Het Verkeerde Gesprek

Drie meter van mij vandaan zat een stel. Het was geen stel. Zij stelden zich aan. Ik was verguld met deze woordspeling en dacht: die moet ik nog eens in een gedicht gebruiken.
De één werd door de ander vernederd, en niet gering. Ik hoorde het aan. 5 minuten. 10 minuten. 15 minuten.

32 jaar geleden was ik bij een concert van King Kurt in Arena, een paar jaar voordat het Nighttown ging heten, en nog tien jaar voordat het Watt ging heten, waarna het failliet ging en waarna er zich een Chinese supermarkt in huisvestte. Het is allemaal een tijd geleden.
Maar ik weet het nog als de dag van gisteren.
Het concert stelde natuurlijk niets voor. Van te voren - ik was gewaarschuwd - was er reeds enige spanning. Niemand stond in het midden van de zaal. Iedereen stond aan de zijkant of aan de achterkant van de zaal. Daar was het veilig. Er kwamen alleen maar idioten. Er zou gevochten gaan worden. Ik stond tegen de achterwand geplakt. Ik keek wel uit.
Ik had niets tegen mijn moeder gezegd, en na afloop zei ik niet hoe het geweest was.

Maar hoe het concert ook geweest zou zijn, ik had me niets van die avond herinnerd als er vooraf niet iets was voorgevallen in de foyer. Ik draaide wat om mijn as en probeerde te ontdekken wat voor een houding ik mij moest geven, met mijn cola. Staan bij een kleine groep leek me wel wat. Een grote groep en je zou bij voorbaat uitgesloten zijn. Een te kleine en je zou automatisch in gesprekken betrokken raken waarvan je van te voren niet wist of je dat wel wilde.
Kijk, 3 personen daar, dat zag er veilig uit. Een dame en een heer, en een vriend van de meneer. Goedenavond.
De meneer kleineerde zijn dame. Hij vernederde haar. Zij kon niets tegen hem inbrengen. Zij mocht niet. Zij was zijn slaaf. Ik wilde hier niet zijn. Ik werd misselijk. De meneer maakte sarcastische opmerkingen over zijn dame en keek zijn maat aan voor bevestiging. Een high five met de ogen. De maat durfde niet te zeggen dat meneer een klootzak was, hij lachte mee. Het ging verder. En verder. En verder.
Meneer zei dat zijn dame alles moest doen en alles moest slikken. En de dame ontkende het niet. Ze gaf geen kik. Ze kon niet. Ze stond verstijfd van angst.

Meneer spuugde zijn dame in haar gezicht. En lachte.
En waag het niet iets terug te zeggen, hoer.
De dame waagde het niet iets terug te zeggen. Ze durfde niet eens haar gezicht af te vegen. Ze durfde niet te huilen.
De maat lachte gemaakt schaapachtig. Kennelijk was er niets gebeurd wat niet door de beugel kon.
Ik wilde iets... zeggen...
Ik sprak met mijn ogen en werd met zijn ogen neergesabeld. Droop af. Op het toilet kotste ik alles uit wat ik had gedronken. Dat ik niets had gedronken maakte niet uit. Ik was 16, machteloos. (Al was het niet te vergelijken met de machteloosheid van de dame.)
Tot op de dag van vandaag heb ik spijt dat ik die dag niet een vork heb gepakt en meneer zijn ogen heb bewerkt. Geef mij een teletijdmachine en ik doe het alsnog.

Barman zei dat ik me niet moest bemoeien met de vernederde meneer van 15 minuten geleden. 10 minuten geleden. 5 minuten geleden. Van nu.
Barman zei dat hij de zaken wel onder controle had, terwijl hij geen idee had van wat ik had gehoord.
Barman begreep niet dat een 'pub' een afkorting is van 'public house', een plek waar iedereen met iedereen praat.
Barman rekende mij af. Ik moest mij niet bemoeien met mensen die elkaar willen vernederen; daar had ik niets mee te maken.
Barman wilde vooral geen gedoe. Gedoe is.... ja dat is zo'n gedoe.

Ik kwam thuis en kotste alles onder.

lutek Dinsdag 09 Februari 2016 at 10:57 pm | | default

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen, moet je deze simpele vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.