1000% Rotterdams

Op Stadslog schrijven Rotterdammers over Rotterdam. In 2 jaar tijd zijn er honderden verhalen op de website geplaatst. Enkele tientallen daarvan zijn nu in boekvorm verschenen. De presentatie van dit boek vond plaats in De Schouw.
Sta jij er ook in?, vroeg iemand me. Nee, ik niet. Jij?
Geen idee, ik heb het nog niet gezien.
Dit antwoord verbaasde me. Maar het antwoord was ook tekenend. Of je nu wel of niet geselecteerd bent, boeit niet. Het gaat om de verhalen, dat boeit. De medewerkers zijn de ogen en oren van de stad maar het gaat niet om hen maar om wat ze over de stad vertellen.
Een ietwat romantisch, tevens socialistisch idee.

Hoofdredacteur Hans van Willigenburg hield een speech. Kort. To the point. Geen gelul. Hier is het boek. Het is mooi. We gaan door. Bedankt allemaal.
Nee, Hans, jij bedankt, dacht ik, al had ik eigenlijk het meeste van de speech niet meegekregen. Ondanks dat ik al een uur in De Schouw aanwezig was, zag ik kans precies op het moment dat Hans begon, een muziekpraatje te houden met iemand buiten op het terras, iets wat ik tegenwoordig nog zelden doe maar wat alles te maken had met een zeker novemberconcert in het vooruitzicht.
De Schouw is een wonderlijke tent. Had Carmiggelt nog geleefd, hij zou er op kruk 1 hebben gezeten. De Kronkels vliegen je om de oren. Binnen 2 minuten heb je het idee dat je er al jaren komt. Na 4 minuten hebben de vaste gasten het idee dat jij er al jaren komt. Na 8 minuten bedacht ik dat het gevoel net zo goed beide richtingen op kon werken want ik had van iedereen het idee dat zij er al jaren kwamen.

Behalve de vaste gasten die ik niet kende, zag ik diverse schrijvers en dichters die ik wel kende. Vorig jaar ben ik een paar keer bij de maandelijkse Poetsclub geweest. Enkele deelnemers daarvan stonden ook in het boek. Boekje, moet ik eigenlijk zeggen, het is niet zo erg groot, ondanks te titel.
Na de presentatie kocht ik een exemplaar bij mijn favoriete Stadslogschrijver, Stefan van Hoek. We praatten wat over aardse zaken, over hemelse zaken, over nog een stuk of wat zaken daartussenin. Toen verhuisden we naar een tafeltje verderop waar enkele collega's van hem zaten, in de zin dat enkele van hen zojuist ook in boekvorm waren verschenen.
Toen ik enige tijd later geen zinnige opmerkingen meer wist te maken, al vrij snel dus, besloot ik de groep te verlaten. Nu was het zo dat ik niemand voor het hoofd wilde stoten en niemand het idee wilde geven dat ik genoeg van hen had. Integendeel, zoals meestal had ik veel meer het idee dat men genoeg van mij had. Als ervaringsdeskundige weet ik hier alles van. Daarom besloot ik tot een strategische, tegelijk speelse terugtocht: ik zou niet direct naar huis rennen maar eerst een korte pitstop maken bij café De Riddert.
Ik zag het als een soort van familiespelletje en mijn opdracht in deze was om de groep die, met overlappingen, bestond uit 6 schrijvers, 4 dichters, 3 drinkers, 2 zangers, en 1 persoon met een entreeverbod op De Riddert, in zijn geheel van A naar B te voeren. Een bij voorbaat mislukte onderneming. Maar als je het leven - goed, laat ik niet overdrijven: de avond - als een spel ziet, kun je er soms nog om lachen ook.
Nu had ik een maand eerder ditzelfde spel al eens gespeeld met Bonnie Prince Billy en zijn muzikale compaan. Die kwamen toen ook niet opdagen, en die waren slechts met 2, nu ging het om een groep van 8.

Ik nam het voortouw en was de groep, niet verrassend, na 20 meter al kwijt. Nochtans liep ik door. Ik had nu eenmaal gezegd dat ik naar De Riddert ging. En je kunt nooit weten wie er toch nog op zou komen dagen.
Terwijl ik een muziekpraatje met iemand maakte, iets wat ik tegenwoordig nog zelden doe maar wat alles te maken had met een zeker novemberconcert in het vooruitzicht; al bijna mijn zelfopgelegde opdracht vergeten was, en aan een stamgast uitlegde dat ik wel degelijk 'nog in de stad was' - want als ik eenmaal thuis ben, ga ik 's avonds nooit meer terug naar de stad - zag ik tot mijn verbazing een bekend gezicht naast me verschijnen. En nog één en nog één en nog één. De hele groep stond ineens binnen, inclusief het gezicht met het entreeverbod. Zó verbaasd was ik dat ik op dat moment niet eens meer verbaasd zou zijn geweest plots door Linda de Mol ondervraagd te worden over het verloop van de opdracht, of eventueel dat Bonnie Prince Billy een liedje kwam zingen, en heel even voelde ik mij 1000% Rotterdams.

lutek Zaterdag 18 Oktober 2014 at 11:33 pm | | default

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen, moet je deze simpele vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.