Een Nieuwe Lente, een Nieuwe Zwerver

Gezeten op parkbankje, in zon, lentefoto's bewonderend die ik net had gemaakt, vormde ik een prima onderwerp voor iemand die foto's maakt van mensen die in parken in de zon hun zojuist gemaakte lentefoto's zitten te bewonderen. Maar zulk een fotograaf was niet in de buurt, ten minste niet in zicht. Mocht die er toch zijn geweest zou hij van veraf een telelens moeten hebben gebruikt want een wijds panorama was mijn deel en in dat panorama was geen enkele fotograaf te bekennen.

Niet in mijn visuele panorama maar in de auditieve variant was er plotseling wel iets te bekennen. Geritsel en geruis, terwijl ik - zo wist ik zonder op te kijken - niet naast enige vorm van struikgewas had plaatsgenomen. Een vogel misschien? Nee, vogels neuriën niet. De maker van dit geruis en geritsel neuriede. Het kon geen vogel zijn. Ik keek op.
Een meneer in dikke donkere kleding en met ongelofelijk veel haar ontfermde zich over de naast het parkbankje plaatsgenomen prullenbak en hij deed dit niet beroepshalve. Behalve de dikke kleding zeulde hij ook nog een vuilniszak met inhoud mee en had een rugzak correct bevestigd op, de gezien de betekenis van het woord nogal uitnodige plek, zijn rug. Hij groette met iets wat op een knik leek, of knikte met iets wat op een groet leek, dat verschil kon ik zo snel niet waarnemen, terwijl hij zich meester maakte van enkele lege plastic flessen alsmede een halve boterham. Overige rommel plaatste hij keurig terug in de daarvoor bestemde prullenbak. Rond het bankje was het nu schoner dan een minuut geleden.

Toen ik mijn lentefoto's uit was bewonderd - je kunt niet blijven genieten - stapte ik op en liep het park uit. Een paar bankjes verder zag ik de weelderig behaarde meneer opnieuw goede tweedehands zaken doen bij een andere prullenbak. Hij was er net mee klaar en nam plaats op een bankje aldaar, op gepaste afstand van een meisje dat heel erg haar best deed hem niet aan te kijken, tot het hardnekkige aan toe. Toegegeven, misschien mankeerde ze buiten mijn weten iets aan haar nek. Maar ik denk het niet. Ik denk eerder dat ze iets mankeerde aan haar omgangsvormen, met name de op het gebied van de beleefdheid van toepassing zijnde. Terwijl ik het duo wat nooit een duo zou worden passeerde, gebaarde de man met zijn ogen dat hij, net als ik, al lang had gezien hoe hij genegeerd werd. Het deed hem niks, het zou hem wat. Hij neuriede een vrolijk deuntje.

lutek Donderdag 14 April 2011 at 8:05 pm | | default
Gebruikte Tags: , ,

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen, moet je deze simpele vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.