Minifestival aan de Dijk

Voor Oerol moet je ver reizen. Voor mij een goede reden om niet naar Oerol te gaan. Ook duurt het festival een dag of 10, wat ik al helemaal niet zie zitten. Maar in Barendrecht was er gedurende een middag een minifestival met Oerol-uitstraling waar ik wel bij wilde zijn. Ik heb mij er goed vermaakt.

De zonnigheid van de zaterdag gloeide op mijn bol. Maar omdat ik voorovergebogen over mijn stuur tegen windkracht 6 in zat te harken, merkte ik daar niets van tot het moment dat ik aangekomen op bestemming van mijn fiets viel. Barendrecht klinkt dan wel als Rotterdam+, in werkelijkheid is het een verdomd eind weg. Om mij ervoor te behoeden halverwege terug te keren, prentte ik me in later op de dag voordeel van de wind te hebben.
De setting en uitstraling van het minifestival (en de reeds genoemde wind) mogen dan aan Oerol doen denken, de vergelijking houdt verder natuurlijk op. Geen duizenden mensen publiek, geen grote podia, geen vermaarde artiesten. Overigens ook geen entree. U gooit maar iets in de fooienpot als het u schikt.

Ik werd bij aankomst verzocht even bij te komen op het geïmproviseerde terras voor een kop koffie en een kleine dosis lichte livemuziek van Roos Blufpand alvorens een nieuwe programmaronde van start zou gaan. De kleinschaligheid van het festival openbaarde zich al snel toen ik merkte dat de zangeres haar ogen niet van mij af kon houden. Graag had ik haar nog vóór het tweede couplet willen uitnodigen voor een stevige wandeling door de belendende weilanden waarbij de rest van het programma geheel vergeten kon worden, maar de reden van haar blik was erin gelegen dat ik op dat moment de enige van de voor de muziek aanwezigen was die niet met een camera voor zijn neus stond: ik hoorde er niet bij; de anderen legden het optreden vast namens organisatie, vriendenkring of lokaal sufferdje. Zelden heb ik mij zó publiek gevoeld als nu. Ik kon die stevige weilandenwandeling wel op mijn buik schrijven.

Aankondiging: tijd voor een nieuwe rondleiding. Aha, zo werkte het dus. In groepjes van een man of 15 werd het publiek door de bossen en landerijen geleid alwaar het her en der stuitte op kleine optredens, verhandelingen, een mini-bioscoop en een handvol dichters, waarbij het theatrale aspect van de omgeving zo goed mogelijk werd benut. Ik voelde mijzelf weer jong worden, al had dat ook te maken met de gemiddelde leeftijd van de groep waarin ik zat.

Daniel Dee, stadsdichter van Rotterdam, verplaatste zich in de wereld van C.B. Vaandrager en deed dat met verve. In een op het land getrokken sloep werden zeemansliederen gezongen. In het duister van een zeecontainer werd een spannend verhaal voorgelezen.
Ik kreeg een raar gevoel in mijn kaken wat veroorzaakt werd doordat ik al een half uur aan het glimlachen was, iets wat mijn gezicht niet echt gewend is.

In een hoge spierwitte tent deed een kunstkijker een gepassioneerde oproep om beter naar de wereld in het algemeen te kijken en naar kunst in het bijzonder, dit in de wetenschappelijk vastgestelde wetenschap dat mensen in een museum niet langer dan 8 seconden naar een schilderij kijken om het te 'zien'.
Mensen kijken niet, ze zien slechts wat ze verwachten te zien.
Alles goed en wel, ware het niet dat ik iets raars aan mijn ogen heb: mijn pupillen verkleinen zich bij direct zonlicht zoals dat hoort, maar weigeren dienst wanneer een indirecte zon voor bijvoorbeeld felwitte wolken zorgt, of... wanneer je op een stralende dag in een hoge spierwitte tent zit.
Het gevolg liet zich raden, ik zat te knipogen, te tranen, te wrijven, te knijpen en te grimassen juist toen de kunstkijker mij aanspoorde mijn ogen beter te gebruiken. Ik zat ook nog eens in het midden van de kleine kring zodat ik een goed oogwit c.q. doelwit was voor de spreker. Anders dan met Roos vond ik het nu niet zo prettig dat ik steeds werd aangekeken.

Verder door het weiland, over een plank over een sloot, door het bos, kwamen wij bij een dame in jurk. Niet zomaar een dame in een jurk, een dame in een operajurk die een aria uit Le nozze di Figaro voor ons zong. Wij schikten ons om haar heen waarbij ik min of meer tegen de brandnetels aanstond waarvoor ik was gewaarschuwd. Ik stond goed, met mijn spijkerbroek.
Ze begon te zingen, heel mooi te zingen, en langzaam voelde ik hoe een spijkerbroek geen garantie biedt tegen brandende netels. Maar geen haar op mijn hoofd die eraan dacht ook nog maar 1 centimeter op te schuiven. Niets wilde ik verstoren. Het was schitterend.
Met pijn in het hart lieten we de operazangeres weer alleen achter in het bos. Het was een prachtomgeving voor een opera, misschien woonde ze er wel. Je weet het niet.

Terug bij het geïmproviseerde terras nam ik nog een kopje koffie, zocht vergeefs naar een fooienpot, en genoot nog een paar liedjes van Roos. Roos en ik hebben nagenoeg niets gemeen, wat voor beiden waarschijnlijk het beste is.
Er was inmiddels veel meer publiek en ik zag nog één of twee nieuwe rondleidingen van start gaan. Ik had gemakkelijk weer aan kunnen sluiten maar de zonnigheid maakte mij loom. Ik verkoos de terugweg te ondernemen, met wind mee.
Volgend jaar is er weer een Minifestival aan de Dijk.

lutek Zondag 29 September 2013 at 1:42 pm | | default

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen, moet je deze simpele vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.