Hermannsweg 1

Als je bijna op bestemming bent aangekomen is de kans verhoudingsgewijs groter deze te missen dan wanneer je er nog ver van verwijderd bent. Schroom niet een buschauffeur (of 2) aan te spreken om te weten waar je in moet stappen, en na enkele haltes een schooljongen (of 2) om te weten waar je uit moet stappen.
De schooljongens waren wat giechelig. Gekke vent, stomme toerist, zullen we hem verkeerd uit laten stappen?
Nee, niets van dat alles. Met name schooljongen 2 gedroeg zich voorbeeldig. Dat was maar goed ook, want een kwartier later bleek hij de zoon van de hoteleigenaar te zijn. Het had anders nog een vervelende avond kunnen worden.

Ik had nog tijd genoeg om een korte wandeling te maken, zo halverwege dag 1. Reisorganisatie SNP verbrak haar eigen record door me dit keer reeds na 200 meter de verkeerde kant uit te sturen. Niet voor niets hanteren zij de leus 'De kunst van het ontdekken'.
Even later, in een stukje bos moest ik onwillekeurig denken aan die keer in Limburg dat ik een boswandeling maakte: ik liep koud 10 meter het bos in, kansberekende de mogelijkheid om die dag hertjes te zien en zag prompt 2 hertjes op 20 meter van mij vandaan.
Ik glimlachte bij die gedachte en werd opgeschrikt door 2 hertjes op 10 meter afstand van mij vandaan.
[U denkt dat ik dit verzin, maar beide voorvallen hebben exact zo plaatsgevonden.]

Omdat ik, ook als ik treuzel, wandelingen altijd vóór op het beoogde tijdsschema loop, vooroorloofde ik mij een omweg en kwam op het beginpunt van de Hermannsweg uit, een punt dat ik de volgende dag anders niet gezien zou hebben wegens topografische onlogica. (Eigenlijk is dit niet waar: de Weg begint al 20 km ten oosten van Riesenbeck maar voert de eerste 20 km nog niet door het bos.)
Op het moment dat ik het beginpunt zag, brak de zon door. Wat een timing. De vakantie begon nu pas echt. Tegelijk ook ging de telefoon. Kantoor. Wat een timing.

Terug bij het hotel, de tijd volmakend tot het eten, werd ik aangesproken door een meneer met een haardos of hij de hele dag op een winderige golfbaan had gestaan. Hij bleek ook te golfen, en zijn vrouw ook, (en hun dochter ook), maar vandaag niet. Mochten zij aan mijn tafel plaatsnemen? Dat mocht natuurlijk. Kennelijk wilde hij zijn Nederlands oefenen, wat hij heel goed sprak. Niet zo vreemd ook, want hij was directeur van 200 filialen Groeneveld, voor al uw oogbenodigdheden.
Nu overkomt mij dat wel vaker - ik praat even makkelijk met een zwerver als met een directeur - en het heeft altijd iets verfrissends. De beste man wil ook wel eens, uit functie, normaal met iemand over ditjes en datjes praten, wat wel zo gezond is. Al weet ik dan zelf niet zoveel van golfen. Hij deed niet uit de hoogte, maar hij deed gelukkig ook zeker niet of hij 'iemand van de werkvloer' was. Hij deed gewoon normaal. Bijzonder aardige man.

Buiten rookte ik nog een sigaretje voordat ik met de fazanten op stok ging, en zag aan één kant van het gebouw het opschrift 'Festsaal'. Het begon meteen te jeuken. Beelden van verplichte feesten drongen zich op. Dít hier is de feestzaal, hier moet men feesten. Geen ander gedeelte, dít gedeelte. Ordelijk. Hier moeten x aantal stoelen staan voor x aantal mensen. Er zijn x stukken taart. Dát is feest. Zo hoort men te feesten.
Gelukkig was de feestzaal gesloten.
Ik heb 2 dagen heerlijk gewandeld. Dát was pas feest.

lutek Zaterdag 27 April 2013 at 12:42 pm | | default | Twee reacties

Hermannsweg 2

De mooiste wandeling maakte ik van Riesenbeck naar Tecklenburg. De route liep bijna geheel door het bos. Omdat ik wist dat zelfs de routebeschrijving van SNP niet kon verhelpen dat ik uiteindelijk in Tecklenburg aan zou komen, waagde ik het om veelvuldig van het pad af te wijken, niet alleen om de route te verlengen, maar ook om soms wat verder van de Autobahn verwijderd te zijn. De zon scheen volop en al hadden de knieën niets te verduren, maakte ik tussenstopjes waar ik maar kon.
Ik ging na welke beesten ik zoal had gezien. Het was maar een kort lijstje: een enorme haas, een dood konijn, een rots die op een koe leek, een roofvogel in de verte, een eekhoorntje achter een boom, een foto van een oehoe, en een als een krokodil beschilderde boomwortel.
Mocht ik nog een hertje tegenkomen, had ik inmiddels de volgende tactiek bedacht om hem niet weg te jagen. Als je hertjes wilt zien, het is bekend, moet je geluk en geduld hebben en goed om je heen kijken. Meestal zien ze jou eerder dan dat je hen ziet. Soms zie je ze eerder en is het zaak om ze niet aan het schrikken te maken. Ga dan als volgt te werk: Op het moment dat het hertje jou aankijkt, kijk je snel de andere kant op. Deze methode bewerkstelligt enerzijds dat het hertje weet dat je hem gezien hebt maar anderzijds dat het hertje weet dat je niet gevaarlijk voor hem bent. Je kijkt immers weg en je geeft daarmee aan hem niet als prooi te zien. Het hertje zal daarom niet in blinde paniek wegrennen.
Het nadeel van telkens wegkijken is jammergenoeg dat je dan zo weinig hertjes ziet. Ik geef toe dat de methode nog wat verfijning kan gebruiken.

Tswiet tswiet, wat hoor ik daar? Twijfel niet, het is de...
Ik heb ontdekt wat het verschil is tussen het geluid van een vink en het geluid van een specht. De overeenkomst is dat de geluiden fonetisch beide genoteerd zouden kunnen worden als 'tswiet', het verschil is echter dat bij het horen van een vink, je nog wel eens het idee kunt hebben dat het misschien een specht betreft, maar dat je bij het horen van een spechtentswiet geen moment een vink vermoedt.
Het is als wanneer je even je ogen sluit en daarna niet zeker weet of je hebt geslapen of niet. Heb je geslapen, weet je niet zeker of je wakker bent gebleven, maar als je wakker was, weet je heel zeker dat je niet hebt geslapen.

In het bos werden hier en daar plekken aangemerkt als 'Klettergebiet'. Deze plekken gingen doorgaans gepaard met enig hoogteverschil, zodat ik in eerste instantie meende gewaarschuwd te worden om vooral niet naar beneden 'zu kletteren', maar bij nader inzien bleek het een aanduiding voor de aanwezigheid van klimrotsen. Sommige van die klimrotsen mochten alleen beklommen worden door leden van de lokale klimvereniging, en er was één klimrots gelegen op nog geen 100 meter van een begraafplaats midden in het bos. Een correlatie tussen die zaken sloot ik niet uit, waarbij ik geen beweringen durfde te doen over de klautercapaciteiten van rotsen noch van leden van de lokale klimvereniging. Voor de zekerheid besloot ik het kletteren na te laten.
Ongekletterd bereikte ik het hotel in Tecklenburg waar ik werd getrakteerd op Weizenbier und gelben Sonne.

lutek Vrijdag 26 April 2013 at 11:39 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Hermannsweg 3

De Hermannsweg heeft een lengte van 156 kilometer en loopt dwars door het Teutoburger Wald, nabij Osnabrück. In de lengterichting wel te verstaan. Zou de weg in de breedterichting lopen, zou die nog geen 10 kilometer lang zijn geweest. Ik had een arrangement geboekt voor 3 en een halve dag waarin ik iets minder dan één derde van de afstand liep. Zo gezegd, zo niet gedaan.

Gedurende 2 dagen heb ik genoten van de omgeving, het weer, de gastvrijheid, de rust, maar op de laatste hele dag was het gedaan met die fratsen, zodat ik besloot iets eerder huiswaarts te keren dan oorspronkelijk de bedoeling was. Schuilend voor de regen, in een bushokje, wachtend op de bus die me zou brengen naar een station waarvan ik hoopte dat ik daar aansluiting zou vinden naar mijn beginpunt (omdat SNP geen rekening houdt met mensen zonder auto, dus geen terugreis vanaf een ander station aanbiedt) hoorde ik jongelui praten over mogelijk- en onmogelijkheden om in de grote stad te gaan wonen en werken. Ik was blijkbaar niet de enige die niet kon wachten om uit Lienen te verdwijnen.
Lienen had geen internet. Dat is helemaal niet erg, op vakantie. Integendeel zelfs. Waar je niet bent, gebeurt niet. Inderdaad is het geen enkel bezwaar als het weer goed is, als de wandeling door het geboekte bos loopt in plaats van over asfastwegen, als je niet voor de derde achtereenvolgende avond een slecht klaargemaakt stukje Schweinefleisch voorgeschoteld krijgt, en als de uitbater niet tot vervelends toe beweert dat er wél internet zou zijn.
[N.B. De uitleg hiervan is als volgt: Er is internet beschikbaar voor wie een account aanmaakt en vervolgens een bevestigingsemail aanklikt. Het probleem hierbij is echter dat er niets valt aan te klikken zolang je nog geen internet hebt.]

De 3e middag arriveerde ik te vroeg bij het hotel. De uitbater was de tafeltjes nog aan het beitsen en mijn bagage was nog niet gebracht. Niet getreurd, de bar was al geopend. Het viel me op dat het wel erg rustig was voor een hotel-restaurant dat beweert het 'Treffpunkt für nette Leute' te zijn. Ik wist ook niet of deze kreet aan passanten was gericht ter aansporing of afschrikking. Ook toen het later op de middag iets drukker werd, bleef het mij onduidelijk.
In gedachten herbeleefde ik de voorbije 2 en een halve dag. Het was wel mooi geweest, vond ik. Het zou niet beter worden. Ik zag dat het hotel precies op de kruising lag van de Hauptstrasse en de Schulstrasse. Dorpser kon het niet. Niets mis met dorps, niet buitengewoon lelijk, maar in dit geval was er ook helemaal niets moois aan.
Ik pakte een boek en vertrok naar mijn kamer.

lutek Vrijdag 26 April 2013 at 10:36 pm | | default | Geen reacties

Record Store Day 2013

Laatst zag ik 10000 showworstelfans bij elkaar. 1 zo'n fan valt niet op, heeft geen speciale kenmerken, je kunt er een volkomen normaal gesprek mee voeren dat over van alles en nog wat kan gaan. Maar als je 10000 van die fans bij elkaar ziet, krijg je aandrang om vriendelijk knikkend langzaam achteruit te lopen in de richting van waar je hoopt dat de deur is.
Zo ongeveer moet je ook de bezoekers bezien van de jaarlijkse Record Store Day.

Ik had dit jaar besloten naar Delft te gaan waar de lokale platenboer maarliefst 20 bands had geboekt. 20 is meer dan de 10 die ik in Rotterdam had kunnen zien. Halverwege de middag bleek 20 eigenlijk veel te veel te zijn, zodat ik er uiteindelijk maar een stuk of 5 heb meegemaakt, waaronder geen Orlando, geen Bettie Serveert en geen Spinvis.
Maar de expeditie Delft was zeker geslaagd. Allereerst zag ik enkele bekenden voor de broodnodige bijpraterij. En ook was er 1 bekende met wie ik niet heb bijgepraat; pas later, d.m.v. fotografisch vergelijkingsmateriaal, kwamen we er achter dat we een half uur naast elkaar voor het podium hebben gestaan, zonder dat we dat doorhadden.
Maar de hoofdreden om te Delft te zijn stond óp het podium, (althans grotendeels; je weet hoe dat is met die podia van 2 bij 2 meter,) namelijk Claw Boys Claw.
Waar Claw Boys Claw is, is het feest. Het was dus feest.

Waar ik mij ieder jaar weer om verwonder is dat het programma nauwelijks uitloopt. Daar is namelijk alle kans voor. Veel van de optredende bands reizen het land door om op deze dag op 2, 3, 4, soms 5 verschillende lokaties te spelen. Je kunt dan gemakkelijk het tijdsschema geweld aan doen.
Oorzaken kunnen zijn: in de file staan, verkeerde afslag nemen, technische mankementen, en uitlopen van het optreden vóór jou. Vóór jou treedt namelijk een band op die vandaag ook op 4 plekken in Nederland staat, in 4 verschillende provincies, één waarvan onzeker is of die wel bij Nederland hoort.
Zo zag ik een te laat arriverende Felix toen het optreden van CBC al bijna moest beginnen. Zoals hij naar het podium liep en daar vlak voor bleef staan, leek hij meer op een CBC-fan dan een muzikant. Hij tuurde naar het aangeplakte programmablad en zag tot zijn verrassing dat hij zelf op dit moment aan het spelen was. Oei! Snel pakte hij zijn gitaar uit de kist en ving aan.
CBC was zelf ook te laat en later op de dag was er een band die ruzie had met snoeren of iets dergelijks. Als dit zo een hele dag doorgaat, kan ik mij goed voorstellen dat het laatste optreden pas om 4 uur in de nacht is afgelopen. Maar wonder boven wonder liep het schema niet in het honderd. Een knappe prestatie.

Op de Markt at ik een broodje en genoot van de zon.
- Wassie lekker?
- Jazeker.
- Dan hebbie mazzel.
Dit was de uitbater zelf die me deze informatie toevertrouwde. Het zal een grap zijn geweest die hij vaker maakt. Zijn accent hing in tussen Haags en Rotterdams, wat - zo realiseerde ik mij - volledig in overeenstemming was met de heersende geografie. Toch zag ik er alle reden in om weer eens op huis aan te gaan.
In de trein, achter glas, in de zon, kreeg ik het gevoel of ik terugkeerde van een dagje strand. Loom. Knikkebollend. Vermoeide spieren. Ideaal hoort dan de trein nog wat vertraging te hebben ook, boemelend Rotterdam binnen te rijden. Het was derhalve eigenlijk jammer dat ik in intercityvaart in 10 minuten thuis was.

lutek Maandag 22 April 2013 at 2:43 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , , ,

World Wrestling Entertainment

Showworstelen staat of valt bij de acteerprestaties van de atleten. Het doet er niet toe of het publiek je wil zien winnen of verliezen, als ze je maar willen zien. Louter uitgaande van dat principe was het, geloof ik, een geslaagde avond. De Amerikaanse showworstelaars maakten een tournee en deden Rotterdam aan.
Toch kon ik mij niet onttrekken aan enkele indrukken en niet betrekken bij enkele andere indrukken die de publieksbeleving, de mijne althans, de avond niet tot één groot feest maakten. Ik had het zeker naar mijn zin in Ahoy maar lang niet zo erg als ik had gehad toen ik Hulk Hogan 30 jaar geleden op televisie zag.

Om te beginnen kende ik de meeste deelnemers in het geheel niet. Van een buurman hoorde ik af en toe wie wie was, en aan het gejuich respectievelijk boegeroep kon je afmeten of iemand een 'face' of een 'heel' was, maar als je zelf de draad van een verhaal niet volgt en dus niet snapt waarom de ene zogenaamd ruzie met de andere heeft, mis je een hoop.
Laat duidelijk zijn dat ik uit nostalgische overwegingen aanwezig was, niet om een oude liefde uit de sloot te halen. Zodra een partij was afgelopen, was ik al vergeten wie de winnaar en wie de verliezer was.

Een andere buurman hoorde ik een komende partij analyseren en de te volgen strategie bespreken. (Ik had nogal wat buurmannnen omdat ik met het vorderen van de avond steeds vaker besloot mij te verplaatsen. Zo ontdekte ik dat de 'food' drukker bezocht werd dan de 'drinks', wat als veeg teken beschouwd mocht worden.) Ik bekeek de buurman en zag iemand die je ook bij de bushalte kunt tegenkomen, of in de supermarkt vóór laat gaan bij de kassa als je tegelijk aanschuift. Een vrij normale jongen, ietwat schichtig, vast niet populair bij de meisjes, maar kennelijk toch ook iemand die serieus een showworstelpartij voor aanvang analyseert en de te volgen strategie bespreekt. Misschien moet ik mensen bij bushaltes of in rijen bij de kassa voortaan anders bekijken.

De volgende partij begon. Een worstelaar met een catchphrase - What's up!? What's up!? - sprong de ring in. Het publiek zong enthousiast mee. Voor mij zag ik 2 knaapjes die ook meezongen: Wasaa!! Wasaa!!, en een vader die nog maar eens even wat te drinken ging halen. Er waren veel vaders met zoontjes. De zoontjes over het algemeen uitgedost in shirts van hun favoriet.
"John Cena gaat straks winnen. En mijn vader is ook fan van John Cena." De vader knikte en gaf toe. "Inderdaad... sinds vanavond."

Even later zag ik een buurman met een Lucha libre-masker. Ik schrok niet van zijn masker maar maakte me wel wat zorgen om de man zelf. Hij had het masker denkelijk al een uur of langer op en het was duidelijk dat de avond niet nóg een uur moest duren anders zou zijn positie van oncomfortabel verworden tot comateus. Toch zong hij vrolijk mee met de rest van Ahoy toen Vicky Guerrero aan kwam lopen: "Vicky is een bitch olé olé."
Anders dan met voetbal zijn spreekkoren zeer welkom in de wondere wereld van het showworstelen.
Dan was er nog ene Ryback die de catchphrase 'feed me more' uitentreure bezigde. Het sloeg niet op de inname bij de bar, waar ik nog altijd één van de weinige klanten was. Misschien sloeg het op de inname bij zijn lokale drogist, gezien zijn lichaamsbouw.

Met een tevreden gevoel ging ik na afloop naar huis. Ik had geen idee wie ik allemaal gezien had en wist ook niet wie er had gewonnen of verloren. Ik was 30 jaar na dato geweest, in gemiddele stefteleeftijd van showworstelaars gerekend 3 generaties te laat. Maar ik had me kostelijk vermaakt. Ik geloof dat het zoontje van de vader het goed had voorspeld, John Cena had gewonnen.

lutek Zaterdag 20 April 2013 at 09:21 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

De Uitgewandelde Tak

Takken wandelen niet, wandelende takken niet veel meer. Ik heb daar al eens over geschreven. Ze doen maar wat. Maar niet veel.
Je kunt je nooit vergissen in een wandelende tak, zoals met een hond of een kat of andere vermeende huisdieren. Je kunt ze nooit menselijke eigenschappen toekennen. Ze lijken te weinig op mensen. Dat is maar goed ook. Dat schept duidelijkheid.
Wat zie je toch in die beesten?
Ja ach, wat zie je in een hond of een kat? Wie houdt wie nu een lachspiegel voor?

Na 5 jaar is het genoeg. Mogelijk kroost snoer ik in de dop. De huidige generatie wordt ouder, en ouder, en gaat dood. De beestjes genieten van een oude dag. Het kan nog een week duren maar het kan ook nog een half jaar duren. Ik laat ze hun gang gaan.
Van de 4 bejaarde beestjes die er vorige week nog waren, zijn er nu nog 3 over. Er is er 1 dood. De tak is uitgewandeld. Sinds ik weet dat ik geen nieuwe beestjes meer laat opgroeien, komt het verlies van elke volgende tak harder aan. Aftellen is cynisch. Knuffelen kan niet. Quality time is stompzinnig. Maar missen ga ik ze.

Het beestje dat nu dood is, is ongeveer 2,5 jaar oud geworden. Ik weet dat niet geheel zeker. Ze lijken nogal op elkaar. In elk geval ouder dan 2 jaar, maximaal 3 jaar.
Laatst was ik in de zoo van Antwerpen waar ik een bak takken zag. Behalve wat grote waren er honderden kleintjes te zien, niet groter dan een potloodstreep. De verzorgers hadden voer neergezet. Dat wil zeggen, ze hadden een ligustertak (of iets vergelijkbaars) in een pot water gepleurd en zouden het denkelijk pas vervangen als de blaadjes opgegeten waren. Jammer genoeg is het blad van de liguster (of iets vergelijkbaars) veel te breed voor de kaken van de kleintjes, Ze kunnen dat helemaal niet eten.
(N.B. de bek van een wandelende tak loopt verticaal; wat breed is, is lang, en omgekeerd - dit terzijde.)
Misschien zullen de verzorgers van de zoo van Antwerpen zich over een half jaar afvragen waarom er toch zo weinig kleintjes volwassen worden. Misschien zullen ze zich dat nooit afvragen. Misschien is er geen interesse.

Dag Takje.

lutek Dinsdag 16 April 2013 at 10:34 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Catch-22

Ooit nam ik mij voor om ooit nog eens de Kilimanjaro op te lopen. Te beklimmen is wat overdreven omdat de Kilimanjaro nergens steil is. Zwaar, door de hoogte, en koud, maar niet moeilijk. Je ziet eens wat op televisie, je leest eens een reisverslag en denkt, dat wil ik ook.
Omdat ik recentelijk door mijn rug ging - voor het eerst sinds jaren - ben ik nu wat huiverig het plan echt uit te voeren, maar tegelijk realiseer ik me, juist daardoor, dat als ik ooit ooit wil laten worden, ik er geen jaren mee moet wachten.

Ooit nam ik mij voor om de 5 km weer eens te lopen in de tijd waarin ik het liep toen ik 14 was. Maar ik vertrouw mijn knieën niet meer, en mijn conditie. Om mijn conditie te testen zou ik een paar keer moeten oefenen, rustig beginnen, opbouwen. Maar als ik ga opbouwen, weet ik bijna zeker dat ik mijn knieën de vernieling in loop. Met het oog op kniebehoud zou ik het beter zonder voorbereiding meteen moeten lopen, maar dan speelt wellicht mijn conditie mij parten, wat ik eerst zou moeten testen.

Ooit nam ik mij voor deze dingen, als stok achter de deur, openbaar te maken. Misschien kan ik mij beter voornemen vanzelf wel te zien of ooit ooit wordt. Dan kan het altijd nog meevallen.

Tegenwoordig ren ik niet meer voor een metro.
Ik wandel stevig door, dat dan weer wel.

lutek Zondag 14 April 2013 at 10:58 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

An Pierlé

De laatste keer dat ik An Pierlé had gezien, was alweer veel te lang geleden. Net als de voorlaatste keer. Eigenlijk maakt het niet uit wanneer je haar voor het laatst hebt gezien, het is altijd veel te lang geleden. Ik hoopte die overtuiging te delen met veel meer mensen dan er aanwezig waren, maar helaas waren er niet meer mensen aanwezig dan er... eh... aanwezig waren.
Te weinig dus, nog geen 100.

An zat ditmaal weer eens zonder band achter haar piano. Dat wil niet zeggen dat bij andere gelegenheden haar hele band achter haar piano zit, daar is helemaal geen ruimte voor. Voor de bandleden alleen misschien nog wel, als iedereen een beetje inschikt, maar toch zeker niet voor de instrumenten van de bandleden. Nee, dat kan helemaal niet.
Bovendien, waar precies zouden die bandleden moeten zitten? Op een ergonomische bal (geen skippybal a.u.b.) is slechts plaats voor één. Ieder ander zal er van afglijden. Dan liggen er her en der afgegleden bandleden op het podium achter haar piano. Geen gezicht.
Enfin, bovengenoemde schets is vanzelfsprekend scherts mijnerzijds, want het was in het geheel niet haar eigen piano. Het was een gelegenheidspiano.

Op de gelegenheidpiano zaten ook heel wat toetsen, bij aanvang zeker zo veel als op haar eigen, en al die toetsen werden meermalen onderzocht. Sommige van die toetsen moesten dood, de intensiteit van Ans spel was enorm. De zaal was muisstil.
Na afloop vertelde ze dat ik (waarmee ze wellicht de hele zaal bedoelde) fantastisch publiek was geweest. Mogelijk ben ik zelf nog wat sarcastischer dan zij is, ik twijfelde er niet aan of ze meende het.
Tussen de liederen door wil ze wel eens een grapje maken, maar in de liederen zelf is er al helemaal geen twijfel of ze meent wat ze zingt. Ze meent het. Ieder woord. De woorden dringen niet alleen via je gehoor bij je binnen maar ook via je huid. Geen ontkomen aan.
Vooral niet op een avond als deze waarop ze geen enkel 'leuk liedje' speelde, geen enkele meezinger, niets wat als 'fijn in het gehoor liggend' beschouwd kon worden. Alles was rauw, kaal, echt, raak, pijnlijk, en heel dichtbij.
En uiteraard ongelofelijk mooi.

lutek Dinsdag 09 April 2013 at 11:20 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Poetsclub

"Kom eens naar de Poetsclub."
Er werd nog net niet achteraan gezegd dat het 'echt iets voor mij' zou zijn maar het scheelde niet veel. Er zijn maar weinig dingen die echt iets voor mij zijn en een poetsclub, zo wist ik zeker, hoorde daar niet bij.
De naam bleek echter een grapje te zijn, een met opzet verkeerd uitgesproken betiteling. Het betrof een maandelijks samenkomen van poëten, in De Schouw.
Hier had ik wel ogen naar. Oren ook maar ogen vooral, omdat de dame die mij uitnodigde zo prettig oogde. Jammer dat de dame zelf niet aanwezig was op de betreffende avond, waar ik pas achterkwam toen ik er al was.

Misschien komt ze zo nog, dacht ik, en bestelde een drankje. De bestelling was net op tijd want de samenkomst nam juist een officiële aanvang. Behalve een stuk of 12 dichters en een stuk of 3 groupies waren er slechts 2 anderen aanwezig: ikzelf en iemand die opvallend snel verdween. Nu ik daar nog eens over nadenk, schiet me te binnen dat ik hem niet de deur uit heb zien lopen. Misschien dat hij zich de hele avond op het toilet heeft opgesloten. Mocht ik volgende maand weer gaan, zal ik dat alsnog controleren.

Een voorstelronde van 1 gedicht per dichter gaf een goede indruk van hoe de rest van de avond er uit zou komen te zien. Of te horen, beter gezegd, omdat ik me er inmiddels bij neer had gelegd dat de uitnodigende dame niet meer zou op komen dagen.
Ik ben van mening dat ieder gedicht dat over de bezigheid van het dichten gaat er één teveel is. Het dichten zelf mag nooit onderwerp van een gedicht zijn. Je hebt iets te zeggen of je hebt het niet. Nog erger dan de bezigheid van het dichten te belichten is het om het dichterschap zelf ter sprake te brengen, in de regel vol zelfmedelijden en miskenning. Het doet me altijd aan een uitspraak van Neil Innes denken: "Ladies and gentleman, I've suffered for my music, now it's your turn."
Maar slechts een enkeling bediende zich van dergelijke adolescentiteiten, en bovendien was er veel variatie in de gedichten, wat altijd prettig is.

Direct na de voorstelronde was er al een pauze. Je zit ten slotte in De Schouw of je zit er niet. Het was de eerste van vele. In een opwelling zei ik tegen de organisator dat ik ook nog wat gedichten had, mocht hij omhoog zitten. Onmiddellijk had ik spijt want ik had mijn zin nog niet afgemaakt of ik werd al aangekondigd.
Bij 1 van de gedichten die ik voorlas hadden de aanwezigen direct door dat de laatste zin de laatste zin was. Een kenmerk dat zeldzamer is dan je misschien denkt en wat ik dan ook als bijzonder aangenaam ervaarde.
Behalve de genoemde variatie was er ook veel enthousiasme te bespeuren. Dat is niet vanzelfsprekend iets positiefs maar deze keer was het dat wel. Zodanig dat ik overweeg om volgende maand weer te gaan.

lutek Zaterdag 06 April 2013 at 11:42 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , ,