400 Woorden (Kutverhaal)

Enige tijd geleden ben ik weer eens niet in de prijzen gevallen. Nu ik de inzending, die mij in de prijzen had moeten laten vallen, terug lees, kan ik mij goed voorstellen dat ik de voorronde niet overleefde.
400 woorden was de opdracht. Of eigenlijk was de opdracht 'eiland'. Of misschien valt er niet meer over 'eiland' te zeggen dan wat je kunt zeggen in 400 woorden.
Ik weet nog dat ik het verhaaltje in 10 minuten had geschreven, 550 woorden, maar dat ik 4 uur deed over het 'editen' naar 400 woorden. Het verhaal was mooi en gevoelig en er zat veel ruimte in om te reflecteren. Die eigenschappen werden geheel gehakt in de korte versie.
Voortaan doe ik niet meer mee met kutverhaaltjes schrijven. Althans niet als ik moet korten. Ik kan schrijven, weet ik. Ik kan niet korten, weet ik nu ook.

Hier het magere resultaat:
(Waarom plaats ik niet de originele versie? Omdat ik die dom genoeg niet heb bewaard.)

N.B. Als lezers het nog niet wisten: ik schrijf immer mijn blogs en verhalen met de bedoeling dat zij gelezen worden op voorleessnelheid, en meestal is dat nog veel, veel te snel.
In dit geval moet het zelfs op maximaal halve voorleessnelheid gelezen worden.

De flat is als een eiland. Of beter, als honderd kleine eilandjes. Zo ook de bewoners, het spreekwoord ten spijt.
Gebouwd in '77, beleven de huurders van het eerste uur er nu hun laatste jaren. De luxe waarin het destijds is neergezet, is nu slechts gemak, maar wel een gemak dat maakt dat die oudste bewoners er niet meer buiten kunnen. Je zit hier toch goed, de metro, het winkelcentrum, alles bij de hand. Hier gaan ze van hun levensdagen niet meer weg.
Misschien is het nog niet te laat. Als ze vandaag vertrekken, wie weet wat een schitterende oude dag ze zouden hebben. Dat hier alles dichtbij is, maakt juist dat hun eiland kleiner en kleiner wordt. Ze zitten vlak naast het winkelcentrum, ja, maar ze zien nooit meer iets anders dan het winkelcentrum.

Twee heren die hier hun levensdagen uitzitten, inmiddels beide alleen, kom ik tegen in de hal. Eén heeft wat boodschappen gedaan. Niet te veel, dan kan hij morgen opnieuw. De ander kijkt of hij vandaag misschien post heeft.
-Hou je... Wil je...?
Ik weet wat ze bedoelen. Ik hou de lift even tegen.
Meneer één heeft afasie en zegt uit voorzorg weinig. Hij lacht moeilijk. Meneer twee schudt en schokt en maakt zijn zinnen nooit af. Soms stokt hij al bij het eerste woord. Ik glimlach, hoop ze daarmee gerust te stellen, mochten ze geruststelling nodig hebben.
De lift gaat omhoog. Naar de zevende, negende en tiende verdieping.

Verdieping... altijd weer verbaas ik me erover; het zou verhoging moeten zijn. In een flits zie ik mezelf, in zeven verdiepingen tijds, onsamenhangend uitleggen dat 'verhoging' eigenlijk beter is. Ik praat snel vanwege de tijdsdruk, hard omdat de heren dovig zijn, articuleer zo goed mogelijk, en spreek ook nog een lichaamstaal die mijn woorden ondersteunt en geen tegenstrijdige signalen afgeeft.
De onmogelijkheid van het idee weerhoudt me. Ze zouden me niet begrijpen en al helemaal niet adequaat kunnen reageren.
-Mooi weer, zeg ik, en laat ze zitten op hun eiland. Ik maak er van mezelf ook één.
Ik gebaar naar de deur waarop een grote '7' verschijnt, en wens ze allerhartelijkst een goedemiddag. Meneer één knikt, zijn mond beweegt, een keelklank klinkt. Meneer twee aanvaardt mijn groet en wenst mij op zijn beurt een...
-Goede... goede... reis!

De flat is als een eiland. Misschien is het tijd voor een reis. Het is nog niet te laat.

lutek Woensdag 30 Oktober 2013 at 10:54 pm | | default | Twee reacties
Gebruikte Tags: ,

Niet Dansen Nu

Met een kleine teen die zijn naam geen eer aandeed, de grote naar de kroon stak, en op de maat van mijn voorzichtige doch onhandig genoeg steeds wisselende tred 'hoor wie klopt daar' bonkte, liep ik naar De Piek.
Ik bedacht dat mijn rechtervoet beter gelijke tred kon houden met mijn linker, en hoewel ik dat ongeveer iedere 6 stappen opnieuw bedacht, bedacht ik dat ongeveer iedere 6 stappen opnieuw.

Het gevolg laat zich raden: steeds andere en steeds meer delen van je voet gaan je hinderen, daarna ook je knie, je been, je heup, je andere been, je rug. Als De Piek niet op zulk een voordelige nabijheid was gelegen, had ik waarschijnlijk beter eerst een rolstoel kunnen gaan halen in het al even voordelig nabijgelegen Dijzigt-ziekenhuis.
Ik liep binnen en niet in de open armen van wie ik verwacht had te lopen. Dat kwam omdat die open armen pas 2 uur laten zouden arriveren, wat ik toen nog niet wist.
Mengen met de goegemeente, is dan het devies. Iedereen kende nagenoeg iedereen, wat me goed uitkwam, want dat betekende dat ik nagenoeg niemand kende. Het houdt de dingen duidelijk, duidzaam, te duiden, duidbaar, duidelig.

Ik opende een rekening van 32,75 euro, wat ik toen nog niet wist maar waar ik naartoe kon werken, en raakte aan de praat met deze en gene, nog eens deze, andere genen, geenszins, anderszins, alleszins en ook enigszins. Met nagenoeg iedereen dus.
Gelukkig kende ik al bijna niemand zodat ik me geen zorgen hoefde te maken c.q. moeite hoefde te doen mensen te onthouden omdat ik dat toch al niet kan.
Ik verbloem het ontbreken van die kunst tegenwoordig ook niet meer; heb dat tientallen jaren gedaan maar het blijkt een te vermoeiende bezigheid.
De DJ draaide pre-punk en post-punk maar mijn grote kleine teen zei dat ik daar niet naar moest luisteren. Niet dansen nu.

Opeens stond ik te praten met mensen die ik kende, de ouders van Bob. Bob staat o.a., naar keuze en vrij interpretabel, voor Buitengewoon Ongekend Bezig, Bijzonder Ongelofelijke Baby, Ben Onovertroffen Baas.
Binnen 2 minuten had ik mij al aangeboden voor babyzit maar bleek alleen al reeds in die 2 minuten de 6e te zijn, en buiten die 2 minuten de 834e. Voordat ik op Bob mag passen is hij 24, gaan we samen naar de kroeg, en moet hij maar een beetje op mij passen.
De DJ draaide gortdroge ska maar mijn grote kleine teen zei dat ik daar niet naar moest luisteren. Niet dansen nu.

Opeens stond ik te praten met mensen met armen om mij heen. Waren we al 2 uur later? Kennelijk wel, maar dat wist ik toen pas. We spraken over dingen die gaan komen, onafwendbaar zijn, en waarom je daaraan niet alvast zou toegeven. Het is verstandig dingen niet te rekken waarvan je weet dat ze gaan eindigen. Dat geldt voor relaties, leuke avonden uit, de tondeuse; dat wat je voor kunt zijn, moet je voor zijn.
Ik trok mijn jas aan en ging naar huis, nadat ik 32,75 had afgerekend.

lutek Dinsdag 29 Oktober 2013 at 9:56 pm | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags: , ,

Ane Brun

Anne... Owhne... Ahhne... Ik kreeg de vorm van mijn mond niet geheel om de klank, al hoorde ik de correcte uitspraak wel in mijn hoofd. Mevrouw Bonne, zelf voorzien van Noorse wortels, had het zoëven nog geduldig tot 2 maal toe uitgesproken.
Maar ik was allang blij dat ik mijn handen eindelijk eens geheel om een kaartje had gekregen dat mij toegang verschafte tot een concert van mevrouw Brun... Brooon... Broen...
Het zal minimaal 10 jaar geleden zijn geweest dat ik al bijna een kaartje voor haar optreden in Rotown had gekocht voor ik me realiseerde dat dat kaartje me geen toegang tot het concert had verschaft omdat ik ten tijde daarvan in Zuideuropese sferen zou verkeren. Het hebben van een kaartje alleen geeft geen garantie op een mooi concert, je moet er ook lijfelijk bij aanwezig kunnen zijn.
Terzijde: ik heb ooit eens in een dergelijke omstandigheid, ondanks dure aankoop, vrijwillige afwezigheid verkozen boven aanwezigheid omdat het een optreden betrof dat slechts afbreuk kon doen aan een eerder optreden. Een optreden, schiet me nu te binnen, dat overigens wel in dezelfde zaal plaatsvond als waar Ane Brun nu was.

Het Paard in Den Haag - dat is de zaalnaam, geen aanduiding voor mevrouw Brun - we liepen er naar binnen, drentelden rond in de foyer die meer op een machinekamer leek, en genoten van de garderobenotificatie: "Bonnetje kwijt? Dan verzoeken wij u te wachten tot het eind".
Op precies te zijn: Bonne schudde haar hoofd, ik schudde mijn buik.
Gezellig en intiem is de nieuwe zaal van Het Paard niet te noemen. Nieuw is de nieuwe zaal trouwens ook niet te noemen maar ik was er al 10 jaar niet geweest dus ik wist niet beter. Rondlopend kreeg je het idee dat het een concert zou worden waar je ouders naartoe zouden gaan, een gevoel dat later op de avond bevestigd werd.
Even werd ik meegenomen naar Het Paard van weleer toen de dj een plaat van Mercury Rev opzette. Het was dat ik geen idee had waar de dj zich bevond, anders was ik gaan vragen of hij het was die me 20 jaar geleden met tegenzin een zeldzame single van die band had verkocht, slechts voor geld, en of hij daar nu misschien nog steeds spijt van had.

Ane kwam op. En hoe! Ze droeg geen jurk, ze droeg een gewaad. Volstrekt onvoorbereid liepen halverwege het eerste lied opeens mijn ogen tot de bodem leeg. Waarom wist ik niet, en ik had niet de minste behoefte om achter de oorzaak te komen. Mogelijk vond ik hierdoor de rest van het optreden nogal slapjes. Alles draait ten slotte om perceptie. Wel vond ik het nu dubbel jammer dat ik haar destijds niet had gezien in Rotown, vermoedelijk solo.
Behalve Ane en Bonne was er nog een dame die ik enigermate kende, fotografe L. die op haar toestel klikte of ze het idee had dat ze het eind van de avond niet zou halen, precies zoals het fotografen betaamd. Toch was het even schrikken geblazen toen bleek dat ze inderdaad het eind van de avond niet haalde, d.w.z. ze was flauwgevallen, na enige tijd weer bijgekomen en zat nog witjes na te schudden van het ongemak.
Onbedoeld en ongepland zorgde zij op deze manier wel voor de spanning die de avond anders had moeten ontberen. Misschien moeten er om die reden vaker mensen flauwvallen bij concerten. Of misschien moet ik eens naar een concert van Justin Bieber gaan.

lutek Maandag 28 Oktober 2013 at 9:50 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Dode Beesten

Aflevering 2 van de dode takken geschiedde in Tilburg, een jaar na de eerste aflevering in Rotterdam. Voormalige rondleidster Karin nam me op sleeptouw naar het prachtige Natuurmuseum Brabant, gelegen op nog geen 100 meter van het station van Tilburg, alwaar de beesten de koelbox verruilden voor een professionale ijskast. Het wandelen moe, wachten zij nu tussen andere dode beesten het moment af dat zij zullen worden leeggehaald, opgezet en hopelijk een plaatsje krijgen in een der vele vitrines van het museum.
Ik vulde de datum en mijn eigen naam in in het grote dodedierenboek alsook de naam van de takjes, waarbij ik de neiging om koosnaampjes van de afgeleverde eurycantha calcarata te gebruiken moeiteloos wist te onderdrukken.

Ondanks dat Karin niet meer rondleidt, deed ze dat nu voor de gelegenheid wel. Ik zorgde ervoor dat ik niet mijn ogen uitkeek want voor je het weet worden die vervangen voor knikkers. Dat viel nog helemaal niet mee omdat er heel veel moois te zien was.
Bij sommige beesten schoot me een anekdote te binnen die ik ooit eens had opgevangen op Discovery Channel of had gelezen op websites als zeshonderdachtendertig-leuke-feitjes-waarvan-je-niet-op-de-hoogte-was-over-een-beest-waarvan-je-tot-twee-minuten-geleden-het-bestaan-nog-niet-eens-vermoedde.
Ik lepelde links en rechts op uit mijn geheugen, waar de informatie gelijk los zand eens was binnengesijpeld. De enige manier om het weer kwijt te raken is het op te orakelen tot de inhoud zo is vervormd dat reproductie niet slecht meer onmogelijk is maar dat dit ook gaat opvallen bij de luisteraar.

Ook liet Karin me een proefje doen in de educatieve oo-zone. We hadden uitgerekend een proefje uitgezocht waar harde feiten, cijfers en antwoorden aan ontbraken, iets wat in eerste instantie een onvoldaan gevoel geeft; maar je beseft je zo wel dat de wetenschap niet alles in kaart heeft gebracht en je realiseert je daarom, in tweede instantie, dat het niet erg is om vooralsnog genoegen te nemen met het meest voorkomende, minst gepubliceerde antwoord in ongeacht welke tak van wetenschap ook: 'we weten het niet'.
Ook dat is een conclusie, en wat je niet weet, moet je niet invullen met wat je hoopt dat het is zonder daarvoor sluitend bewijs te hebben.

Van dode beesten gingen wij op zoek naar vooralsnog levende exemplaren. Spekkie en Vlekkie zijn varkens die leven zoals je hoopt dat varkens leven. Ze zijn de lievelingen van dierenminnend Tilburg. Over enkele weken worden zij geslacht. Dat is niet zielig. Dat is om te laten zien hoe zielig varkens in de bioindustrie 'leven' die niet Spekkie en Vlekkie heten maar bijvoorbeeld G453789 en G453790.
In Rotterdam schijnt ook zo'n project te lopen of, zo je wilt, in de modder rond te stampen, al had ik er nog niet eerder van gehoord.
Onder het genot van een vloeibare lunch overhandigde ik Karin een presentje: enkele zakjes bloembollen. Ze bedankte me namens Spekkie en Vlekkie totdat ze zich realiseerde dat de bollen eigenlijk waren bedoeld om zelf thuis in de grond te zetten.
Spekkie en Vlekkie zullen de lente niet meer meemaken. Leve Spekkie en Vlekkie!

lutek Zondag 27 Oktober 2013 at 2:29 pm | | default | Geen reacties

Lenteklaar

Een bevriende transporteur relatieschonk een doos vol bloembollen. 10 soorten tulpen, nog wat krokussen, hyacinten en iets waarvan ik de naam niet meer weet en niet kan achterhalen omdat ik de verpakking heb weggegooid.
Mijn collega's hebben geen groene vingers. Nu ja, een halve duim en wijsvinger, goed voor de interesse in 3 of 4 zakjes bollen, maar meer ook niet. Zodoende bleven er een goeie 20 zakjes over die ik mee naar huis mocht nemen.
Mijn moeder heeft een voortuintje dat niet haar voortuintje is maar wel ruimte biedt om wat bollen in de grond te stoppen. Ik heb 2 andere mensen ook nog blij kunnen maken met een voorbarige lente. De rest heb ik hier op het balkon gepoot.
Zelf heb ik ook geen groene vingers, althans niet meer dan het equivalent van een halve hand. De handen zijn vooral zwart na een middag op het balkon, zoals een ieder weet die wel eens iets in de grond stopt, of dat nu gaat om bloembollen of om een verdwenen familielid, je staat na afloop zeker 20 minuten met zeep te schrobben en nog krijg je je nagels niet schoon.

Veel groen geluk heb ik doorgaans niet op het balkon. Een druif of appel doet het 1 jaar wel aardig, maar het jaar daarop staat het er futloos bij. Er zit ongetwijfeld te weinig voeding in de aarde. Misschien moet ik beginnen wat restjes aardappelen, boontjes of appelmoes er op te storten. Van kip of een tartaartje blijft nooit iets over, voor mij altijd het belangrijkste ingrediënt van een maaltijd.
Sommige planten woekeren seizoen na seizoen voort, meestal het saaist denkbare onkruid. Wel heb ik goede hoop op enkele stokrozen die dit jaar flink opkwamen en waarvan ik heb begrepen dat ze pas het 2e jaar echt omhoog schieten.
Kortom, ik heb enkele bakken bewaard, enkele bakken leeggehaald, maar moest nog een paar flinke bakken nieuw bijkopen om alle bollen een plek te kunnen geven.
Omdat een nabije bloemenwinkel plots dicht bleek te zijn - dat wil zeggen: het blijken was plots; het dicht zijn was waarschijnlijk iets wat al jaren geleden had plaatsgegrepen - kocht ik 2 emmers in de huishoudwinkel. Een emmer is net zoiets als een plantenbak op het moment dat je er planten inzet.

Terug in de flat met aankoop in de hand werd ik door een buurvrouw begroet met een felgemeend 'Vandaag is de laatste dag van de zomer!', met een stem die me het idee gaf dat het niet de zomer alleen was die de laatste dag beleefde. Buurman duwde buurvrouw de lift in en vergat dat ik eigenlijk ook nog meewilde.
De bakken staan er mooi bij. De zon scheen vanmiddag inderdaad nog even een beetje zomers. Vannacht is, met enig gesmokkel, de langste nacht van het jaar. Het seizoen zit erop. Ik ben lenteklaar.

lutek Zaterdag 26 Oktober 2013 at 9:54 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Elephant in the Room

Ik mijmerde wat voor mij uit. Of misschien mijmerde ik wat meer naar links en naar rechts, geen idee. Ik keek in elk geval voor mij uit. Of kijken, het was meer dat ik mijn ogen open had, zonder gericht iets te observeren.
Misschien dacht ik wel juist aan het wezen van de mijmerij... maar dat weet ik niet meer, wat je vaak hebt met gemijmer, misschien is het zelfs een kenmerk. Waar ging het ook alweer over?

HEYYYYYYY!!!!! JA!!.... JA, IK ZIT NU EHHHH!! JA, JA IN EHHHH!!... NAAR SPIJKENISSE!!!
Mijn hart maakte een noodsprong. Gelukkig deed de rest van mijn lichaam dat tezelfdertijd ook en in dezelfde richting zodat alles relatief op zijn plaats bleef, maar veel had het niet gescheeld of ik was ter plekker dood gebleven. Diverse mensen keken onze kant op. Onze kant, omdat de zojuist opgestoken orkaan op het bankje naast mij zat en wij zodoende bij elkaar leken te horen. Wij hoorden niet bij elkaar, wat ik onbedoeld duidelijk maakte door mijn lachen niet goed in te kunnen houden. Ik herstelde mij en probeerde neutraal voor mij uit te kijken, zoals ik even daarvoor nog had gedaan. Nu lukte het niet meer. Niet neutraal althans. En niet met enig meetbaar mijmergehalte. Met mijn vinger toetste ik het functioneren van mijn linkeroor. Open dicht, open dicht. Alles deed het nog.

JAAAAAAAHHHH!!! IK HAD ECHT... JA NEE ECHT EEN HEERLIJKE DAG!!!!
Sommige omstanders en omzitters fronsten hun wenkbrauwen, andere trokken die juist omhoog, hier en daar schoot iemand in de lach, en van halverwege het tweede gedeelte van de coupe zag ik wat hoofden in verwarring een draai deze kant op maken.

NEEEE JOH!!!! DIE MAN DIE HELPT ME MET WINDOWS!!! HAHAHAHA, EN NU DENKT IEDEREEN DAT IK METEEN HAHAHA!!! IK BLIJF GEWOON EEN EINZELGÄNGER HOOR, HAHAHA!!!!
Dat was een inkopper van formaat, zag ik diverse mensen denken. Of misschien dacht ik het zelf wel. Maar ik zei het niet. Als ik iets zou zeggen, kon dat bijvoorbeeld zijn: "Mevrouw, u heeft een stem om een olifant mee om te leggen. Doe daar alstublieft iets aan." Maar ook daartoe was ik niet in staat.
Ze zou het toch wel weten? Sommige mensen weten niet dat ze uit hun bek stinken omdat niemand het hen ooit heeft verteld. Maar praten als een orkaan, dat kun je onmogelijk niet horen. Toch twijfelde ik.
Voor ons zat een jong stel dat afwisselend de schouders schokte. Om en om in een lachbui ondanks pogingen zich in te houden. Tussen hen in kwam, althans voor mij, een telefoon in beeld die op opnemen werd gezet. Dit was iets om thuis te vertellen, en te laten horen.
Achter ons begon iemand voor de grap zelf een telefoongesprek. Hij had niet echt iemand aan de lijn maar deed alsof: JA MET MIJ! HOE IS HET!?
De orkaan keek om. Wie stond daar zo te schreeuwen? De helft van de aanwezigen kon zich nauwelijks inhouden. Toch probeerde iedereen niet hardop te lachen. Zou de orkaan het echt niet doorhebben?
Plotseling kreeg ik enorme medelijden met haar. Terwijl ik net nog had zitten meelachen. En even plotseling vond ik dat weer erg hypocriet. Het was toch ook gewoon om te lachen?

DAN KIJK IK WEL EVEN!!! OP SPIJKENISSE!!!... JA EN ANDERS LOOP IK DAT STUKJE GEWOON!!!... OH JULLIE ZIJN ER AL!?!?!?!?!?!? OHHHH!!!!!!!!
Kolere, ondanks dat ik aan de raamkant zat viel ik toch nog bijna van mijn stoel bij die laatste uithaal.
Het stond wel vast dat ze 'een einzelgänger' zou blijven. Maar wat je na zoveel jaar nooit meer kunt terugrekenen is wat ooit oorzaak en gevolg was.

lutek Maandag 21 Oktober 2013 at 9:32 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Roeping

Uit een ooghoek zag ik een bekende, een oude, iemand van voor de oorlog maar ik wist niet meer welke oorlog. Reflexen konden niet onder controle worden gehouden, ik moest hem wel aankijken, zeker omdat hij zo'n eind van zijn lijn afweek, naar mij toelopend, dat het niet langer onbeleefd zou zijn geweest hem te negeren maar minstens onbeschoft.

Hey hallo...
Ik gokte de verkeerde postkamer van 15 jaar geleden. Niet Erasmus maar Robeco.
Ach ja natuurlijk, zei ik, terwijl ik er geen beeld van kreeg.

Wat doe jij tegenwoordig...
Met 2 zinnen had ik uitgelegd wat ik tegenwoordig deed. Toen was het zijn beurt. Hij had zijn roeping gevonden als trambestuurder. Zelf vind ik trambestuurder een eervol beroep maar als ik er zelf een was, zou ik me voor kunnen stellen dat niet iedereen dat vindt, of althans niet de details ervan hoeft te weten, en zou daar niet al te uitgebreid kond van doen. Hij had die belemmering niet.

Van alles eigenlijk, de ene keer lijn 8, dan weer lijn 4, maar het kan zomaar zijn dat ik een week lang op lijn 20 of 28 zit...
De ooghoeken lieten mij vandaag in de steek. Ik zocht naar een auto waar ik handig voor kon springen maar er was nauwelijks verkeer.

En ja je hebt ook te maken met verschillende diensten, dat vergeten de mensen weleens, maar ik zelf heb het liefst de avond...
Een bus, een bus, ik had een bus nodig. Een auto voldeed niet meer. Maar er was geen bus.

Kijk, je hebt ook wel eens een gebroken dienst, dan zit je 's morgens van 7 tot 12, en dan moet je 's middags nog van 2 tot 4...
Hoe zou het voelen als ik mijn duimen op mijn ogen zette? Ze langzaam naar binnen drukte. Worden je ogen dan steeds dieper je schedel ingeperst of spatten ze juist naar buiten uiteen?
Bestonden er werkelijk mensen die mijn bezeten grijns voor glimlach hielden? Blind kon hij niet zijn, hij was ten slotte trambestuurder.

Hey maar ik ga weer verder...
Mogelijk nam ik iets te enthousiast afscheid.
Wat zou er van de andere postkamermedewerkers van Robeco zijn geworden? Of was het Erasmus? Om het even, ik kreeg geen beeld meer van hen, geen van de 40.
Ik liep nog een rondje door Het Park, de zon scheen. Het waaide een beetje. De eenden zaten op een rijtje aan de kant van het water.

lutek Vrijdag 18 Oktober 2013 at 12:01 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Heeft U in de Afgelopen Week een ING-kantoor Bezocht?

Omdat ik mijn telefoon had kwijtgespeeld, diende ik de bank te laten weten dat ik onbereikbaar was op het kwijtgeraakte nummer. Ik had inmiddels een ander nummer zodat een bankbezoek niet alleen gerechtvaardigd maar ook nuttig zou zijn.
Goedemiddag...
De bediende hielp mij vlot, volledig en vakkundig. Mijn gegevens in zijn computer kwamen weer overeen met de gegevens van de werkelijkheid. Ik bedankte hem en wilde al opstaan, aangezien ik gebruik maakte van de tegenwoordig geboden gelegenheid te zitten op een kruk aan de balie, een beetje alsof je in een café plaatneemt.
Plotseling verduisterde zijn wenkbrauwen zijn blik. Tegelijkertijd sprongen zijn oren een halve centimeter naar achteren. Ik had het idee dat wanneer je oprecht verbaasd bent je wenkbrauwen wel reageren maar je oren niet; dat laatste is volgens mij een mechanisme dat slechts in werking wordt gezet bij geveinsde verbazing.

Meneer...
De bediende had een pen in zijn rechterhand en tikte daarmee op het scherm, met zijn linkerhand draaide hij het scherm naar mij toe. Was dit mijn ene rekening en was dat mijn andere? Ik bevestigde nodeloos de veronderstelling.
Maar waarom heeft u...
Er volgde een korte cursus beleggen. Nee, dat overdrijf ik. Hij raadde mij aan de paar tientjes die ik heb staan op de betaalrekening op de spaarrekening te zetten. Hij ging nog een stuk verder maar de stekking van zijn verhaal was dat ik eens goed moest kijken naar de indeling van de rekeningen. Sterker nog, ik moest het beloven.

Het schoot me te binnen dat ik een jaar eerder al eens voor dezelfde balie had gezeten. De reden dat het me te binnen schoot was omdat me toen door een collega van de bediende exact hetzelfde verhaal was verteld. Nu is het mogelijk dat ik een enorme chaoot ben en dat ik er werkelijk een desastreuze boekhouding op nahou. Aannemelijker is het dat de bedienden geïnstrueerd worden om eens per zoveel tijd de klant erop opmerkzaam te maken dat hij meer op een spaarrekening en minder op een betaalrekening moet zetten, ongeacht wat hij op beide rekeningen heeft staan. De bank is nu eenmaal gediend bij zoveel mogelijk vast geld.
De wenkbrauwen waren goed geacteerd, maar de oren hadden hem verraden.

Twee dagen later kreeg ik een emailtje van de bank. "Heeft u in de afgelopen week een ING-kantoor bezocht?"
Wat denk je zelf, pik?, mompelde ik tegen het scherm.
Natuurlijk traceert een bank de (virtuele) wegen van klanten. Deze bank neemt niet eens de moeite meer het te verbloemen.

lutek Woensdag 16 Oktober 2013 at 11:36 pm | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags: ,

Afscheid

De campingreis van Rik in Frankrijk juni jongstleden, onder begeleiding (voor zover mogelijk) van Hannie en Ome Lutek, bleek een afscheid te zijn. Dat was zo niet gepland. Gelukkig niet. Als we dat van te voren hadden geweten, was het nooit zo'n mooie vakantie geweest. Het was een prachtvakantie. Alles klopte. Alles was goed.
Enkele weken na thuiskomst waren er dingen veranderd. Daar kan iedereen van denken wat hij of zij wil. Maar je kunt het ook niet doen omdat je er eigenlijk geen iota van begrijpt, misschien wel nooit begrepen hebt.

Ik zal Hannie en Rik niet meer zien. Hoe je het ook bekijkt, wat klopt is dat ik dat buitengewoon jammer vind. Rik is 3 dagen geleden 2 jaar geworden. Ik hoop dat hij een fijne dag heeft gehad en veel mooi speelgoed heeft gekregen, en taart natuurlijk.
Maar... hoe zeg je dat... berg, Zen, alleen, reis, bestemming, nietigheid, bewustzijn, herinnering, genieten, het nu, belevingswereld... kortom, wat ik bedoel: als alles verder gaat, ben ik de lulligste niet en ga ik ook gewoon verder.
Dat zeg ik erg gemakkelijk, en ik weet dat ik dat gemakkelijk kan zeggen omdat ik op mijn 45e al meer heb losgelaten dan menig ander op zijn 80e.

Wel ontbrak me de afgelopen maanden de lust om juist dit vakantieverslag op orde te brengen, zo ongevoelig ben ik nu ook weer niet. Ik nam een kleine adempauze.
Maar het is af nu. En het is denk ik erg mooi geworden. Volgers van het blog hebben alle verhalen al in juni gelezen. Er staan nu echter heel veel foto's bij die nog niet eerder waren geplaatst.
Ik zelf lees en kijk het met veel plezier terug, niet met weemoed of verdriet, maar met liefde en een lach. Hopelijk u ook.

Om Rik te citeren: "Wat een vakantie was het. Ik heb gespeeld, gewandeld, gezongen. Ik heb bergen gezien, sneeuw. Allerlei beesten. Ik heb kastelen gezien, van steen en van opblaasbaar. Ik heb gezwommen in de zee en in het zwembad. Het was een vakantie om nooit te vergeten."

klik de link... http://www.vakantie.lutek.nl/Frankrijk2013/index.html

lutek Zondag 13 Oktober 2013 at 3:54 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , , ,

Trein Terug

Ik had in het verleden al zo vaak mensen wakker gemaakt in de late trein, het was prettig dat de service nu eens aan mij werd verleend. Mogelijk keek ik wat verward, met een wereld aan mimiek in mijn wenkbrauwen - Delft had ik nog meegemaakt, meende ik, Den Haag zeker, hoewel ik het over de volgorde niet direct met mezelf eens kon worden - maar al snel begreep ik dat ik in Rotterdam was en dat uitstap geboden was en wel per onmiddellijk.
Even hield ik de pas in. Zo veel haast had ik toch ook weer niet? Rotterdam was het eindpunt van deze trein. Toen versnelde ik de pas opnieuw omdat het me voorkwam dat je slechter af bent in een gesloten uitgerangeerde trein dan in een trein die je naar een volgend station brengt, zelfs wanneer dat Dordrecht is.

Nee, het was fijn te worden gewekt, hoezeer ik het ook niet fijn vond om wakker te zijn. Ik wilde de attente jongeman graag bedanken maar ik wist niet waar hij gebleven was en of ik hem nog wel zou herkennen.
Ik heb ook wel eens mensen wakker gemaakt die helemaal niet op het station moesten zijn waar ik hen wakker maakte, maar bijvoorbeeld een station eerder of verder. Toch wordt ook dat over het algemeen als attent aangemerkt. Ware het dat ik nog een jongeman was, was ik een attente jongeman.

De stad was nog geopend, in de vorm van ruim aanbod aan laafgelegenheid. Dat interesseerde mij niet. Ik hoefde geen verleiding te weerstaan omdat ik naar huis wilde. Wat eigenlijk wil zeggen dat verleiding niet het juiste woord was. Als zo veel dingen was het slechts een kwestie van tijd, plaats, gelegenheid, geld, zin en iets wat zit tussen hoop en verwachting. Beter gezegd, een combinatie van al die zaken in een bepaalde verhouding. Ondernomen acties zijn immer het gevolg, en afhankelijk van een bepaalde verhouding van die zaken. Het lukte me niet een speld te krijgen tussen deze gedachte.
Zo! Ik had de wereld weer op orde. Alles was ingedeeld. Alles klopte weer. Ik kon met een gerust hart gaan slapen.

lutek Zondag 13 Oktober 2013 at 12:01 am | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

De Betere Avond

De dag was niet best geweest. Het kwam op de avond aan om er nog iets van te maken. Dat is misschien niet eerlijk t.o. de avond - wat kan die avond er tenslotte aan doen? - maar het leven is nu eenmaal niet eerlijk, daar moeten de verschillende dagdelen zich maar gevoeglijk in schikken.
Eerst maar eens ontbijten voordat ik de pannen niet meer zie zonder hulp van kunstmatig licht.

In de trein constateerde ik dat ik niets had vergeten: sleutels, geld, sigaretten, toegangskaartje.
In de trein constateerde ik dat de twee Bulgaren tegenover me na een kort wetenswaardig gesprek ofwel reeds waren moegereisd, ofwel hun krachten spaarden voor hun laatste avond in Nederland te besteden aan hoofdstedelijke zinnenprikkeling, en bij toerbeurt in slaap sukkelden, overeenkomstig het doel van de stiltecoupé.
In de trein constateerde ik dat mijn zeer tijdelijke buurman zijn zeertijdelijkbuurmanschap slechts gebruikte bij wijze van uitvalsbasis; eerst na te gaan welke plek hem het meest bekoorde, en vervolgens niet op de lege bank schuin achter mij ging zitten, maar een veel te nauwe plaats verkoos schuin voor mij, denkelijk louter en alleen omdat hij dan te krap tegenover een jongedame kon plaatsnemen en derhalve moedwillig oogcontact met haar afdwingen, ondanks dat hij er zelf nu niet bepaald uitzag als iemand die het van oogcontact moest hebben, in uiterlijk maar vooral in persoonlijkheid.
Ja, er viel nogal wat te constateren in de trein.

In een uitverkocht Paradiso, waar concerten tegenwoordig een uur eerder beginnen dan toen ik er nog vaker dan eens per 5 jaar kwam, installeerde ik me niet als enige op de verhoging voor de bar rechtsachter in de zaal. Maar de flesjes Ciney waren klein zodat ik geen reden genoeg had mijn positie te veranderen.
Ik rekende uit dat ik elk 3e nummer van voorprogramma Yuck 1 nieuwe Ciney bestelde, een tempo dat je met de beste wil van de wereld bij het hoofdprogramma The Pixies niet zou kunnen volhouden.
Bezoekers liepen af en aan en ik schoof gewillig van links naar rechts, van hier naar daar, en weer terug. Lastiger was dat bij enkele enkelingen die een rugzakje omhadden. Van mensen die rugzakjes dragen in volle metro's of concertzalen meen ik dat dat ook precies is wat zij zijn, mensen met een rugzakje. Plotseling ben ik een fel voorstander van vervroegde euthanasie of verlate abortus.

Toch werd de drukte wat te drukkend. Ik moest verhuizen. Bij het derde nummer van The Pixies - waarbij ik constateerde dat Black Francis verrassenderwijs zijn stem van 20 jaar geleden had hervonden - zag ik mijn kans schoon achter iemands grote rug pats-boem helemaal naar voren te liften, alwaar ik een drietal onbenutte vierkante meters vlak voor het podium vond. Waar was iedereen? Ja, achter bij de bar natuurlijk. Ik had alle ruimte en ontdeed mij zonder naar het toilet te hoeven gaan van een liter of 2 vocht gedurende de daarvolgende anderhalf uur.
Ooit heb ik mij een kapotte nekwervel gedanst op een nummer van The Pixies. Gelukkig speelden ze dat nummer, Debaser, deze avond niet.
Ik constateerde dat ook de nieuwe nummers geweldig zijn. De nieuwe plaat komt hopelijk snel uit.

lutek Zondag 06 Oktober 2013 at 4:54 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Language is a Virus from Outer Space

Alles behalve het tijdsverloop gaat achteruit. Zo ook mijn parate kennis en routineuze uitspraak van de Engelse taal. Er was een tijd dat ik dat aardig op peil had wat juist daardoor soms voor verwarring zorgde.
Omdat behalve bovengenoemde zaken ook mijn geheugen achteruit gaat, schrijf ik dit maar eens op nu ik het nog kan. Het heeft verder niets van doen met de actualiteit - maar zeg nu zelf, sta ik bekend als iemand die de actualiteit aanhangt? Precies.

Zo mengde ik mij eens, desgevraagd, in een kringgesprek c.q. staande receptie op een vrijdagmiddag van een groep Engelse werknemers hier ter stede. Wat voor werk de nemers precies namen kan ik mij niet meer herinneren. Het doet er niet toe, het was sowieso al in ruime mate na kantoortijd en niet op kantoor.
Eén uit de groep vroeg mij uit welk deel van Engeland ik kwam. Hij kon mijn accent niet plaatsen, er zaten elementen van Noord en Zuid in. Geen wonder, legde ik hem uit, ik kijk, luister en lees tal van Engelse zaken op populair cultureel gebied maar alle van op afstand, namelijk vanuit Rotterdam, omdat ik er woon. Daar dus, dat wil zeggen, hier dus.
Hij keek me glazig aan, begreep mijn verklaring niet, mogelijk deels doordat ik die verklaring zo nodeloos ingewikkeld formuleerde. Maar toen het kwartje viel, geloofde hij me niet. Zeg, doe niet zo moeilijk, zeg nu gewoon uit welk deel van Engeland je precies komt.
Opnieuw legde ik het uit, nu zo zakelijk, duidelijk en kort mogelijk om iedere zweem van 'leg pulling' weg te nemen. Hij schudde zijn hoofd.

Een andere afgezant van het overnoordzeese koninkrijk brak in en stak daarbij een triomfantelijke eurekavinger de lucht in, als ware hij Salomo zelve, omdat hij meende met één vraag uitsluitsel te kunnen verkrijgen omtrent mijn woonplaats: Wat had Feyenoord de afgelopen zondag gedaan?
Hierop wist ik vanzelfsprekend niet het antwoord.
Hoongelach was mijn deel. Nee, ik kletste uit mijn nek. Dit was een sluitend bewijs: ik was geen Rotterdammer.

Nu schiet me opeens iets gelijksoortigs te binnen: Ooit praatte ik met een Poolse dame die luisterde naar de naam Agnieszka. Agnieszka, herhaalde ik, vrij soepel, omdat ik die naam wel eens eerder had uitgesproken gezien het feit dat iemand in de stieftak van de familie ook zo heet.
De dame dacht hierdoor te weten dat ik Pools was en vroeg, in het Pools, waarom wij dan eigenlijk Engels praatten. Althans, ik gokte dat ze dat vroeg. Het was een correcte gok.
Maar ondertussen was ik natuurlijk helemaal niet Pools. Dit maakte ik duidelijk door het te zeggen. Bij normale mensen werkt het uitwisselen van informatie zo dat als A iets niet weet, B het vertelt, zodat A het dan ook weet. Dit eenvoudige systeem faalt in gevallen waarbij A denkt dat B de waarheid niet spreekt, ook al heeft B niet de minste reden om de waarheid niet te spreken.
Ik werd nog 5 maal gevraagd haar naam uit te spreken wat - door plots opgelegde ofwel door mij zo ervaren druk - opeens niet zo spontaan en vlekkeloos meer lukte. Sterker nog, de uitspraak was zo slecht dat ze dacht dat ik het met opzet verkeerd deed. Ze werd steeds kwader. Je doet het expres, net kon je het wel!
Ik kon haar niet op andere gedachten brengen. Dat ik mij had geïntroduceerd als Lutek Dabrowski hielp mij hierin overigens allerminst.

Language is a virus from outer space.

lutek Donderdag 03 Oktober 2013 at 10:57 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,