Ding Iets

Ik zou er eigenlijk nog zo'n extra... ding... iets... weet je... bij moeten hebben.
Voor het mooi, zeg maar. Dat-ie dan af is.
Anders ontbreekt er wat.

De verkoper keek naar de handgebaren van de klant. Zijn geestesoog maakte een soort politieschets. Zo en zo en dan zo.

Kunt u hier nog iets nauwkeuriger over zijn?

De man maakte opnieuw gebaren. De verkoper gebaarde mee, alsof ze samen een dansje instudeerden. Zo en zo en dan zo.
Toen was het even stil.

Weet u misschien welke soort van extra-ding-iets-weet-je u precies zoekt?
Of welk merk, of type? (vulde de verkoper snel aan, om de man alle ruimte te geven.)

De man zweeg.

De verkoper zweeg.

Hij probeerde het nog een keer.

Is het een extra-ding-iets-weet-je-wel, of een extra-ding-iets-weet-je-niet?

De man keek de verkoper strak aan. De verkoper vertrok geen spier.

En hoeveel wilt u er aan uitgeven, aan zo'n extra...

De man liep weg.

lutek Vrijdag 28 Februari 2014 at 9:53 pm | | default | Twee reacties
Gebruikte Tags:

Afleidingsmanoeuvre

Ik was niet zenuwachtig voor het geplande bezoek aan de tandarts. Al lachte ik 's morgens soms als een boer met kiespijn, ik had en was het niet, strokend met immer. Maar om er voor te zorgen dat ik niet in een zenuwachtige toestand zou kúnnen komen te verkeren, nam ik de verkeerde sleutelbos mee van huis toen ik op weg ging naar de tandarts, de bos die de sleutel van de tussendeur ontbeert.
De zo artificieel gecreëerde toestand van buitensluiting moest ervoor zorgen dat ik tijdens de lange wachtkamerzit niet met mijn gedachten bij de nakende behandeling verkeerde maar bij het vooruitzicht over minimaal 3, maximaal 6 balkons naar boven te moeten klimmen - iets wat, als het fout gaat, veel slechter voor je gebit is dan een falende tandartsbehandeling, zij het dat je dan met zekerheid niet op herhaling zal hoeven, nooit meer.
Deze planning gebeurde volkomen onbewust, zodat ik moet toegeven dat het woord planning iets van zijn eigenschap c.q. betekenis verliest door het in dit verband te gebruiken. Maar op het moment dat ik me realiseerde dat ik mij had buitengesloten legde ik dit, omdat me dit nooit eerder was gebeurd, als zodanig uit.

Waar ik echter geen rekening mee had gehouden was het feit dat ik, zijnde iemand die er geen twee rukken* (*vervang de terminologie door uw eigen favoriete dan wel aangeleerde dan wel meest van toepassing zijnde, net wat u wilt, indien gewenst) om geeft 35 minuten onverdoofd een boor in zijn bakkes te hebben, derhalve vanzelfsprekend al helemaal niet wakker ligt van tijdelijke buitengeslotenheid.
Met andere woorden: het semi-ongeplande plan mislukte, want ik zat wachtkamerlijk te peinzen over aanstaand gebitsherstel noch over klauterbeoefening, maar over het feit dat de stofzuiger al 3 dagen in de woonkamer stond, met name het waarom-aspect ervan.
Een dag tevoren had ik datzelfde gedacht, al moet ik toegeven dat de stofzuiger er toen nog maar 2 dagen stond, geen 3, wat eigenlijk best wel logisch is.

Na behandeling bleek buurvrouw thuis en liet mij gangwaarts binnen. Niets aan het handje. Na enige tijd voelde ik ook weer enkele tanden die iets weg hadden van de mijne zodat ik besloot de middag fraai af te sluiten met een groot glas fruitmelk, iets waar u me midden in de nacht voor kunt wakker maken - wat overigens niet hoeft omdat mijn blaas dat reeds voor u doet.
De stofzuiger. Hij stond er nog steeds. Ik begon een liedje te zingen van Frank Zappa. Of het van 200 Motels of van Joe's Garage was wist ik zo snel niet, maar een niet onbelangrijk ingrediënt van het nummer was een stofzuiger van een bepaald merk en type, en enig oneigenlijk gebruik daarvan. Hierin vond ik vrijwel directe aanleiding tot het verplaatsen van de stofzuiger uit de huiskamer naar de gangkast. Want zo zijn Zappa en ik nu ook weer niet getrouwd.
De volgende tandartsafspraak heb ik wijselijk maar meteen verzet (want die was al vóór vandaag geprikt - ze laten geen gras groeien over een mogelijke behandeling, die tandenbehandelaars) naar een dag in Februari 2015. Zo.

lutek Dinsdag 25 Februari 2014 at 6:53 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Er Ging Een Wereld Voor Mij Open

Wegens verhuizing - want zo voelt het reeds voor mij wanneer ik de boekenkast van de ene naar de andere wand verplaats - iets waar ik al maanden tegenop zag, maar wat ik zojuist tussen 8 en 9 toch maar mooi voor elkaar heb gekregen, inclusief afstoffen (hard blazen) en stofzuigen (het apparaat bleek zowaar nog te werken), kwam ik in aanraking met de wereld zoals wij die kennen, namelijk op schaal.
Om precies te zijn kwam deze wereld met mij in aanraking voordat ik met hem in aanraking kwam, hoewel ik twijfel of zulks technisch mogelijk is. Wat ik bedoel is dat hij nogal onverwacht op mijn hoofd terecht kwam. Het onverwachte zat hem niet in het feit dat ik van te voren ook wel wist, maar tóch even probeerde want je weet nooit, dat je een boekenkast met 300 boeken niet met inhoud en al in één keer kunt verplaatsen, en de wereld - wereldbol om precies te zijn, want daar gaat het nu om - behoorde dan wel niet tot de inhoud van de boekenkast omdat hij er niet in maar op stond; toch had ik ook die laten staan tijdens het vruchteloos pogen de etappes van de verhuizing met een aantal in te korten, als het ware een soort snelkoppeling IRL te maken; en dat de wereldbol tijdens deze uitvoering wankelde en naar beneden viel; maar dat de bol überhaupt kón wankelen en naar beneden vallen, daar ik er blind van uit was gegaan dat deze na al die jaren op één plek staan inmiddels wel vastgekoekt zou zitten, wat klaarblijkelijk niet zo was.

Goed. Aldus gefaald moest de kast leeg. Te beginnen met wat op de kast stond, beter gezegd: wat er kort tevoren nog had opgestaan: de wereldbol. Ik besloot hem meteen een sopje te geven. Oppassen voor te veel nat, want er zit een lamp in met bijbehorende draad en dito elektriciteit. Het lampje deed het nog.
Al soppend en zingend - hoewel dat laatste niets met het nu volgende te maken heeft, althans niet in causaal opzicht - zag ik niet slechts de zeeën en oceanen blauwer worden, maar ik zag hele tot nu toe onvermoede continenten onstaan.
Zo hé, onderbrak ik mijn gezang, dat ligt er ook allemaal nog!
Ik ging er eens goed voor zitten. Kijk eens, Amerika bestaat maarliefst uit twee delen, één onder en één boven. Dat is niet mis. En je hoort wel eens dat die polen overal zitten, dat blijkt maar: ook daarvan één boven en één beneden.

Omdat het een handwarm sopje was wat ik had gemaakt besloot ik snel te stoppen. Ik wilde niet de oorzaak zijn van smeltende ijskappen, zeker nu niet, nu ik net ontdekt had dat ze er waren.
Ik bekeek de andere werelddelen. Er was nu nergens meer een terra incognita. Jammer eigenlijk. Nu viel er niets meer te ontdekken. Of juist wel natuurlijk. Het ligt er maar aan hoe je het bekijkt, ofwel in welke bui je bent.
Genoeg gelummeld, ik moest nog Nederlandse literatuur A tot en met G verplaatsen. Gottogot, behalve nieuwe werelddelen ontdekte ik ook dat ik nog stapels ongelezen boeken in de kast heb staan. Zo ontdek je nog eens wat tijdens een wereldreis c.q. verhuizing.

lutek Zondag 16 Februari 2014 at 10:04 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , ,

Het Woord Lots

Je komt nog eens in een kerk met al die concerten tegenwoordig. Nu weer Mark Lotterman. Komt allen luisteren naar Het Woord Lots.
Als makke schapen lieten wij ons naar binnen loodsen. Als verloren zonen nam hij ons in de armen. Als een openbaring presenteerde hij ons zijn nieuwste album. Als een armageddon braken we de tent af. 
Mark is overal, op een festival, in de studio, in een radio, in een zaal, in een bar, aan de bar, op de bar, aan de lamp, in de gevangenis, en nu dus in de kerk.
Het voordeel van spelen in een kerk is dat het publiek als vanzelf begrijpt dat het gepast is zich een beetje gedeisd te houden en toch volledige aandacht te tonen, precies wat dit concert ook behoefde. Het genoemde afbreken van de tent beperkte zich dan ook tot de pauzes tussen de nummers. Tijdens de nummers zat het publiek minstens zo geboeid te luisteren als het publiek in de gevangenis waar Mark vorig jaar speelde.
[Verdere overeenkomsten met Johnny Cash zijn er overigens niet. Mark speelt meer dan 2 akkoorden en is niet getrouwd met June Carter.]

De Paradijskerk zou het met wat verbouwing uitstekend kunnen doen als poptempel, een tweede Paradiso. Het heeft de naam al mee.
Maar ik geloof dat Rotterdam geen groot poppodium meer zal krijgen. Dat is helemaal niet erg. Het hoeft ook niet. Des te meer ruimte en belangstelling is er voor de vele Rotterdamse bands.
En op deze avond was een verbouwing wel het laatste wat de kerk nodig had. Integendeel, juist het interieur met alle tierelantijnen, kansels en houtsnijwerken, droeg bij, in combinatie met de goedgeplaatste gekleurde lampen en rookgordijnen, in de gewaarwording van het ene na het andere aura rond Mark. Het memento mori en carpe diem was niet van de lucht en ik heb minstens 7 hoofdzonden voorbij horen komen.
Tussen de nummer door meende ik zelfs even dat hij in tongen sprak, maar wellicht had de galm van het gebouw daar iets mee te maken had.

Mark Lotterman is een beetje de niet-seizoensgebonden erwtensoep van de Nederlandse popmuziek. Hoe vaak je hem ook gezien hebt, het gaat nooit vervelen. Na twee happen denk je 'Hè, wat lekker is dat toch altijd weer', en je krijgt het er nog warm van ook.
De titel van de nieuwe plaat 'Year Without Summer' zal vast niet toevallig zijn gekozen, en dat precies op een moment dat de winter geen winter is. Ja, verdomd, alles past in elkaar.
Als ik er een laatste oordeel aan mag geven, zou ik zeggen: Gaat dat zien! in een zaal nabij u. Of een bar, of een kerk, of een gevangenis, of een...

lutek Dinsdag 11 Februari 2014 at 9:57 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Route Du Nord

Bij het verlaten van de ruimte vroeg Mark (aka 'De Rits') of ik iets zou schrijven over de avond: "Leuk voor 'Route Du Nord'". Omdat ik altijd rare dingen zeg als ik te lang onder de mensen verkeer, was het niet vreemd dat ik positief reageerde, enthousiast zelfs.
Daar had ik natuurlijk direct spijt van, maar kom op zeg, ik heb altijd spijt van wat ik zeg, en trouwens ook van wat ik niet zeg. Ik heb al spijt van dingen die nog niet eens zijn gebeurd. Zet mij daar nu toch eens overheen, zou ik tegen mezelf willen zeggen, maar de kans dat ik dit stukje lees is gering dus waarschijnlijk krijg ik dat advies niet mee.
Wat kan ik zeggen over de avond? Herrek is een band, Broeder Dieleman is Zeelands hoop in bange dagen en zelfs geweldig als hij zegt chagrijnig te zijn (wat niet zo was), en een Australiër left all his fucks at home, in a box, under the bed.

In 2 weken tijds 2 maal bij Roodkapje naar binnen gaan: Zelden werd personificatie wenselijker geacht. Maar Roodkapje is een pand, met stenen muren, een gammele trap en een donkere kelder; en een enorme leegte. Dat laatste is alleen waar als je op tijd bent, want oude Bunkertijden herleven er: alles begint minstens een uur later dan aangekondigd (maar ook weer niet altijd dus kun je je nooit veroorloven te laat te komen.
En in Roodkapje - het pand in, de trap af, de kelder in - wordt muziek gemaakt. Mooie muziek.

Broeder Dieleman zong Zeeuwse klassiekers. Al waren sommige nummers nog geen week oud, Broeder Dieleman schrijft en zingt nu eenmaal klassiekers. Klaar. Hoe hij dat doet is een streng bewaard geheim. Ooit zal het geopenbaard worden maar nu nog even niet.
Den Broeder was deze avond de lijm tussen de andere optredens, hij hield de boel bij elkaar. Zonder hem zouden Herrek, The Boy Who Spoke Clouds, en klankdichter ACG Vianen geen enkel raakvlak hebben gehad. Nu leek het allemaal bij elkaar te horen.
DJ De Rits' platenkeus was afgestemd op de levende muziek.
Denk hier even goed over na: als Mark platen draait en je kijkt niet vreemd op van de variatie, dan zegt dat heel erg veel over de variatie op het podium.

The Boy Who Spoke Clouds gaf onbewust een lesje in ongemakkelijkheid. Of misschien was het een lesje on onbewuste ongemakkelijkheid. En anders zeker een ongemakkelijk lesje in onbewustheid.
Tibetaanse klankschaaltjes, bellenkettingen, drones en loops, dit alles doorspekt met flarden Dielemanlijm. Na een half uurtje improviseren was er een mogelijkheid om er een eind aan te maken. Niet als bezoeker, begrijp me niet verkeerd, zo slecht was het niet, integendeel, het was heel goed.
Ik bedoel: een eind aan de improvisatie te maken. Maarrrr.... nee, hij ging nog even door. Ook Den Broeder zette daarom opnieuw in. 10 minuten later gebeurde het zelfde, en 5 minuten later weer. Maar telkens... ging hij toch nog even door. Het was heerlijk om te zien. Ook was mooi om te zien dat hoe langer het publiek al beleefd had staan luisteren, hoe onmogelijker het werd om bij een volgende schijnbare stop tekenen van onrustigheid te gaan vertonen. Want dat zou inhouden dat je dat 5 minuten daarvoor ook al had dacht of gevoeld. Dat was dan niet netjes geweest.
Misschien psychologiseer ik het te veel; misschien vond de rest van het publiek het optreden net zo goed als ik; toch vermoedde ik dit vermoeden. En toen ten slotte Den Broeder minutenlang vergeefs poogde oogcontact te maken met de langzaam opstijgende  Australiër (met ogen die zoveel wilden zeggen als 'Zeg, Pik, wat denk je der zelf van?') dacht ik het zelfs zeker te weten en begon ik op goed geluk te applaudiseren, denkelijk tot ieders tevredenheid.
Later die avond schafte ik 2 CDs van The Boy aan. Ik was er van plan 1 te kopen, maar toen ik voor de ene belangstelling toonde, liet hij weten aan de andere 4 jaar lang gewerkt te hebben, zodat ik het sneu vond die ook niet te nemen.

Broeder Dieleman speelde solo een aantal prachtliederen. Het wachten is op de volgende plaat. De troost stroomt je versterker uit.
De rest van de avond bracht ik door tegen de achterwand net naast de bar, dit om de opgedane indrukken een beetje fatsoenlijk te kunnen verwerken. Ik werkte hard aan mijn 1000 yard stare. Het pand is inwendig dan wel niet zo groot, het is er wel donker genoeg voor.
Omdat ik daar toch stond nam ik een biertje. Ik was niet de enige want de barman zei dat hij net een nieuwe voorraad had moeten aanboren zodat deze nog niet goed gekoeld was. Ach, zei ik, doe er toch maar eentje.
Een meneer naast me wilde er ook een. Om precies te zijn bestelde hij 'een wies weis weiensteef dinges'. Ze zijn niet koud, zei de barman weer. Ach, zei de meneer, dat geeft niet, het is voor een vrouw.
Hier moest ik lang over nadenken. Nu nog weet ik niet of ik er uit ben.

De zwaar onbegrepen dichter ACG Vianen stond naast me. Hij gaf toe dat hij de Ursonate nog niet helemaal uit zijn hoofd kende. Ach, dacht ik, 'niet helemaal', dat is nog altijd meer dan 'helemaal niet' wat voor 16.819.593 andere Nederlanders geldt.
Ik besloot dat ik genoeg indrukken had opgedaan voor 1 avond en verliet de kelder, de gammele trap op, het pand uit.

lutek Vrijdag 07 Februari 2014 at 7:41 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

PopUp in PopUp

Opeens was het daar, midden op straat, of eigenlijk iets meer aan de zijkant, op de stoep zeg maar, en misschien ook niet helemaal opeens, misschien was het al een tijdje bezig, ja waarschijnlijk was het al een tijd bezig, al jaren, want zoiets ontstaat niet zomaar en bovendien leken de participanten een routine ontwikkeld te hebben, zo dienden ze elkaar van repliek dan wel katoen: "Blijf dan godverdomme weg, bitch" werd gepareerd met een stevig "Kom niet bij me in de buurt, loser", terwijl de baby gewoon doorsliep in de kinderwagen, of mogelijk werd overstemd door de kennelijke ouders.
Voordat ik iets te vaak in elkaar ben geslagen had ik me wellicht razendsnel getransformeerd m.b.v. een heldhaftig SuperLutekpak waarmee ik iedereen de stuipen op het lijf zou hebben gejaagd. Geef toe, mij in een dergelijk pak zien, je wenst het niemand toe. Maar ik had geen pak bij me, en één der ouders had de bouw van Jon 'Bones' Jones, met bijbehorende armlengte, maar dan met een heel gemene blik in de ogen, meer dan genoeg reden om 2 straten door te lopen naar waar mijn bestemming zich bevond.

Opeens was het daar, midden in een straat, of eigenlijk iets meer aan het begin ervan, het was op nummer 7 en zelfs al had de straat een minder dan gemiddelde straatlengte gehad, wat niet zo was, dan nog is nummer 7 aan het begin van de straat: Alerta, een pop-up winkel en galerie van Alejandra Huerta, kleinschalig, kunstzinnig en gastvrij.
Ik was keurig op tijd en derhalve veel te vroeg voor aanvang van het programma. Geen probleem, ik had dan geen pak bij me, ik had wel mijn onzingenerator meegenomen en liet deze op volle toeren draaien. Eigenlijk doe ik dat continu als ik mensen ontmoet, het houdt de zaken wel zo overzichtelijk, in elk geval voor mij.

Opeens was hij daar: Hidde van Schie. Hij zag er uit als een pasgeboren vader die allerminst in het bijzijn van kinderen schreeuwt. Sterker nog, hij deed het niet eens in het bijzijn van volwassen die deze avond als altijd 100% van het publiek uitmaakten. Maar in gedachten was zijn kleine er toch een beetje bij, afgaande op het effect dat zijn optreden op mij had na een nummer of 8.
Na een nummer of 4 meende ik te kunnen voorspellen hoe lang het optreden zijn duren. Bij ieder volgend nummer schoof hij zijn gitaarklem één fret hoger (of lager, als je aan de andere kant stond). Alle beestjes kwamen aan de beurt. Uiteindelijk zou hij op een punt uitkomen waarop de vingers niet anders kunnen dan een hoge F zetten, maar het zou net zo goed een hoge C of B kunnen zijn omdat ik helemaal geen noten kan lezen. Hoe dan ook zou het de speelruimte nogal beperken.
Maar nee, opeens verraste hij vriend en vriend - vijanden waren niet op komen dagen - door opnieuw bij fret nummer 1 te beginnen. Of nummer 12, want ook daar heb ik geen verstand van.

Opeens was hij daar: Christopher Paul Stelling. Hij zag er uit als iemand die juist niets anders doet dan schreeuwen maar niet noodzakelijk tegen kinderen. Ik heb het hem in elk geval niet zien doen. Wel kwam er na het eerste nummer iemand van het café 3 deuren verderop waar de hele avond niets dan house werd gedraaid, vragen wat er aan de hand was. Het is een artiest, deelden we mede, kijk maar. Hij knikte. Ja, nu zag hij het ook.
Ik was blij dat ik geen verstand had van noten, akkoorden en vingerzettingen, zodat ik daar ook niet op kon letten. Hij produceerde ze namelijk sneller dan je met het blote oog kon registreren. Ik dekte één oog af met mijn hand. Als je met beide ogen tegelijk keek, raakten ze zodanig in de war dat ze na een paar minuten van plaats wisselden, wat enorme gevolgen kon hebben als je na afloop nog naar het CS moest lopen.

Na afloop kocht ik geen plaat van Christopher Paul Stelling want die waren uitverkocht. Ook kocht ik geen plaat van Hidde van Schie omdat ik die vooraf al gekocht had, een half jaar geleden.
Over 2 maanden popt er weer ergens een PopUp op, je weet nooit precies waar. Hou je ogen goed open, is het devies.
Alle kinderen sliepen. Er werd niet meer geschreeuwd.

lutek Zaterdag 01 Februari 2014 at 10:40 pm | | default | Eén reactie
Gebruikte Tags: , ,