Opzij, Opzij, Opzij

Lang voordat Forrest rende, rende Herman van Veen. Er is alijd wel iemand de eerste. Ik rende ook, maar veel later dan de beide heren. Afgelopen donderdag om precies te zijn, zodat ik voorlopig de laatste ben die rende (denkelijk tot 2e Paasdag want ik hoorde van een vriend dat hij dan een halve marathon op zijn atletisch programma heeft staan).

Een informele receptie die op 300 meter van mijn werk plaatsvond, nam een aanvang om 5 uur. Ik moest mij derhalve vooral niet haasten als ik onopvallend binnen wilde komen. Ik haastte mij niet maar was desondanks zowat de eerste bezoeker.
Vaak weet ik na de openingbeleefdheden al niet meer wat ik moet zeggen, waarbij ik kan aantekenen dat het meer dan eens is voorgekomen dat de reden dat ik niets meer weet te zeggen gelegen is in de invulling van die beleefdheden.
Bovendien hoor ik mezelf praten. Probeer jezelf, of het gesprek, dan nog maar eens serieus te nemen.
Maar ik stapte binnen juist in de wetenschap van het niet weten, draaide de zaak daarom om, en praatte honderuit met ieder die mij voor de voeten werd geworpen. Ik vroeg hier en daar waar mensen werkten. De antwoorden waren niet mals: BPB, TSG, BZR, AFD, TRW. Terwijl om mij heen iedereen instemmend knikte, was ik nog bezig de letters op een rijtje te zetten, en contempleerde een carrière in de reclamewereld.
TSG, reageerde iemand verheugd, oh kom jij dan ook van DPY vroeger?
Nee, dat is mijn collega, ik kom van FFL.
Het voelde weer eens of ik in een aflevering van Banana Split zat. Ralph Inbar is dood maar zijn geest waart nog rond op recepties van scheepvaartbedrijven.

Wat me nogal bezighield ofwel afleidde, was een akelige jeuk aan mijn onderbeen, rechts. Nee, links. Nee, allebei. Wilden mijn benen me zeggen dat ik mij moest verplaatsen? Ik had het na enige tijd eigenlijk erg goed naar mijn zin en wilde helemaal niet weg. Mijn benen noodden mij echter tot bewegen en ik gehoorzaamde door te circuleren door de ruimte, niet zo zeer netwerkend als wel op het sociale en amicale af.
Even later op het toilet zag ik dat beide benen vervellingsverschijnselen vertoonden. Merkwaardig, ik heb al maanden geen zon gezien. Mijn benen wilden mij iets vertellen maar ik wist niet wat.

Opeens schoot het me te binnen, Einsteinbarbie gaf deze avond een concert in Den Haag. Ik bedankte voor het entertainment en ging heen. Heel ver heen. Ik rende naar het station, sprong in een metro die zich net in beweging zette, en haastte me in Den Haag van station naar zaal. Rennend.
Ik rekende dat ik misschien precies op tijd kon zijn. Aan karma geen gebrek. De metro had ik ten slotte net gehaald, ik had allerminst getreuzeld, dus als er enige rechtvaardigheid bestond, en ik die verdiende, dan was het nu wel. Vooruit, ik zou misschien anderhalf nummer hebben gemist maar dat was dan ook dat.

De inschatting van anderhalf nummer klopte wonderlijk genoeg exact. Helaas was het niet anderhalf nummer dat ik had gemist maar dat ik nog kon zien, omdat de band een uur eerder was begonnen dan ik had ingeschat.
Terwijl mijn karma leegliep, borrelend als een lekke opblaasboot, bestelde ik iets aan de bar. Door het actuele geluidsvolume werd mijn bestelling niet of althans verkeerd verstaan. Dat merkte ik niet want ik had mezelf ook niet of althans verkeerd verstaan.
Anderhalf nummer Einsteinbarbie is hoe dan ook beter dan geen Einsteinbarbie, en bovendien was de volgende band, Leo Gstrein, ook de moeite waard.
Ren Lutek Ren ging tijdelijk over in Slap Ouwehoer Lutek Slap Ouwehoer maar de onverbiddelijke metrotijden zorgden al snel voor een terugkeer naar de oorsprong. Wat misschien ook maar beter was omdat ik vrijdag weer vroeg op moest.

Hoe was de receptie gisteren?, vroeg mijn collega.
Leuk, zei ik, veel mensen gesproken die allemaal knikten bij het horen van onze bedrijfsnaam. Dat is een kunst hoor, zo overtuigend te knikken. Volgende keer zal ik een bedrijfsnaam verzinnen, eentje die niet bestaat, en liefst een afkorting, en dan zien of ze even instemmend knikken. Het zou mij alleszins niets verbazen.

lutek Zaterdag 30 Maart 2013 at 3:34 pm | | default | Twee reacties
Gebruikte Tags: , ,

Mannen Mozaïeken Niet

Na 2 maanden van inactiviteit, pakte ik gisteren de knijptang weer op, alsmede de snijtang, de knabbeltang en de breektang. Ik geloof dat deze gereedschappen in werkelijkheid alle anders heten maar omdat ik de juiste namen nooit hardop hoef te zeggen - omdat ik nu eenmaal niemand ken die net als is mozaïeken maakt, laat staan dat ik met iemand daarover praat - ben ik bedreven noch heb ik de noodzaak me van de juiste terminologie te voorzien. Ik weet wat ik bedoel, dat is voldoende.
Die 2 maanden kwam mij goed van pas. Mijn handen konden aansterken; het vorige project had haar tol geëist. Maar al hadden mijn handen in gips gezeten, dat was niet de reden dat ik 2 maanden niet mozaïekte. Het idee voor het nieuwe werk had ik namelijk al lange tijd. Het was de uitvoering die me niet beviel, althans tot 2 dagen geleden. Nu weet ik hoe de uitvoering gedaan moet worden, en nu ben ik dan ook direct begonnen.

Ik bekeek de werken van voorgaande jaren. Er zaten wel wat belabberdheden tussen, onmiskenbaar, maar als studie zullen ze vast onmisbaar geweest zijn, zo hield ik mijzelf voor. Ik zag 1 werk waar een flinke barst in was gekomen. De oorzaak is mij onbekend. Ik hield het er op dat dit door leeftijd kwam. Ja, dat vond ik wel een mooi idee. Zoals een elpee ook langzaam oud wordt, gaat kraken, hier en daar ontstaat een kras, je weet eigenlijk niet meer hoe, en met de jaren gaan de oneffenheden een rol spelen in het luisteren. Je hoort een kras, een tik, een kraak. En je hoort het niet alleen, hét hoort zo. Zo wil ik ook mijn mozïekwerken zien. Niet na een paar jaar, maar na 10 of 20 jaar: niet geheel krasvrij, hier of daar een barst. Al was het niet de opzet, het hoort zo.

Ik bekeek de website van de mozaïekwinkel. Niet alleen bekeek ik de aan te schaffen benodigheden, maar ook de wagonlading foto's van al dan niet tevreden lachende cursisten, hun veelal goedbedoelde woensdagmiddagwerken tonend. In het land van gedichten zijn er ook rijmpjes. Niets mis mee, maar het is niet mijn smaak.
Verder viel mij op dat hooguit 2% van de cursisten van het mannelijk ras is. Mannen mozaïeken niet. Mannen hebben wel iets beters te doen. Wat ze dan precies aan beters te doen hebben weet ik niet zo goed, maar in elk geval lopen mannen de deur van de mozaïekwinkel niet plat.
In de mozaïekwinkel werd mij direct koffie aangeboden. Dat is vanzelfsprekend heel aardig maar ik was op de hoogte van de achterliggende bedoeling en bedankte. Het geval wil dat de bezoeker namelijk met opzet naar het toilet annex badkamer gelokt wordt. 'Moet' de bezoeker zelf niet, wordt het hem wel vriendelijk doch dringend gevraagd. Dit is niet voor het plegen van onbetamelijke handelingen, geenszins, maar om aldaar het gigantische mozaïekwerk te bewonderen waaruit deze ruimte bestaat. Het hangt er niet, het IS er. De ruimte is gemaakt van mozïek. Wonderlijk genoeg nog erg mooi ook.
Voor mij echter geen toilet annex badkamer. Ik kocht 2 tassenvol aan materiaal en ging bij thuiskomst direct aan de slag.
Binnenkort nieuw werk.

lutek Dinsdag 26 Maart 2013 at 9:23 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

50

50 jaar is een hele leeftijd. Mijn broer kan er over meepraten. Mijn oudste broer, wel te verstaan.
Eigenlijk vind ik het hele optellen van jaren wat achterhaald. Je kunt mijns inziens beter de jaren aftellen. Aftellen vanaf de leeftijd die je denkt te halen.
Laten we zeggen: ik (of mijn broer, in dit geval) verwacht 80 te worden. Dan reken je dat je nog 30 jaar te leven hebt. 30 jaar lijkt een hele tijd als je optelt, maar als je aftelt lijkt 30 jaar opeens niets!
Deze methode zet een mens aan dingen te doen die een mens altijd al wilde doen. Een jaar 'sabbatical' naar de binnenlanden van Afrika, bungyjumpen nu het nog mag van je dokter, verloren familieleden opzoeken zolang die nog leven, dat soort dingen. Of, ik het geval van mijn broer, besluiten om huisjesslakken als huisdier te nemen.
Wat het ook is, het lijkt me verstandig om iets te doen - wát dan ook te doen - in de wetenschap dat je nog maar 30 jaar op deze kutplaneet bent.

Of mijn broer optelt of aftelt weet ik niet. We hebben het daar niet over gehad op zijn verjaardag. Want ja, hij vierde zijn verjaardag. Dit is iets wat hij, net als ik, al 20 jaar niet had gedaan.
Mocht je je verjaardag zelf eens 20 jaar lang niet vieren, weet dan dat je desondanks toch ouder wordt. Er waren enkele gasten die hem gelukwensten met zijn 30e verjaardag maar die waren ruim abuis. De biologische klok trekt zich niets aan van wel of niet gevierde verjaardagsfeestjes, hoewel ik hierbij kan vermelden dat, anderzijds, de verjaardagsfeestjes die mijn broer doorgaans geeft op hun beurt wel degelijk van invloed zijn op je biologische klok.

Het mooie van het feest van mijn broer was dat, behalve dat mijn broer er zelf was, er nagenoeg iedereen was die was uitgenodigd. Waarschijnlijk dacht iedereen, net als ik, dat dit wel eens de laatste keer kon zijn dat hij zijn 50e verjaardag zou vieren. Het zou lullig zijn als je dat net miste. Het was kortom een volle bak.
Mij was gevraagd enkele foto's te nemen, zo niet ter herinnering dan toch zeker wel ter innering. Ik deed hiervoor mijn uiterste best. Maar of het nu aan de portretten lag van de gasten zelf of aan mijn fotografische kunsten, de gasten kwamen niet bijsterschoon op de virtuele nochtans gevoelige plaat, vooral niet toen ik ze een dag later nog eens bekeek.

Los van dit alles was het feest zeer geslaagd, ik kan wel zeggen: het was één groot feest - wat het natuurlijk ook was, geheel volgens opzet.
Er waren moeders, er waren broers, er waren collega's, er waren vrienden en vriendinnen, er was aanhang en aanwas. Er was goddomme weet ik veel wat, en meer.
De rode draad c.q. grootste gemene deler was dat zowat alle aanwezigen wel van een biertje hielden. Vijftigjarige broer had dit voorzien, en had derhalve dit belangrijke ingrediënt voldoende in huis gehaald.
Er was één aanwezige die niet van bier hield. Dat was Marcus. Marcus Aurelius, de tekkel. Dit huisdier is een stuk levendiger dan eerdergenoemde slakken, en zit dan ook terecht niet in een glazen kooi.
Marcus deed de hele dag zijn uiterste best om de gasten er op te wijzen dat hij eerder deze week geslaagd was voor zijn certificaat "gehoorzaamheid - beginners", en wel zodanig dat de meeste gasten bij heengaan het idee hadden dat het bijgewoonde feest eigenlijk was georganiseerd, zo niet dóór Marcus zelf, dan toch zeker óm het feit van het door hem behaalde certificaat.
Zelf ben ik er niet zeker van, zodat ik voor een gemakkelijke middenweg kies, en (nogmaals) zowel broer als tekkel van harte feliciteer met hun behaalde prestaties.
En nu maar aftellen.

lutek Woensdag 20 Maart 2013 at 11:46 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

JPG

"Nee, niet omkijken nu, hou je hoofd zo."
De man duwde mijn kin opzij, en omdat mijn kin stevig aan de rest van mijn hoofd vastzat, daarmee mijn hele hoofd.
"Ja hoor, precies. Je hebt dezelfde kop. Maar niet als je deze kant opkijkt."
Ik keek zijn kant op.
"Nee, nu niet meer."

Ik kon niet zeggen dat ik niet op Jean Paul Gaultier leek omdat ik geen idee had hoe JPG er uitzag. De man vond het iets bijzonders dus beschouwde ik het als een compliment. Het tegenovergestelde van 'in the eye of the beholder' omdat de gever uitmaakt of het dat is of niet, door de manier waarop het gegeven wordt. Hij bepaalt het motief.
Ik ben door een oude vriend eens gecomplimenteerd om mijn prachtige krullen, ooit toen ik nog een bos haar had. Zelf gaf ik niets om krullen, vond ze niet eens mooi en al helemaal niet complimentwaardig. Maar de gever bepaalde of het een compliment was. Ik had slechts te berusten.
Mijn houding veranderde toen direct daaropvolgend werd gesuggereerd dat ik zeker wel een permanent zou hebben gezet. Het was toen snel gedaan met de vriendschap.

De man was speciaal voor de JPG-tentoonstelling uit het oosten des lands afgereisd en zat nu na te genieten alvorens de terugreis te ondernemen. Hij wilde het een en ander van Rotterdam weten. Ik liet hem het een en ander van Rotterdam weten, o.a. dat we op nog geen 100 meter zaten van de homohoofdstraat van de stad.
De man reageerde niet (en korte tijd later passeerde zijn vrouw de revue in ons gesprek). Ik had hem kennelijk verkeerd ingeschat maar bedacht dat hij dit weleens op zijn beurt als compliment zou kunnen opvatten, volledig losstaand van zijn werkelijke geaardheid. Het is maar hoe dingen gezegd worden.

"Rotterdammers zijn zo aardig!"
Er viel een stile vol bedenkelijkheid. Aardig? Ik suggereerde dat hij slechts in de verkeerde delen van de stad had vertoefd. Of juist de goede, wat hij maar wilde. Hij was echter niet van zijn stuk te brengen.
Van zijn kruk trouwens ook niet. Als hij niet ging, ging ik zelf maar weer eens op huis aan. Bot zijn kon ik echter niet, integendeel, allerminst.
Ik vermoedde dat de man al ongelofelijk veel aardige mensen in zijn leven had ontmoet, in Rotterdam of waar dan ook, omdat hij daar helemaal zelf voor zorgde.

lutek Zaterdag 16 Maart 2013 at 4:51 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Statistisch Nu

"Wat willen wij?"
"Wij willen X"
"Wanneer willen wij dat?"
"Wij willen het nu!"

Eigenlijk wil ik geen dingen, of in elk geval erg weinig. Dientengevolge wil ik ze ook niet nú. Toch is het 'nu' mij niet onverschillig, al is het niet in sterke mate verbonden met 'dingen' van welke aard dan ook. Maar dat komt slechts omdat het 'later' mij nog net iets minder verschillig is dan het 'nu'.
Een voorbeeld: Soms lig ik in bad met - in alfabetische volgorde - boek en koffie en slaap, en vermoed dat ik nog zeker wel een half uur in bad blijf liggen lezen, lummelen of wegdommelen. Er rest me nog maar 1 slok koffie. Neem ik die slok nu of neem ik die straks?
Zonder uitzondering neem ik die slok nu. Dat zelfde doe ik met een laatste slok water tijdens een wandeling of een laatste beker melk op de dag vóór de dag dat ik boodschappen ga doen.
Het is niet zozeer dat ik sta te springen dingen 'nu' te willen, het is meer dat ik het nut van bewaren niet zo goed zie.

Misschien heeft het te maken met een wantrouwen jegens uitstel, of - op iets grotere schaal - misschien heb ik te vaak verhalen gehoord over mensen die hun hele leven wachtten op de tijd en het geld om 'dingen' te gaan ondernemen, en wel net zo lang tot ze niet langer tot de uitvoering ervan in staat bleken.
Dat vind ik zonde.

Niet uitstellen kan ook simpelweg veel praktischer zijn. Een slok koffie die je een half uur bewaart is helemaal niet meer lekker. Water dat je drinkt tijdens een wandeling hoef je niet meer te sjouwen, en water drinken op het eind van de wandeling heeft geen nut, en bovendien smaakt alles wat je drinkt na aankomst heerlijk als je net iets meer dorst hebt van de inspanning.

De vraag is natuurlijk of je er goed aan doet om - bijvoorbeeld - vandaag je laatste boterham te nuttigen als je morgen geen boodschappen gaat doen. Je weet dan namelijk vandaag al dat je morgen trek/honger* (*doorhalen wat niet van toepassing is) zult hebben, wat geen leuk vooruitzicht is.
Alles goed en wel, maar ik zie geen verschil tussen trek/honger* vandaag en trek/honger* morgen. En aangezien er altijd een kans is dat je morgen onverwachts toch op de een of andere manier in aanraking komt met iets eetbaars, kun je maar beter vandaag je laatste boterham opeten.
Bedenk ook hoe dom je je voelt als je vandaag niet eet, en morgen toch vers brood hebt? Je kunt de trek van vandaag dan niet met terugwerkende kracht ongedaan maken.
Door nu te eten vergroot je statistisch de kans om op beide dagen te kunnen eten.

Bovenstaand is allemaal buitengewoon snapbaar en niet bepaald releverend. De lastigheid begint nu echter met het feit dat ik een meester ben in het nietsdoen. Met nietsdoen bedoel ik, anders dan veel andere mensen, echt niets doen. Niets dus. Niks.
En ik vraag mij af hoe ik dit moet inschalen. Aangezien ik het nietsdoen de laatste jaren tot een kunst heb verheven, zou je zeggen dat het van inactiviteit langzaam is overgegaan in activiteit. Beter gezegd: een activiteit. De actie van het nietsdoen.
Het gevolg hiervan is dat ik, als ik bijvoorbeeld een boek wil lezen, de actie 'boek lezen' even relevant ervaar als de actie 'geen boek lezen'. En die actie wil ik nú doen, niet uitstellen.
Als iemand me morgen vraagt wat ik vanavond gedaan heb, kan het dus zijn dat het volgende gesprek onstaat:

- Wat heb je gedaan gisteren?
- Ik had een welbestede avond.
- Zo. Lekker bezig geweest?
- Ja, ik heb de hele avond geen boek gelezen.
- ... Sorry, je hebt een boek gelezen?
- Nee, ik heb geen boek gelezen. De hele avond.
- De hele avond...
- Ja, meteen vanaf dat ik thuis kwam. Helemaal tot ik ging slapen.
- Geen boek gelezen dus? Was het een... geen goed boek?
- Dat weet ik niet. Ik weet niet welk boek ik niet heb gelezen. Ik had er twee en heb ze geen van beide opgepakt.
- Twee boeken niet gelezen?
- Nee nee, één van de twee heb ik niet gelezen. De ander niet.
- Niet dus?
- Nu ja, alleen even voor het slapen gaan, toen heb ik nog een boek gepakt. Maar dat was een ander boek.

lutek Dinsdag 12 Maart 2013 at 10:08 pm | | default | Geen reacties

De Kunst van het Hoesten

Daar komt de hoest. Nee, hij komt niet. Een nies? Ook geen nies. Hij hangt in de lucht, ik voel het. Hij zal zo wel komen dan. Maar nee, hij komt niet. Nog niet.
Ik besluit nu dat ik dat niet wil. Of beter gezegd: ik wil het niet en besluit daarom... nee, wat is precies de juiste volgorde?
Ha-ugh!
Daar had hij me te pakken, de hoest. Ik lette niet goed op. Ik liet me afleiden. Nee, ik leidde mezelf af.
Stop. Stop nu. Stop met denken en wees voorbereid. Ik wil niet hoesten. Nu ja, ik wil niet dat er voor mij gehoest wordt, ik wil het zélf doen.

Een goed voorbereide hoest, die je zelf in werking zet, is effectiever in het ruimen van sluim, minder pijnlijk voor de keel, en niet zo vervelend. Gecontroleerd hoesten dus eigenlijk. Zo beperk je de schade aan de keel een beetje. Hoesten op eigen voorwaarden.
Okay, het hoesten moet, er valt niet aan te ontkomen, maar als ik de techniek en de uitvoering beheers en mij niet laat beheersen, voel ik mij als het ware minder ziek, en verdwijnt het ziektebeeld wellicht ook sneller.

Niet zomaar een beetje in het wilde weg hoesten natuurlijk. Nee nee, gecontroleerd, ik zei het al, daar gaat het om. En niet vaker dan nodig. Niet te veel, niet te hard. Maar wel een moment kiezen dat net ligt voordat de hoest uit zichzelf zou beginnen, hem zodoende te slim af zijn.
Ik voel nu dat er een aankomt: de keel is droog, ik klink wat hijgerig, luchtwegen maken peristaltische bewegingen. Maken ze dat echt of lijkt dat maar zo?
Stop, laat je niet afleiden door die gedachten, het is tijd om te hoesten.
Ik adem diep in, maar wel langzaam genoeg om geen tussentijdse kriebelhoest te veroorzaken. Ik hoor iets reutelen en zorg dat ik tenminste de oorzaak daarvan naar buiten hoest. Rug recht, een halve seconde rust en concentratie, hand voor de mond ook al is er niemand in de buurt...
Ha-ugh!
Dat klonk op papier hetzelfde als daarnet, maar ik verzeker eenieder dat een gecontroleerde hoest veel minder onprettig is dan een ongecontroleerde.

Volgende keer: de kunst van het niezen.
Zo. Nu tijd voor een sigaretje.

lutek Maandag 04 Maart 2013 at 11:50 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: