De Oudjes

Eet u mee? Er is nog soep.
Nee, ik at niet mee. In verband met het verkrijgen van enige belangrijke formulieren hadden mijn moeder en ik afgesproken dat ik even op de gezamelijke maaltijd zou verschijnen, eens per week of maand door de kerk georganiseerd.
Daar had je de dominee ook. Dag dominee. En ik herkende nog een stuk of wat gezichten.
De soep is erg lekker, hoor.
Ik twijfelde er niet aan of de soep lekker was. Het was een heldere soep die zijn naam geen eer aan deed.
Heb je geen trek?
Dat was het ook niet. Jullie moeten er nog van groeien, opperde ik om de kous mee af te maken, daverend gelach als resultaat, en wendde mij tot moeders die mij inmiddels had gezien.
Dit is mijn zoon, zei ze trots om zich heen kijkend. De oudjes moesten weer lachen. Ik begreep niet goed waarom ze lachten. Misschien lachten ze altijd en om alles. Als ik zo oud was zou ik denkelijk ook om alles lachen.

We namen de formulieren door, gezeten aan een apart tafeltje net naast één van de lange tafels vol eters.
Een beknopte uitleg, een handtekening hier en daar, een envelop met instructies. Zo, dat was dat.
We hebben spinazie, zei iemand, en daar was geen speld tussen te krijgen.
Ja lekker, zei moeder, spinazie.
Omdat sommige van de oudjes al bijna klaar waren, wist ik niet goed of ik met een hartelijk 'eet smakelijk' afscheid moest nemen. Maar ze zagen me kijken en raadden mijn gedachten.
We krijgen nog een toetje!
Diverse oudjes schoten in de lach. Het was een dolle boel.
Ik wenste de oudjes hartelijk eet smakelijk en nog een bijzonder goede avond op de koop toe. Vervolgens gaf ik mijn moeder drie zoenen ten afscheid, andermaal een lachsalvo tot gevolg.

lutek Woensdag 29 Oktober 2014 at 6:46 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Een Gematigde Dictatuur

In de tram zat ik vandaag langer dan ik anders zit, deels gevolg van het feit dat de route langer is wegens opbreking van de normale route, deels omdat ik lang niet altijd in de tram zit op mijn terugweg na een werkdag; vaak ga ik lopen.
Nu ik toch in de tram zat, nam ik de gelegenheid te baat mijn ogen uit te kijken en keek ik mijn ogen uit. Wat zag ik zoal?
Ik zag dat veel mensen, nee, alle mensen die gestoord werden in hun normale gang van verkeerspunt A naar verkeerspunt B zonder mokken, zonder poeha en zonder uiterlijk venijn de pas inhielden om de tram voorbij te latem gaan, voorrang te verlenen.
Ik schoot even vol.
Niemand had deze mensen ooit verteld dat zij iets anders kunnen dan de tram voor laten gaan. Zij berustten hier in. Zij namen dit voor lief.
Het is een 'fact of life'. Ze staan er niet bij stil terwijl ze stilstaan.

De goede lezer heeft gelezen dat deze mensen er volstrekt niet bij stilstaan. Zij berusten in helemaal niets omdat er niets is om in te berusten. Zij nemen niets voor lief. Er rijdt gewoon een tram voorbij en die laat je voor gaan. Punt.
Door er niet over na te denken creëer je geen probleem.

Maar...

Stel nu dat je op sommige uitzonderlijke kruispunten een regel instelt de tram op bepaalde momenten te laten wachten op het overige verkeer, bijvoorbeeld als de verkeerssituatie dat vraagt. Het gevolg hiervan is een verkregen tijdwinst voor het verkeer in het geheel die voordelig maar miniem is en bovendien alleen behaald wordt indien de tram op juist één bepaald moment aankomt, niet eerder en niet later.
Nee...
Het werkelijke gevolg is van heel andere orde: het is dat mensen op ieder kruispunt in de hele stad plots menen dat ook zij voorrang dienen te krijgen op een tram (want waarom anderen wel en zij niet?). En ook daar waar de mensen geen gelijk hebben, waar het verkeer in zijn totaliteit geen enkel voordeel ondervindt van selectieve voorrang, hebben zij gelijk omdat het nu eenmaal zo is. Het is vastgesteld. Er is geen ontkomen aan. De mensen hebben beslist.
En iedereen in de stad is later thuis van werk.
Er is een probleem ontstaan dat er voorheen niet was. En het probleem is vanaf dat moment niet meer te negeren.

Een gematigde dictatuur is zo gek nog niet.

lutek Dinsdag 28 Oktober 2014 at 11:19 pm | | default | Geen reacties

1000% Rotterdams

Op Stadslog schrijven Rotterdammers over Rotterdam. In 2 jaar tijd zijn er honderden verhalen op de website geplaatst. Enkele tientallen daarvan zijn nu in boekvorm verschenen. De presentatie van dit boek vond plaats in De Schouw.
Sta jij er ook in?, vroeg iemand me. Nee, ik niet. Jij?
Geen idee, ik heb het nog niet gezien.
Dit antwoord verbaasde me. Maar het antwoord was ook tekenend. Of je nu wel of niet geselecteerd bent, boeit niet. Het gaat om de verhalen, dat boeit. De medewerkers zijn de ogen en oren van de stad maar het gaat niet om hen maar om wat ze over de stad vertellen.
Een ietwat romantisch, tevens socialistisch idee.

Hoofdredacteur Hans van Willigenburg hield een speech. Kort. To the point. Geen gelul. Hier is het boek. Het is mooi. We gaan door. Bedankt allemaal.
Nee, Hans, jij bedankt, dacht ik, al had ik eigenlijk het meeste van de speech niet meegekregen. Ondanks dat ik al een uur in De Schouw aanwezig was, zag ik kans precies op het moment dat Hans begon, een muziekpraatje te houden met iemand buiten op het terras, iets wat ik tegenwoordig nog zelden doe maar wat alles te maken had met een zeker novemberconcert in het vooruitzicht.
De Schouw is een wonderlijke tent. Had Carmiggelt nog geleefd, hij zou er op kruk 1 hebben gezeten. De Kronkels vliegen je om de oren. Binnen 2 minuten heb je het idee dat je er al jaren komt. Na 4 minuten hebben de vaste gasten het idee dat jij er al jaren komt. Na 8 minuten bedacht ik dat het gevoel net zo goed beide richtingen op kon werken want ik had van iedereen het idee dat zij er al jaren kwamen.

Behalve de vaste gasten die ik niet kende, zag ik diverse schrijvers en dichters die ik wel kende. Vorig jaar ben ik een paar keer bij de maandelijkse Poetsclub geweest. Enkele deelnemers daarvan stonden ook in het boek. Boekje, moet ik eigenlijk zeggen, het is niet zo erg groot, ondanks te titel.
Na de presentatie kocht ik een exemplaar bij mijn favoriete Stadslogschrijver, Stefan van Hoek. We praatten wat over aardse zaken, over hemelse zaken, over nog een stuk of wat zaken daartussenin. Toen verhuisden we naar een tafeltje verderop waar enkele collega's van hem zaten, in de zin dat enkele van hen zojuist ook in boekvorm waren verschenen.
Toen ik enige tijd later geen zinnige opmerkingen meer wist te maken, al vrij snel dus, besloot ik de groep te verlaten. Nu was het zo dat ik niemand voor het hoofd wilde stoten en niemand het idee wilde geven dat ik genoeg van hen had. Integendeel, zoals meestal had ik veel meer het idee dat men genoeg van mij had. Als ervaringsdeskundige weet ik hier alles van. Daarom besloot ik tot een strategische, tegelijk speelse terugtocht: ik zou niet direct naar huis rennen maar eerst een korte pitstop maken bij café De Riddert.
Ik zag het als een soort van familiespelletje en mijn opdracht in deze was om de groep die, met overlappingen, bestond uit 6 schrijvers, 4 dichters, 3 drinkers, 2 zangers, en 1 persoon met een entreeverbod op De Riddert, in zijn geheel van A naar B te voeren. Een bij voorbaat mislukte onderneming. Maar als je het leven - goed, laat ik niet overdrijven: de avond - als een spel ziet, kun je er soms nog om lachen ook.
Nu had ik een maand eerder ditzelfde spel al eens gespeeld met Bonnie Prince Billy en zijn muzikale compaan. Die kwamen toen ook niet opdagen, en die waren slechts met 2, nu ging het om een groep van 8.

Ik nam het voortouw en was de groep, niet verrassend, na 20 meter al kwijt. Nochtans liep ik door. Ik had nu eenmaal gezegd dat ik naar De Riddert ging. En je kunt nooit weten wie er toch nog op zou komen dagen.
Terwijl ik een muziekpraatje met iemand maakte, iets wat ik tegenwoordig nog zelden doe maar wat alles te maken had met een zeker novemberconcert in het vooruitzicht; al bijna mijn zelfopgelegde opdracht vergeten was, en aan een stamgast uitlegde dat ik wel degelijk 'nog in de stad was' - want als ik eenmaal thuis ben, ga ik 's avonds nooit meer terug naar de stad - zag ik tot mijn verbazing een bekend gezicht naast me verschijnen. En nog één en nog één en nog één. De hele groep stond ineens binnen, inclusief het gezicht met het entreeverbod. Zó verbaasd was ik dat ik op dat moment niet eens meer verbaasd zou zijn geweest plots door Linda de Mol ondervraagd te worden over het verloop van de opdracht, of eventueel dat Bonnie Prince Billy een liedje kwam zingen, en heel even voelde ik mij 1000% Rotterdams.

lutek Zaterdag 18 Oktober 2014 at 11:33 pm | | default | Geen reacties

Wildernis

Bewegen, zei de dokter, bewegen, bewegen, bewegen.
Dat was niet tegen dovemansoren gezegd.
Wat zegt u?, vroeg ik, niet omdat ik het niet verstaan had maar omdat ze het zo ritmisch zei, dansend bijna.
Ik was al lang, te lang, niet op Tiengemeten geweest. Op het eiland liggen 3 wandelroutes, 1 daarvan had ik destijds niet gelopen, wegens weer, wind en wildernis. Die 3e route is ook genaamd 'Wildernis'. Ik moest bewegen, ik zou bewegen.
De wildernis van De Hoekse Waard bleek echter een grotere dan de Wildernis van Tiengemeten. Voordat ik de Heinenoordtunnel inreed, zag ik naast mij het groen van Barendrecht. Hier zou ik de fiets neer kunnen zetten, een heerlijke wandeling maken, vogels fotograferen, en rond de middag al weer thuis zijn voor een fijn kopje koffie. Maar ik reed door.

De website van het openbaar vervoer werkte niet mee. Welke variant ik ook zocht, er was volgens 9292.nl geen enkele mogelijkheid er met de bus te geraken, op nog geen 10 kilometer.
GoogleMaps werkte ook niet mee. De aanbevolen fietsroute leidde mij via Piershil omdat er geen fietspaden zouden zijn van Oud-Beijerland naar Zuid-Beijerland.
De routebordjes op het eiland werkten ook niet mee. Als ze er al stonden wezen ze de verkeerde kant op. Bovendien waren de opgebroken wegen aanzienlijk in getal; helaas stond er niet 1 keer bij of een weg afgesloten was voor auto's of voor fietsers of voor beide, zodat ik voor de zekerheid telkenmale de alternatieve route nam, wat vermoedelijk in elk van die gevallen overbodig was.
Aansluitend aan de bordjes kan ik melden dat de niet opgebroken wegen ook niet meewerkten. Een nauwelijk zichtbaar zijweggetje moest de weg van Piershil naar Nieuwendijk voorstellen. Daar ik geleerd heb zonder tegenbericht doorgaande wegen te volgen geraakte ik in onbedoeld in Goudswaard.
Het weer werkte eerst wel maar vervolgens bij nader inzien niet mee. Een kans op regen werd regen, en regen werd ten slotte stortregen.
Mijn knie werkte niet mee maar dat doet die al jaren niet meer. Behalve klachten aan mijn slaapvoet (de reden dat ik moet bewegen), heb ik een knie die volkomen kapot is en niets liever wil dan niet bewegen (althans niet op de fiets).
De tijd werkte ook niet mee. De oorspronkelijke verwachting het pontje van 9 uur te halen,  moest ik bijstellen naar iets tussen hoop en vrees die van 10 uur te halen. Met een bovennatuurlijke sprint van 5 kilometer, haalde ik deze met 15 seconden over.

Ik had het gered en ik was blij. Voor hetzelfde geld zou het eiland dicht zijn geweest. Het is Oktober. Je weet het niet. Er is geen enkele website die daar duidelijkheid over geeft.
Ik was blij al was ik kapot. Al wist ik niet hoe ik terug zou moeten komen. Eerst maar lekker rondwandelen, de rest zien we later wel.
Ik was blij ook al regende het. Van foto's maken kwam zo goed als niets vanwege de regen. Maar omdat de meeste vogels toch op vakantie waren maakte dat ook weer niet zo veel uit.
Ik was blij omdat ik kilometers verwijderd was van de dichtstbijzijnde medemens, al zakte ik met mijn niet-waterdichte schoenen gevaarlijk ver weg in sommige delen van de 'Wildernis'. Als je te ver wegzakt ben je toch wel blij als er opeens een medemens in de buurt is.
Ik was blij omdat ik kon lopen, al wist ik na een uurtje al dat het bij deze ene wandeling zou blijven.

Toen ik de terugweg aanving - vanaf een heuveltje, anders had ik de pedalen niet rond kunnen krijgen - besloot ik van Zuid-Beijerland rechtstreeks naar boven te rijden, desnoods via de autoweg (maar er lagen gewoon fietspaden - dus toch).
Onder invloed van regen, takjes, plassen hoorde ik mijn fiets een versleten indruk maken. Het zouden ook mijn ingewanden kunnen zijn. Ik besloot niet nader te luisteren.
Mijn knie bonkte, straalde, wrikte en knakte. Mijn knie wilde me iets zeggen.
Iets later wilde mijn knie me zodanig iets zeggen dat hij begon te praten. Zeg, paardenlul, zou je niet eens afstappen en de rest van de weg gaan lopen? Waar ben je mee bezig, idioot?
Maar ik luisterde niet. Ook niet toen mijn knie begon te schuimbekken (een fenomeen dat ontstaat wanneer je in spijkerbroek in de zeikregen rijdt: na enige tijd vormt zich schuim op de knieën.)
Ik luisterde niet en fietste door. Eindelijk het Kuthoekse Kutwaard Kuteiland achter mij latend, langs Barendrecht - daar waar ik ook een prachtwandeling had kunnen maken - en vroeg mezelf hardop of ik wel wist hoe lekker de koffie me straks zou smaken.
Jazeker, antwoordde ik direct, bijna net zo lekker als een Kasteelbier.
Het voelde of ik thuiskwam van een lange reis. Dat was niet zo gek want ik kwam ook thuis van een lange reis.

lutek Zondag 12 Oktober 2014 at 2:01 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Man In Pak

Ik zag een man in pak, een zwart pak. Dat was niet vermeldenswaardig geweest als het een pak als andere pakken was. Maar dat was het niet. Nou goed, dat was het wel. Jij je zin.
Maar behalve dat de man in pak een pak aanhad, droeg hij een bril met wit montuur en een paar zeer puntig toelopende lichtblauwe lakschoenen.
Hé, dacht ik, wat een vreemde combinatie. Of, eerlijk gezegd, eigenlijk dacht ik wat ik op zo'n moment meestal denk: Wat een interessantdoenerij. Maar daar ik niet wilde blijven staan, bijvoorbeeld om de man in pak beter te leren kennen en mijn vooroordeel weg te nemen of te bevestigen, had ik geen kans de man in pak nader te bestuderen, de man in pak te scheiden van zijn pak, zeg maar.
Het was zo dat ik, in de luttele seconden dat ik hem zag en aanschouwde tijdens het elkaar passeren op onze respectievelijke wegen, ook zodanig afgeleid werd door zijn pak met bijbehoren, dat ik de man in pak zelf in het geheel niet gadesloeg. Ik zag slechts het pak van de man in pak, niet de man.

Even later, namijmerend over kleren die mannen maken, mannen die kleren maken, vrouwen die kleren maken, vrouwen die mannen maken en....  - ik mijmerde niet echt bewust, zoals je wel merkt, ik mijmerde maar zo'n beetje voor me uit - verscheen er naast me een man in pak, aan de andere kant van de prullenbak ten opzichte van waar ik stond. Uit mijn ooghoek zag ik de man in pak omhoog kijken, ongetwijfeld om de wachttijd tot zich te nemen. We stonden bij een tramhalte, wat meteen verklaart waarom ik naast een prullenbak stond, mocht iemand zich dat afvragen.
Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en boog mij voorover om te zien of deze man in pak de man in pak was die ik eerder had gezien. (Hij droeg een lichte bril, niet bepaald wit, maar ik had mij eerder vergist kunnen hebben.) Terwijl ik dit deed bedacht ik of ik hem nu - nú: het moment waarop ik nog niet wist of hij een paar zeer puntig toelopende lichtblauwe lakschoenen droeg - anders zou duiden dan over een seconde, wanneer ik dat wel zou weten. Juist op dat moment stapte hij iets naar achteren zodat zijn schoeisel onzichtbaar voor mij bleef. En juist toen kwam de tram er aan. Mensen dromden en ik wist dat de enige manier om er achter te komen of deze man in pak dé man in pak was, was te blijven staan en mogelijk de tram te missen. Dit had ik er niet voor over. Ik raakte hem kwijt in de menigte.
Voor de zekerheid zal ik voortaan iedere man in pak die ik tegenkom, benaderen met in gedachte de mogelijkheid dat hij de man in pak was met de lichtblauwe puntige lakschoenen.

lutek Woensdag 08 Oktober 2014 at 10:11 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Oscar En De Logopedist

-Oscarke, vertel eens, hoe ging het de afgelopen week, je zingt nu in een band, is het niet?
-Jazeker, het is een geweldige band, vooral op het podium. Dat wil zeggen, we spelen niet alles live maar het meeste wel en het komt allemaal erg overtuigend over. En het valt bijna niemand op dat onze gitarist er maar een beetje bij staat in 8 van de 10 nummers die we ingestudeerd hebben. We wilden meer nummers instuderen maar dan moeten we eerst een andere computer kopen, met wat meer geheugen.
-Geweldig goed van je, Oscar, wat knap dat je op het podium staat.
-Het valt nochtans allemaal niet mee. Als ik praat, zoals nu, tussen de nummers door, dan praat ik normaal en begrijpen de mensen mij, maar vanaf het eerste moment dat ik ga zingen, dan... dan... ik weet niet precies wat er dan gebeurt... opeens lukt het me niet meer om gewone klanken te produceren. Het is of mijn kaken stijf op elkaar gekleefd zitten en ik mijn mond nauwelijks meer open kan doen.
-Sja, en het gevolg is dan natuurlijk dat je er een beetje uitziet als iemand die niet geheel bij zijn volle verstand is, dat begrijp ik wel. Je glitterjasje helpt er ook niet echt bij, is het wel?
-Ik wil zo graag serieus genomen worden.
-Serieus?... Ach zo... Is het misschien verstandig om vooreerst die toefjes bakkebaard af te scheren, zodat je wat minder op een hamster lijkt?
-Misschien zou ik daar eens aan kunnen denken.

-Vertel nog iets meer over je zangkwaliteiten, Oscarke.
-Wel, zoals ik al zei, het zingen is het punt niet, maar met je tanden stijf opeen klinkt het eindresultaat ietwat...
-Gemaakt? Overdreven? Ijdel? Onecht? Idioot?
-ehh... Ik hoopte dat u zou zeggen: Vernieuwend, uniek, eigenzinnig, bijzonder, geheimzinnig, zwoel.
-....Hmmmm. Juist. Weet je wat, ik geef je het adres van een collega van me, een psychiater, die kan misschien iets voor je betekenen.
-Ik dans er ook zo bij, ziet u. Kijk, ik doe het even voor, zonder muziek.
-Al was het wel met muziek, Oscar, als je zo vroeger ook met de meisjes in de disco heb gedanst, snap ik wel waarom je een bandje bent begonnen.

lutek Woensdag 01 Oktober 2014 at 10:06 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,