Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 8 (14 juni 2013)

De laatste hele dag in het uiterste Zuiden. Het is wederom bijzonder zonnig en we doen vandaag zo mogelijk nog minder dan gisteren. Het lijkt wel vakantie, ware het niet dat ik gedwongen word nog meer te spelen dan anders.
Alles wat we doen, doen we dag aan dag later en later: opstaan, luier verschonen, ontbijten, ochtendwandeling, koffie zetten voor mijn bediendes, middagdutje. Als je zo enkele dagen doorgaat en in de knoop dreigt te raken met de volgorde van avondeten en fruithapje, pak je de tent weer in en rijd je door om verderop het oorspronkelijke schema terug op te pakken.
Ome Lutek werpt zich vandaag daarom naar hartelust op de taak van het doen slinken van de voorraad blikjes zodat we die morgenochtend niet hoeven mee te nemen. Kijk, daar hebben we wat aan, dat is plannen en vooruitzien. Je kunt wel merken dat hij in de logistiek werkt.

Met behulp van het privézwembad bij de tent spat ik iedereen nat met mijn plastic gietertje, vooral mezelf, zo zie ik na een tijdje. We besluiten hierop naar het grote privézwembad te gaan. Bijna privé, want inmiddels zijn er nog wat mensen gearriveerd. Ome Lutek en Mama zijn al gewend aan de temperatuur van het water. Ik niet, zodat ik aan de kant blijf en leuk op de rand van het bad loop, hand in hand met Mama. Het is soms best handig een Mama te hebben. Nu wil ik een broodje.
Met Ome Lutek wil ik vandaag niets te maken hebben. Ome Lutek is stom. Dit verandert natuurlijk op slag als ik per ongeluk bijna tegen de buren aanloop. Dan ren ik terug naar Ome Lutek die mij beschermt. Soms is een Ome Lutek best handig. Nu wil ik iets drinken en snel een beetje.

Ik begrijp niet goed waarom ik niet met een mes mag spelen en waarom ik niet met het ijzeren campingpannensethandvat een mooie tekening op de auto mag maken. Dus bij nader inzien is Ome Lutek toch gewoon stom vandaag.
Mijn compositorische eigenschappen blijven niet onopgemerkt. Bovendien kan ik wondermooi zingen, wat geheel terecht wordt bevestigd door mijn publiek.
Nog even naar het strand, althans de boulevard van Le Sainte Marie, waar we ijs eten. Helaas bestelt Mama per abuis de verkeerde bolletjes: koffie en rum-rozijnen. Lekker slim maar niet lekker lekker. Dan moet ze het maar allemaal zelf in haar eentje opeten, dat zal haar leren. Ik klim en klauter over het terras of het een speeltuin betreft. Speeltuin, verdomd, daar moeten we ook nog heen. Bij de camping leer ik schommelen. En we zeggen de beesten gedag. Dag paardje, dag ezeltje, dat lama.

lutek Zondag 30 Juni 2013 at 8:02 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 7 (13 juni 2013)

Mama en Ome Lutek dachten dat het vandaag semi-bewolkt zou zijn en hebben daarom niets gepland. Wat denk je... 33 graden in de schaduw, en er is niet eens schaduw. Wij naar het strand. Ik speel heerlijk met mijn schepje en emmertje, schep heel veel zand weg. Er ligt net iets te veel zand. Met een tweede emmertje zou ik het hele strand hebben kunnen wegscheppen. Ondertussen legt Ome Lutek me het verschil uit tussen schelpjes en steentjes en zegt Mama dat beide niet eetbaar zijn. Daar geef ik haar na enige tijd proefondervindelijk gelijk in. Ik heb ook vormpjes bij me: een paarse vis, een groen zeepaardje en een rode kreeft. Even later zie ik die laatste niet meer omdat Mama die net op haar been heeft gelegd.
Het nadeel van spelen in zand is dat Mama mij naderhand wil schoonmaken en daarbij niet de grofste middelen schuwt, een douche komt er zelfs aan te pas. Zijn we nu op vakantie op niet?
We zijn allemaal een beetje verbrand vandaag. Ome Lutek blust het een en ander met een grote pils. Ja, zo kan ik het ook.

In het nabijgelegen, tien keer grotere dorp Canet-en-Roussillon zitten wij een half uur te vroeg neer voor een maaltijd, aan de boulevard. De avond begint pas om zeven uur, toch worden wij al bediend. Het is een onpersoonlijk, aangelegd vakantiedorp. Het maakt ons niets uit, we eten goed.
Als we naar de auto lopen, zien we fantasieloze strandtentjes met fantasieloze namen en een kermisattractie die zijn naam geen eer aandoet. De echte attractie is een hondje dat ik aan de lijn mag houden van de eigenaar. Het lijkt wel een circushondje. Het staat op zijn achterpoten en danst. Misschien dat het hondje ook op vakantie is.

Ome Lutek vertelt over een oud-collega met een zoontje. Dat zoontje belde altijd naar kantoor om schoolresultaten door te geven. De collega zette dan steevast de telefoon op de luidspreker, zodat het hele kantoor bevangen werd door walging en weeheid, tenenkrommend. Nu zegt Ome Lutek dat hij zich met terugwerkende kracht iets kan voorstellen bij het gedrag van zijn oud-collega. Ik weet niet of ik hier blij mee ben.

lutek Zaterdag 29 Juni 2013 at 7:18 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , , ,

Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 6 (12 juni 2013)

Anders dan gisteren wordt er vandaag bepaald niet gelummeld.Vooruit met de geit, een rondje Languedoc. Mama en Ome Lutek vertellen mij in de auto over een groot kasteel, hoog op een berg, Peyrepertuse, dat zij negen jaar geleden hebben bezocht. Negen jaar, jongens, waar hebben we het over – dat is vijf mensenlevens. Nu zijn we op weg naar de buren, het kasteel van Queribus, om te kijken of ze thuis zijn. Ik word andermaal in de draagzak gepropt wat ik eerst heel naar vind maar als ik het pad zie dat naar de top van de berg leidt – die Fransen houden nogal van kastelen bouwen op grote hoogtes – vind ik het direct een stuk minder vervelend. Boven aangekomen weet ik niet wat ik zie. Dat is omdat ik in slaap ben gevallen. Nee, grapje. Het uitzicht is schitterend en reikt tientallen kilometers ver.

Ome Lutek rijdt de hele dag en Mama kijkt op de kaart. Samen rijden ze maar drie keer verkeerd. We nemen vandaag sowieso een zeer toeristische route. Pittoresk zelfs, is de typering die me te binnen schiet, vooral in de dorpjes waar je de beide buitenspiegels moet inklappen als je schadevrij door de hoofdstraat wilt rijden.
Het is warm, het is heel warm, misschien nog wel warmer. Ome Lutek wordt extra warm als hij een joekel van een slang op de weg ziet en deze met het voorwiel rakelings de pas afsnijdt. Ik heb wel eens gehoord van de wilde Franse natuur, dit wordt er zeker mee bedoeld.
In een labyrinthentuin met wel tien labyrinthen (van bloemen, van hekken, van stenen, van bamboe) puzzelen wij ons stuk op de eerste, vinden de tweede niet leuk, en slaan door de temperatuur ingegeven de rest ook maar meteen over. Behalve de laatste, die gemaakt is van water. De verkoeling is zeer welkom en bovendien blijf ik mij wel een uur lang verbazen over het wonder van de diverse fonteinen. Ze gaan aan en uit waar je bijstaat. Als ik de ene waterstraal wil pakken, gaat net de andere aan. Als ik enige afstand neem om het systeem hiervan te doorgronden, word ik natgespoten door een derde. Het is allemaal heel ingewikkeld.
Op de terugweg achterin de auto breng ik mijn nieuwste compositie ten gehore, tot groot enthousiasme alom. Ik werk nog aan het volume. De toonsoort heb ik aardig te pakken maar het kan allemaal nog wat harder, ben ik van mening.

Mama belt Tante op omdat Nichtje jarig is. Ik krijg Tante ook nog te spreken. Ze is heel aardig maar ik betwijfel of ze echt begrijpt wat ik zeg. Tante wenst Mama veel plezier en "met die zon is het ideaal, je kunt ze gewoon de hele dag buiten laten spelen", waarmee Tante mij en Ome Lutek op één hoop gooit. Ik vind dit enigszins beledigend maar Ome Lutek moet er juist hartelijk om lachen.
Etenstijd. Soms ga ik huilen als ik niet binnen twee seconden maar pas na vijf minuten – ik herhaal: vijf minuten! – mijn prakje krijg. Het is moeilijk om goede onderdanen te vinden tegenwoordig. Echter, de snoodaards weten mij af te leiden, met blokjes bijvoorbeeld, zodat na enige momenten mijn gesnik de benodigde overtuigingskracht mist en ik door de mand val. Geneme streken zijn dat, afleidingsmanoeuvres. En wat denk je, daar komen ze weer met de omkoopblokjes. Leuk, denk ik eerst, fijn een toren bouwen, maar voordat ik goed en wel doorheb wat er aan de hand is, ben ik ingezeept en word ik in bad gezet. Pure zwendelarij. En dat terwijl ik steeds zo goed mijn best doe door eigenhandig mijn eten in recordtijd naar binnen te werken. Goed, er gaan misschien twee of drie hapjes mis, maar toch.

lutek Vrijdag 28 Juni 2013 at 7:37 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , , ,

Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 5 (11 juni 2013)

Iedereen is laat op vanmorgen. Of de anderen maken mij expres niet zo vroeg wakker. Je weet het nooit met die buitenwereld. We hangen wat, spelen wat, lopen wat, en opeens belanden we in een bouncy castle. Een echte, nog groter dan onze tent, en ook bepaald niet zo'n stenen kasteel als in Murol. De hobby evenwicht houden lijkt het deze vakantie te winnen van de andere hobby's. Mama heeft oog voor mij als we samen dansen en springen. Ome Lutek heeft maar één oog voor mij dat continu door een lens kijkt. Het valt in het dagelijks taalgebruik niet mee om onderscheid te maken tussen 'fototoestel' en 'Ome Lutek'. Hij weet gelukkig een heel behoorlijk ei uit de pan te toveren, terug bij de tent. Om ons heen zijn werklui in de weer met het opzomeren van de camping. Het seizoen, ik zei het al, moet nog beginnen.

Op de camping is aanwezig, behalve een bouncy castle, een 'boulodrome', en een voetbalveld met vijf doelen. Nou, dan weet je het wel. Toch kun je hier leuk spelen. Spelen is dan ook eigenlijk het enige wat we doen vandaag. Soms moet je ook gewoon niet te veel willen, als je op vakantie bent.

De bediendes willen maar niet begrijpen dat ik het verschil niet zie tussen water en water. Zeg nu zelf: als ik dorst heb, roepen ze water, als we naar het zwembad gaan, roepen ze water, aan het strand roepen ze water, koffie zetten, afwassen, water water water. Vind je het gek dat ik mijn drinkbeker in de zee wil vullen en de borden in bad gooi? Wees dan ook duidelijk.

lutek Donderdag 27 Juni 2013 at 8:55 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 4 (10 juni 2013)

Ik raadpleeg de weersverwachting en besluit dat Puy-de-Dôme mooi is maar niet droog genoeg om een langer verblijf te rechtvaardigen. We trekken naar het Zuiden. Waar het Zuiden zich precies bevindt, is op het moment dat we in de auto stappen nog onbekend, behalve dan dat het een stuk onder het Noorden ligt. Het is in eerste instantie een lange zit omdat mijn chauffeur het in zijn bol haalt om in één keer door te rijden – de patser. Uiteindelijk is er tegen de middag een tussenstopje langs de weg. Hier werk ik uitgebreid aan mijn hobby's trappenloop en drempelvrees. Meteen ook merken wij dat de zuidelijke weersverwachting één aspect onvermeld heeft gelaten: de wind. Een beschutte plek zoeken is straks een vereiste.

Die plek vinden wij in Le Sainte Marie op de gelijknamige camping, gelegen nabij Perpignan maar dan vlak aan de Middellandsezeese kust, kavel 401. De receptiedame kijkt in de computer of die wel vrij is. Ken je die mop van André van Duin over de ijsverkoper en de verschillende smaken ijs? De klant vraagt naar dertig smaken die hij geen van alle heeft. De klant geeft het op en wil weten welke hij dan eigenlijk nog wél heeft, waarop hij zegt dat hij helemaal is uitverkocht. Nou, het contoleren naar een vrije plek op deze camping is het tegenovergestelde van die mop want er is geen plek die niet vrij is. De receptiedame begint tot ieders verbazing opeens in het Nederlands te praten. Je verwacht het niet. Gelukkig hebben mijn bediendes geen domme dingen gezegd.

Tijdens het opzetten van de tent – Mama neemt het voortouw, Ome Lutek het achtertouw, en tot ieders verbazing staat plotseling de tent rechtop – word ik in het gras gezet met een opblaasbaar privézwembad. Alles leuk en aardig maar het droge harde gras schuurt allerakeligst en opeens loopt er een megaspin van wel vier meter over mijn been zodat ik met enige nadruk laat weten dat ik er ook nog ben.
Wij gaan zwemmen in het grote niet-opblaasbare privézwembad waar ik verder werk aan mijn evenwichtsnummer door een stuk of 800 keer een trapje op en af te lopen. Ome Lutek blijft het prachtig vinden, ook na 800 keer. Een verandering van aanpak lijkt noodzakelijk. Het water is hier veel te nat, daar waag ik mij niet in.

We eten in het dorpje dat nog niet echt voor de zomer open is. Onderweg zingen we uit volle borst: Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen... Op weg passeren wij een jachthaven die onze volledige meewarigheid verdient. Boten dobberen in de wind of staan op het droge, alle even doelloos. 55-plussers zien hier hun levenslang gekoesterde St.Tropezdromen langzaam verroesten tot een logge werkelijkheid. Het is een beetje zielig. Niettemin: Ogen, oren, puntje van je neus...

lutek Woensdag 26 Juni 2013 at 7:51 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 3 (9 juni 2013)

Vandaag bezoek ik een kasteel. Mijn lakeien dragen mij op hun rug naar boven maar eenmaal boven in en op het kasteel loop ik zelf rond en kijk uit over mijn landgoed. Het regent over mijn landgoed zodat ik hier en daar in plassen kan stappen. Mooi.
Ik zie een jongetje dat ouder is dan ik, niets mag en daarom alles doet. Het kan ook zijn dat hij alles expres doet omdat hij niets mag. Hoe dan ook houdt hij zijn begeleiders slecht onder controle. Maar ook dat kan andersom zijn.
Zo'n kasteel is heel erg oud, bijna net zo oud als Ome Lutek, zeker 800 jaar. De wc is op de vijfde verdieping. De bodem van de wc is op de begane grond. Zo was dat vroeger eenmaal.

Het wil maar geen strandweer worden – ja, er is een ministrandje bij de camping – dus besluit ik mij naar Super Besse te laten rijden om daar een stukje te gaan vliegen in een telecabine, zo naar 1824 meter hoogte, met prachtig uitzicht. Ik word er stil van. Na een minuut of twintig heen en weer lopen op de top word ik er zo stil van dat ik in slaap val. Opeens ben ik weer beneden en sta tussen een groepje moddermannen. Het zijn bij nader inzien mountainbikers die buiten het skiseizoen de piste warm houden.

Vandaag werk ik veel aan mijn bellenblaashobby. Ome Lutek blaast de hele dag rook, Mama heeft me laten zien hoe je een paardebloem uitblaast, maar er is uiteraard geen betere blaas dan bellenblaas. Ook nog gewerkt aan mijn liedjesmedleyhobby. Ik heb nu Slaap kindje slaap geïntegreerd in Vader Jacob en Zakdoekje leggen en wil Kortjakje hier eigenlijk ook nog doorheen weven. Ik vorder gestaag.
Dat Mama mij niet begrijpt mag als vanzelfsprekend worden verondersteld maar soms begrijp ik op mijn beurt Mama ook niet. Ze zeurt dat ik mijn kleren vuil maak als ik keurig met bestek eet en dat al mijn shirts dan in de was moeten, terwijl ze zelf al drie dagen in dezelfde kleren rondloopt. Moeders, je kunt er maar beter niet aan beginnen.

lutek Dinsdag 25 Juni 2013 at 9:02 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , ,

Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 2 (8 juni 2013)

Ken je die mop van die vent die door de jungle loopt met een blok beton? Komt hij iemand tegen die vraagt waarom hij dat bij zich heeft. Zegt hij 'als er een tijger aankomt, gooi ik het weg want dan kan ik sneller lopen'. Nou, dat is zo'n beetje zoals Mama en Ome Lutek boodschappen hebben meegenomen. Het is veel te veel, alles is net zo goed hier te koop, en diverse spullen zijn niet eens nodig. Maar, zo zeggen ze, als we weggaan laten we dat gewoon allemaal achter. Daar moet je dan mee op reis, met die twee, die neem je mee op vakantie.

Deze ochtend werk ik veel aan mijn hobby's trommelen en tegen de tent aan leunen. We maken een kleine verkenningstocht. Ik breng alvast de diverse speelplaatsen op en rond de nog verlaten camping in kaart. Voor later. Nu lopen we verder. Bij de receptie kopen mijn begeleiders een kaart met wandelroutes. Aha, ze hebben hun grenzeloze zelfoverschatting dus ook weer eens meegenomen. Dat die nog in de auto paste. Daar is gewoonlijk minstens een aanhangwagentje voor nodig.
Chambon-sur-Lac is een rustig kneuterdorpje. Ze hebben er een bakker. Dat was het wel. De auto brengt ons daarna wat verder. De bergen blijken niet alleen erg hoog maar ook bijzonder nat. Ome Lutek maakt een voettochtje en waait bijna van de top af. Mama blijft bij mij in de auto. Ikzelf, ik slaap overal doorheen. Ik vang op dat Mama hoofdpijn had maar dat het nu gezakt is. Dan heeft ze nu zeker pijn in haar schouders.
Niet alleen in de bergen is het nat, ook in het nabijgelegen Le Mont-Dore is dat zo. We zien een bord 'Grand Cascade' maar als je buiten gaan staan, sta je vanzelf al in een Grande Cascade. Hoef je niks voor te doen. We zitten dan ook vooral binnen.
In een kruidenierswinkel doet Ome Lutek een leuk spelletje met mij. Het is een smalle winkel met slechts twee smalle gangpaden. De bedoeling is dat ik zoveel mogelijk artikelen uit de schappen trek en dat Ome Lutek die dan allemaal weer moet opruimen voordat we terug aan het begin van de winkel zijn. Helaas snapt Ome Lutek de spelregels niet helemaal. Hij pakt me op en manoeuvreert mij zodanig door de paden dat ik precies niet links en niet rechts bij de boodschappen kan. Dat is valsspelen. Domme Ome Lutek. Ik zal hem de spelregels nog wel eens een keer goed uitleggen.
In een barretje tegenover de kruidenier werk ik verder aan mijn hobby loeihard je hoofd tegen de onderkant van de tafel slaan en daarna lachend tevoorschijn komen om de geschrokken gezichten te zien. Succes verzekerd.

Zo schattig, als ik na drie pogingen eindelijk in bed lig, hoor ik hoe Mama en Ome Lutek heel stil voor me zijn. Zo stil dat ik zelf maar liedjes voor hen ga zingen. Ook een hobby van me. Vanavond verfijn ik mijn uitvoering van Vader Jacob en Zakdoekje leggen.
Trouwens geen idee waarom ze zo stil zijn, niet voor mij, mag ik hopen. Of denken ze soms dat ik behalve hen ook die groep bijna dove bejaarden niet kan horen, de boerse, hoestende nieuwe buurman, de honden in het dorp en de groep hell's angels die net uit het café komt lopen op weg naar hun kampeerplek hier twee paden verderop? Welterusten.

lutek Maandag 24 Juni 2013 at 9:02 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 1 (7 juni 2013)

Gestommel op de trap. Daar is Mama. Maar wat is het nog donker. Wat is er aan de hand? Eerder deze week gebeurden er al vreemde dingen. Het hele huis werd overhoop gehaald en Mama was het ene moment zenuwachtig en het andere moment weer opgetogen. Ze riep 'Ik hoop dat ik niets vergeten ben'. Als ze het heeft over die berg spullen in de huiskamer die zich gestaag een weg naar het plafond baant, denk ik dat het uitgesloten is dat ze iets vergeten is. Er liggen nu meer spullen in de huiskamer dan in de rest van het huis. Zouden we gaan verhuizen?
Maar wat is dat, de huiskamer is nu opeens leeg. Het klinkt bijna hol. Dan wordt me duidelijk wat er met de spullen is gebeurd. Ze zijn in de auto gepropt, een iets grotere dan anders, en ik word er tussen gezet. Mijn hoofd steekt er nog net bovenuit. Op de stoelen voor me zie ik nog twee hoofden boven de spullen uitsteken, die van Mama en van Ome Lutek. Ook goedemorgen, al is het nog lang geen ochtend.

We rijden uren en uren. Af en toe mag ik spelen langs de weg. Vooral de glijbanen hebben mijn interesse. Uit het raam zie ik heuvels en zelfs bergen waarvan ik het bestaan niet wist. Dat komt omdat ik überhaupt nog niet wist dat er bergen bestonden. Als we tenslotte eindelijk ergens stoppen, versta ik niets van wat de mensen zeggen. 'Bonjour' vang ik op, wat zou dat betekenen?
Mama en Ome Lutek zetten de auto op een stuk grasveld, doen met gepaste voorzichtigheid de kofferbak open, en springen tijdig weg om niet onder de spullen te worden bedolven. In elk geval is de auto zowat in één keer leeg. Mij zetten ze in mijn stoel en zij gaan een tent opzetten. Ik geef aanwijzingen die ze in de wind slaan. Kijk daar, die draad, die moet onder het doek, naast de stang, in het gat, en dan pas... Och laat ook maar. Het is in elk geval hoogst vermakelijk. Als de zon bijna achter de bergen is, staat de tent. Nee wacht, dat zijn de bergen niet, dat is de tent zelf. Allemachtig, het lijkt meer op een bouncy castle dan op een tent. Wat een gevaarte. Mama veegt zich het zweet van het voorhoofd en kondigt aan dat de eventuele plannen gewijzigd zijn: we blijven hier minimaal zeven dagen. Ome Lutek stemt hier volledig mee in, laat hij weten, terwijl hij moeilijk kijkt en zijn rug masseert.

Tijdens het eten hanteer ik zelf de lepel zodat er meer soep op mijn buik dan in mijn buik terechtkomt. Dat mag thuis niet, hier wel, het lijkt wel vakantie. Pitsie patsie pantsie, wij gaan met vakantie, ditsie datsie demping, wij gaan naar de camping.
Wij lopen een klein rondje om de camping (Le Pré Bas, Murol, Puy-de-Dôme). Ik neem de tijd om aan mijn steentjes- en takjesverzameling te werken. Er ligt hier veel moois. Bij terugkomst hebben de musjes alle rommel opgeruimd. Handige beestjes zijn dat. Maar nu wegwezen allemaal want ik moet slapen. Nog eventjes huilen. Niet te lang want ik ben al veel te moe.

lutek Zondag 23 Juni 2013 at 8:52 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

18 Dichters

Als er een loodgieter voor je deur staat die zegt 'hallo, ik ben de loodgieter', dan weet je vrij zeker dat het een loodgieter is. Iemand die geen loodgieter is, zal zichzelf niet zo betitelen.
(Hoewel ik geen beschikking heb tot cijfers en statistieken om bovenstaande bewering te staven, en niet eens weet of er een speciale loodgietersopleiding bestaat; niet eens of de beroepsnaam 'loodgieter' een beschermde is (anders dan bijvoorbeeld 'klusjesman', die dat zeker niet is), durf ik inderdaad te stellen dat als je een loodgieter belt en er staat even later een loodgieter op de stoep, dan is het een loodgieter. Klaar.)

Met dichters is die klaarheid er niet. Iedereen kan zich dichter noemen. Sterker nog: iemand die beweert het te zijn, is het ook. Toch zouden sommige dichters er goed aan doen naar een bijbaantje te zoeken, bijvoorbeeld als loodgieter.
Ik wil echter niemand voor het hoofd stoten, althans niet figuurlijk, en verklaar hierbij dan ook direct dat ik geen dichter ben. Zeker niet fulltime. Af en toe eens, misschien. Wanneer ik een gedicht schrijf. Of wanneer ik er niet aan denk, wat, nu ik er aan denk, vrij vaak is.
Mijn eigen gedichten vallen denkelijk in de categorie 'leespoëzie', zoals treffend getypeerd door Stadslogger Stefan van Hoek. Niet dat ik een totale nul ben als het gaat om voordacht, maar omdat de gedichten beter doordringen via het oog dan via het oor. Het rapt niet. Het hipt niet en het hopt niet. Het probeert niet de leukste te zijn. Het staat er. Zo. En nou gelezen worden, joh.

Hoe meer mensen er vóór mij optraden, hoe meer gedichten ik opborg. Ik telde af... die niet, die ook niet, die zeker niet. Gelukkig had ik aardig wat gedichten meegenomen zodat er aardig wat af konden vallen. Die niet. Nee, die echt niet.
Voelde ik mij miskend? Nee, natuurlijk niet, ik ben ouder dan 12. Ik had gewoon niet het idee dat ik thuishoorde waar ik was. Vóór mij rapte en hipte en hopte het dat het een aard had. Goed, dat was eigenlijk maar 1 of 2 keer het geval, maar het maakte diepe indruk op me. Ik wist dat er om de hoek een uitzendbureau op zoek was naar loodgieters en zou dit bij gelegenheid tussen neus en lippen eens kunnen vermelden aan deze of gene.
Plotseling waaide de wind uit een paar andere hoeken, waaronder de Van Hoek, en werd het gebodene opeens buitengewoon pruimbaar. Ik was niet voor niets aanwezig. Snel zocht ik uit wat ik al had opgeborgen naar iets bruikbaars, vond dat en ging zelf ter preekstoele.
Het was niet verwonderlijk dat er niemand was die begreep wat ik zei. Volgende keer zal ik er misschien iets bij rappen of hippen en hoppen.

lutek Donderdag 20 Juni 2013 at 10:49 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , ,

Dat Kun Je Wel Zien, Dat Is Quin

Als je vaak in De Riddert komt, en ik kom eigenlijk nauwelijks meer ergens anders, leer je na een tijdje de andere mensen kennen die er vaak komen. Het is onontkoombaar, al doe je nog zo je best. Je gaat zelfs met hen praten, en volgens insiders ga je er op den duur ook mee naar huis en sta je de volgende ochtend eieren voor hen te bakken, maar dat heb ik zelf nog nimmer meegemaakt.
Zo was er laatst iemand die vroeg of ik misschien op zijn verjaardagsfeestje wilde komen, in De Riddert. Het was Quin, en Quin werd 30. Zijn verjaardag zou gepaard gaan met de opening van een expositie van zijn tekenwerk. Iedereen die in De Riddert wel eens een bierviltje van dichtbij heeft bekeken, heeft werk van Quin gezien. De geëxposeerde werken waren echter een stuk groter dan het formaat van de bierviltjes.
Een verjaardag, een expositie, en ook nog een optreden van een band, The Peptones.

Ik arriveerde precies op tijd, dat wil zeggen dat op het moment dat ik arriveerde juist iemand van haar kruk opstond om buiten een beetje af te koelen, zodat ik kon zitten.
Wat een drukte. In de kleinste kroeg van Rotterdam lijkt het natuurlijk al gauw druk maar als het er druk is, wordt die indruk exponentieel vergroot.
Ik wist dat Quin speciaal voor deze avond een playlist had samengesteld maar toen ik na 10 minuten nog altijd geen Howling Wolf of Tom Waits had gehoord, twijfelde ik of ik wel op de juist avond op de juiste kruk had plaatsgenomen.
Ah, daar was Quin, en daar was ook juist Tom Waits. De wereld klopte gelukkig weer.
Ik vermoedde dat Quin zelf ook, net als ik, met enige verbazing bezag hoe iedereen die hij had uitgenodigd - geheel tegen de algemene regels van de afspraakmakerij in - daadwerkelijk ook kwam opdagen. De deur bleef maar openzwaaien, bij wijze van spreken, want door de constante stroom van genodigden, had de deur geen kans om dicht te gaan.

The Peptones waren in vorm. Althans dat vermoedde ik, want ik had ze nooit eerder gezien. Het optreden stond als een huis en liep als een trein. De heren zagen er uit als de Beach Boys en klonken als de Dead Boys. Bovendien kenden ze minstens 4 keer zoveel akkoorden als de Ramones.
Terwijl ze na hun optreden de snoeren oprolden en de drumkit uit elkaar schroefden, verzekerde een buurman me dat ze straks nog een tweede set zouden spelen. Inmiddels was de playlist van Quin weer opgezet en hoorde je om het andere nummer een nummer van Howling Wolf.
Plotseling stond Quintin Tarantino naast me. Was hij uitgenodigd door Quin wenwege de overeenkomstige naam? Nee, toch niet, deze meneer was korter dan het origineel, minder slungelig en met een iets boller gezicht. Je zou dus best kunnen zeggen dat het Quentin Tarantino gewoon niet was. Maar aangekomen op het punt dat je mensen gaat herkennen die er niet zijn, weet je dat je beter op huis kunt aangaan, los van het feit dat die mensen die het niet zijn vast 4 keer per week horen dat ze het niet zijn.

Het was een mooie avond. Nog gefeliciteerd trouwens.

lutek Zondag 02 Juni 2013 at 4:33 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Zon-Onweer

Soms is het zonnig, soms is er onweer. Soms komen die dingen samen.

Gezien het lage aantal zondagen dit jaar, en het vorige, merk je dat er, voor ontspanningsdoeleinden, meer gebruik wordt gemaakt van de zon als die er is, dan wanneer de zon zonder uitzondering maanden aan één stuk geschenen zou hebben.
'Zon, jongens, erop af!'
Dat is goed te merken aan de terrassen die ik passeer op mijn weg van kantoor naar huis. De terrassen hebben twee gezichten: volkomen verlaten (stoeltjes klepperend in de wind, een volgeregend asbakje, sommige stoelen zijn niet eens losgemaakt van het anti-diefstalsnoer), of stampersvol (een doldwaze boel, extra krukken van binnen naar buiten gehaald, passanten kunnen nauwelijks passeren, de ober loopt af en aan). Een tussenweg bestaat niet.
Hoe kleiner het terras, hoe merkbaarder dit verschil natuurlijk is.

Laatst zat ik op het terras (bestaande uit 4 tafels en een stuk of 14 stoelen) voor De Riddert. In de zon. Het was zo'n dag. Ik deed er eigenlijk niets, wat een overbodige opmerking is, realiseer ik mij, want nietsdoen is nu juist de essentie van het zich op een terras bevinden.
Ik zwaaide naar een agent, bestelde nog een zomers biertje, en stak een sigaretje op. Diverse mensen passeerden, zwervers (de Pauluskerk is weer geopend), dames met een blik die verraadt dat ze weten dat ze bekeken worden (wat dus ook zo is), en af en toe een gast die bij de buren moest zijn. De buren - een waterpijpenloungebar - hebben geen terras. Ofwel hebben zij daarvoor geen vergunning, ofwel geen personeel, of niemand heeft er aan gedacht wat tafeltjes buiten te zetten.

De zon scheen niet constant op volle sterkte. Maar dat gaf niet. Juist dat stelde mij in de gelegenheid na enige tijd een correlatie vast te stellen tussen die intensiteit van de zon en de intensiteit van de onweersblikken van hen die bij de buren naar binnen liepen. Van jaloezie in relaties snap ik niet zo veel, maar de jaloezie tussen zij die op een terras in de zon kunnen zitten en zij die geen terras hebben, was overduidelijk en niet te missen.

lutek Zaterdag 01 Juni 2013 at 12:43 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: