De Jungle Van Rhoon

Acht maanden geleden had ik mij voorgenomen vooral veel wandelingen te maken dit seizoen, liefst ieder weekend. Bos, duin, veld, weiland en griend, geen is meer veilig. Er ieder weekend op uit is natuurlijk ondoenlijk, daar ben ik te lui en besluiteloos voor. Maar 'veel' is een haalbaar getal. Het betekent precies wat je wilt dat het betekent. Het aantal 'veel' is dan ook gehaald, niet in de minste plaats door hevige aandrang van bier- en boswandelvriendin W. die bovendien een auto bezit, dus zo kom je nog eens ergens; sowieso op plaatsen waar ik anders nooit was gekomen.

Het seizoen loopt een beetje ten einde, schoot me vandaag te binnen. Om precies te zijn schoot het me te binnen om half 7 in de ochtend, niet de beste tijd voor het te binnen schieten van dingen in het algemeen en aangaande het maken van wandelingen in het bijzonder, zodat ik nogal tegenstribbelde tegen een idee dat zich op dat moment nog niet eens had gevormd maar wat ik toch al aan voelde komen. Dit leidde tot het volgende gesprek:
Linkerzij: Weet je wel hoe laat het is, man! (retorisch)
Rechterzij: zzzzz
Linkerzij: Ik zei, weet je wel hoe laat het is? (belangstellend)
Rechterzij: Je doet het verkeerd, jij bent degene die wil blijven liggen en nu maak je mij warm met één of ander wandelidee dat je net nog niet eens had.
Linkerzij: Nee hoor, het wandelseizoen is voorbij.
Rechterzij: Ja, precies, en dat is dus júist een goede reden om vandaag nog even de velden af te struinen.
Linkerzij: Maar het regent.
Rechterzij: Dat stopt zo, zegt het weerbericht.
Linkerzij: Maar... er is helemaal geen wandelseizoen. Je kan ieder weekend van het jaar wandelen.
Rechterzij: Juist, dus ook vandaag.
Linkerzij: Hè godver!
Rechterzij: Mooi, zet jij even koffie?

Bij de tweede bak koffie begon ik te peinzen over de houdbaarheid van mijn camera in de regen. Een onzinnig gepeins omdat de kans dat je je toestel tevoorschijn haalt in de regen toch al de ondergrens van de percentuele weergave nadert. En mochten er door regen foto's wazig worden, is er niemand die het verschil ziet, zeker niet ikzelf.
Toch zocht ik naar een teken. Een hand van God die het wolkendek oprolde, in de hoek van het luchtruim zette en de rest van de dag zonnig en voor geopend verklaarde. Een wat vergezocht teken inderdaad, want heb je weleens geprobeerd om met één hand een wolkendek op te rollen? Daar heb je echt twee handen voor nodig.
Maar wat was dat? Een gedicht van Driek van Wissen op Facebook. Daar hoor je zelden of nooit iets van. En uitgerekend van Driek van Wissen staat er een gedicht op een bordje in 'Klein Profijt'.
Dit was het teken waar ik naar zocht. Ik schoot mijn schoenen aan en knerpte naar buiten. (Dat kwam door de modder van de vorige keer, sorry.)

Op het fietspad langs de Rhoonse Grienden werd ik begroet door een tweetal... viertal... zesentwintigtal racefietsers van middelbare leeftijd. Hallo. Zoef. Goedemorgen. Hoi. Hallo. Flits. Hallo. Mogge. Hallo. Vroem. Hallo. Goedemorgen. (etc.)
Dat was ongetwijfeld weer een teken, namelijk voor het feit dat ik op het fietspad langs de Rhoonse Grienden fietste.
In de lucht circelden enkele buizerds, te ver weg voor een foto. Het behoeft geen betoog dat het hier andermaal een teken betrof, een teken dat wilde zeggen dat de buizerds mij zoals gewoonlijk al 100 meter geleden hadden zien aankomen.

In 'Klein Profijt' was het goed toeven en ik gleed niet één keer uit met mijn anti-slipzolen. Dat was een teken dat ik mij goed in evenwicht had weten te houden, want als ik die taak aan die zolen had overgelaten was ik tot modderman verworden.
Omdat de zon inmiddels was komen kijken, besloot ik ook nog een rondje Grienden te maken. Met lichte verbazing zag ik daar iets wat leek op een klein, dik hert met enorme oren. Toen er op een aan het mijne evenwijdig pad iemand 'rover, rover' begon te roepen, begreep ik echter dat het hier ging om een beest dat luistert naar de naam 'hond'. Of naar de naam 'rover, rover'. Of naar geen van beide waarschijnlijk. Het was een eerste in een reeks van 7 tekenen dat er veel mensen zijn die het een goed idee vinden hun trouwe viervoeter los te laten lopen in de Grienden. Bij de derde of vierde had ik mijn camera inmiddels opgeborgen.
En er liep nog meer los. Een nogal uit elkaar gevallen groep van 30 Nordic Walkers passeerde mij. Goedemorgen. Hallo. Tik tik tik. Hallo. Hallo. Tik tik tik. (etc.)
Eén der Walkers hoorde ik op hoge toon beweren dat dit hier zo'n mooie plek is waar zoveel is te zien. Daar had ze weliswaar gelijk in maar ik had geen idee hoe zij dat kon weten wanneer ze haar hobby beoefent van het in teamverband op zondagochtend alle wild en gevogelte in een straal van 500 meter weg te jagen. Ik zag het als een teken, een teken om naar huis te gaan.

Het wandelseizoen is natuurlijk nog helemaal niet afgelopen, maar als ik dat nu beweer, zo tegen het einde van de zomer, kan ik (kunnen we) in de komende maanden alleen nog maar winst maken.

lutek Zondag 30 Augustus 2015 at 6:46 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

De Rotterdam

Enkele jaren geleden was ik al eens op De Rotterdam geweest. Een leuk uitstapje. Maar net als met de Euromast is het geen bezienswaardigheid die jaar in jaar uit zijn bezienswaarde behoudt. Langzaam verdwijnen ze uit je geheugen, zowel de boot als de mast. Laatst maakte ik een rondje door Het Park en liep, kennelijk in gedachten verzonken, pardoes tegen de Euromast op, zo erg was deze uit mijn geheugen verdwenen. Kan je nagaan hoe diep De Rotterdam inmiddels was weggezakt. Ik heb een dregger ingeschakeld om hem weer boven water te halen.

Moeder wilde een gezellig uitstapje en kwam met het voorstel De Rotterdam te bezoeken. Ze was er niet eerder aan boord geweest. Een goed idee.
Bij aankomst bleken we een eigenschap gemeen te hebben. We werden verwelkomd door een dame in pak. Een matrozenpak, gok ik. Ze legde ons uit hoe we met de lift naar de eerste etage konden komen, vervolgens aan boord gaan, pijlen of aanwijzingen of routes volgen of iets dergelijks, om uiteindelijk te arriveren op de plek waar we wilden zijn. We wisten nog niet eens waar we wilden zijn maar die informatie hadden we inmiddels op zak. Ten minste...
- Wat zei ze?, vroeg moeder.
- Hoorde je haar niet?, probeerde ik tijd te rekken.
- Jawel, maar als er iemand bij is, let ik niet op.
- Oh, zei ik, dat treft, want dat doe ik ook nooit.
We pakten de trap in plaats van de lift en klommen aan boord.

Interesse om de hele boot te zien hadden we niet zodat we de tour links lieten liggen en rechts afsloegen. Toen nog een keer rechts afsloegen. Vervolgens een paar verdiepingen naar boven. Per abuis een toilet in. Weer ergens naar beneden. Van afstand enkele mooie in originele staat gelaten ruimtes bewonderden. Kortom onze eigen rondleiding maakten. Misschien hadden we toch moeten opletten op wat de matrozendame zei.
Aan dek aangekomen, gingen wij zitten en bestelden koffie. Met appelgebak. En slagroom. Je maakt een gezellig uitstapje of niet. Bovendien had ik nog niet ontbeten, hoewel ik zelden met slagroom ontbijt, maar dat terzijde.
Moeder bewonderde het uitzicht ter bak- en ter stuurzijde. Verhalen kwamen als vanzelf op tafel. Er kwamen zoveel verhalen op tafel dat er op tafel nauwelijks meer ruimte was voor de koffie.

Natuurlijk wilde ze daarna nog even op de railing klimmen, aan de vlaggenmast hangen en zo hard mogelijk 'I'm the king of the world!' gillen maar dat wist ik haar uit het hoofd te praten.
- Maar dat deed Leonardo ook in Titanic. Dat zag er zo leuk uit.
- Nee ma, je zou echt een figuur slaan. Iedereen weet dat hij dat vóór op de boot deed, niet hier aan de achterkant.
Ze zag de redelijkheid van dit argument in en drong niet verder aan.
We liepen terug langs tientallen fotocollage's die de Katendrechtse pier opsieren, wat meer mooie verhalen opleverde, en langs de Maashaven wat nog meer mooie verhalen opleverde.
Rotterdam is eigenlijk best wel mooi, vind je niet?

lutek Zondag 23 Augustus 2015 at 9:42 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Zomergasten

In de serie Zomergasten was Primus te gast in Rotown. Ze speelden covers van de Rotterdamse band Stöma. Of misschien was het andersom, het is alweer een week geleden. Ik zal de foto's er straks even op naslaan. Het maakt ook niet zoveel uit. Er zijn maar weinig mensen die de baspartijen van de heren Les Claypool en Bruno Ferroxavierdasilva kunnen naspelen, dus of de ene de andere speelde of de andere de ene is nu even van minder belang.

Volgens bekend recept ging de deur van Rotown een kwartier later open dan wat het affiche vermeldde. Ah, het affiche, even van dichtbij bekijken: het was dus toch Bruno die Les speelde. Goed, dat is dan alvast opgehelderd.
Volgens bekend recept stond er tot 13 over nog niemand voor de deur. En om 14 over stond er een rij naar rechts tot voorbij Bar3 en naar links tot voorbij de Paradijskerk. Niemand keek verbaasd.
Volgens bekend recept leverde ik mijn lege glas van Bar3 in bij de toonbank van Rotown en bestelde een nieuwe verfrissing. Een verfrissing was niet verkrijgbaar. Dat wil zeggen, je kon bestellen wat je wilde maar frisser werd je er niet van. En de andere 150 mensen ook niet. Dit alles nog altijd volgens bekend recept.

Gerekend vanaf het moment dat het eerste nummer werd ingezet, stond de band zo'n anderhalf uur op het podium, en ik zie niet in waarom je op een ander moment zou moeten beginnen met rekenen. Maar dan kan je ook wel uitrekenen dat ik halverwege, ondanks geen zin, toch even een plasje moest plegen en wel in het toilet. De aandrang hiervoor werd ongetwijfeld nog met een factor B versterkt door Bruno's bulderende baslijnen, die diep van binnen buik en blaas beroerden.
Gelukkig stond er geen rij bij het toilet. Sterker nog, er stond niemand. In zulke gevallen durf ik het aan in staande positie te wateren, iets wat me niet lukt als er iemand naast me staat. Ik zou zonder enig voorbehoud in mijn blote kont over de Coolsingel kunnen lopen maar staand naast iemand wateren, ho maar. Het komt daarbij van pas, is mijn ondervinding, om de blaas wat op gang te helpen door wat zware tonen door het lijf te laten golven, bijvoorbeeld door op aanvaardbaar volume het intro van Joy Division's Transmission op het mondorgel in te zetten. Voordat Ian Curtis invalt, ben ik dan al onderweg. Maar de omstandigheden in Rotown waren deze keer van zulk een hoedanigheid dat Bruno's bazige basbeuken reeds ruim voldoende deze katalyserende taak op zich namen.

Halverwege kreeg ik een buurman.
- Goedenavond buurman.
- Goedenavond barman, bierman, basman, blaasman.
Ik concludeerde dat buurman het nogal naar zijn zin had. Sterker nog, toen ik enkele seconden later mijn handen verfriste, zag ik in de spiegel dat hij het zelfs reuze naar zijn zin had.
- Je staat op je lul mee te bassen met de muziek!
Hij kon niet anders dan dit bevestigen. Ik heb niet geïnformeerd of er ook nog een beetje geluid uitkwam.

Terug in de zaal zette de band net Too Many Puppies in. Het was een dolle boel, zodat ik nog een niet verfrissende verfrissing aanschafte. Er was intussen iets veranderd, maar wat?
Ach natuurlijk, Bruno had zijn hoedje niet meer op. Ook op het podium was het flink zweten geblazen.
Na afloop zag ik hem met zijn kenmerkende hoedje lopen, vroeg of ik die even op mocht zetten, om geen andere reden dan op die manier in de gelegenheid te zijn voor hem de hoed af te nemen, met buiging.

lutek Zondag 16 Augustus 2015 at 9:49 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

De Mijne Is Groter Dan De Jouwe

Wegens overmatige vermoeidheid lukte het me niet om vroeg op te staan. De geplande wandeling viel daardoor in het water. Uit de koelkast foerageerde ik iets bij elkaar wat er nog eetbaar uitzag, plofte neer en begon een potje te geeuwen. Een kwartier later bedacht ik dat ik vergeten was koffie te zetten. Wat een hopeloos begin van de dag, als je al van een begin kon spreken. Misschien kon ik beter nog wat gaan liggen.
Ik was nu 47 jaar, Daar zat hem waarschijnlijk de kneep. Vanaf heden zou ik 2 uur slaap per nacht meer nodig hebben dan voorheen.

De zon scheen nogal te schijnen, zodat ik het maar wat jammer vond dat het me niet was gelukt om vroeg uit de veren te zijn. Toch maar even een stukje wandelen, een rondje Zuiderpark, met fototoestel. Het was inmiddels al bijna middag, geen enkele kans op mooie actiefoto's op dit uur, de vogels en andere dieren deden nu een dutje, iets waar ik eigenlijk ook naar verlangde, nog steeds of alweer.

Ik liep naar de ene kant van het Zuiderpark en vervolgens naar de andere kant en kreeg het sterke idee dat de terugweg langer was dan de heenweg. Ik had dan wel vanaf halverwege een andere route genomen maar vond dit niettemin merkwaardig. Waarschijnlijk klopte het niet.
Een meneer met pet en tas en camera groette mij in het voorbijgaan.
- Zo, ook op jacht.
- Eh ja, ik ben op zoek naar de groene specht, heb je die toevallig gezien of gehoord?
- De groene specht, nee. Dat wil zeggen, ik heb er ook niet op gelet.
(Ik vond het vreemd dat de specht je, ook wanneer je niet naar hem op zoek bent, niet zou opvallen maar gaf geen blijk van mijn gedachten)
- Die zit hier dus?
- Ja, ik heb hem al 2 keer gezien de afgelopen weken.
- En die wou je op de foto krijgen daarmee?

De man met pet en tas en camera hield bewust of onbewust zijn camera iets meer naar voren. Het was duidelijk dat hij een model had dat de groene specht van 60 meter afstand wél goed op de foto zou krijgen, en dat mij dat met mijn kleintje nooit zou gelukken.
- Ach ja, ik had hem vorige week bijna mooi in beeld, maar hij zag mij net weer eerder dan ik hem, dus had ik hem toen hij al op de vlucht sloeg.
- Ha ha ha, ja, je had hem.... ter grootte van een pixel, ha ha ha ha...
De man met pet en tas en camera zou zeer binnenkort geen pet en tas en camera meer hebben als hij zo doorging. Ik mocht dan wel bijzondere vermoeidheidsverschijnselen vertonen, één stevige beuk voor zijn harsens zou er vast nog wel afkunnen, doch hij liep al weer verder.
- Als je maar plezier hebt, daar gaat het om.
Ja, daar ging het inderdaad om. En plezier had hij zeker.

lutek Maandag 10 Augustus 2015 at 7:38 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , ,

Blog 1000

Ja ja, blog 1000. Wat een feest. Ik word morgen 47. Mijlpalen. Goh, waar hebben we het aan te danken.
Toen ik net in de keuken stond in pannen te roeren, schreef ik in gedachten iets op, dat ongeveer klonk als...

Er staat groen op het balkon. Ik had bloemen gewild. Maar er kwam alleen groen op. Ook mooi. En ik wilde - over groen gesproken - nog even een uurtje naar het Zuiderpark, want dat is wat ik leuk vind, er is niet veel wat ik leuk vind, met de camera, op zoek naar de groene specht. En dan zou ik bijvoorbeeld in slaap vallen en om 12 uur wakker worden en zó mijn verjaardag vieren. Best mooi. Behalve dan dat ik mijn verjaardag al 30 jaar niet meer vier.
Maar nee, het kwam er niet van want ik moest zonodig weer even langs de Riddert, met zon, het is de tijd om het waar te nemen, wat geeft het nou allemaal, ben ik een uurtje later thuis, nou en.

Het is 8 jaar geleden dat ik het eerste blogje plaatste. Er is in die tijd veel gebeurd. Of helemaal niets. Het verschil is nauwelijks meetbaar. Ik moet Arnon Grunberg dankbaar zijn. Door hem ben ik gaan schrijven, iets wat ik al wilde toen in 10 was. Het kwam er nooit van, er was nooit een reden. En als die er was, was wat ik schreef niet goed genoeg. Ben ik gegroeid in de zin dat wat ik nu schrijf wel de moeite waard is, of in de zin dat ik het nu niet meer zo nauw neem met wat van waarde is. Of dat ik zie dat andere dingen van net zo weinig waarde zijn als dit. U zit ondertussen toch niet op een antwoord te wachten.
Dankbaar ben ik hem omdat ik zonder zijn essay-prijsvraag er waarschijnlijk nooit was aan begonnen. Nu - 8 jaar geleden dus - was de opdracht een blog bij te houden, tijdens zijn reis door Ghana. Dus blogte ik, en ben daar mee doorgegaan bij thuiskomst.
Een boek, ik wil een boek schrijven, blogs en korte verhalen zijn een opstap. Een boek moet ik schrijven, al vanaf mijn tiende. En door Anthony Burgess heb ik me altijd vast kunnen houden aan het idee dat het nooit te laat is. Burgess was 42 toen hij zijn eerste boek schreef. Kreeg van de dokter te horen dat hij binnen een half jaar dood zou zijn, schreef in 3 weken een bestseller, ging terug naar de dokter die zei dat hij zich vergist had, en schreef nog 100 boeken. Het kan dus altijd nog.
Ja, behalve dan dat ik nu 47 ben en helemaal geen zin heb om een boek te schrijven, en helemaal geen reden zie een boek te schrijven, en net een stukje Louis Paul Boon las en nu al merk dat ik om die reden zelf allerlei zinnen aan elkaar schrijf die eigenlijk los zouden moeten staan, en dat mensen dan zeggen wat een geweldig blog dit is, het beste van alle 1000, en anderen zeggen dat ik maar beter kan stoppen, 1000 is een mooi getal en misschien heb je andere hobby's die ook best leuk zijn.
En dan zou ik zeggen dat de teller niet goed is, dat er ooit wat nummers zijn overgeslagen, dat dit helemaal niet de 1000e is en dat het allemaal dus eigenlijk niet zoveel uitmaakt, geef er maar een titel aan en een nummer en iedereen gelooft het. Schrijf de waarheid en mensen lachen zich een breuk. Waar haal je het toch altijd vandaan. En dan zuig je de volgende dag iets uit je duim waarvan je zelf niet eens wist dat je zulk een duim had en dan wordt er iemand boos omdat die zich beledigd voelt, terwijl je niet eens weet wat je schreef.

De laatste maanden heb ik getwijfeld of ik de 1000 zou halen en ik heb gedacht als ik nu serieuze zaken ga schrijven en beschrijven, is dat niet beter. Iedereen kent mijn grapjes nu wel en het wordt vervelend. Maar serieuze zaken, wat zijn dat dan, in een wereld waarin ik niet het minste serieus kan nemen, waar ik moet huilen van het lachen en andersom, waar ik me niet thuis voel, nooit heb thuisgevoeld en nooit zal.
Ik kan ook, heel anders, louter nog verhalen schrijven in plaats van blogjes en stukjes en gedachten en gedoe, dat ik een kort verhaal in tien delen plaats. Het is het overwegen waard. En je kunt nog eens een fout maken want - indien het ooit voor publicatie onder uitgeversogen komt - heb je het kunnen testen en aanpassen en verbeteren. Nee dat is zo gek nog niet.
Maar waar is de urgentie. Die is er niet. Straks word ik gefeliciteerd door mensen die mij lief zijn en door mensen die ik een beetje ken en die mij een beetje kennen, en dan wordt het ochtend en wordt het avond, de eerste dag, de laatste dag, en wilde ik weer dat ik aftelde in plaats van optelde, hoe lang duurt het godverdomme nog, en wil ik op een berg in de jungle op een eiland in de zee op de noordpool in een iglo door een walvis omgeven door vogels en spinnen en, jawel, wandelende takken, weg van iedereen en en... ja weg van mezelf natuurlijk, ik geef het maar toe, want weglopen is niet aan de orde. Het is lachen om wat om te huilen is. Het is de sterkte die je hebt niet terug te slaan als je een vuist op je gezicht krijgt, of meent te krijgen, want wie zegt dat die er is en dat ik me die niet inbeeld.

Ik beeld nogal wat in, verzin nogal wat, roep beelden op, het is maar bezigheid, de geest waait zich een ongeluk en botst tegen van alles op, maar als mijn voorstellingsvermogen dan zo goed zou zijn, zou ik ieder moment kunnen genieten. Ik heb afleiding nodig omdat ik het niet kan.
De kunst is om niet over dingen na te denken, geen kans te geven aan enige gedachte, want - ik ken mezelve een beetje - alles wat ik denk loopt verkeerd af, alles redeneer ik de grond in. Als ik mijn gedachten er niet bij heb, kan ik genieten, als ik achter een vogel aanloop met mijn camera, dan staat de tijd stil. Overleven is niét te leven, komt het in het kort op neer. Of zijn dat maar woorden, wiskundig naast elkaar gezet terwijl ze eigenlijk niet representeren wat ik wil of niet wil dat ze doen.
Ja ja, inbeelden. Ik ben zelden zo intiem geweest met iemand als toen in mijn gedachten. Terwijl ik er niet aan wil denken om echt... Nog voor dat ik er in ga, wil ik er al uit. Ik heb me nooit kunnen voorstellen dat je het doet met iemand van wie je houdt. Het een sluit het ander uit.
Ga de beweegredenen maar na, en zie wat het je oplevert. Er zijn verhalen genoeg, waarom schrijf ik ze niet. Te lui, ik ben te lui. Maar hoe is het ook alweer in die film, de beste die Oscar Wilde niet geschreven heeft... "...the perfect opportunity to listen and observe. Not to what people told me, which naturally was of no interest, but to whatever it was they were trying to hide", en dat is dan het enige wat ik zie en dat is zo verschrikkelijk lelijk, en ik wil daar dan zo mooi mogelijk over schrijven...

....Maar toen liep ik met mijn bord van de keuken naar de kamer en toen dacht ik: Ach, eigenlijk heb ik vandaag niets te melden. Laat maar.

lutek Woensdag 05 Augustus 2015 at 10:13 pm | | default | Geen reacties

Mooi Hè, De Natuur

Bij gebrek aan knieën kan ik uitslapen en begint mijn halfjaarlijkse rondje Ackerdijkse Plassen pas om half 7. Dat is omdat ik nu de metro van 6 uur neem terwijl ik voorheen om 4 uur de fiets pakte. Sommige nadelen zijn best voordelig. Maar de meeste vogels zijn natuurlijk al uren op als ik eindelijk eens kom aanstrompelen. Ook dat is geen onvoordelig nadeel want duisternis en fotografie gaan toch niet goed samen. Bovendien maak ik nu geen kolonie eenden of aalscholvers meer wakker en daarmee de bewoners van de regio's Berkel, Rodenrijs en Delft-Zuid. Iedereen vindt het wel best dat ik de metro neem.

Goed, de natuur is dus al een poosje geleden opgestart, nu ik nog. Ik begin bij de aalscholvers. Naast de uitkijkpost is het struikgewas nu afgesloten. Ik was kennelijk niet de enige die er altijd links naast ging zitten. Van daar af heb je veel beter zicht op wat zich zoal op het water afspeelt en te oordelen naar het gekwaak is daar ook nu weer meer te zien dan hier. Maar omdat het niet zichtbaar is, is het niet te zien.

Goedemorgen.
Goedemorgen.
Wat een feest al die libelles. Ik hoefde helemaal niet vroeg op te staan, je struikelt erover. Misschien omdat het nog niet zo warm is. Heb je al die *soortnaam* gezien?
Ik ben meer op zoek naar de rietzanger. Er moet er hier eentje zitten.
Dus niet naar libelles?
Ik moet u teleurstellen.

Verderop bij de kijkhut aan de oostkant zie ik voor het eerst een blauwborstje. En ik krijg hem nog perfect op de foto ook. De dag kan nu al niet meer stuk. Er ligt wel gevaar op de loer, ingebeeld of niet; het pad naar de kijkhut is aan één kant afgeschermd met een riethouten schutting waaraan tientallen wespen knagen. Zij verzamelen nestmateriaal. Maar tijdens dit werk schuren zij hun angel tegen de schutting wat, waarschijnlijk onbedoeld, een behoorlijk intimiderend geluid produceert. Als een slager die zijn messen slijpt. Ik haast me erlangs. Zo mooi vind ik de natuur nu ook weer niet.

Voor de verandering heb ik mijn kijkertje meegenomen. Hiermee kan ik meteen al zien dat ik de lepelaars niet goed op de foto krijg en hoef ik niet te wachten tot ik thuis ben om dat op de computer te constateren. Maar het kijkertje heeft ook andere voordelen. Zo ontdek ik een buizerd die ik anders zeker gemist zou hebben.
Dan verdraai ik bijna mijn nek omdat er een valk in de rondte vliegt. Links, rechts, voor, achter, boven, onder, waar istie nou? Wacht eens, nu ik toch naar boven kijk (en naar onder, achter, voor, rechts, links), wat vliegt daar? Ooievaars. Ze cirkelen rond en rond en landen dan in het weiland naast mij. Ik breng mijzelf en mijn camera in stelling. Een passerende fietser slaat mij gade en roept 'Mooi hè, de natuur'. Dat is het moment dat een daas me in mijn elleboog steekt. 'Jazeker', roep ik de fietser na, maar mijn stem mist elke overtuiging. Kutbeest.
Twee van de ooievaars klepperen en klapperen wat in het rond. Ik vermoed een paringsritueel maar verder dan dat komt het helaas niet. De natuur is mooi maar je moet het niet overdrijven.

link naar de fotos

lutek Zaterdag 01 Augustus 2015 at 10:14 pm | | default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,