Belevenissen, Bedodenissen

Het was een interessante parkwandelweek. De ene dag waren alle vogels bang van me en vlogen op als ik maar in beeld kwam, de volgende dag bleven ze rustig zitten als ik passeerde (zolang ik maar niet geheel tot stilstand kwam; vogels kunnen doorgaans niet goed tegen mensen die halt houden).
Waar lag dat aan? Meenden ze een vijandig of juist vertrouwd figuur te herkennen in mijn gedaante, mijn kleding? Maar ik heb meestal ongeveer hetzelfde aan. Hooguit een overhemd van andere kleur. Of had ik te veel shampoo gebruikt 's morgens? Ik ga ervan uit dat hoe meer drogisterijrommel je gebruikt hoe afwijkender je lichaamsgeur is in een semi-natuurlijke omgeving als park of bos of waar zich elders nog vogels en andere beesten ophouden, al heb ik dat nooit wetenschappelijk getest.

Verder was het grappig om te constateren dat de renovatie van dat ene vervallen huisje andermaal niet voor een komende winter (de aanstaande, in dit geval) gereed is gekomen, wat - inderdaad - impliceert dat ik een naderende winterstop verwacht.
Verder is een begin gemaakt dat restaurant dat sinds eind jaren '60 al 14 keer van (witwassende?) eigenaar is veranderd te verbouwen. Ook net voor de winter.

Maar één gebeurtenis stal deze week de show, en dat terwijl er niets te zien was.
Ik wandelde op één der wandelpaden en zag voor mij vier wandelaars die letterlijk tussen de ene en de andere stap gestopt waren met lopen. Hier hing een voorbeen van de ene in de lucht, daar maakte een achterbeen van de andere nog slechts met de teen contact met de grond. Ja, het was of er iemand de pauzetoest beroerd had tijdens het bekijken van een film. Of de onzichtbare inhoud van een Vesivius over het kwartet was nedergedaald.
Ik kwam voorzichtig naderbij. Ter hoogte van de achterste van hen keek ik halsreikend vooruit tussen de andere drie door naar... wie weet wat het was... Hadden ze een vosje gezien? Een miereneter? Een neushoorn? Niet elders dan in de jungle van Peru of Nepal had ik een groep mensen zo stil en aandachtig midden op een pad zien staan in afwachting van wat ging komen of er al was. Maar wát kwam er dan, of wát was er al? Ik zag helemaal niks.
Toen viel me op dat de vier niet naar een plek naast het pad tussen de struiken keken, waar je zou verwachten iets te zien als er iets te zien zou zijn geweest. Nee, ze keken naar voren, op het pad. Maar daar was niks. Nee wacht, ze keken zelfs niet op het pad - ik had inmiddels nog 4 of 5 langzame stappen genomen en stond nu ter hoogte van de voorste - ze keken naar niets, vlak voor hen, ergens.
Het kwartje viel bij mij, ze hadden contact met geesten uit de andere wereld. Natuurlijk, hoe had ik dat niet kunnen zien?
Om welke andere wereld het precies ging wist ik niet, maar ik had al vragend genoeg met mijn ogen gekeken, en wilde vooral geen vragen stellen die geluid maakten.
De voorste begon weer te lopen, langzaam, ingespannen vooruit kijkend, de focus van de ogen deed me denken aan hoe iemand kijkt die net knock out is geslagen. Ah, dat was de dorpsoudste, degene die het meest in contact stond met deze of gene zijde. De anderen deden hard hun best om te volgen, om ook de dingen te zien die zij zag. Of hoorde. Of... ja, voelde! Je 'voelt' zulke zaken natuurlijk, hoe kan het ook anders?

Jammer dat de groep zich niet bewust was van het roodborstje een boom verderop, dat uit volle borst een lied kwinkeleerde, en het goudhaantje in de struik aan de andere kant van het pad, de aalscholver aan de waterkant die zijn vleugels droog wapperde. Er was zoveel moois te zien en te horen.

lutek Zaterdag 21 November 2015 at 5:11 pm | | default
Gebruikte Tags: , ,

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen, moet je deze simpele vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.