Odyssea

Het was geen 16 juni toen ik op zoek ging naar een kompas - Ik maakte daartoe omzwervingen in winkelcentrum Zuidplein. Een kompas zou namelijk van pas kunnen komen tijdens mijn wandelingen gedurende een aanstaand verblijf op Rhodos. Ik had er niet op gerekend dat een kompas nog veel beter van pas had kunnen komen tijdens de omzwervingen in winkelcentrum Zuidplein zelf - maar het had 16 juni kunnen zijn.

Op het Zuidplein is tegenwoordig geen echte sportwinkel meer gevestigd. Een stuk of wat zaken verkopen sportkleding voor al dan niet sportieve mensen. Maar geen van die mensen zal ooit een kompas nodig hebben. Mogelijk hebben zij op hun vrije zaterdag behoorlijk wat moeite om het doel van de tegenstander te vinden, maar een kompas zal hen daar niet bij helpen. Minder moeite hebben zij overigens na afloop van de wedstrjd met het vinden van de kantine.
Ik wist al snel dat ik het niet bij de sportkledingwinkels moest zoeken.

Reiswinkels zijn ook dun gezaaid op het Zuiplein. Er zijn wel 2 winkels waar mensen je heel behulpzaam zijn om dingen in een computer in te vullen die je thuis ook had kunnen invullen, als je een computer had gehad, maar kom er niets vragen over de reis zelf. Hoe behulpzaam ze ook zijn, ze kunnen je niet helpen.

In een soort van grot achterin het Zuidplein ontdekte ik een zaakje waar men alles voor een euro verkocht. Misschien had ik hier kans van slagen. Ze hadden er wel duizend artikelen, teveel om alle goed in mij op te nemen, ik kwam ogen te kort. Had ik maar een derde oog, dacht ik nog. Bij de kassa vroeg ik of men er een kompas verkocht. Ik hoefde het antwoord niet af te wachten want eerst moest ik uitleggen wat een kompas was.
Het valt niet mee de moeite op te brengen iets uit te leggen als je al weet dat het zinloos is, maar ik dacht aan hen die na mij kwamen, andere verloren lopenden, dolenden, reizigers...

Nadat ik de grot verlaten had, stuitte ik een stukje verder op een winkel die o.a. fietsen verkocht maar ook electronische zaken voor de mobiele mens, om hem te begeleiden op zijn pad, te sturen, de weg te vergemakkelijken.
Nog voordat ik goed en wel de gehele zaak kon overzien, moest ik die al verlaten. Een wezen met slechts 1 euro in plaats van 2 maakte amok bij de kassa (iets met een verkeerde teruggaaf) en nog voor het winkelpersoneel in de gaten had wat er precies aan de hand was, gooide het wezen met 1 euro een stelling omver en baande zich stampend een weg tussen de stellingen door die nog overeind stonden naar buiten. Wat een toestand.
De stellingen wankelden na onder het geweld van het wezen met 1 euro. Misschien kon het wezen niet goed zien waar het liep. Ik dacht nog, had die maar een extra oog.

Een winkel verder verkocht men, zoals eerder in de grot, ook duizend dingen. Het verschil met de grot was dat je hier de weg niet af kon snijden. De stellingen waren zo gerangschikt, als een soort vangnetten, dat je het gehele pad van begin tot eind wel moest bewandelen. Zo werd ik blootgesteld aan de meest nutteloze verleidingen en vast had ik ook duizend dingen gekocht als ik had geweten wat die dingen waren. Maar wat ik ook zag, ik wist niet wat die dingen waren of waar ze toe dienden. Had ik maar een vierde oog, dacht ik nog.
Zeker wist ik echter dat men geen kompas voor mij had. Teleurgesteld en inmiddels onzeker over de exacte locatie waar ik mij bevond in het labyrint van Zuidplein, toog ik, toch onvermoeid, verder.

In een populair warenhuis waar ik ooit eerder was geweest - verheugd mij weer op een punt van herkenning te weten - bemerkte ik dat ik op zeker moment de tred en het tempo overnam - langs schappen, stellingen en uitstallingen - van de andere winkelende mensen. Hoe kwam dit? Plotseling begreep ik dat deze anderen allen al dood waren. Ik bevond mij in een dodenstad. Men bewoog wel, men liep (of schuifelde langzaam) in vierkante rondjes door de winkel, maar zonder doel, zonder emotie, zonder leven. En zonder kompas, dat wist ik zeker. Ik moest hier snel weg!

Een electronicawinkel misschien? Hier voelde ik mij op mijn gemak, de dodenstad achter mij gelaten, dit voelde als mjn eigen stad. Ruime paden, veel licht, er gebeurde van alles. Meerdere verdiepingen, je moest er wel een beetje de weg weten, een heuse metropool. Ik hoorde ook diverse talen gesproken worden. Maar had men er een kompas?
Zo groot als de stad was, en zo veel personeel als er liep, ik kon niemand aanspreken. Men was te bezig, te afgeleid, men had geen tijd. Wat moest ik? Een weinig ronddolen nog maar even, maar zonder veel animo. Misschien moest ik mijn verlies erkennen.

Hoewel ik niet wist waar ik precies heen liep, liep ik goed, terug naar huis. Ik passeerde 2 zwervers die ruzie maakten, ik begreep niet waarom. Als je niets hebt, heb je toch ook niets om ruzie om te maken, maar misschien bezag ik het met mijn 2 ogen en had ik het anders moeten zien.
Thuisgekomen belde ik iemand die alles ziet, zelfs met ogen dicht. Zij vertelde mij dat ik al een kompas heb, ingebouwd in waar ik mee belde. Al die tijd dat ik stuurloos dacht te zijn, verloren, wist ik al waar ik was, als ik het had geweten.
Het was een bewogen tocht. Het was een mooie thuiskomst.

lutek Woensdag 29 Augustus 2012 at 11:42 pm | | default
Gebruikte Tags: , ,

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen, moet je deze simpele vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.