Route Du Nord

Bij het verlaten van de ruimte vroeg Mark (aka 'De Rits') of ik iets zou schrijven over de avond: "Leuk voor 'Route Du Nord'". Omdat ik altijd rare dingen zeg als ik te lang onder de mensen verkeer, was het niet vreemd dat ik positief reageerde, enthousiast zelfs.
Daar had ik natuurlijk direct spijt van, maar kom op zeg, ik heb altijd spijt van wat ik zeg, en trouwens ook van wat ik niet zeg. Ik heb al spijt van dingen die nog niet eens zijn gebeurd. Zet mij daar nu toch eens overheen, zou ik tegen mezelf willen zeggen, maar de kans dat ik dit stukje lees is gering dus waarschijnlijk krijg ik dat advies niet mee.
Wat kan ik zeggen over de avond? Herrek is een band, Broeder Dieleman is Zeelands hoop in bange dagen en zelfs geweldig als hij zegt chagrijnig te zijn (wat niet zo was), en een Australiër left all his fucks at home, in a box, under the bed.

In 2 weken tijds 2 maal bij Roodkapje naar binnen gaan: Zelden werd personificatie wenselijker geacht. Maar Roodkapje is een pand, met stenen muren, een gammele trap en een donkere kelder; en een enorme leegte. Dat laatste is alleen waar als je op tijd bent, want oude Bunkertijden herleven er: alles begint minstens een uur later dan aangekondigd (maar ook weer niet altijd dus kun je je nooit veroorloven te laat te komen.
En in Roodkapje - het pand in, de trap af, de kelder in - wordt muziek gemaakt. Mooie muziek.

Broeder Dieleman zong Zeeuwse klassiekers. Al waren sommige nummers nog geen week oud, Broeder Dieleman schrijft en zingt nu eenmaal klassiekers. Klaar. Hoe hij dat doet is een streng bewaard geheim. Ooit zal het geopenbaard worden maar nu nog even niet.
Den Broeder was deze avond de lijm tussen de andere optredens, hij hield de boel bij elkaar. Zonder hem zouden Herrek, The Boy Who Spoke Clouds, en klankdichter ACG Vianen geen enkel raakvlak hebben gehad. Nu leek het allemaal bij elkaar te horen.
DJ De Rits' platenkeus was afgestemd op de levende muziek.
Denk hier even goed over na: als Mark platen draait en je kijkt niet vreemd op van de variatie, dan zegt dat heel erg veel over de variatie op het podium.

The Boy Who Spoke Clouds gaf onbewust een lesje in ongemakkelijkheid. Of misschien was het een lesje on onbewuste ongemakkelijkheid. En anders zeker een ongemakkelijk lesje in onbewustheid.
Tibetaanse klankschaaltjes, bellenkettingen, drones en loops, dit alles doorspekt met flarden Dielemanlijm. Na een half uurtje improviseren was er een mogelijkheid om er een eind aan te maken. Niet als bezoeker, begrijp me niet verkeerd, zo slecht was het niet, integendeel, het was heel goed.
Ik bedoel: een eind aan de improvisatie te maken. Maarrrr.... nee, hij ging nog even door. Ook Den Broeder zette daarom opnieuw in. 10 minuten later gebeurde het zelfde, en 5 minuten later weer. Maar telkens... ging hij toch nog even door. Het was heerlijk om te zien. Ook was mooi om te zien dat hoe langer het publiek al beleefd had staan luisteren, hoe onmogelijker het werd om bij een volgende schijnbare stop tekenen van onrustigheid te gaan vertonen. Want dat zou inhouden dat je dat 5 minuten daarvoor ook al had dacht of gevoeld. Dat was dan niet netjes geweest.
Misschien psychologiseer ik het te veel; misschien vond de rest van het publiek het optreden net zo goed als ik; toch vermoedde ik dit vermoeden. En toen ten slotte Den Broeder minutenlang vergeefs poogde oogcontact te maken met de langzaam opstijgende  Australiër (met ogen die zoveel wilden zeggen als 'Zeg, Pik, wat denk je der zelf van?') dacht ik het zelfs zeker te weten en begon ik op goed geluk te applaudiseren, denkelijk tot ieders tevredenheid.
Later die avond schafte ik 2 CDs van The Boy aan. Ik was er van plan 1 te kopen, maar toen ik voor de ene belangstelling toonde, liet hij weten aan de andere 4 jaar lang gewerkt te hebben, zodat ik het sneu vond die ook niet te nemen.

Broeder Dieleman speelde solo een aantal prachtliederen. Het wachten is op de volgende plaat. De troost stroomt je versterker uit.
De rest van de avond bracht ik door tegen de achterwand net naast de bar, dit om de opgedane indrukken een beetje fatsoenlijk te kunnen verwerken. Ik werkte hard aan mijn 1000 yard stare. Het pand is inwendig dan wel niet zo groot, het is er wel donker genoeg voor.
Omdat ik daar toch stond nam ik een biertje. Ik was niet de enige want de barman zei dat hij net een nieuwe voorraad had moeten aanboren zodat deze nog niet goed gekoeld was. Ach, zei ik, doe er toch maar eentje.
Een meneer naast me wilde er ook een. Om precies te zijn bestelde hij 'een wies weis weiensteef dinges'. Ze zijn niet koud, zei de barman weer. Ach, zei de meneer, dat geeft niet, het is voor een vrouw.
Hier moest ik lang over nadenken. Nu nog weet ik niet of ik er uit ben.

De zwaar onbegrepen dichter ACG Vianen stond naast me. Hij gaf toe dat hij de Ursonate nog niet helemaal uit zijn hoofd kende. Ach, dacht ik, 'niet helemaal', dat is nog altijd meer dan 'helemaal niet' wat voor 16.819.593 andere Nederlanders geldt.
Ik besloot dat ik genoeg indrukken had opgedaan voor 1 avond en verliet de kelder, de gammele trap op, het pand uit.

lutek Vrijdag 07 Februari 2014 at 7:41 pm | | default
Gebruikte Tags: , ,

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen, moet je deze simpele vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.