Rik Op Reis (met Hannie en Ome Lutek)

Deel 11 (17 juni 2013)

Het is altijd een goed teken wanneer de laatste dag als een verrassing komt. Nu komt die wel heel erg als een verrassing want gisteren was het de op drie na laatste dag, vandaag al de laatste. Stoppen op je hoogtepunt, heet dat in de sportwereld. Morgen gaat het regenen en nog harder waaien. We zitten nu al met angst, beven en wegwaaiende blokjes naar de tent te kijken bij iedere windvlaag. En de vlagen volgen elkaar op in steeds rapper tempo.
We gaan nog eenmaal de berg op. We zijn er nu toch. We wandelen naar boven, ik op Ome Luteks rug, naar de top van de vallei (of van de twee valleien). De camping ligt 400 meter onder ons. Dat is leuk. En insignificant. Ome Lutek vindt ons insignificant als hij 's avonds naar de sterren kijkt, ik vind het al als ik van hier af naar de camping kijk. Soms loopt Ome Lutek niet snel genoeg, lang niet zo snel als Mama gisteren, dan duw ik hem vooruit tegen zijn rug. Dan loopt hij wat sneller.

Mijn middagdutje doe ik, anders dan gisteren, nu weer wel in de tent, maar het hoeft maar een klein beetje harder te gaan waaien of ik lig ongepland zo weer buiten. Laatste dag: tijd om terug te blikken. Maar omdat dat meestal oersaai is voor anderen dan jezelf, kan ik verheugd mededelen dat mijn kortetermijngeheugen niet verder reikt dan vanmorgen en een stukje van gisterenavond, overeenkomstig met dat van Ome Lutek. Bij mij is dat wegens nog in aanbouw zijnde hersenen, bij hem wegens vroegtijdige afbouw ervan.

Bij nader inzien blijkt het opnieuw te warm om in de tent te slapen en redt Ome Lutek mij van een toeval. Hij laat daar niets aan over en zet mij met bedje en al weer buiten. Waar het bedje ook staat, zodra ik er in lig (lees: speel, zit, sta, zing) weet ik dat ik slapen moet, of dat mijn begeleiders dat van mij verwachten. Het is als de 'four walls of theatre'. Er is opeens geen buitenwereld meer. Niets anders bestaat dan mijn bedje. Ik hoor als het ware niet wat daarbuiten gebeurt en de buitenwereld hoort mij niet. Een ongeschreven regel.
Soms doorbreek ik de 'fourth wall' en kijk ik – niet door de doorzichtige stof van de zijwand, maar – over de rand van het bedje naar Ome Lutek. Ik zie dat hij iets zit te schrijven. Dan draait zijn hoofd langzaam om naar mij. Snel laat ik mij vallen. Zo, net op tijd, geloof ik, hij heeft mij niet zien kijken. En door de doorzichtige zijwand kan hij me niet zien want daar kun je niet doorheen kijken. Dat is een ongeschreven regel.
Pitsie patsie pantsie, wij zijn op vakantie, ditsie datsie demping, wij zijn op de camping.

lutek Woensdag 03 Juli 2013 at 9:56 pm | | default
Gebruikte Tags: , , ,

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen, moet je deze simpele vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.