!
Ik glimlachte. Ze keek me aan. Ik meende dat ze me bedankte maar waarschijnlijk vroeg ze zich alleen maar af wanneer ik nu verder zou gaan met voeren.

lutek Donderdag 27 September 2012 at 10:31 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Weekendse Werkzaamheden

Laatst bekeek ik de website van de firma waar ik tot 15 jaar geleden werkte. Er werd gewag gemaakt van strategieën en management en andere termen zonder enige betekenis. Na de tweede alinea wist ik niet meer waar het over ging - terwijl ik er nota bene 7 jaar heb gewerkt - maar misschien is dat precies ook de bedoeling van zo'n website.
Wel weet ik hoe het werk echt werd uitgevoerd. Bij monstername per 500 ton goederen uit ruim 3, 5, 6 en 7 van de zeeboot (waar in elk ruim 5000 ton zat), werd er aan het begin van de dag uit ruim 3 genoeg monstermateriaal geschept om alle zakken en flessen voor de rest van de dag te kunnen vullen. Er werd niet eens gekeken naar ruim 5, 6 of 7 en er werd al helemaal niet om de 500 ton geschept. De monsters lagen al bij het laboratorium voordat de zeeboot leeg was.
Ik voel me niet langer verbonden met die firma. Wel voel ik me verbonden met de firma waar ik tegenwoordig werk, nu al 11 jaar. Zo zeer zelfs dat ik het geheel niet erg vind om ook buiten de officiële werktijden iets voor de firma te doen, in de vorm van 'je gezicht laten zien'.
Aan de andere kant, erg mooi is mijn gezicht niet en het geluid dat het voortbrengt is vaak geen reclamemateriaal, voor mezelf noch voor de firma.

Op vrijdagavond werd er een editie van de Rotterdam Rules After Work Party gehouden in de Maassilo. Heel lang geleden, toen de silo nog een silo was, had ik hier monsters genomen van rijst, koolzaad, gerst, rogge en tarwe. Het grappige was dat er altijd een half procent minder lading uit de silo kwam dan je er ingestopt had. Denkelijk snoepte de silo er iets van af, voor eigen gebruik. Behalve de begane grond was de silo verboden terrein voor een ladingcontroleur, en op de begane grond zelf had je al niet het idee dat je er bijzonder welkom was.
Het feest werd vrijdagavond op de tiende verdieping gegeven. De lift naar de tiende passeerde verdieping 2, 5 en 8. Ik vroeg mij af wat er op de verdiepingen zonder lift te zien zou zijn. Misschien lagen daar al die duizenden halve procenten.
Snel had ik de enige mensen gevonden die ik kende, (ze stonden bij de bar,) zo had ik gelukkig enige houvast voor de rest van de avond. Ik zag de organisator voorbijschieten, een schichtige zenuwachtige blik in de ogen.
Na een uurtje, er waren inmiddels een paar honderd mensen binnen, begon men meer en meer te bewegen. Als opgewarmde moleculen in een proefopstelling kaatste ook ik van wand tot wand en van silopijp tot silopijp. Af en toe zag ik opeens weer een bekende maar een goed gesprek viel niet meer te voeren. Tot mijn opluchting zag ik dat de organisator inmiddels tot zijn opluchting was gekomen.
Er was een podium waar nu een mevrouw op verscheen met een koptelefoon op het hoofd. Ze drukte een aantal knopjes in waardoor er dansmuziek uit de boxen kwam. Hiermee was ze een flinke tijd zoet. Er veranderde nagenoeg niets aan de muziek maar dat kon haar niet weerhouden om steeds maar weer knopjes in te blijven drukken, en ook schuifjes heen en weer te schuiven. Haar act werd uitgebreid met de bediening van nog andere knopjes, knopjes waar ze aan kon draaien, zogenaamde draaiknopjes. Het was allemaal even onvoorstelbaar. Het schijnt dat ze er dik voor betaald werd. Vroeger kreeg een dj een platenbon of mocht gratis drinken de hele avond. Die tijden zijn voorbij.

Toen ik op zaterdag van de feestvreugde was bekomen, bekeek ik mijn gezicht in de spiegel. Het zag er nog steeds niet representatief uit en het zou vast niet snel verbeteren. Maar omdat het ook niet veel zou verslechteren liet ik het mij niet weerhouden een bezoek te brengen aan een bevriende transporteur die deze dag open huis hield.
Wederom vreesde ik zo goed als niemand te zullen ontmoeten die ik kende. Dat viel mee. Direct aan de deur zag ik een bekend gezicht dat ik onmiddellijk begroette met de verkeerde naam. Wat je noemt een binnenkomer van formaat.
Ik kreeg een korte rondleiding en maakte hier en daar een praatje. Toen ik voor de vierde maal, tegenover verschillende personen, dezelfde gemeenplaatsen had geuit, moest ik gaan oppassen dat ik dat niet een vijfde maal zou doen. De kans dat een eerdere gesprekspartner net bij je in de buurt staat en jou je verhaaltje opnieuw hoort vertellen, wordt exponentieel groter naarmate je langer in die omgeving verblijft. Het werd, kortom, tijd om mijzelf schaars te maken.
Op de terugweg merkte ik dat ik al mijn bedrijfskaartjes nog bij me had. Het hele weekend had ik er niet 1 uitgedeeld. Misschien was dat maar beter ook.

lutek Zondag 23 September 2012 at 11:48 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

De Wereld In Een Dag (en Nacht)

Ik weet niet zo veel van geldschraap en cultuurplanning, en ik hoor wel eens, meestal specifiekloos, dat 'het allemaal minder wordt'. Groot was daarom mijn verbazing dat er 3 festivals in éénzelfde weekend waren georganiseerd, in Rotterdam, alle op meerdere locaties tegelijk, elkaar overlappend, elkaar voor de voeten lopend, over elkaar heen buitelend: Popronde, De Wereld van Witte de With, en 24 Uur Cultuur.
Begrijpelijkerwijs wist ik halverwege de 2e dag al niet meer bij welk festival ik precies aanwezig was, en dat er sommige bands meerdere malen op verschillende locaties optraden maakte het niet gemakkelijker het overzicht hierover te behouden.

Ergens halverwege de zaterdag ('ergens', gek genoeg als tijdsbepaling, niet als plaatsbepaling) meende ik enige houvast te vinden: Een optreden van Half Way Station strookte met een gelezen aankondiging. Nu had ik de aankondiging pas gelezen toen het optreden al enkele minuten bezig was maar toch gaf het me het idee dat ik wist waar ik was. Dat 'halverwege' samenviel met 'Half Way' Station, kon geduid worden als bevestiging van tijd en plaats, doch evenzeer als (dubbele) ontkenning, zodat ik daar bij nader inzien liever niet te veel over nadacht.

FTW (ofwel Fuck The Writer), of gewoon kortweg Fuck, trad er ook op. Dat was het moment waarop het idee te weten waar ik was min of meer in duigen viel. Ze waren namelijk nog niet klaar met optreden of hun volgende optreden werd al aangekondigd. Ik schoot een zonnetje en probeerde aan de hand van een programmafolder te achterhalen waar ik was, hoe laat het was, wie ik zelf eigenlijk was, en of ik niet een keertje iets moest gaan eten.
Ik besloot met dat laatste te beginnen.
De kip was half rauw, doch, positief als ik ben ingesteld, keurde ik de kip tevens half gaar. Men kan met mij alle kanten op en dat deed de kip dan ook. Een half uur later constateerde ik dat mijn maag nog op zijn plaats zat, (relatief aan de rest van het lichaam, want ik was inmiddels zelf ergens anders gaan staan,) en besloot ik - mens sana in corpore sano - de rest van de dag nergens meer over na te denken en alleen maar van de muziek te genieten. Dit bleek een goede zet. Diverse mooie optredens werden gegeven door diverse mooie bands, en soms door diverse dezelfde bands.

Geloof het of niet, Fuck trad die dag nog een derde maal op. Correctie: bij nader inzien was het inmiddels geen dag maar nacht. Met een mede-Fuck-fan toog ik achter de band aan op weg naar dat derde optreden. Onderweg hoorde ik de fan uit over leven en werk. Dat bleek geen goede zet. We hadden een wonderwel goed gesprek maar een dag later was ik alles alweer vergeten zodat ik bij een volgende ontmoeting vervelenderwijs alle vragen opnieuw zal gaan stellen.
Hier zit een metafoor in als een blok beton, overduidelijk, maar helaas zie ik het niet. U hopelijk wel. Het heeft iets te maken met de hele wereld, zoveel is zeker... maar welke?

lutek Donderdag 20 September 2012 at 11:04 pm | | default | Geen reacties

Poprondje 2012

De Popronde bestaat nu al zo'n 10 jaar. Naarmate de jaren vorderen, wordt de doelgroep jonger, althans relatief. Dit is meetbaar aan de grootte van de letters in de programmafolder. Aangezien ik die dit jaar echt niet meer kon lezen, heb ik geen idee welke bands ik allemaal gezien heb. Wel weet ik dat ik niet langer tot de doelgroep behoor.
Dat is niet erg; veel van de concerten tijdens de popronde worden gegeven in cafés, zodat ik net kon doen of ik daar bij toeval verzeild was geraakt, quasi onwetend van welke Popronde dan ook. Argeloos bestelde ik hier en daar een versnapering, de naam waarvan gelukkig wel in leesbare letters stond aangegeven, en beluisterde de gespeelde muziek.
Sommige bandjes verkochten CDs, zodat ik bij aankoop hiervan alsnog kon lezen wat ik had gehoord.

Ik verplaatste mij strategisch binnen een straal van 100 meter rondom het Eendrachtsplein. Zodoende had ik keus uit 4 cafés, een platenzaak ('Die Winkeltje'), een coffeeshop waar men daadwerkelijk koffie verkocht, zij het niet aan mij, een heuse concertzaal en een dansvereniging (of hoe je 'Vibes' ook precies moet aanduiden. Een 'club'?)


(de Poprondevrijwilligers nemen vooraf het draaiboek voor een laatste maal door)

Ik opende de feestelijke avond in Hemingway, daar zit je ten slotte altijd goed. Michel Ebben speelde hier een paar fijne nummers. Ik kwam gezamelijk binnen met enkele Poprondevrijwilligers die de zaak volplakten met posters en folders ter promotie van de avond. Ze hadden pas na een kwartier door dat Michel Ebben geen deel uitmaakte van de Popronde-artiesten, waarop zij allen snel de kuierlatten namen.
Wie er, enige tijd later, wel deel van uitmaakte was Dotan, die op geheel oneigen wijze een nieuwe, diepere dimensie gaf aan de uitdrukking 'volkomen kut'. Ik wist na twee nummers reeds dat de rest van de avond alleen maar beter kon zijn. Misschien waren het niet eens de nummers (die slechts onnoemelijk saai waren) alswel de luchtvervuiling die hij uitsprak tussen de nummers door.
"Giel Beelen vond mij de artiest van het jaar", en "Ik ga mijn volgende plaat weer in Los Angeles opnemen", en "In Nigeria heb ik in de sloppenwijken gespeeld waar de mensen uit hun huis worden gezet".
Ik wou dat ik het had verzonnen maar hij zei het echt.
Een leeg bierglas wist ik als loep te gebruiken en zo ontdekte ik in de folder dat tezelfdertijd een damescombo op nog geen 100 meter afstand van hier aan het musiceren was. Dames, 4 stuks! Wat deed ik hier nog? Het combo heette Dakota en was best te pruimen.
De aardrijkskundeles vervolgde zich enige tijd later in Melief Bender waar Orlando optrad. Ik had Tessa en de haren al enkele malen gezien maar ditmaal was de beste maal. Ware het niet dat Orlando reeds op de kaart staat, had/hadden zij dat deze avond zeker alsnog gedaan.


(een gitaar houdt het voor gezien, voor hem geen Popronde meer)

Ondertussen bleef het aan de overkant van de straat ook erg onrustig: in Linssen trad het Limburgse kwartet Major Tom op. Nog voor het eind van het optreden had ik hun CD al aangeschaft. Op de website van de band las ik een citaat uit een recensie: "...met een sound die doet verlangen naar de jaren '90."
Aangezien, denkelijk, geen der 4 bandleden nog geboren was in de jaren '90, is dit citaat op alle mogelijke manieren uit te leggen. U ziet maar wat u ervan maakt.
Overige optredens liepen deze avond nogal door elkaar heen, niet in de minste plaats omdat dat nu eenmaal een vast gegeven is van de Popronde: alles gebeurt tegelijk. Als je 6 van de 30 bandjes kunt zien, doe je het eigenlijk al heel erg goed.
Het zou me niets verbazen als er volgend jaar weer een Popronde is. Tegen die tijd draag ik wellicht een bril waardoor ik plotseling opnieuw tot de doelgroep behoor.

lutek Dinsdag 18 September 2012 at 11:21 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Wanneer Gaat Er Eentje Dood?

Ik ken iemand die rondleidingen geeft in het Natuurmuseum Brabant te Tilburg. Er is in dat museum van alles te zien: kikkers, beren, vlinders, vogels, vissen. Wat er nog niet te zien was, waren wandelende takken.
Toen ik de museumbekende vertelde dat ik wandelende takken houd, kon ze haar enthousiasme nauwelijks onderdrukken en vroeg ze onmiddellijk wanneer er eentje dood zou gaan. Alles voor de wetenschap.

Zowaar ging er eentje dood, kort nadat ze me die vraag had gesteld. Sterker nog, er gingen er twee dood. Een afspraak ter overhandiging was snel gemaakt maar de betreffende afspraakdatum liet nog wel even op zich wachten. In de tussentijd hield ik de beestjes in de vriezer.
Soms vergat ik dat ze daar lagen. Als ik dan eens op zoek was naar een schnitzel of een tartaartje stond ik opeens met de takjes in mijn hand. Gelukkig ontdooide ik ze niet.

Nu weten veel mensen niet zo veel van wandelende takken. Maar omdat veel wandelende takken ook erg weinig weten van mensen, is dat helemaal niet erg. Wat weten veel mensen dan wel? Dat wandelende takken op takken lijken, dat ze wandelen, en dat hun grootste hobby stil zitten is. Daar houdt de informatie wel zo'n beetje op.

Het bezoek van de museumbekende draaide uit op een heel gezellige middag. En groot was mijn voorpret toen ik haar gehurkt voor het terrarium zag zitten, de neus tegen het glas gedrukt, op zoek naar nog levende exemplaren. Want - oja, dat was ik bijna vergeten - veel mensen denken namelijk ook dat wandelende takken "van die sprietjes zijn, die je nauwelijks ziet, je moet echt heel goed kijken".
Uiteraard wist ik dat de takjes op dat moment gezamelijk, geheel uit beeld, aan het slapen waren, achter een stuk klimkurk. Na enkele minuten vergeefs gezocht en getuurd te hebben, liet ik de museumbekende niet langer in spanning en draaide ik het stuk klimkurk om zodat de takken in vol ornaat zichtbaar werden. Het duurde nog geen halve seconde of de museumbekende was naar de andere kant van de kamer gerend en begon in de gordijnen te klauteren. En ik heb niet eens gordijnen. Kun je nagaan.

Deze soort is wellicht ietsje groter dan je tot nu toe elders gezien had, riep ik haar toe, wat ze door middel van eigenaardige keelklanken leek te beamen. Takkundig pakte ik er eentje beet en liet die over mijn arm lopen.
De rust keerde weer in de huiskamer en het duurde niet lang of de museumbekende liet het beestje ook over haar arm lopen. Gelukkig maar. Niets aan de hand.
De bevroren beestjes, twee vrouwtjes, werden overhandigd en in een koelbox gestopt. De conservator van het Natuurmuseum kon zijn lol op.
Nu maar wachten tot er ook eens een mannetje doodgaat.

- - -

[noot: In werkelijkheid bestond het bezoek uit 3 personen. Ik heb daar 1 van gemaakt, uit literair oogpunt. De 2 niet beschreven personen, worden in onderstaande ingezonden mededeling als volgt geschetst door de museumbekende:

"Bukowski... Lekker ben jij! De ene man viel flauw vanwege die kutwijven, nummer twee weigerde beleefd, ietwat witjes rond zijn neus, die neus verstopt achter een camera... en Karin van Spaandonk wordt afgeschilderd als 'rennend naar de andere hoek van de kamer' o.i.d.? Objection!"]

lutek Maandag 17 September 2012 at 9:32 pm | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags: ,

Rhodos (3)

In de schaduw was het ongeveer 35 graden Celcius. Hoe men dat preces heeft kunnen meten, is mij een raadsel, daar er in geen velden of wegen enige schaduw viel te ontdekken. Er was enkel zon.
Ik hou er van om altijd direct in het diepe te springen, in één keer dóór, zoals dat heet. In gevallen waarin 'het diepe' vrij vertaald kan worden met 'het hoge', zorg ik er altijd voor maar zo snel mogelijk te verbranden, om de rest van de vakantie van die onzin af te zijn. Het werkt wonderwel, keer op keer weer.

In dit geval - een weekje Rhodos - ging het verbranden in 2 stappen. Dat is dus eigenlijk niet snel genoeg naar mijn smaak, zoals ik net betoogde, maar dat kwam omdat ik de eerste dag ging wandelen, en pas de tweede dag op het strand ging liggen. En zeg nu zelf: het is geen gezicht om in niets dan je zwembroek een wandeling langs velden en wegen te maken. Je zou voor minder kunnen worden opgepakt, zelfs in het gemoedelijke Kalavarda.
Die eerste dag verbrandde ik derhalve mijn hoofd, nek en schouders; de tweede dag pas mijn benen. (De torso hing er zo'n beetje tussenin, letterlijk en figuurlijk.)

Aangezien ik al op de eerste dag doorhad dat de vakantie was mislukt (zie 'Rhodos 1') had ik het plan opgevat om dag 2 de ganse dag aan het strand te verblijven. Ook weer niet helemaal van de pot gerukt, had ik op het strand echter wel een plek gekozen onder een boom, zodat ik nog een beetje aan ademhalen toe zou komen. Maar die boom kon helaas niet verhinderen dat ik reeds anderhalf uur later twee kreeftrode benen had. Misschien was de boom een fata morgana. Ik liep er eens omheen, klopte er tegenaan, maakte er een foto van... Jawel hoor, de boom was een echte boom. Maar de zon deed net of dat niet zo was. Wonderlijk.
Na drie uur was het niet meer uit te houden en verschoof ik naar een nabijgelegen overkapping met bediening. Het viel me op dat ook hier de zon gewoon overal doorheen scheen. Een brutale zon.
Ik bekeek mijn benen nog eens goed. Ik wilde graag 'een kleurtje' hebben. Veel mensen beschouwen zwart echter niet als kleur, dus bleef het onduidelijk of ik een kleur had of niet. Die zon op Rhodos, dat is me er eentje.

Ik besloot wat te gaan eten. Er wordt hier ontbeten om 9 uur 's morgens en gedineerd om 9 uur 's avonds. Wat is logischer dan in de middag te lunchen? Laten we zeggen... 2 uur, 3 uur, 4 uur? Het maakt niet zo veel uit hoe laat je wilt lunchen want alles is dicht van 2 tot 6. Ik concludeerde dat de mensen hier maar 2 maal per dag eten. Noodgedwongen paste ik me aan aan de plaatselijke gebruiken.
Wel heb ik om 6 uur de meest geweldige vis gegeten die je maar kunt bedenken: 'Germans'. Wat het precies zijn weet ik niet. De naam is gegeven door een Egyptenaar in het Suezkanaal. (Sorry, meer begreep ik niet van de uitleg.)
De vis had mij zo aangegrepen dat ik nog dagenlang meende in Kalavaris te verblijven in plaats van Kalavarda. Iets wat me op twee hoog opgetrokken wenkbrauwen kwam te staan toen ik daags later een ticket kocht bij de buschauffeur in Rhodos-Stad.
Daarover een andere keer meer.

lutek Donderdag 13 September 2012 at 10:10 pm | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags: , ,

Rhodos (2)

Wat de naam Kalavarda precies betekent weet ik niet maar het zou me niet verbazen als het iets is als 'Daar waar alle jeugdhelden vertoeven'. Ik heb er namelijk nogal wat gezien. En gesproken.

Ik zat er nietsvermoedend op een terrasje op het dorpsplein de avonduren af te tellen. Dat deed ik omdat er werkelijk niets anders dan dat te doen was in het dorpje.
's Middags was er ook niets te doen maar om in de middag al te beginnen met het aftellen van avonduren is onverstandig omdat je dan na een dag of 3 hopeloos in de knoop komt met de wereldlijk vastgestelde aanduiding van tijdsverloop in het algemeen, en de locale variant in het bijzonder. Bovendien weet ik als ik op vakantie ben al zo slecht de dinsdag van de zaterdag te onderscheiden.
(En dat ik er nietsvermoedend zat, was om dezelfde reden.)
Bij een naastgelegen restaurant speelde een zanger/gitarist een Beatles-deuntje in een maat waarin het lied niet was bedoeld en zich onmogelijk liet kneden, hoe hij - de zanger/gitarist - dat ook probeerde. Als je ooit een kat tegen zijn wil in een schoenendoos hebt geprobeerd te stoppen, weet je wat ik bedoel.
Desondanks zat ik zelf halverwege dat lied opeens met een ander lied in mijn hoofd. Nee, dacht ik, niet 'ondanks', maar 'dankzij'. Zo verklaarde ik het namelijk: mijn muzikale zin liet het lied niet toe, zoals het lied de maat niet toeliet, en mijn geheugen vulde dit gat op met zomaar een willekeurig ander liedje, net wat mijn geheugen op dat moment in mijn persoonlijke jukebox vond. In dit geval de tune van tv-serie 'Sandokan'.

Ik nipte aan een Mythos (een soort Heineken maar dan zonder de smaak), keek opzij en zag naast me op het terras meneer Sandokan zelf zitten! Bijna verslikte ik me. Onbewust moest ik hem al gezien hebben, daarom zat ik met dat deuntje in mijn hoofd.
We raakten aan de praat. Hij had op De Spelen van 2004 een baan als ingenieur gehad maar de tijden waren veranderd. (Ik ben vergeten was hij tegenwoordig deed.)
De ober kwam bij ons. Het was de broer van de ober van een dag eerder. Verdomme, de ober was niemand minder dan Kuifje! Ik bekeek het etiket van het flesje Mythos maar kon geen van enige algemeen geaccepteerde standaard afwijkende informatie vinden; een constatering die mij maar matig gerust kon stellen.
Kuifje werkte op de luchthaven en in het café, overigens precies wat zijn broer ook deed. Iedereen heeft hier 2 banen.

De volgende avond was ik het hele voorval weer vergeten, tot ik kennismaakte met nog weer een andere barman, de oudste van de drie broers met 2 banen elk. Dit bleek de op één na langste van de Daltons te zijn! Veel gekker moest het niet worden.
Maar het werd gekker, ook al was ik nu overgeschakeld op Amstel. (Ik zei al dat er niets te doen was; er was ook niets te drinken.)
De deuren van het belendende restaurant werden gesloten en de eigenaar kwam onze kant op gelopen om even een punt achter de dag te zetten. Hopelijk zou hij me niet vragen wat ik van de muziek van de dag ervoor had gevonden.
Wat hij me vroeg weet ik niet meer, want wie bleek dit te zijn... Niemand minder dan Meneer Storm uit Debiteuren/Crediteuren! Nu verslikte ik me wel degelijk, maar om niet meteen te laten merken dat ik hem herkende, zorgde ik voor wat afleiding door snel iets voor iedereen te bestellen.
Even later vertelde hij me over boten, vissen, vrouwen, Antwerpen, Rotterdam, casino's en wat al niet meer. Dat was vroeger. Nu had hij een restaurent, een wijngaard en een alimentatie.
We proostten op het verleden, het heden en de toekomst.

Op de terugweg, in de lange uren van de Atheense overstap - een luchtledige brug van 7 uur waarin ik zo lang mogelijk uitstelde een pintje in de bar van de luchthaven te nuttigen - zag ik even verderop iemand zitten waarvan ik zeker wist dat hij, in voor mij tegengestelde richting, op weg was naar Kalavarda... daar waar alle jeugdhelden vertoeven. Het was Kapitein Haddock!
Onze respectievelijke vluchten werden omgeroepen. Ik ging naar huis. Hij ging ook naar huis. In het voorbijgaan zei ik dat vanavond Kuifje weer achter de bar van het dorpscafé zou staan.

lutek Zondag 09 September 2012 at 11:50 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , ,

Rhodos (1)

Mijn voornaamste reden om Rhodos te bezoeken was om er te wandelen. Echter, daar ik me 3 maanden geleden al een handvol slagen in de rondte had gewandeld, koos ik nu tactisch voor een verblijf op 1 plek (als uitvalsbasis) zodat ik op dagen dat wandelzin uitbleef me zou kunnen beperken tot het zwembad in de tuin.
Tot mijn spijt bleek het gezellige authentieke hotelletje te Kalavarda (een grondig eind van Rhodos-stad vandaan gelegen) geheel niet te beschikken over een zwembad. Het zwembad hoorde bij het verlengde arrangement, in een ander gehucht. Ik had geen verlengd arrangement, en dus ook geen verlengd zwembad.
Dan maar zo veel mogelijk wandelen.

Helaas heeft Rhodos geen wandelingen want er zijn geen wandelpaden. (Dat is niet helemaal waar: 1 wandeling was wel degelijk mooi en de moeite waard.) In Rhodos kun je lopen, jazeker wel; je hebt er, zoals overal in de wereld waar je niet kunt zwemmen, vaste grond onder je voeten, maar vaste grond alleen is nog geen reden om meteen van een wandelpad te spreken. Dat is natuurlijk vragen om wandelterminologieïnflatie. Dan kun je net zo goed zeggen dat er een wandelpad van hier naar Zuidplein ligt.

Wellicht is de Rhodossche wandeldemotivatie juist wel goed geweest (ja, ik ben erg positief ingesteld) want tijdens de wandelingen die ik wél maakte, bleek al snel dat de wandelroutebeschrijvingsmafia ook hier, vooral hier, mag ik wel zeggen, weer eens genadeloos hard had toegeslagen. Het is dat er laatst zoveel bos is afgebrand, maar anders was ik er zeker een half dozijn maal ingestuurd geworden.
Eén dag maakte ik het nogal bont met wandelen: als ik geen toevallige lift had gekregen op het eind van de middag, zou ik - zo had ik al uitgerekend - op de kop af 1 marathon hebben gelopen, in volle zon op een ontbijt van een halve boterham. Je bent in Griekenland of je bent het niet.

lutek Zaterdag 08 September 2012 at 12:47 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,